Verordening Participatieraad Welzijnsbeleid gemeente CuijkDe Raad van de gemeente Cuijk, Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 22 maart 2005; Gelet op artikel 47 van de Wet werk en bijstand, artikel 42 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw), artikel 42 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz), artikelen 84 en 150 van de Gemeentewet, de Wet Voorziening Gehandicapten (Wvg), de Wet sociale werkvoorziening (WSW), de Welzijnswet en de Wet Inburgering Nieuwkomers (WIN), Wet Kinderopvang (WKO) als-mede de wetsontwerpen voor de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) en de Wet Inburgering Nederland (WIN). In aanmerking nemende dat emancipatie en maatschappelijke participatie in de genoemde wet- en regelgeving en in het welzijnsbeleid als geheel in gewicht en belang toenemen; Overwegende dat het derhalve van belang is om klanten, burgers en maatschappelijke organisaties, vanuit een onafhankelijke positie door middel van advisering aan het college van Burgemeester en wethouders en de gemeenteraad, integraal en vroegtijdig te betrekken bij het gemeentelijke welzijns-beleid; Kennis genomen hebbende van de werkzaamheden van de Gehandicaptenraad Cuijk, Adviesraad Minderhedenbeleid Cuijk en de Cliëntenraad Sociale- en Arbeidszaken; Gelezen hebbende de nota’s Lokaal Integratiebeleid gemeente Cuijk, Gehandicaptenbeleid gemeente Cuijk en Preventief en samenhangend Jeugdbeleid gemeente Cuijk; B e s l u i t : Vast te stellen de volgende verordening: “Verordening participatieraad Welzijnsbeleid gemeente Cuijk” Hoofdstuk1Algemene Bepalingen Artikel1Begripsomschrijving In deze verordening wordt verstaan onder: a. wet: de Wet werk en bijstand (Wwb); de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (loaw), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz), het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) en de Wet inkomensvoorziening kunstenaars (Wik), de Wet Voorziening Gehandicapten (Wvg); de Wet sociale werkvoorziening (WSW); de Wet kinderopvang (WKO); de Welzijnswet; de Wet Inburgering Nieuwkomers en de toekomstige Wet inburgering Nederland (WIN); de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO); de Wet Kinderopvang en de Wet op de Jeugdzorg. b. klant: de persoon die een uitkering of voorziening ontvangt van de gemeente Cuijk op grond van de wet, evenals de burger die behoort tot de mogelijk rechthebbenden op een dergelijke uitkering of voorziening of die een bijzondere betrokkenheid heeft bij een of meer onderdelen van het welzijnsbeleid; c. Doelgroep: de kring van klanten; d. Participatieraad: de Participatieraad Welzijnsbeleid van de gemeente Cuijk; e. raad: de gemeenteraad van de gemeente Cuijk; f. college: het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Cuijk; g. maatschappelijke organisatie: de instelling die zich volgens haar doelstelling en feitelijke werkzaamheden direct of indirect richt op de behartiging van de belangen van de klant en de burger; h. Participatie: de gestructureerde wijze waarop de gemeente Cuijk haar klanten, haar burgers en maatschappelijke organisaties betrekt in de beleidsvorming, uitvoering en evaluatie van het door de gemeente uit te voeren welzijnsbeleid; i. Welzijnsbeleid: beleid door de wet, als bedoeld in dit artikel onder a, opgedragen aan de gemeente. Artikel2Doel participatie Het doel van participatie is:
- Het bevorderen van; a. welzijn b. sociaal- economische emancipatie c. integratie door middel van gevraagd en ongevraagd adviseren van raad en college.
- burgers, klanten en maatschappelijke organisaties, vanuit een onafhankelijke positie, door middel van advisering aan het college en/of de raad optimaal en integraal te betrekken bij het welzijnsbeleid van de gemeente Cuijk, evenals bij de daarop gerichte dienstverlening en communicatie.
- het bijdragen aan de totstandkoming of verbetering van het gemeentelijke welzijnsbeleid, de dienstverlening en de communicatie met de klanten. Hoofdstuk2De Participatieraad Welzijnsbeleid Artikel3Samenstelling en omvang 1De Participatieraad bestaat uit burgers, klanten en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties, die gezamenlijk een afspiegeling vormen van de samenstelling van de Cuijkse bevolking. 2De Participatieraad telt minimaal 9 en maximaal 13 leden, en een onafhankelijke voorzitter. 3Opbouw van de participatieraad; minimaal de helft leden vertegenwoordigd vanuit de doelgroepen, en het resterende deel van het ledenaantal wordt ingevuld door maatschappelijke organisaties. 4Van de leden wordt verwacht dat zij; - afkomstig zijn uit een van de doelgroepen c.q. affiniteit en deskundigheid met betrekking tot deze doelgroepen hebben; - belangstelling hebben voor een of meer beleidsterreinen met betrekking tot het gemeentelijke welzijnsbeleid; - inzicht hebben in de maatschappelijke situatie van de Cuijkse samenleving. 5Gestreefd wordt naar een zo evenwichtig mogelijke samenstelling van de participatieraad naar; a. affiniteit met onderdelen van het welzijnsbeleid; b. geslacht; c. leeftijd; d. culturele afkomst. 6Uitgesloten van deelname als lid van de participatieraad zijn: leden van het college of personen onder gezag van het college werkzaam, leden van de gemeenteraad of een raadscommissie als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet, religieuze ambstdragers en professionele opdrachtnemers van de gemeente binnen het genoemde welzijnsbeleid evenals professionele organisaties die in overwegende mate worden gesubsidieerd door de gemeente Cuijk. 7Door of namens het college wordt zorg gedragen voor het werven van nieuwe leden. Artikel4Voordracht en benoeming van leden 1De leden van de Participatieraad worden door het college benoemd op voordracht van de Participatieraad. 2Het college vraagt de gemeenteraad om bekrachtiging van de benoeming van de leden in de eerstvolgende vergadering. Artikel5De voorzitter 1De benoeming van de voorzitter geschiedt uit kandidaten die zich na een openbare oproep vanwege de Participatieraad daartoe hebben aangemeld of die met hun instemming door derden als zodanig zijn voorgedragen. 2De vergaderingen van de Participatieraad worden voorgezeten door de voorzitter. 3De voorzitter heeft geen stemrecht over de te geven adviezen. Wel heeft hij uit hoofde van zijn functie de taak de leden zo goed mogelijk te adviseren. 4De voorzitter wordt door het college in functie benoemd, gehoord het advies van de Participatieraad. 5Het college vraagt de gemeenteraad om de bekrachtiging van de benoeming van de voorzitter in de eerstvolgende raadvergadering. 6Waar nodig vertegenwoordigt de voorzitter de Participatieraad. 7De stukken die van de Participatieraad uitgaan worden door de voorzitter ondertekend. 8De voorzitter is niet tevens vertegenwoordiger van een maatschappelijke organisatie of klant van de gemeente als bedoeld in artikel 1 sub b. Bovendien is art 3 lid 6 van overeenkomstige toepassing. Artikel6De secretaris 1De secretaris wordt door de Participatieraad uit zijn midden benoemd. 2Hij staat de Participatieraad bij de uitoefening van zijn taak terzijde. 3De stukken die van de Participatieraad uitgaan worden door de secretaris mede ondertekend. Artikel7Zittingsduur en beëindiging lidmaatschap 1Voorzitter en leden van de Participatieraad worden benoemd voor de duur van de lopende Raadsperiode, met dien verstande dat hun lidmaatschap na het verstrijken van de Raadsperiode eerst eindigt op het moment van benoemen van een nieuwe Participatieraad. 2Het lidmaatschap eindigt eveneens door: a. het vervallen van de hoedanigheid van burger, klant of van vertegenwoordiger van een maatschappelijke organisatie; b. aftreden op eigen schriftelijk verzoek; c. onder curatelestelling; d. overlijden; e. opzeggen van het vertrouwen door de meerderheid van de leden bij ernstig en langdurig disfunctioneren van een lid; f. ontslag door het college op grond van met het lidmaatschap van de Participatieraad onverenigbaar handelen. Het college draagt dit ontslag bij de eerste gelegenheid ter bekrachtiging voor aan de raad. 3De leden zijn na het verstrijken van hun zittingsduur onmiddellijk herbenoembaar. Hoofdstuk3Taken en rechten van de Participatieraad Artikel8Taak Participatieraad 1De Participatieraad heeft tot taak het college en de gemeenteraad gevraagd of ongevraagd te adviseren over: a. de vorming, uitvoering en evaluatie van het gemeentelijke welzijnsbeleid; b. de wijze van dienstverlening aan de klanten; c. de wijze van communicatie met de klanten. 2Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd, dat het van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. 3Indien het college of de gemeenteraad het advies van de Participatieraad niet of niet geheel overneemt, stelt het de Participatieraad van zijn motieven om van het advies af te wijken in kennis. Betreft het advies een voorstel aan de gemeenteraad dan wordt de motivering bovendien in het raadsvoorstel opgenomen. 4De participatieraad kan contacten onderhouden met organisaties en instellingen om gedachten en standpunten uit te wisselen en te verdiepen. Artikel9Informatierecht 1Het college en de gemeenteraad zijn verplicht aan de Participatieraad tijdig alle informatie te verstrekken die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze nodig heeft. 2De Participatieraad kan de verantwoordelijk wethouder of een of meerdere leden van de gemeenteraad en/of derden uitnodigen de vergadering van de Participatieraad bij te wonen voor het geven van toelichting en/of advies. Artikel10Recht op ambtelijke ondersteuning 1De Participatieraad heeft recht op ambtelijke, secretariële en inhoudelijke, ondersteuning. 2De secretariële ondersteuning wordt verleend door een door of namens het college aan te wijzen medewerker. 3De inhoudelijke ondersteuning wordt verleend door een door of namens het college aan te wijzen medewerker. Artikel11Geheimhoudingsplicht De Participatieraad neemt kennis van het bepaalde in artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht. Behalve na voorafgaande schriftelijke toestemming van de gemeente zal de Participatieraad informatie met een vertrouwelijk karakter niet aan derden kenbaar maken. Hoofdstuk4Vergaderingen, vergaderorde en beslissingen Artikel12Vergaderingen 1De vergadering van de Participatieraad zijn openbaar en worden gehouden: a. Minimaal 4 maal per jaar, b. Daarnaast, indien minimaal 3 leden daartoe een verzoek indienen of c. Op het verzoek van het college of de raad. 2Tijdens de openbare vergadering wordt aan burgers op verzoek gelegenheid geboden tot inspreken. Artikel13Leiding van de vergadering 1De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van de Participatieraad. 2Bij verhindering of afwezigheid van de voorzitter wijst de Participatieraad een van zijn leden aan als waarnemer. Artikel14Schriftelijke oproeping 1De voorzitter van de Participatieraad roept de leden en eventuele genodigden, tot de vergadering op. De oproeping geschiedt door middel van een tijdige, schriftelijke uitnodiging waarin de datum, het tijdstip van aanvang, de plaats van de vergadering en de agenda zijn vermeld. Eventuele bijlagen worden bij de agenda gevoegd. 2Een afschrift gaat naar het college en de raad. 3Datum, tijdstip, plaats en agenda van de vergadering worden op een daartoe geëigende wijze openbaar aangekondigd. Artikel15Agenda 1De agenda voor de vergadering wordt door de voorzitter en de secretaris in gezamenlijk overleg opgesteld en ter vergadering vastgesteld. 2Elk lid, evenals een lid van het college en gemeenteraad, heeft het recht schriftelijk agendavoorstellen bij de voorzitter in te dienen. Artikel16Besluitvorming 1De vergadering van de Participatieraad wordt niet geopend voordat meer dan de helft, doch minimaal 5, van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. 2Indien als gevolg van het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat tenminste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen. 3Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. 4Alleen de leden van de Participatieraad hebben stemrecht. 5De leden van de Participatieraad stemmen zonder last. 6Indien over een voorstel geen stemming wordt gevraagd is het aangenomen. 7Stemmingen geschieden door middel van handopsteken. Bij een stemming over personen, wordt evenwel een geheime stemming gehouden, indien minimaal een der leden daarom verzoekt. 8Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming wordt de volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben uitgebracht. 9Tenzij de vergadering voltallig is, wordt bij staking van stemmen het nemen van een beslissing uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. 10Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of in een als gevolg van het vorige lid opnieuw belegde vergadering, is het voorstel niet aangenomen. 11De adviezen van de Participatieraad aan het college en/of aan de gemeenteraad worden gegeven in overeenstemming met de mening van de meerderheid van de Participatieraad. Minderheidsstandpunten worden op verzoek in het voorstel of advies opgenomen. 12Indien door of namens het college en/of de gemeenteraad is verzocht advies uit te brengen, geeft de Participatieraad hieraan zo spoedig mogelijk gevolg. Artikel17Voorbereiding van adviezen 1De participatieraad beraadslaagt op basis van de ontvangen informatie en de eigen kennis. 2Indien de beschikbare kennis of informatie ontoereikend is om tot een advies te komen, is er recht op ondersteuning door projectgroepen waarin minstens 1 lid van de leden van de participatieraad aan deelneemt. 3Tot deelneming aan de projectgroepen kan eenieder worden uitgenodigd, zulks ter beoordeling van de Participatieraad. De beperkingen van artikel 3 lid 6 zijn niet van toepassing op de deelneming aan projectgroepen. Artikel18Verslag 1De secretariële ondersteuning stelt van elke vergadering van de Participatieraad een verslag op. Dit verslag wordt in de eerstvolgende vergadering van de Participatieraad ter vaststelling voorgelegd. 2Voorafgaande aan de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, zendt de secretaris het verslag aan de leden van de Participatieraad, aan het college, en aan de gemeenteraad. Hoofdstuk5Faciliteiten en vergoedingen Artikel19Faciliteiten Voor de werkzaamheden van de Participatieraad stelt het college die faciliteiten om niet beschikbaar die voor een goede taakvervulling noodzakelijk zijn. Artikel20Vergoedingen 1De kosten die de Participatieraad redelijkerwijs moet maken voor de uitoefening van zijn taak komen ten laste van de gemeente, die daartoe jaarlijks een werkbudget ter beschikking stelt. 2Tot deze kosten kunnen mede worden gerekend de kosten van: a. bevordering van de deskundigheid van de leden; b. kinderopvang; c. reizen; d. raadplegen van deskundigen; e. het instellen van projectgroepen. 3De leden van de Participatieraad ontvangen voor hun werkzaamheden presentiegelden. De hoogte van deze vergoeding wordt door burgemeester en wethouders jaarlijks, na indexering, vastgesteld en komt eveneens ten laste van het werkbudget van de Participatieraad. Hoofdstuk6Slotbepalingen Artikel21Onvoorziene omstandigheden In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. Artikel22Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening participatieraad welzijnsbeleid". Artikel23Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 20 juni
- Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 9 mei
- de voorzitter de griffier