Handvest Rechten Jeugd van RotterdamDe Raad van de gemeente Rotterdam, Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 30 november 1999, SCZ 99/3970; Overwegende: Dat de missie van het Stedelijk Jeugdbeleid als volgt luidt: "Het Stedelijk Jeugdbeleid daagt een ieder in Rotterdam uit om alle krachten en kwaliteiten te mobiliseren, waar ook aanwezig binnen de Rotterdamse samenleving, om alle jeugdigen van 0 tot en met 23 jaar op weg te brengen naar maatschappelijke zelfstandigheid en positieve deelname aan het maatschappelijk leven'; dat de Gemeente Rotterdam een eigen verantwoordelijkheid heeft bij te dragen aan de verwezenlijking van de inhoud van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind van de Verenigde Naties, waarin de basis wordt gelegd voor bescherming van jeugdigen, voorzieningen voor jeugdigen en participatie van jeugdigen; dat het centrale uitgangspunt van het Rotterdamse jeugdbeleid erop gericht is, dat Rotterdamse jeugdigen tussen 0 en 4 jaar de mogelijkheid hebben gebruik te maken van een 'Tweede thuis' en alle Rotterdamse jeugdigen tussen 4 en 23 jaar op school zitten of aan het werk zijn; dat Rotterdam een voor de jeugd veilige stad moet worden met veiligheid in eerste en tweede thuis, met veiligheid op school en veiligheid in de openbare ruimte; gelet op het raadsbesluit van 5 maart 1998 inzake het Meerjarenplan Stedelijk Jeugdbeleid (Verzameling 1998, volgnr. 20), (S&CZ 98/18) waarin burgemeester en wethouders opgedragen wordt een Handvest inzake de Rechten van de Jeugd van Rotterdam te ontwerpen; gelet op artikel 147, lid 2 van de Gemeentewet; Besluit: vast te stellen het hierna volgende Handvest van de Rechten van de Jeugd van Rotterdam, waarin de grondslagen van het jeugdbeleid van Rotterdam zijn vastgelegd. A.Definitie Artikel1 jeugdige: inwoner van de gemeente Rotterdam die de leeftijd van 24 jaren nog niet heeft bereikt; jeugd: een of meer jeugdigen; gemeentebestuur: alle bestuursorganen van de gemeente Rotterdam. B.Non-discriminatie en privacy Artikel2 Het gemeentebestuur erkent dat het beginsel van non-discriminatie op basis van welk onderscheid dan ook, leidraad moet zijn bij de vaststelling en uitvoering van het jeugdbeleid. Artikel3 1.Het gemeentebestuur streeft er naar dat allen die zich in Rotterdam bevinden in gelijke gevallen gelijk worden behandeld, en dat Rotterdam dus een stad zou moeten zijn waarin discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, seksuele geaardheid of op welke grond dan ook, niet is toegestaan. 2.De Rotterdamse jeugd werkt actief mee om Rotterdam vrij te maken en vrij te houden van discriminatie, zoals in het vorige lid bedoeld. Artikel4 Het gemeentebestuur draagt er zorg voor dat bij de ontwikkeling en uitvoering van beleid de persoonlijke levenssfeer van de jeugdigen, hun ouders, verzorgers en opvoeders gewaarborgd wordt. C.Participatie en informatie Artikel5 1.Het gemeentebestuur erkent het recht van de jeugd om binnen de daartoe geëigende procedures hun mening naar voren te kunnen brengen over de uitgangspunten, inhoud en vormgeving van het Rotterdamse jeugdbeleid. 2.De jeugd wordt op verzoek gehoord door het gemeentebestuur. Artikel6 Het gemeentebestuur draagt er zorg voor, dat de jeugd behoorlijk geïnformeerd wordt over de uitgangspunten, inhoud en vormgeving van het Rotterdamse jeugdbeleid. Artikel7 Om de in de artikelen 5 en 6 genoemde uitgangspunten mede te realiseren, is er een Rotterdamse Jongeren Raad, die een initiërende en coördinerende functie vervult ten behoeve van een zo groot mogelijke participatie van jeugdigen in de ontwikkeling en uitvoering van het Rotterdamse jeugdbeleid. Artikel8 Burgemeester en wethouders wijzen een ambtenaar aan die namens het gemeentebestuur voor individuele jeugdigen en groepen jeugdigen als centrale contactpersoon optreedt. Artikel9 Het gemeentebestuur informeert iedere jeugdige die de leeftijd van 18 jaar bereikt persoonlijk over de gevolgen van de meerderjarigheid en de daarmee samenhangende privaatrechtelijke en publiekrechtelijke handelingsbekwaamheid. D.Kinderopvang en voorschoolse vorming Artikel10 Het gemeentebestuur streeft er naar in samenwerking met het bedrijfsleven en de kinderopvangvoorzieningen zorg te dragen voor een voldoende kwalitatief en kwantitatief aanbod van kinderopvang. Artikel11 Het realiseren van een passend aanbod aan voorschoolse vorming voor groepen jeugdigen die voor hun ontwikkeling extra aandacht nodig hebben, is een voorwerp van aanhoudende zorg van het gemeentebestuur. E.Onderwijs Artikel12 1.Het gemeentebestuur voert een lokaal onderwijsbeleid, dat erop gericht is, dat iedere jeugdige door middel van scholing in staat wordt gesteld te werken aan individuele ontplooiing, economische onafhankelijkheid en maatschappelijke participatie. 2.Het gemeentebestuur wil dit realiseren door het bevorderen van een breed, gevarieerd en voor een ieder toegankelijk opleidingsaanbod van een kwalitatief verantwoord niveau. Artikel13 1.Het gemeentebestuur ziet toe, dat de wettelijke regelingen met betrekking tot de leerplicht nauwgezet worden uitgevoerd. 2.De jeugdigen, op wie de leerplicht van toepassing is, zijn verplicht de school waarop hun ouders hen hebben ingeschreven te bezoeken. Artikel14 1.Het gemeentebestuur dringt er bij de besturen van de scholen op aan, dat de rechten en plichten van de leerlingen helder en duidelijk worden omschreven en dat de leerlingen de mogelijkheid hebben de regels voor inwerkingtreding van commentaar te voorzien dan wel wijzigingen van de regels voor te stellen aan het bevoegd gezag of het schoolmanagement. 2.De jeugd van Rotterdam volgt de orde- en huisregels die de school hen stelt nauwgezet op. Artikel15 Het gemeentebestuur zorgt er voor, dat voor jeugdigen op tijd toegankelijke informatie beschikbaar is over school- en beroepsmogelijkheden. F.Inkomen, werkgelegenheid en zorg Artikel16 1.Conform artikel 9 Wet inschakeling werkzoekenden stellen het gemeentebestuur en de Arbeidsvoorzieningsorganisatie voor iedere jeugdige, van wie een aanvraag voor een door de gemeente te verstrekken uitkering in behandeling is genomen of die is ingeschreven als werkloos werkzoekende, gezamenlijk een traject vast gericht op de inschakeling in het arbeidsproces. 2.Het gemeentebestuur biedt met inachtneming van het bepaalde in de in het vorige lid genoemde wet ter uitvoering van een traject uiterlijk binnen een jaar na de datum van ingang van de uitkering of na de datum van inschrijving als werkloos werkzoekende een dienstbetrekking aan, tenzij andere voorzieningen gericht op het vergroten van de mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces meer aangewezen zijn en deze andere voorzieningen ten minste 19 uur per week in beslag nemen. Artikel17 De jeugdige die - om wat voor redenen dan ook - nog niet in staat is om te functioneren binnen een werkkring, wordt door het gemeentebestuur aangeboden via bijzondere projecten zichzelf beter voor te bereiden op de arbeidsmarkt. Artikel18 Het gemeentebestuur voert voor groepen jeugdigen die extra zorg nodig hebben, zoals tienermoeders en zwerfjongeren, een op hen toegespitst beleid. G.Vrije tijd en sport Artikel19 Het gemeentebestuur draagt zorg voor goede basisvoorzieningen op het terrein van vrije tijd en sport en voorziet zo nodig in specifieke voorzieningen voor bijzondere doelgroepen als bijdrage aan een prettige en zinvolle besteding van de vrije tijd van de jeugd. Artikel20 1.Het gemeentebestuur draagt er zorg voor, dat de openbare ruimte zo jeugdvriendelijk mogelijk is ingericht, zodat de openbare ruimte uitnodigend is voor de jeugd. 2.De jeugd behandelt de openbare voorzieningen met zorg. H.Hulpverlening en Gezondheidszorg Artikel21 Het gemeentebestuur spant zich in om aan alle jeugdigen, alsmede hun ouders, verzorgers en opvoeders de noodzakelijke hulp en steun te verlenen, op een wijze die de ontwikkelingsmogelijkheden van de jeugdigen niet belemmert. I.Veiligheid Artikel22 Het gemeentebestuur roept alle jeugdigen op al het mogelijke te doen om van Rotterdam een veilige stad te maken. Artikel23 Het gemeentebestuur voert regelmatig overleg met vertegenwoordigers van politie, justitie, kinderbescherming, jeugdzorginstellingen en reclassering en andere betrokken instanties over een passende en effectieve aanpak van gedrag van jeugdigen dat in strijd is met de wet, mede gericht op de verwezenlijking van de pedagogische bedoelingen van het jeugdstrafrecht. Artikel24 Het gemeentebestuur stimuleert goede afspraken tussen scholen en politie over hun samenwerking ter bevordering van de veiligheid op school. Artikel25 Het gemeentebestuur zoekt samen met de in artikel 23 genoemde instellingen naar alternatieve vormen in het jeugdstrafrecht, gericht op dienstverlening en bemiddeling. J.Toezicht en verslag Artikel26 1.Burgemeester en wethouders publiceren ieder jaar een rapport over de uitvoering van het Rotterdamse jeugdbeleid. 2.Dit rapport is openbaar en voor iedereen toegankelijk. 3.Dit rapport wordt besproken in een overleg tussen burgemeester en wethouders en de Rotterdamse Jongeren Raad. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 16 december 1999. Dit gemeenteblad is uitgegeven op 29 december 1999 en ligt op werkdagen van 9.00 tot 16.00 uur ter inzage bij het Bestuurlijk informatie- en documentatiecentrum van de Bestuursdienst van de gemeente Rotterdam, stadskantoor kamer 100, ingang Rodezand 18. De SecretarisN.van EckDe VoorzitterI.W.Opstelten
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.