Verordening op heffing en de invordering van marktgelden 2010VERORDENING MARKTGELDEN 2010 De raad van de gemeente Waalwijk; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 24 september 2009; gelet op artikel gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: ''Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2010'' “Verordening op de heffing en invordering van marktgelden 2010” Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: standplaats: de op of voor de duur van een markt door het college aangewezen ruimte voor het uitoefenen van de markthandel; vergunninghouder of standplaatshouder: ieder aan wie door het college een vergunning is afgegeven om gedurende een markt een standplaats in te nemen; dagplaats: een standplaats, die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan de vergunninghouder; vaste plaats: een standplaats, die tot wederopzegging ter beschikking wordt gesteld aan de vergunninghouder; maand: een kalendermaand; kwartaal: een kalenderkwartaal. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam ‘marktgeld’ wordt een recht geheven voor het hebben van een standplaats op voor de openbare dienst bestemde en door het college als marktterrein aan te wijzen plaatsen. Artikel3Belastingplicht Het recht wordt geheven van de vergunninghouder, dan wel van degene die voor zichzelf of voor anderen de betreffende standplaats inneemt. Artikel4Maatstaf van heffing 1.Het recht, als bedoeld in artikel 2, bedraagt voor iedere kraam, voor iedere ingenomengrondplaats of welke verkoopgelegenheid ook, met: een lengte van 4 meter of minder voor: een dagplaats: € 4,80 per dag; een vaste plaats: € 49,55 per kwartaal; een lengte van meer dan 4 meter voor: een dagplaats: € 4,80 per dagvermeerderd met € 1,15 voor elke meter of gedeelte daarvan boven de lengte van 4 meter; een vaste plaats: € 49,55 per kwartaal, vermeerderd met € 12,35 voor elke meter lengte of gedeelte daarvan boven 4 meter. De lengte van een kraam, ingenomen grondplaats of welke verkoopgelegenheid ook, als bedoeld in het eerste lid, wordt gemeten langs de zijde waaraan de verkoop van de goederen of waren plaatsvindt. Het recht, bedoeld in artikel 2, met betrekking tot de jaarlijkse groenmarkt bedraagt voor iedere kraam, voor iedere ingenomen grondplaats of welke verkoopgelegenheid ook, € 2,40 per m
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.