← Nederland

Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Vlagtwedde 2013 (Vlagtwedde)

Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Vlagtwedde 2013Hoofdstuk

  1. Begripsomschrijvingen Artikel
  2. Begripsomschrijvingen In dit besluit wordt verstaan onder: Lid
  3. HH 1 HH 1: Hulp bij het Huishouden met uitvoerende activiteiten; Lid
  4. HH 2 HH 2: Hulp bij het Huishouden met uitvoerende activiteiten en of (dagelijkse) regievoering; Lid
  5. Persoonsgebonden budget Persoonsgebonden budget: een geldbedrag om te gebruiken voor het te bereiken resultaat, als alternatief voor een voorziening in natura. Lid
  6. Financiële tegemoetkoming Financiële tegemoetkoming: een geldbedrag, al dan niet forfaitair of gemaximeerd, bedoeld om een voorziening mee aan te schaffen voor het te bereiken resultaat. Lid
  7. PGB-alfa PGB-alfa: een geldbedrag waarmee een aanvrager Hulp bij het Huishouden 1 (HH1) kan inkopen, waarbij niet aan alle door de gemeente gestelde kwaliteitseisen behoeft te worden voldaan; Lid
  8. PGB-alfa plus PGB-alfa plus: een geldbedrag waarmee een aanvrager Hulp bij het Huishouden 2 (HH2) kan inkopen waarbij niet aan alle door de gemeente gestelde kwaliteitseisen behoeft te worden voldaan; Lid
  9. PGB-regulier HH1 PGB-regulier HH1: een geldbedrag waarmee een aanvrager Hulp bij het Huishouden 1 (HH1) kan inkopen bij een zorgaanbieder die voldoet aan de door de gemeente gestelde kwaliteitseisen; Lid
  10. PGB-regulier HH2 PGB-regulier HH2: een geldbedrag waarmee een aanvrager Hulp bij het Huishouden 2 (HH2) kan inkopen waarbij wordt voldaan aan de door de gemeente gestelde kwaliteitseisen; Lid
  11. Eigen bijdrage Eigen bijdrage: het bedrag dat een belanghebbende op een individuele voorziening moet betalen; Lid
  12. Eigen aandeel Eigen aandeel: het ten eigen laste van de belanghebbende blijvende deel van de kosten van een voorziening waarvoor een financiële tegemoetkoming is verleend; Lid
  13. Woningaanpassing Woningaanpassing: ingreep van bouwkundige of woontechnische aard; Lid
  14. Autoaanpassing Autoaanpassing: aanbrengen van extra faciliteiten ten opzichte van de referentieauto; Lid
  15. Kale huur Kale huur: de bruto huurprijs minus servicekosten en kosten nutsvoorzieningen; Lid
  16. Belanghebbende Belanghebbende: een persoon met een beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem die behoefte heeft aan compensatie ten behoeve van het bevorderen van zijn deelname aan het maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren, die voor zichzelf of, met behulp van een machtiging, door een ander een aanmelding of een aanvraag doet of laat doen; Lid
  17. Budgethouder Budgethouder: de belanghebbende aan wie een persoonsgebonden budget is toegekend. Hoofdstuk
  18. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget Artikel
  19. Regels rond de verstrekking Lid
  20. Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager of diens wettelijke vertegenwoordiger. Lid
  21. Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien: op grond van aanwijzingen die tijdens een onderzoek duidelijk zijn geworden het vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget; de gevraagde voorziening reeds eerder in natura of in vorm van een persoonsgebonden budget is verstrekt en waarbij de normale afschrijvingstermijn nog niet is verstreken. Lid
  22. Voor algemene voorzieningen wordt geen persoonsgebonden budget verstrekt. Artikel
  23. Verstrekkingen in natura Lid
  24. Woonvoorzieningen die uitsluitend in natura worden verstrekt zijn: a. trapliften. Lid
  25. De collectieve vraagafhankelijke vervoersvoorziening wordt uitsluitend verstrekt in natura. Artikel
  26. Verantwoording budgethouder Lid
  27. De budgethouder is verplicht alle documenten te overleggen die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van een verantwoordingsonderzoek. Lid
  28. De budgethouder van een persoonsgebonden budget voor Hulp in het Huishouden overlegt in ieder geval: de zorg- of arbeidsovereenkomst met de zorgverlener; de declaratie van de zorgverlener; het betalingsbewijs aan de zorgverlener; de arbeidsovereenkomst dient in ieder geval te bevatten: naam, adres, woonplaats en burgerservicenummer. Lid
  29. De budgethouder van een persoonsgebonden budget voor een andere individuele voorziening overlegt in ieder geval: de factuur van de aangeschafte of onderhouden voorziening óf het betalingsbewijs van de aangeschafte of onderhouden voorziening. Lid
  30. De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder vindt in ieder geval plaats na afloop van de verstrekking dan wel na afloop van het kalenderjaar. Hoofdstuk
  31. Eigen bijdrage en eigen aandeel Artikel
  32. Eigen bijdrage en eigen aandeel Lid
  33. Er wordt, tenzij anders is aangegeven, een eigen bijdrage of eigen aandeel gevraagd bij de verstrekking van een individuele vervoersvoorziening, een individuele woonvoorziening en huishoudelijke hulp. Lid
  34. De in een kalenderjaar verschuldigde eigen bijdrage en eigen aandeel in de kosten van maatschappelijke ondersteuning is overeenkomstig het bepaalde in het Besluit maatschappelijke ondersteuning. Lid
  35. Voor woningaanpassingen in en aan het huis wordt gedurende een periode van maximaal negenendertig tijdvakken van vier weken een eigen bijdrage dan wel een eigen aandeel gevraagd. Voor voorzieningen in bruikleen, zoals losse woonvoorzieningen en trapliften, wordt gedurende het gebruik van de voorziening een eigen bijdrage gevraagd. Hoofdstuk
  36. Hulp bij het huishouden Artikel
  37. Bedrag Persoonsgebonden Budget huishoudelijke hulp Lid
  38. De bruto bedragen voor een persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden bedragen: PGB tarief: soort hulp: kwaliteit: hoogte PGB HH 1 Eenvoudige hulp PGB-alfa â—‹ niet opgeleid 125 % minimumloon incl. vakantiegeld Minimaal gelijk aan het maximale bruto uurloon incl. vakantiegeld functieschaal 10 CAO VVT. € 12,71 per uur HH 2 Meervoudige hulp PGB-alfa plus â—‹ opgeleid 150 % minimumloon incl. vakantiegeld Minimaal gelijk aan het maximale bruto uurloon incl. vakantiegeld functieschaal 15 CAO VVT. € 15,26 per uur HH 1 extra Eenvoudige hulp PGB-regulier HH1 â—‹ opgeleid â—‹ werkzaam voor (thuiszorg)instelling Gelijk aan laagste tarief zorg in natura € 19,90 per uur HH 2 extra Meervoudige hulp PGB-regulier HH2 â—‹ opgeleid â—‹ werkzaam voor (thuiszorg)instelling Gelijk aan laagste tarief zorg in natura € 23,42 per uur Lid
  39. Het bruto totaalbedrag persoonsgebonden budget wordt bepaald op basis van de geïndiceerde activiteiten. Lid
  40. Het netto bedrag persoonsgebonden budget is het bruto bedrag persoonsgebonden budget verminderd met de eigen bijdrage. Lid
  41. Het bruto bedrag persoonsgebonden budget wordt maandelijks bij vooruitbetaling betaalbaar gesteld. Artikel
  42. Kortdurende huishoudelijke hulp Kortdurende huishoudelijke hulp op basis van een indicatie van een transferpunt wordt voor maximaal vier weken verstrekt. Hoofdstuk
  43. woonvoorzieningen Artikel
  44. Vaststelling Persoonsgebonden Budget / financiële tegemoetkoming woonvoorzieningen Lid
  45. De te verstrekken woonvoorziening kan bestaan uit een persoonsgebonden budget, financiële tegemoetkoming of in natura. Lid
  46. Indien de woonvoorziening wordt verstrekt als woningaanpassing kan hieronder mede worden verstaan de uitvoeringskosten voor het treffen van voorzieningen van niet-woontechnische aard voor onderhoud, keuring en reparatie, tijdelijke huisvesting en huurderving. Lid
  47. Als een woonvoorziening wordt verstrekt is altijd een gereedmelding noodzakelijk. De gereedmelding is tevens een verzoek om vaststelling en uitbetaling. Artikel
  48. Financiële tegemoetkoming voor verhuis- en inrichtingskosten Het forfaitair bedrag voor verhuis- en inrichtingskosten bedraagt: € 1.800,00 wanneer het een belanghebbende betreft die op advies van het college naar een geschikte woning verhuist; € 4.100,00 wanneer het een persoon betreft die op verzoek van de gemeente ten behoeve van een belanghebbende met beperkingen, zijn woonruimte, bestemd voor permanente bewoning, heeft vrijgemaakt. Hiervan wordt geen eigen aandeel afgetrokken. Artikel
  49. Bedrag Persoonsgebonden Budget / financiële tegemoetkoming voor woonvoorziening Lid
  50. Het persoonsgebonden budget of financiële tegemoetkoming voor een woonvoorziening is gelijk aan het bedrag van de door het college geaccepteerde offerte, en overstijgt de werkelijk gemaakte kosten niet. Lid
  51. Voor het bezoekbaar maken van een woning kan een voorziening worden verstrekt. De financiële tegemoetkoming voor het bezoekbaar maken van een woonruimte bedraagt maximaal € 5.000,
  52. Hiervan wordt geen eigen aandeel afgetrokken. De relatie tussen de aanvrager en de bezoeker is beperkt tot aanvrager en kind, dan wel aanvrager en partner, zoals bedoeld in artikel 1 lid 2 van de Wet. Lid
  53. Het bedrag voor onderhoud, keuring en reparatie van een woonvoorziening wordt bepaald door de werkelijk gemaakte kosten. Een keuring wordt volgens de minst vereiste periodiciteit voor de betreffende voorziening uitgevoerd. Het college verleent slechts een persoonsgebonden budget voor de kosten van onderhoud, keuring en reparatie, als de woonvoorziening betrekking heeft op: trapliften; rolstoel- of sta-plateauliften; woonhuisliften; hefplateauliften; balansliften; plafondliften; mechanische of waterdrukbadliften; toiletten met onderspoel- en föhninrichting; de mechanische inrichting voor het verstellen van een in hoogte verstelbaar keukenblok, bad of wastafel; elektromechanische openings- en sluitingsmechanismen van deuren; door gemeente aangekochte en in bruikleen verstrekte voorzieningen (zoals losse douchestoel). de aanvrager ten tijde van het onderhoud, de keuring of reparatie de woonruimte als hoofdverblijf bewoont. Lid
  54. Het bedrag voor tijdelijke huisvesting in geval van dubbele woonlasten wordt bepaald door de werkelijk gemaakte kosten per maand met een maximum van € 500,00 voor het betrekken van zelfstandige en € 300,00 voor het betrekken van niet-zelfstandige woonruimte gedurende een periode van maximaal zes maanden. Hiervan wordt geen eigen bijdrage of eigen aandeel afgetrokken. Lid
  55. Het bedrag voor derving van huurinkomsten bij huurbeëindiging van een aangepaste woonruimte is gebaseerd op de kale huur van de woonruimte over een periode van maximaal zes maanden. Lid
  56. Bij verkoop van de woning waarin een voorziening is aangebracht binnen een periode van tien jaar hieraan voorafgaand dient de kostprijs minus de eigen bijdrage te worden terugbetaald volgens het afschrijvingsschema: eerste en tweede jaar: 100 % van het bedrag; derde en vierde jaar: 80 % van het bedrag; vijfde en zesde jaar: 60 % van het bedrag; zevende en achtste jaar: 40 % van het bedrag; negende en tiende jaar: 20 % van het bedrag. Lid
  57. Indien een voorziening het noodzakelijk maakt dat extra grond moet worden verworven kan een bijdrage worden verleend ten behoeve van een aanbouw of uitbreiding van een reeds aanwezig vertrek op basis van een maximaal aantal vierkante meters volgens het volgende schema:
  58. per vertrek in een zelfstandige woning: soort vertrek: zit/slaapkamer 18 woonkamer 30 keuken 10 eenpersoonsslaapkamer 10 tweepersoonsslaapkamer 18 toilet 2 badkamer, wastafelruimte 2 badkamer, doucheruimte 3 entree/gang/hal/ 5 berging 6
  59. per verhard pad tussen ingang woonruimte en openbare weg en of berging/tuinpoort:
  60. Lid
  61. a. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op het treffen van voorzieningen aan hotels/pensions, trekkerswoonwagens, bejaardenoorden, kloosters, tweede woningen, vakantiewoningen, recreatiewoningen, kamerverhuur en specifiek op gehandicapten en ouderen gerichte woongebouwen voor wat betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten of voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen worden. b. Uitzondering op lid 8 sub a vormt de aanvrager die permanent in een recreatiewoning of vakantiewoning verblijft en hiervoor een ontheffing heeft. In deze situatie wordt geen bijdrage verleend ten behoeve van een aanbouw of uitbreiding van een reeds aanwezig vertrek en zijn de overige woonvoorzieningen beperkt tot maximaal € 5.000,- per aanvraag. Hoofdstuk
  62. vervoersvoorzieningen EN ROLSTOELEN Artikel
  63. Vaststelling Persoonsgebonden Budget vervoersvoorzieningen en rolstoelen Lid
  64. Het persoonsgebonden budget voor een vervoersvoorziening en een rolstoel wordt vastgesteld op basis van de (tegen)waarde van de goedkoopst compenserende voorziening, inclusief onderhoud, reparatie en verplichte verzekeringen. Lid
  65. Het persoonsgebonden budget voor een vervoersvoorziening en een rolstoel kan worden verstrekt in de vorm van aankoop of huur. Lid
  66. Het persoonsgebonden budget voor een vervoersvoorziening en een rolstoel die door de budgethouder wordt aangeschaft wordt vastgesteld op basis van de waarde van de geldende prijsafspraak met de door de gemeente gecontracteerde leverancier. Lid
  67. Het persoonsgebonden budget voor een vervoersvoorziening en een rolstoel in huur wordt vastgesteld op basis van de waarde van de huurprijs zoals die door het college aan de door de gemeente gecontracteerde leverancier zou worden betaald. Artikel
  68. Financiële tegemoetkoming voor vervoersvoorzieningen Lid
  69. Het forfaitair bedrag dat per jaar wordt verstrekt voor de kosten van het gebruik van een vervoersvoorziening bedraagt voor gebruik van een (eigen) auto: € 720,00, zijnde 2000 km à € 0,
  70. Hiervan wordt geen eigen aandeel afgetrokken. Lid
  71. Indien iemand als vervoervoorziening ook een scootmobiel van het college ontvangt, wordt het bij lid 1 genoemde forfaitaire bedrag voor 50% verstrekt. Lid
  72. Voor gebruik van een (rolstoel)taxi wordt geen financiële tegemoetkoming verstrekt indien de belanghebbende gebruik kan maken van het collectief vraagafhankelijk vervoer. Artikel
  73. Collectief vervoer Lid
  74. Bij gebruik van het collectief vraagafhankelijk vervoer (RegioTaxiPlus) voor pashouders kan per rit maximaal 22 kilometer of naar een specifieke puntbestemming worden gereisd tegen het RegioTaxiPlus pashouderstarief. Lid
  75. Per kalenderjaar kan maximaal 2.000 kilometer worden gereisd tegen het gereduceerd tarief. Lid
  76. Het eigen aandeel bij gebruik van de vraagafhankelijke collectieve vervoersvoorziening (RegioTaxiPlus) bedraagt: a. een opstaptarief van € 1,70 per rit en; b. bij vervoer tot en met 22 kilometer of naar een specifieke puntbestemming € 0,20 per kilometer en; c. bij vervoer boven 22 kilometer het door vervoerder in rekening gebrachte kilometertarief voor de pashouder, en eventuele meereizende gezamenlijk. Lid
  77. Wanneer de pashouder is aangewezen op noodzakelijke begeleiding tijdens de reis dan mag de begeleider gratis meereizen. (klein)Kinderen tot twaalf jaar van de pashouder mogen gratis meereizen, en huisgenotenpashouders kunnen meereizen tegen hetzelfde tarief als de pashouder. Meereizenden moeten op dezelfde plaats in- en uitstappen als de pashouder. Artikel
  78. Individueel vervoer Lid
  79. De gemeente hanteert voor individuele vervoersvoorzieningen en rolstoelen een gebruiksduur van zeven jaar. Lid
  80. De financiële tegemoetkoming voor aanschaf, onderhoud, reparatie en verzekering van een sportrolstoel bedraagt € 2.500,
  81. Dit bedrag is forfaitair en wordt eenmaal per drie jaar verstrekt. Hiervan wordt geen eigen aandeel afgetrokken. Lid
  82. Het college kan een persoonsgebonden budget in de kosten van aanpassingen aan de auto verlenen, wanneer deze: redelijk is aan te passen; in goede staat verkeert en in beginsel niet ouder is dan vijf jaar. Lid
  83. De financiële tegemoetkoming voor auto-aanpassingen wordt voor een periode van zeven jaar toegekend. Lid
  84. Het gestelde in het vierde lid is niet van toepassing in geval van een calamiteit. Lid
  85. Een auto-aanpassing, zoals genoemd in het vierde lid, kan na zeven jaar opnieuw worden aangevraagd, indien deze aantoonbaar niet meer naar behoren functioneert. Artikel
  86. Beëindigen bij niet-gebruik Lid
  87. Individuele vervoersvoorziening en rolstoelen dienen binnen de vastgestelde periode van gebruiksduur aan de gemeente te worden overgedragen dan wel de restwaarde ervan vergoed zodra: vaststaat dat de aanvrager de voorziening niet meer gebruikt; de aanvrager is overleden, de verplichting rust dan op de erfgenamen; de aanvrager is verhuisd, tenzij de nieuwe woongemeente de verstrekking overneemt. Lid
  88. De restwaarde van individuele vervoersvoorzieningen en rolstoelen wordt als volgt bepaald: in het eerste jaar 85 % van het bedrag Pgb; in het tweede jaar 70 % van het bedrag Pgb; in het derde jaar 55 % van het bedrag Pgb; in het vierde jaar 40 % van het bedrag Pgb; in het vijfde jaar 25 % van het bedrag Pgb; in het zesde jaar 10 % van het bedrag Pgb. Hoofdstuk
  89. ADVISERINg Artikel
  90. Verplicht advies Het bedrag waarboven in ieder geval advies van een daartoe aangewezen adviesinstantie moet worden gevraagd bedraagt € 10.000,
  91. Hoofdstuk
  92. slotbepalingen Artikel
  93. Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen van dit besluit indien toepassing van dit besluit tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel
  94. Inwerkingtreding Lid
  95. Dit besluit treedt in werking per 1 januari
  96. Lid
  97. Met de inwerkingtreding wordt het “Tweede besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Vlagtwedde 2012”, vastgesteld op 5 juni 2012, ingetrokken. Artikel
  98. Overgangsbepaling Lid 1 Aanvragen die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van het “Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Vlagtwedde 2013”, worden behandeld op basis van het voorafgaande besluit. Artikel
  99. Citeertitel Dit besluit kan worden aangehaald als het “Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Vlagtwedde 2013”. Aldus vastgesteld door het college op 11 december 2012 .de heer J.M. de Vos mevrouw L.A.M. Kompier,secretaris burgemeester

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.