Mandaat en beleidsregels/gebruiksinstructie verblijfsontzeggingen drugsoverlast Venlo-CentrumMANDAAT EN BELEIDSREGELS/GEBRUIKSINSTRUCTIE VERBLIJFSONTZEGGINGEN DRUGSOVERLAST VENLO-CENTRUM De burgemeester van Venlo; overwegende dat in de Algemene plaatselijke verordening Venlo de grondslag voor het op-leggen van een verblijfsontzegging aan personen in verband met de door hen veroorzaakte drugsoverlast is opgenomen; dat de burgemeester ingevolge artikel 2:85 van de Algemene plaatselijke veror-dening Venlo bevoegd is om aan personen een verbod op te leggen om zich ge-durende een in dat verbod genoemde tijdvak te bevinden in door hem aangewe-zen gebied; dat hij de uitoefening van deze bevoegdheid onder strikte voorwaarden wenst te mandateren aan ambtenaren van politie; dat zowel politie als justitie kunnen instemmen met de wijze waarop de bevoegd-heid tot het opleggen van verblijfsontzeggingen wordt uitgeoefend; dat hij met de vaststelling van de gebruiksinstructie tevens de beleidsregels met betrekking tot hem op grond van artikel 2:85 van de Algemene plaatselijke veror-dening Venlo toekomende bevoegdheid wenst vast te stellen; besluit: de bevoegdheid tot het opleggen van een verblijfsontzegging als bedoeld in artikel 2:85 van de Algemene plaatselijke verordening Venlo, onder gelijktijdige intrekking van het mandaatbesluit van 18 juni 2012, te mandateren aan de volgende ambtenaren van politie: alle executieve politiefunctionarissen in het robuuste politiebasisteam Venlo-Beesel/flexteams Noord- en Midden-Limburg; alle executieve politiefunctionarissen van de Landelijke Eenheid dienst Infra (voorheen Korps Landelijke Politiediensten); vast te stellen de volgende gebruiksinstructie / beleidsregels: Beleidsregels / gebruiksinstructie verblijfsontzeggingen I. Aanwijzing gebied Als gebied, waar het personen, aan wie overeenkomstig deze beleidsregels / instructie een verblijfsverbod wordt opgelegd, verboden is te verblijven wordt aangewezen: Het gebied begrensd door Sloterbeekstraat, Antoniusstraat, Emmastraat, Hendrikxstraat, Te-gelseweg, Walstraat, Hamelstraat, verlengde Hamelstraat tot Professor Gelissensingel, Professor Gelissensingel, Prinsessesingel, Havenkade (met inbegrip van Oude Haven en Kop van de Weerd), Maasboulevard (met inbegrip van Bastion en Werf), Maaskade (met inbegrip van de Maasoever en Lage Loswal), St. Urbanusweg (met inbegrip van de Maasoever), Dr. Blu-menkampstraat, Hogeweg, Bisschop Schrijnenstraat, Molenstraat, Krefeldseweg, Hertog Reinoudsingel, Groenveldsingel, Kaldenkerkerweg, Stationsplein, Koninginneplein, Koninginnesingel en Roermondsepoort, met inbegrip van deze wegen, voor zover grenzend aan het aangewezen gebied. Op de bij deze beleidsregels / instructie behorende bijlage is het gebied op een plattegrond aangegeven. II. Voorwaarden individuele verblijfsontzeggingen De geadresseerde, zijnde de overlastveroorzaker, moet bij de politie bekend zijn als dealer, runner en/of gebruiker van verdovende middelen (zowel hard- als softdrugs) als be-doeld in de Opiumwet. Dit ‘bekend zijn’ kan blijken uit een opgemaakt proces-verbaal i.v.m. overtredingen van de Opium¬wet en/of Algemene plaatselijke verordening Venlo. Dit ‘bekend zijn’ kan ook blijken uit persoonlijke waarnemingen van een politiefunctionaris. In het laatste geval wordt bij een voorgenomen oplegging van een verblijfsontzegging een rapport van deze waarneming opgemaakt. Het criterium van ‘bekend zijn bij de politie’ is een goed hanteerbaar criterium als het gaat om de iden¬tificatie van overlast veroorzakende individuen. De politie is in staat diverse per-soonlijke ervaringen met het gedrag van de betrokkenen in de identificatie te betrekken. De-ze bekendheid blijkt formeel uit o.a. aanhoudingen bij drugspanden, uit verklaringen die zijn afgelegd tegen dealers en opgemaakte processen-verbaal. Tegen de geadresseerde dient een proces-verbaal te zijn opgemaakt terzake van over-treding van de onder III van deze beleidsregels / gebruiksinstructie genoemde strafbare handelingen. Dit criterium is bedoeld ter versteviging van de formele juridische basis van de identificatie van het individu aan wie een verblijfsontzegging zal worden aangezegd. Het is controleer-baar en bezit voldoen¬de hardheid. De geadresseerde dient te worden gehoord omtrent zijn belang aangaande de aanwe-zigheid in het aangewezen gebied. Zijn verklaring wordt schriftelijk vastgelegd. Indien de persoon aan wie de verblijfsontzegging gegeven moet worden, kan aantonen dat hij een zwaarwegend belang heeft om zich in het gebied op te houden, wordt daarmede bij het opleggen van de verblijfsontzegging rekening gehouden, in die zin dat het verbod om in het gebied te verblijven niet geldt voor zover de aanwezigheid in het gebied een relatie heeft met het aangegeven zwaarwegende belang. Of iemand een zwaarwegend belang heeft om zich in het gebied op te houden, zal door betrokkene zelf moeten worden aangetoond. Het kan daarbij alleen gaan om belangen in de persoonlijke sfeer, te weten indien betrokkene in het gebied zijn woning heeft, zijn werk of beroep uitoefent of hulpverlenende instanties be-zoekt. Zo'n aange¬voerd belang zal telkens op zijn inhoud beoordeeld worden. Indien de geadresseerde in het aangewezen gebied zijn woning heeft, zijn werk heeft of zijn be¬roep uitoefent, wordt de kortste route aangewezen, langs welke de geadresseerde het gebied dient te betreden dan wel verlaten. Met het zwaarwegend belang om zich in het gebied op te houden wordt rekening gehouden door in het besluit een route aan te wijzen (het betreft de kortste route naar de rand van het gebied), langs welke de geadresseerde het gebied dient te betreden dan wel verlaten. Een verblijfsontzegging is niet van toepassing op personen die zich binnen het aangewe-zen gebied bevinden in een openbaar middel van vervoer. In de bekendmaking van de verblijfsontzegging wordt duidelijk aangegeven voor welk tijdvak en gebied het verbod geldt. In de bekendmaking van de verblijfsontzegging wordt eenduidig aangegeven op grond van welk(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.