“ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING HEERLEN 2012” verordening HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE EN ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a.Accountantsverklaring Een verklaring omtrent het onderzoek van een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent naar de juistheid, tijdigheid, volledigheid en getrouwheid van de verstrekte informatie over de verleende subsidie; alsmede naar de rechtmatige besteding van de toegekende subsidie. b.Accres Bij de vaststelling van het subsidiebedrag bij de beschikking tot subsidieverlening en subsidievaststelling wordt een rekenfactor gehanteerd, het accres, ter compensatie van loon en prijsstijgingen ten opzichte van het vorige boekjaar. De beleidsregels, neergelegd in het Accresbeleid van de Gemeente Heerlen zijn daarbij van toepassing. c.Activiteit Een samenhangend geheel van werkzaamheden dat door de aanvrager zal worden uitgevoerd en dat naar het oordeel van het bestuur, gezien het maatschappelijk effect, in aanmerking komt voor subsidie. d.Activiteitenplan Naast het genoemde in art.4:62 Awb bevat het plan tevens een overzicht van voorgenomen prestaties, zo mogelijk vertaald naar meetbare producten en de relatie van de voorgenomen prestaties met het gemeentelijk beleid. e.Activiteitenverslag Zoals bedoeld in art. 4:80 Awb. Awb Algemene wet bestuursrecht. Begroting Een raming van baten en lasten. Beleidsregel Zoals bedoeld in art. 1:3 lid 4 Awb. Bestuursorgaan De raad dan wel het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Heerlen. Boekjaar Een boekjaar is gelijk aan een kalenderjaar. College Het College van burgemeester en wethouders van de Gemeente Heerlen. Eigen vermogen Het verschil tussen bezittingen en schulden. Prestatie In meetbare eenheden omschreven resultaten. Raad De raad van de Gemeente Heerlen. Rechtspersoon Een rechtspersoon als bedoeld in het Burgerlijk Wetboek, Boek 2; titel 2 (verenigingen) en titel 6 (stichtingen), die zich de behartiging van de belangen van ideële en/of materiële aard van (of een deel van) de inwoners van Heerlen ten doel stelt. Rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid Een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid conform art. 2:27 BW en art. 2:289 BW. Reserve Deel van het eigen vermogen dat valt binnen de egalisatiereserve ofwel de bestemmingsreserve. Onder de egalisatiereserve wordt verstaan: bedrijfseconomisch gezien vrij besteedbaar bestanddeel van het eigen vermogen dat bedoeld is om in de toekomst schommelingen in de kosten op te kunnen vangen. Onder de bestemmingsreserve wordt verstaan: bestanddeel van het eigen vermogen dat bestemd is om in een bepaald jaar uitgaven die zijn verbonden aan beoogde specifieke doelen te kunnen bekostigen, waarbij aannemelijk moet zijn dat toekomstige middelen daarvoor tekort schieten. Subsidie Aanspraak op financiële middelen zoals bedoeld in art.4:21 Awb, eerste lid. Subsidiebeschikking Een door het college genomen besluit tot: het verlenen van een subsidie; het afwijzen van een verzoek om subsidie; het definitief vaststellen van een subsidie; het intrekken of wijzigen van een besluit tot subsidieverlening of subsidievaststelling; het verlenen van voorschotten. Subsidieperiode Het in de beschikking tot subsidieverlening en/of uitvoeringsovereenkomst bepaalde respectievelijk overeengekomen tijdvak waarvoor de subsidie is verstrekt. De subsidies van structurele aard worden voor een boekjaar of voor een aantal boekjaren verstrekt. Subsidieplafond Het ten hoogste beschikbare bedrag zoals bedoeld in art. 4:22 Awb. Subsidievaststelling De beschikking waarbij het bedrag van de subsidie wordt vastgesteld en dat een onvoorwaardelijke aanspraak geeft op betaling van dat bedrag. Het is de juridisch afronding van de subsidieverlening. w.Subsidieverlening De beschikking die voorafgaand aan de subsidiabele activiteit wordt gegeven, waarbij een omschrijving van te leveren prestaties, de maximale hoogte van het subsidiebedrag en de aan de subsidie verbonden verplichtingen worden meegedeeld. x.Subsidieverlening De verzamelterm voor het toekennen van subsidie wat zowel subsidieverlening als subsidievaststelling omvat. y.Uitvoeringsovereenkomst (subsidieovereenkomst) De overeenkomst die in de zin van artikel 4:36 Awb tussen de subsidieontvanger en de gemeente wordt gesloten ter nadere uitwerking van de in de beschikking tot subsidieverlening genoemde elementen, waarin de wederzijdse afspraken worden vastgelegd. z.Voorziening Een voorziening als bedoeld in artikel 374, eerste lid van Boek 2 BW. Artikel 2 Reikwijdte verordening Deze algemene verordening is van toepassing op het verstrekken van subsidie voor het verrichten van activiteiten op alle gemeentelijke beleidsterreinen waaronder: welzijn jeugdbeleid maatschappelijke zorg gezondheidszorg sport en recreatie cultuur evenementen media lokaal onderwijsbeleid werk en inkomen milieu- en technologiebeleid natuurbehoud wijkbeheer stadsontwikkeling en –vernieuwing woningverbetering en –aanpassing huisvesting toerisme economische zaken zorg voor dieren openbare orde en veiligheid internationaal beleid verkeersveiligheid Het college kan besluiten dat deze verordening buiten toepassing blijft, indien voor de te subsidiëren activiteiten subsidie wordt verstrekt door bestuursorganen van andere overheden of additionele financiers. Voor zover een bijzondere subsidieverordening regels stelt met betrekking tot een onderwerp, dat eveneens in deze verordening is geregeld, blijft de betreffende bepaling van deze verordening buiten werking. Artikel 3 Bevoegdheidsverdeling Binnen door de raad vastgestelde begroting stelt het college de subsidieplafonds vast voor de beleids(deel)terreinen ten behoeve van de subsidieverlening. Het college, belast met de uitvoering van deze verordening, is bevoegd te beschikken omtrent subsidies. Het college stelt beleidsregels vast voor bepaalde beleidsterreinen op basis waarvan gesubsidieerd wordt. Het college kan voor het indienen van aanvragen en het verstrekken van gegevens aanvraagformulieren vaststellen ten behoeve van de subsidieverlening en subsidievaststelling. Artikel 4 Subsidiesoorten/vormen 1.De volgende subsidiesoorten worden onderscheiden: I Budgetsubsidie Een per kalenderjaar te verstrekken subsidie waarbij de subsidieverstrekker inhoudelijk wil sturen op de meetbare prestaties en resultaten van de professionele subsidieontvanger. II Waarderingssubsidie Een van exploitatieresultaten onafhankelijke subsidie, bedoeld als waardering om bepaalde activiteiten te ondersteunen of mogelijk te maken die de subsidieverstrekker van belang acht, zonder deze naar aard en omvang te willen beïnvloeden. III Doelsubsidie a . Investeringssubsidie b. Evenementensubsidie c. Overige a. Investeringssubsidie Een subsidie die voorziet in de kosten van aanleg, nieuwbouw, uitbreiding of verbouw (renovatie) van een accommodatie. Onder accommodatie wordt verstaan een gebouw of een andersoortige voorziening, inclusief de eerste, noodzakelijke inrichting voor het primaire gebruik van de voorziening. b. Evenementensubsidie Een subsidie voor een cultureel of sportevenement. c. Overige doelsubsidies Een doelsubsidie die geen investeringssubsidie of evenementensubsidie is. Subsidies worden structureel of incidenteel verstrekt. Een incidentele subsidie wordt verstrekt voor activiteiten met een eenmalig of experimenteel karakter. Deze subsidie kan voor ten hoogste vier aaneensluitende kalenderjaren worden verstrekt. Een structurele subsidie wordt verstrekt voor jaarlijks terugkerende activiteiten. Subsidies kunnen voor één kalenderjaar of voor meerdere jaren worden verstrekt. Artikel 5 Subsidiegerechtigden Subsidie wordt alleen verstrekt ten behoeve van activiteiten georganiseerd door een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, die zich ten doel stelt activiteiten te verrichten in het kader van in deze verordening genoemde beleidsterreinen. Het college is bevoegd een subsidie te verstrekken, indien de aard van de te verrichten activiteiten daartoe aanleiding geeft, aan natuurlijke personen, aan een groep van natuurlijke personen, dan wel aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid in oprichting. De in deze verordening opgenomen bepalingen zijn, voor zover mogelijk, van overeenkomstige toepassing. Artikel 6 Maximale duur subsidieverlening Subsidie wordt in beginsel verleend voor een tijdvak van maximaal één jaar. Het college kan een meerjarige subsidie verlenen, doch de maximale duur van een subsidieperiode is vier jaar. Indien een meerjarige subsidie wordt verstrekt, wordt in de beschikking tot subsidieverlening aangegeven op welk bedrag de subsidieaanvrager ieder jaar recht heeft. Artikel 7 Criteria voor subsidieverlening Subsidie wordt slechts verleend indien de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd een gemeentelijk belang dienen en in voldoende mate overeenstemmen met de door de raad en het college geformuleerde beleidsdoelstellingen en prioriteiten. De aanvrager dient te kunnen aantonen dat de verwachting gerechtvaardigd is, dat de doelstellingen kunnen worden gerealiseerd met de ter beschikking staande financiële middelen met inbegrip van de te verlenen subsidie en dat er een effectieve en doelmatige werkwijze wordt toegepast. Indien de aanvrager zelf in de kosten van de activiteiten kan voorzien, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden of een combinatie daarvan, wordt dit meegewogen in het besluit tot subsidieverlening. De activiteiten waarvoor subsidie gevraagd wordt, moeten open staan voor personen binnen de doelgroep, waarbij binnen de doelgroep door de aanvrager geen onderscheid gemaakt mag worden naar levensbeschouwing, ras of seksuele voorkeur, tenzij dit onderscheid een emancipatorisch doel dient. Doelstelling en werkwijze van de subsidieontvanger mogen niet strijdig zijn met het recht, het algemeen belang en/of openbare orde. Het college kan bepalen dat de subsidieaanvrager zich moet aansluiten bij een overkoepelende organisatie, om in aanmerking te komen voor subsidie. Artikel 8 Weigeringsgronden Een subsidie wordt, naast het in artikel 4:25 Awb genoemde geval, geweigerd indien de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit die in strijd zijn met het recht, het algemeen belang en/of openbare orde. Een subsidieverlening kan worden geweigerd indien: De activiteiten reeds plaatsgevonden hebben alvorens een aanvraag om subsidie is ingediend De aanvrager niet staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken gedurende een bepaalde periode, voor zover dat door het college is bepaald. Een subsidieverlening kan, naast de in artikel 4:35 Awb genoemde gevallen, geweigerd worden indien gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat: De activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op het gemeentelijk belang of niet aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van de Gemeente Heerlen De gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld; De aanvrager ook zonder subsidieverlening over voldoende gelden kan beschikken, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden om de kosten van de activiteiten te dekken. Onder eigen middelen wordt verstaan: contributies, deelnemersbijdragen, donaties, erfstellingen, legaten en gelden in reserves en voorzieningen; Het subsidieverzoek niet past binnen het beleid van de Gemeente Heerlen. Artikel 9 Intrekking en wijziging subsidieverlening/vaststelling Conform het bepaalde in artikel 4:48 Awb kan het college zolang de subsidie niet is vastgesteld, een beschikking tot subsidieverlening intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen. Conform het bepaalde in artikel 4:49 Awb kan het college een beschikking tot subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen. Naast het bepaalde in artikel 4:50 Awb kan het college zolang de subsidie niet is vastgesteld, een lopende subsidieverlening tevens intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen, indien de werkelijke kosten voor uitvoering van de activiteit(en) lager zijn uitgevallen dan de kosten die zijn opgenomen in de bij de subsidieaanvraag bijgevoegde begroting. Conform het bepaalde in artikel 4:51 Awb kan het college de voortzetting van de subsidie weigeren. Artikel 10 Maatschappelijk acceptabel beloningsbeleid De subsidieaanvrager vermeldt in de begroting en de jaarrekening het begrote respectievelijk het daadwerkelijke brutosalaris, inclusief werkgeversdeel, van personen die een functie bij de subsidieontvanger bekleden, die niet onder de werking van een collectieve arbeidsovereenkomst valt. De subsidieaanvrager verstrekt personen, die bij hem een functie bekleden, daarvoor: geen hoger belastbaar loon dan het gemiddelde belastbare loon als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet Openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens, dan wel na inwerkingtreding van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semi-publieke sector, geen hogere bezoldiging dan 77% van de bezoldiging zoals bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van die wet. In het kader van de toepassing van het tweede lid geldt als normbedrag het belastbaar loon dan wel de bezoldiging, betrekking hebbende op het jaar voorafgaande aan het jaar van indiening van de subsidieaanvraag. Indien de subsidieontvanger een in het eerste of tweede lid genoemde verplichting niet nakomt, kan de subsidie worden verlaagd. In het geval van een of meer overschrijdingen van het in het tweede lid, onder a of b, genoemde normbedrag, is de verlaging gelijk aan de hoogte van de som van de overschrijdingen, vermenigvuldigd met het aandeel van de gemeentelijke budgetsubsidie in de totale inkomsten van de subsidieontvanger. Artikel 11 Betaling, bevoorschotting en terugvordering Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de subsidievaststelling betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten. Het subsidiebedrag wordt binnen 6 weken na de subsidievaststelling betaald. Het college kan de subsidieontvanger voorschotten verlenen. De beschikking vermeldt het bedrag van het voorschot, dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald, alsmede de data waarop de voorschotten worden betaald. Tenzij in de beschikking anders is bepaald, bedraagt het voorschot bij subsidies 90% van het verleende subsidiebedrag. Dit bedrag wordt betaald in 4 kwartalen. Een onverschuldigd betaald subsidiebedrag of -voorschot kan worden teruggevorderd. Artikel 12 Verrekening bestuurlijke geldschulden Het college kan aan een rechtspersoon of natuurlijke persoon uit te keren subsidiebedragen of voorschotten verrekenen met door dezelfde rechtspersoon of natuurlijke persoon jegens de gemeente in te lossen bestuursrechtelijke geldschulden. Artikel 13 Subsidieplafond Het college is bevoegd een of meer subsidieplafonds vast te stellen en te bepalen hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld. Artikel 14 Begrotingsvoorwaarde Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een gemeentebegroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd door de Raad, wordt de subsidie verleend onder het voorbehoud dat de Raad bij goedkeuring van de begroting voldoende financiële middelen ervoor beschikbaar stelt. HOOFDSTUK 2 SUBSIDIEPROCEDURE BUDGETSUBSIDIES Artikel 15 Afdeling 4.2.8 Awb Op de verlening van budgetsubsidies is afdeling 4.2.8 Awb van toepassing. Het college kan bepalingen uit afdeling 4.2.8 Awb ook op andere subsidiesoorten van toepassing verklaren. Artikel 16 Aanvraag tot subsidieverlening In afwijking van artikel 4:60 Awb wordt een schriftelijke aanvraag voor een budgetsubsidie ingediend bij het college in de periode van 1 juni tot en met 31 juli van het jaar voorafgaande aan dat, waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Een aanvraag die is ingediend buiten de in het eerste lid genoemde periode kan worden geweigerd. Artikel 17 Vereisten aanvraag Een aanvraag voor een budgetsubsidie bevat naast de formele vereisten conform artikel 4:2 Awb en gegevens conform de artikelen 4:61 tot en met 4:63 Awb en artikel 4:65 Awb de volgende gegevens: Een beschrijving van de doelgroep en het beoogde resultaat van de activiteiten in relatie tot de gestelde doelen, indien mogelijk, uitgedrukt in meetbare resultaten; Voorgenomen en doorgevoerde wijzigingen van het bestuur; Voorgenomen en doorgevoerde wijzigingen van de statuten; Een opgave van de met de instelling gelieerde rechtspersonen en de aard van de van de betrekking met die rechtspersonen. Bij een eerste aanvraag worden door de aanvrager, naast het bepaalde in het eerste lid en artikel 4:64 Awb de volgende gegevens verschaft: een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel; een opgave van de bestuurssamenstelling. Artikel 18 Beschikking tot subsidieverlening Het college beslist op een aanvraag tot subsidieverlening binnen 22 weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is. De beschikking tot subsidieverlening bevat naast het bepaalde in de artikelen 4:30 tot en met 4:32 Awb: de aanduiding van de subsidiesoort; de subsidieverplichtingen. In de beschikking tot subsidieverlening kunnen de volgende zaken worden opgenomen: een begrotingsvoorwaarde conform artikel 4:34 Awb; dat ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening een uitvoeringsovereenkomst wordt gesloten conform artikel 4:36 Awb; een vergoedingsplicht bij vermogensvorming conform artikel 4:41 Awb, waarin tevens wordt aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald; de wijze van (tussentijdse) rapportage: de gegevensverstrekking over de voortgang van de realisering van de activiteiten, indien mogelijk, geformuleerd in prestatie-indicatoren; een termijn voor het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling; een termijn voor ambtshalve subsidievaststelling; de betalingstermijn; de berekeningswijze van de betalingstermijnen; de wijze van bevoorschotting; de vereiste reikwijdte en intensiteit van de accountantscontrole. Artikel 19 Verplichtingen van de subsidieontvanger Onverminderd uit de wet voortvloeiende verplichtingen in artikel 4:69 en artikel 4:70 Awb, kan het college de subsidieontvanger een toestemmingsvereiste opleggen voor de in artikel 4:71 lid 1 Awb genoemde (rechts)handelingen. Het college kan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen opleggen conform artikel 4:38 lid 1 Awb die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. Deze doelgebonden verplichtingen kunnen onder meer betrekking hebben op: de kennis en ervaring van personeel voor zover dat personeel betrokken is bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten; de wijze waarop gebruikers, vrijwilligers en beroepskrachten worden betrokken bij het ontwikkelen en het uitvoeren van beleid van de subsidieontvanger; aard, deugdelijkheid, inrichting, beheer en toegankelijkheid van voorzieningen. Het college kan tevens niet doelgebonden verplichtingen opleggen conform artikel 4:39 lid 1 Awb met het oog onder meer op: milieubelangen; bescherming van minderheden; emancipatorische aangelegenheden; publicatie van de door de gemeente Heerlen verstrekte subsidie. De subsidieontvanger is verplicht alle medewerking te verlenen aan een toezichthouder, die belast wordt met het houden van toezicht op de naleving van de aan de subsidieontvanger opgelegde verplichtingen conform artikel 4:59 Awb. Artikel 20 Aanvraag tot subsidievaststelling In afwijking van artikel 4:74 van de Awb dient de subsidieontvanger jaarlijks vóór 1 juni volgend op het jaar waarvoor subsidie is verleend, een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij het college. Indien de aanvraag na afloop van de genoemde termijn niet is ingediend, stelt het college de subsidieontvanger een termijn van vier weken binnen welke de aanvraag alsnog moet zijn ingediend. Indien na afloop van de in het tweede lid genoemde termijn geen aanvraag tot vaststelling is ingediend, stelt het college de subsidie ambtshalve vast. Onverminderd het bepaalde in artikel 4:75 Awb bevat het financieel verslag (ingeval de subsidieaanvrager subsidie en/of financiële middelen ontvangt van respectievelijk bestuursorganen van andere overheden en/of additionele financiers) een specificatie ter verantwoording hoe de door het college verstrekte subsidiegelden specifiek zijn aangewend ter verwezenlijking van de gestelde doelen. Het college zal middels steekproeven controleren of de verstrekte financiële gegevens correct zijn en of de activiteiten zijn uitgevoerd. Artikel 4:76 Awb is van overeenkomstige toepassing indien de subsidieontvanger zijn inkomsten in overwegende mate ontleent aan de subsidie. Indien het jaarlijks in totaliteit verstrekte subsidiebedrag meer dan € 100.000,-- bedraagt, dient het financieel verslag in ieder geval te zijn voorzien van een accountantsverklaring. Naast het bepaalde in artikel 4:78 van de Awb strekt de in artikel 4:78 lid 1 bedoelde opdracht aan de accountant tevens tot een onderzoek of de verstrekte gelden rechtmatig zijn besteed overeenkomstig het bepaalde in of krachtens deze verordening en of de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen zijn nageleefd. Van de verplichting tot overlegging van de in de vorige leden genoemde bescheiden kan door het college ontheffing worden verleend. Artikel 21 Beschikking tot subsidievaststelling Het college beslist op een aanvraag tot subsidieverlening binnen 12 weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is, tenzij in de beschikking tot subsidieverlening in artikel 18 anders is bepaald. Indien de beschikking niet binnen 12 weken gegeven kan worden, deelt het college dit aan de aanvrager mede en noemt het college een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. Bij de vaststelling van het subsidiebedrag bij de beschikking tot subsidieverlening en -vaststelling is met betrekking tot compensatie voor loon- en prijsstijgingen het Accresbeleid van de Gemeente Heerlen van toepassing. Indien géén beschikking tot subsidieverlening is afgegeven, is op de beschikking tot vaststelling het bepaalde in artikel 18 leden 2 en 3 van overeenkomstige toepassing. Artikel 22 Vergoeding bij vermogensvorming Een instelling dient het college onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te stellen van het voornemen tot ontbinding, het staken van haar activiteiten en/of het niet meer functioneren overeenkomstig haar doelstellingen. Indien het verstrekken van subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, is de subsidieontvanger in de in artikel 4:41 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde gevallen daarvoor een vergoeding verschuldigd aan het bestuursorgaan. De hoogte van de vergoeding wordt bepaald aan de hand van de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst van een schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen. 3.Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door een onafhankelijke deskundige, aangewezen door het college. 4.Dit artikel is niet van toepassing in die gevallen, waarin de activiteiten door een derde worden voortgezet en activa en passiva met toestemming van het college aan die derde worden overgedragen. Artikel 23 Andere financiële bepalingen Reserves en voorzieningen kunnen alleen gevormd worden in opdracht of met instemming van het college. Indien een bestemmingsreserve niet gebruikt wordt voor het doel waarvoor ze gecreëerd is, wordt de bestemmingsreserve opgeheven en aan de egalisatiereserve toegevoegd. Bij een positief exploitatieresultaat bedragen de egalisatiereserve en eventuele zonder toestemming van het college gevormde bestemmingsreserves tezamen, vermenigvuldigd met het aandeel van de gemeentelijke budgetsubsidie in de totale inkomsten van de subsidieontvanger, maximaal 30% van de laatst vastgestelde budgetsubsidie. Voor zover het in het derde lid bedoelde maximum in een boekjaar wordt overschreden, stelt het college de op dat boekjaar betrekking hebbende subsidie lager vast dan het verleende subsidiebedrag. Bij een negatief exploitatieresultaat komen alle tekorten ten laste van de subsidieontvanger. HOOFDSTUK 3 SUBSIDIEPROCEDURE WAARDERINGSSUBSIDIES Artikel 24 Aanvraag tot subsidieverlening Een aanvraag voor een waarderingssubsidie wordt middels een daartoe verstrekt aanvraagformulier bij het college ingediend binnen een door het college te bepalen termijn. Een aanvraag die is ingediend buiten de in het eerste lid genoemde periode kan worden geweigerd. De opgenomen bepalingen met betrekking tot de vereisten van de aanvraag tot subsidieverlening in artikel 17 zijn, voor zover mogelijk, van overeenkomstige toepassing. Artikel 25 Aanvraag tot subsidievaststelling Ingeval de waarderingssubsidie plaats vindt door middel van een directe vaststelling kan het college bepalen dat het aanvraagformulier voor de verlening tevens wordt gebruikt voor de vaststelling van de waarderingssubsidie. De subsidieontvanger van een waarderingssubsidie dient voor sportactiviteiten de aanvraag tot subsidievaststelling vóór 1 april volgend op het jaar waarvoor subsidie is verleend in. Een subsidie voor jeugdleden en minder valide leden wordt direct, zonder voorafgaande subsidieverlening, vastgesteld. Het college kan bij de subsidieverlening beslissen dat bepalingen met betrekking tot de vereisten van de aanvraag tot subsidievaststelling opgenomen in artikel 20, leden 4 tot en met 8 van overeenkomstige toepassing zijn. Artikel 26 Beschikking tot subsidieverlening en subsidievaststelling De subsidieverlening vindt plaats middels directe vaststelling conform artikel 4:43 Awb (zonder voorafgaande verlening) of in twee fases (eerst verlening en vervolgens vaststelling). Het college beslist op een aanvraag tot subsidieverlening of subsidievaststelling binnen 12 weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is. De opgenomen bepalingen met betrekking tot de beschikking tot subsidieverlening en subsidievaststelling in artikel 18 leden 2 en 3 en artikel 21, leden 2 tot en met 4 zijn, voor zover mogelijk, van overeenkomstige toepassing. Artikel 27 Verplichtingen van de subsidieontvanger Onverminderd uit de wet voortvloeiende verplichtingen in artikel 4:37 Awb is het bepaalde in artikel 19, de leden 1 tot en met 4 van overeenkomstige toepassing. De subsidieontvanger is verplicht alle medewerking te verlenen aan een toezichthouder in de zin van artikel 5:11 Awb, die deze redelijkerwijze kan vorderen bij de uitoefening van toezicht op de naleving van de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen. HOOFDSTUK 4 SUBSIDIEPROCEDURE DOELSUBSIDIES Artikel 28 Aanvraag tot subsidieverlening Een aanvraag voor een investerings- en een evenementensubsidie wordt bij het college tenminste 12 weken vóór de aanvang van de activiteit ingediend. Voor het indienen van de aanvraag voor overige doelsubsidies kan het college een afwijkende termijn vaststellen; Onverminderd het bepaalde in artikel 4:5 Awb kan het college, indien de aanvraag minder dan 12 weken vóór het tijdstip van de aanvang van de activiteit, dan wel niet binnen de termijn krachtens lid 2 bepaald, is ingediend, besluiten de aanvraag te weigeren. De opgenomen bepalingen met betrekking tot de vereisten van de aanvraag subsidieverlening in artikel 17 van deze verordening zijn, voor zover mogelijk, van overeenkomstige toepassing. Artikel 29 Aanvraag tot subsidievaststelling Binnen 12 weken na afloop van de activiteit legt de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling rekening en verantwoording af door middel van een verslag bestaande uit een financiële verantwoording en een beknopt inhoudelijk verslag. Het college kan bij de subsidieverlening beslissen dat bepalingen met betrekking tot de vereisten van de aanvraag tot subsidievaststelling opgenomen in artikel 20, de leden 4 t/m 8 van overeenkomstige toepassing zijn. Artikel 30 Beschikking tot subsidieverlening en subsidievaststelling Het college beslist op een aanvraag tot subsidieverlening of subsidievaststelling binnen 12 weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is. De hoogte van de vast te stellen subsidie wordt bepaald aan de hand van de daadwerkelijke subsidiabele kosten, met een maximum van het verleende subsidie. De opgenomen bepalingen met betrekking tot de beschikking tot subsidieverlening en voor subsidievaststelling in artikel 18 lid 2 en lid 3, artikel 20, de leden 2 t/m 4 en artikel 23 zijn, zover mogelijk, van overeenkomstige toepassing. Artikel 31 Verplichtingen van de subsidieontvanger Onverminderd uit de wet voortvloeiende verplichtingen in artikel 4:37 Awb is het bepaalde in artikel 19, de leden 1 tot en met 4 van overeenkomstige toepassing. De subsidieontvanger is verplicht alle medewerking te verlenen aan een toezichthouder in de zin van artikel 5:11 Awb, die deze redelijkerwijze kan vorderen bij de uitoefening van toezicht op de naleving van de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen. HOOFDSTUK 5 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 32 Hardheidsclausule Het college kan van de bepalingen in deze verordening afwijken, voor zover toepassing ervan zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard. Artikel 33 Onvoorziene omstandigheden In gevallen waarin deze verordening niet of niet voldoende voorziet, beslist het college. Artikel 34 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking. De Algemene Subsidieverordening Heerlen, vastgesteld bij raadsbesluit van 3 november 2009 (kenmerk 2009/23943), wordt ingetrokken. Artikel 35 Overgangsbepalingen Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze verordening is van toepassing de Algemene Subsidieverordening Heerlen, vastgesteld bij raadsbesluit van 3 november
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.