LANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, van de 19de januari 2001 ter uitvoering van artikel 19j, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek HOOFDSTUK1Het verbod van verkeer en andere buitengewone omstandigheden, de voorlopige akten van geboorte en overlijden en de indeling en de inhoud van de voorlopige akten van geboorte en overlijden AFDELING1Het verbod van verkeer en andere buitengewone omstandigheden Artikel1 1.Wanneer ten gevolge van een verbod van verkeer of ten gevolge van andere buitengewone omstandigheden de ambtenaar van de burgerlijke stand van het eilandgebied, waar een persoon is geboren of overleden, ontbreekt of niet bereikbaar is, kan een voorlopige akte van geboorte of overlijden worden opgemaakt buiten de registers van de burgerlijke stand door een ambtenaar van de burgerlijke stand van een ander eilandgebied, een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand, de gezaghebber, de secretaris of een gedeputeerde van het eilandgebied waar de geboorte of het overlijden plaatsvond, een notaris, of een ten kantore van een notaris werkzame kandidaat-notaris, een advocaat, een door de Minister van Defensie van het Koninkrijk aangewezen officier van de krijgsmacht of een door de Minister van Justitie aangewezen ambtenaar. 2.De in het eerste lid genoemde persoon die de akte opmaakt, beoordeelt of de daar vermelde omstandigheden zich voordoen. 3.Hij neemt bij het opmaken van de akte, zoveel als het naar zijn oordeel mogelijk is, artikel 3, eerste lid, en de artikelen 6 tot en met 13 in acht. Artikel2 Wanneer ten gevolge van een verbod van verkeer of ten gevolge van andere buitengewone omstandigheden de ambtenaar van de burgerlijke stand van het eilandgebied waar een persoon is geboren of overleden, naar zijn oordeel verhinderd wordt overeenkomstig bij of krachtens het in het Burgerlijk Wetboek bepaalde een akte van geboorte of overlijden in de registers op te nemen, maakt hij buiten die registers een voorlopige akte op, waarbij hij voor het overige, zoveel als het naar zijn oordeel mogelijk is, artikel 3, eerste lid, en de artikelen 6 tot en met 13 in acht neemt. Artikel3 1.De voorlopige akten worden door de in de voorgaande artikelen genoemde personen in tweevoud opgemaakt, zorgvuldig bewaard en in volgorde van de datum van opmaken gerangschikt. 2.Zodra daartoe de mogelijkheid bestaat, wordt een exemplaar van de voorlopige akte van overlijden gezonden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van het eilandgebied waar het overlijden heeft plaatsgevonden of, indien het overlijden in het buitenland heeft plaatsgevonden, van het eilandgebied Curaçao en, indien het betreft een voorlopige akte van geboorte of een akte als bedoeld in artikel 13, aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de geboorteplaats. 3.De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt in het desbetreffende register een akte op aan de hand van de voorlopige akte, met dien verstande dat hij gegevens die ontbreken of hem blijken onjuist te zijn, zoveel mogelijk aanvult of verbetert. Artikel4 1.Tot de aangifte van een geboorte is bevoegd de moeder van het kind. 2.Tot de aangifte is verplicht de vader. 3.Wanneer de vader ontbreekt of verhinderd is de aangifte te doen, is tot aangifte verplicht: ieder die bij het ter wereld komen van het kind tegenwoordig is geweest; de bewoner van het huis waar de geboorte heeft plaatsgehad, of indien zulks is geschied in een inrichting tot verpleging of verzorging bestemd, in een gevangenis of in een soortgelijke inrichting, het hoofd van die inrichting of een door hem bij onderhandse akte bijzonderlijk tot het doen van de aangifte aangewezen ondergeschikte. 4.Voor een in het derde lid, onderdeel b, genoemde persoon bestaat de verplichting alleen indien een in dat lid, onderdeel a, genoemde persoon ontbreekt of verhinderd is. 5.Wanneer de in het eerste tot en met het vierde lid genoemde personen ontbreken of nalaten de aangifte te doen, kan deze geschieden door een ieder die, naar het oordeel van degene die bevoegd is de voorlopige akte van geboorte op te maken, voldoende redenen van wetenschap heeft omtrent de geboorte. 6.Degene die de voorlopige akte opmaakt stelt zo mogelijk de identiteit vast van de aangever. Artikel5 Tot de aangifte van overlijden is bevoegd wie daarvan uit eigen wetenschap kennis draagt. AFDELING2De voorlopige akten van geboorte en overlijden Artikel6 In de voorlopige akten worden opgenomen: de naam en de voorletters, alsmede de hoedanigheid van degene die de akte heeft opgemaakt; de plaats en de datum waarop de akte is opgemaakt; de handtekeningen van degene die de akte heeft opgemaakt en van de aangever. Artikel7 1.De voorlopige akten dienen duidelijk leesbaar in de Nederlandse taal te zijn gesteld. Zij worden voor zover mogelijk vervaardigd met toepassing van de bij ministeriële beschikking met algemene werking voorgeschreven middelen. 2.Het is verboden overschrijvingen en tussenvoegingen te doen, alsmede woorden, letters, cijfers of leestekens op enigerlei wijze te laten verdwijnen. 3.De akte wordt ondertekend door de aangever en door degene die haar heeft opgemaakt. Zo mogelijk leest degene die de akte heeft opgemaakt haar, voor de ondertekening plaatsvindt, aan de aangever voor. Artikel8 1.In de voorlopige akten mag, behoudens het bepaalde in het vijfde lid en het bepaalde in artikel 6, onderdeel a, niets bij verkorting worden uitgedrukt. 2.In de voorlopige akten worden data in cijfers aangegeven door achtereenvolgens de dag, de maand en het jaar te vermelden. De eerste negen dagen van de maand en de eerste negen maanden van het jaar worden aangegeven door de cijfers 01 tot en met
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.