← Nederland

Brandbeveiligingsverordening 2009 gemeente Zijpe (Zijpe)

Brandbeveiligingsverordening 2009 gemeente ZijpeDe raad van de gemeente Zijpe; Nr. 10 Gelet op het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 8 september 2009 Gelet op: artikel 1, vierde lid, lid onder a en artikel 12 van de Brandweerwet 1985; Overwegende dat:het verplicht is een verordening vast te stellen omtrent het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar en het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt, voor zover daarin niet bij of krachtens de Woningwet of enige andere wet is voorzien; Besluit vast te stellen: Brandbeveiligingsverordening 2009 gemeente Zijpe Paragraaf1Algemeen Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: een inrichting: een voor mensen toegankelijke ruimtelijk begrensde plaats voor zover die geen bouwwerk is; bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. Paragraaf 2 Gebruiksvergunning Artikel2Verbodsbepaling Het is verboden zonder of in afwijking van een door het college verleende gebruiksvergunning een inrichting in gebruik te hebben of te houden, voor zover daarin: meer dan 50 personen tegelijk aanwezig zullen zijn; aan meer dan 10 personen bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf zal worden verschaft; aan meer dan 10 personen jonger dan 12 jaar, of aan meer dan 10 lichamelijk of geestelijk gehandicapte personen dagverblijf zal worden verschaft. Het college kan aan de gebruiksvergunning voorwaarden verbinden in het belang van het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar en het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt Het college kan aan de gebruiksvergunning nieuwe voorwaarden verbinden en gestelde voorwaarden wijzigen of intrekken, indien het belang waarvoor de gebruiksvergunning is verleend dit vereist op grond van een verandering van inzichten of verandering van de omstandigheden gelegen buiten de inrichting, opgetreden na het verlenen van de gebruiksvergunning. Artikel3Weigeringsgronden Het college weigert een gebruiksvergunning, indien de in de aanvraag vermelde wijze van gebruik van de inrichting niet brandveilig is en door het stellen van voorschriften ook niet kan worden bereikt. Paragraaf 3 Het voorkomen van brand en het beperken van brand en brandgevaar Artikel4Gebruikseisen De eisen gesteld aan het brandveilig gebruik van bouwwerken in de paragrafen 2.1, 2.2 en 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (Stb. 2008, 327) zijn analoog van toepassing. Paragraaf 4 Aanvullende landelijke – en regionale regelgeving Artikel5Landelijke regelgeving De volgende documenten zijn van toepassing; Handleiding Bluswatervoorziening en bereikbaarheid – NVBR – 2003 Handreiking Brandveiligheid Kampeerterreinen – NVBR – 2007 Artikel6Regionale regelgeving De volgende documenten zijn van toepassing; Regionale handreiking evenementen – Veiligheidsregio Noord-Holland Noord - 2009 Artikel7Gemeentelijke regelgeving Huisvesting van seizoenarbeiders – 2008 Beleid reductie van nodeloze alarmeringen - 2008 Paragraaf 5 Het bestrijden van brand en het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand Artikel7Brandveiligheidsvoorzieningen De eisen gesteld aan het brandveilig gebruik van bouwwerken in de paragrafen 2.4, 2.5 2.6, 2.7 2.8 en 2.9 van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (Stb. 2008, 327) zijn analoog van toepassing Artikel8Melden van brand en broei Ieder die brand of broei ontdekt of deze vermoedt, is verplicht dit onmiddellijk aan de brandweer te melden. Artikel9Bossen, heidevelden, venen De eigenaar van een aaneengesloten of vrijwel aaneengesloten opstand die voor meer dan de helft bestaat uit naaldhout, een heideveld, een veen of een ander terrein, dat met brandbare gewassen is begroeid, is verplicht de voorschriften op te volgen, die het college geeft tot het voorkomen van brand en het beperken van de gevolgen van brand. Paragraaf 6 Intrekken/wijzigen vergunning Artikel10 Het college kan een vergunning intrekken/wijzigen indien: Blijkt dat zij de vergunning ten gevolge van onjuiste of onvolledige gegevens heeft verleend; Blijkt dat de houder van de vergunning niet heeft voldaan aan een voorschrift van de vergunning; Van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de vergunning; dan wel de datum of periode waarop of waarin een activiteit is voorzien waarvoor de vergunning is verleend, is verstreken zonder dat bedoelde activiteit heeft plaatsgevonden; Van de vergunning gedurende een periode van 26 weken of langer geen gebruik is gemaakt; Het belang waarvoor de vergunning is verleend dit vereist op grond van een verandering van inzichten en/of verandering van de omstandigheden gelegen buiten de inrichting, opgetreden na het verlenen van de vergunning, en het niet mogelijk blijkt door het stellen of wijzigen van voorschriften dat belang voldoende te beschermen. Paragraaf 7 Overgangs- en slotbepalingen Artikel11 Het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze verordening wordt opgedragen aan ambtenaren van de brandweer en daartoe door het college aangewezen ambtenaren. Artikel12Intrekking oude regeling Er is geen eerdere brandbeveiligingsverordening beschikbaar. Artikel13Overgangsrecht Er is geen overgangsrecht van toepassing in verband met het ontbreken van een eerdere brandbeveiligingsverordening. Artikel14Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de 8e dag na bekendmaking door middel van publicatie. Artikel15Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als brandbeveiligingsverordening 2009. Schagerbrug, 27 oktober 2009

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.