Verordening op de raadscommissie in verband met de vervulling van de vacature van burgemeester gemeente Gorinchem 2012De raad van de gemeente Gorinchem, Gelet op de artikelen 61, 82 en 86 van de Gemeentewet, artikel 15 van de Archiefwet 1995 en artikel 9 van het Archiefbesluit 1995 en de circulaire van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 4 november 2005, kenmerk 2005-278431; besluit I. In te stellen een vertrouwenscommissie voor de voorbereiding van de aanbeveling inzake de vervulling van de vacature burgemeester; II. Vast te stellen de verordening op de vertrouwenscommissie voor de vervulling van de vacature burgemeester. Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. De minister: de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b. De commissaris: de commissaris van de Koningin in Zuid-Holland; c. De commissie: de vertrouwenscommissie, zijnde een raadscommissie, die belast is met de voorbereiding van de aanbeveling tot vervulling van de vacature burgemeester. Artikel2Taak en werkwijze van de commissie 1De commissie heeft tot taak de door de commissaris geselecteerde kandidaten te beoordelen. 2De commissie brengt over haar bevindingen schriftelijk en vertrouwelijk verslag uit aan respectievelijk de commissaris en de raad. Het verslag aan de raad wordt voorzien van een conceptaanbeveling van twee personen. Indien geen raadplegend referendum wordt gehouden, geeft de commissie tevens een beredeneerde volgorde van de kandidaten op haar conceptaanbeveling aan. 3De commissie verschaft zich slechts door tussenkomst van de commissaris de door haar nodig geachte informatie over de kandidaten. 4De commissie brengt haar in lid 2 bedoelde bevindingen uit op basis van de gegevens die de commissaris haar verstrekt en op basis van mondelinge en schriftelijke informatie die de door haar ontvangen kandidaten haar geven, zulks na weging van een en ander. 5Bij haar werkzaamheden neemt de commissie het gestelde in de circulaire van de minister d.d. 4 november 2005, kenmerk 2005-278431, in acht. Artikel3Samenstelling commissie 1De commissie bestaat uit de volgende raadsleden: - de heer P.C.J. Schefferlie (voorzitter) - mevrouw E.L. Dansen (plv. voorzitter) - de heer R.J.J. van Breemen - de heer R.J. van Luijk - mevrouw A.P. van Maaren - mevrouw M.J. Molengraaf - Vullers - de heer C. Van der Roest - de heer M. Wildschut 2De heer de heer P.C.J. Schefferlie is voorzitter en mevrouw E.L. Dansen plaatsvervangend voorzitter. 3De commissie kent geen plaatsvervangende leden. 4De heer A.P. Faro zijnde wethouder van de gemeente wordt als adviseur aan de commissie toegevoegd. De adviseur is geen lid van en heeft geen stemrecht in de commissie. Artikel4Ambtelijke ondersteuning 1De griffier is secretaris van de commissie. 2De secretaris geeft ambtelijke ondersteuning aan de commissie. 3De secretaris is geen lid van en heeft geen stemrecht in de commissie. 4De gemeentesecretaris is plaatsvervangend secretaris en als zodanig ook bij de vergaderingen van de commissie aanwezig. De gemeentesecretaris is geen lid van en heeft geen stemrecht in de commissie. Artikel5Vergaderingen 1De vergaderingen van de commissie zijn besloten. 2De commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter of tenminste twee leden dit noodzakelijk achten. 3De voorzitter doet van elke vergadering ten minste vierentwintig uur tevoren aankondiging aan de leden van de commissie. 4De commissie vergadert niet indien niet tenminste de helft plus één van het aantal leden aanwezig is. Artikel6Geheimhouding 1De commissie legt in elke vergadering, met toepassing van artikel 86 van de Gemeentewet, geheimhouding op over de inhoud van de stukken en het behandelde tijdens de vergadering. 2De voorzitter ziet erop toe dat aan het gestelde in het vorige lid wordt voldaan. 3De commissie en haar leden verstrekken geen inzage in de stukken noch informatie over de stukken en over het behandelde in haar vergadering aan raadsleden die geen zitting hebben in de commissie, noch aan anderen, behoudens het bepaalde in artikel 2, lid 2. 4De commissie, noch de gemeenteraad zal de geheimhouding waartoe het eerste lid verplicht, opheffen. 5De geheimhoudingsplicht blijft na ontbinding van de commissie van kracht. 6Het in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de (plaatsvervangend) secretaris en de adviseur. Artikel7Verslag 1De bevindingen, bedoeld in artikel 2, worden vastgesteld bij meerder¬heid van de uitgebrachte stemmen. 2Het gevoelen van de minderheid wordt desgewenst in het verslag vermeld. 3Bij het staken van de stemmen over de uit te brengen bevindingen, wordt het nemen van een beslissing uitgesteld tot de volgende vergadering. Is uitstel van de beslissing niet mogelijk of staken de stemmen ook in die volgende vergadering, dan worden geen bevindingen van de commissie, maar de verschillende meningen binnen de commissie ter kennis van respectievelijk de commis¬saris en de gemeenteraad gebracht. Artikel8Gesprekken met de kandidaten 1De secretaris nodigt, in overleg met de commissie, de kandidaten uit voor een gesprek met de commissie. 2De plaats en het tijdstip van een gesprek worden zodanig gekozen dat wordt voorkomen dat de kandidaten hierdoor aan anderen bekend raken of tijdens het bezoek aan de commissie met elkaar in contact komen. Artikel9Ontbinding commissie De commissie wordt geacht te zijn ontbonden met ingang van de dag volgende op die waarop door de minister aan de gemeenteraad is bekend gemaakt dat in de vacature van burgemeester is voorzien. Artikel10Archivering van stukken 1De voorzitter en de secretaris van de commissie dragen er zorg voor dat op het tijdstip bedoeld in artikel 9, alle archiefbescheiden onverwijld in een verzegelde envelop en gerubriceerd als "geheim" worden overgebracht naar de krachtens de wet door de raad aangewezen archiefbewaarplaats. Zij dragen er eveneens zorg voor dat uitvoering wordt gegeven aan het bepaalde in de volgende leden van dit artikel. 2Van de in het eerste lid bedoelde overbrenging wordt een verklaring van overbrenging als bedoeld in artikel 9 van het Archiefbesluit 1995 opgemaakt. In deze verklaring wordt melding gemaakt van de met toepas¬sing van artikel 15, lid 1 sub a. en c., van de Archiefwet 1995 gestel-de beperkingen aan de openbaarheid, geldende voor een periode van 75 jaar. 3Alle overige bescheiden en alle kopieën van de in dit artikel bedoelde bescheiden worden onmiddellijk vernietigd. Artikel11Contactpersoon 1De voorzitter van de commissie treedt op als contactpersoon naar buiten. 2Alle stukken bestemd voor de commissie worden gericht aan de voorzitter en gezonden aan het privé-adres van de secretaris en aldaar bewaard tot het moment van archivering. 3Alle stukken die van de commissie uitgaan worden door de voorzitter en de secretaris ondertekend en vanaf het privé-adres van de secretaris verzonden. Artikel12Onvoorziene aangelegenheden In alle gevallen waarin deze verordening dan wel de circulaire van de minister d.d. 4 november 2005 niet voorziet, beslist de commissie. Artikel13Inwerkingtreding en vervaldatum 1Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. 2Deze verordening vervalt met ingang van de dag volgend op die waarop door de minister een besluit is genomen op de aanbeveling van de raad. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 5 juli 2012 De griffier, De voorzitter,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.