Marktverordening gemeente Alkmaar 2003Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen Artikel 1.1 - Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: markt: de door het college ingestelde warenmarkt; marktterrein: de gehele openbare of voor het publiek toegankelijke oppervlakte grond, die door het college is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel; standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt op het marktterrein is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel; vaste plaats: de standplaats die op een markt voor onbepaalde tijd ter beschikking wordt gesteld aan de vergunninghouder; dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste plaats is toegewezen danwel ingenomen; standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt over het door hem te verkopen artikel een aansprekende uiteenzetting houdt en tenslotte tracht een aantal personen gelijktijdig tot aankoop van dat artikel te bewegen; standwerkersplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken; vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats; wachtlijst: de lijst van gegadigden voor een vaste plaats; anciënniteitlijst: de lijst van vergunninghouders van een vaste plaats; medewerker gebruik buitenruimte: de persoon, die als zodanig is aangewezen door het college. In de praktijk aangeduid als marktmeester. Artikel 1.2 - Inrichting van de markt; branche-indeling Het college kan ten aanzien van de markt bepalen: het aantal standplaatsen; de afmetingen van de standplaatsen; de opstelling en indeling van de markt; welke standplaatsen worden toegewezen als vaste plaats en als standwerkersplaats; welke gedeelten van het marktterrein zijn bestemd voor het plaatsen van verkoopwagens; welke gedeelten van het marktterrein bestemd zijn voor het verhandelen van bepaalde artikelen. Het college kan voor de markt vaststellen: een lijst met artikelengroepen of branches; een maximum aantal standplaatsen per branche. Artikel 1.3 - Nadere regels Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde in deze verordening. Het college kan de bepalingen van deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing verklaren op andere markten welke overeenkomstig de bepalingen van de Gemeentewet door het college zijn of worden vastgesteld. Artikel 1.4 - Voorschriften en beperkingen Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing, ter bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen in acht te nemen. Hoofdstuk 2 - Vergunningen Artikel 2.1 - Standplaatsvergunning Het is verboden een standplaats op een markt in te nemen zonder vergunning van het college. Artikel 2.2 - Toewijzing standplaatsen Een standplaats wordt toegewezen als vaste plaats, dagplaats of standwerkersplaats. Eenmaal per jaar wordt aan de hand van de opengevallen plaatsen een herindeling gemaakt. Artikel 2.3 - Vereisten Voor de toewijzing van een standplaats komt uitsluitend in aanmerking een handelingsbekwaam natuurlijk persoon die een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend bij het college en die daarbij tevens aantoont dat hij persoonlijk voldoet en blijft voldoen aan alle publiekrechtelijke verplichtingen op het gebied van bedrijfsuitoefening en bedrijfsorganisatie. Artikel 2.4 - Inhoud vergunning vaste plaats Een vergunning voor een vaste plaats vermeldt in ieder geval: de naam en voornamen, de geboortedatum en -plaats, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder; een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste plaats met vermelding van het nummer en de afmetingen daarvan; kraam of andere verkoopmaterialen die de vergunninghouder bij het innemen van de plaats mag gebruiken; het soort artikelen dat de vergunninghouder mag verhandelen of de branche waartoe de vergunninghouder behoort; de datum waarop aan de vergunninghouder voor het eerst vergunning is verleend; dat de vergunninghouder zelf zorg draagt voor inzameling en afvoer van zijn afval en dat hij zijn standplaats schoon oplevert; van wie en de wijze waarop de vergunninghouder zijn elektriciteit betrekt; welke geluidsapparatuur op de standplaats is toegestaan; welke kook-, bak- en verwarmingsapparatuur zijn toegestaan. Artikel 2.5 - Inschrijving op de anciënniteitlijst Vergunninghouders van vaste plaatsen worden met vermelding van en in volgorde van de datum, waarop aan hen voor het eerst een vaste plaats is toegewezen, op een doorlopend te nummeren lijst ingeschreven. Bij deze inschrijving wordt tevens vermeld de soort artikelen die de vergunninghouder mag verhandelen of de branche waartoe hij behoort. Artikel 2.6 - Inschrijving op de wachtlijst Het college schrijft de aanvrager op zijn verzoek in op de wachtlijst, indien hij voldoet aan de in artikel 2.3 gestelde vereisten, maar aan hem geen vaste plaats kan worden toegewezen. Het college vermeldt bij de inschrijving in ieder geval: de naam en voornamen, de geboortedatum en -plaats, het adres en de woonplaats van de aanvrager; de datum waarop de aanvraag door hem is ontvangen en het nummer op de wachtlijst; de soort artikelen die de aanvrager wil verhandelen of de branche waartoe het behoort; de kraam of andere verkoopmaterialen die de aanvrager wil gebruiken. Het college verstrekt de aanvrager een schriftelijk bewijs van de inschrijving op de wachtlijst. De inschrijving op de wachtlijst blijft gehandhaafd, indien deze door de ingeschrevene jaarlijks voor 1 januari schriftelijk wordt verlengd. Artikel 2.7 - Doorhalen van inschrijving op de wachtlijst De inschrijving op de wachtlijst wordt doorgehaald: indien de ingeschrevene zijn inschrijving niet jaarlijks voor 1 januari heeft verlengd; op schriftelijk verzoek van de ingeschrevene; bij overlijden van de ingeschrevene; wanneer aan de ingeschrevene een vergunning voor een vaste plaats wordt toegekend, tenzij hij deze op grond van bijzondere omstandigheden niet aanvaardt; indien niet meer aan de vereisten van artikel 2.3 wordt voldaan. Artikel 2.8 - Volgorde toewijzing vaste plaatsen Indien voor een toewijzing van een beschikbare vaste plaats meer aanvragers in aanmerking komen, wordt de plaats achtereenvolgens toegewezen aan: de vergunninghouder van een vaste plaats die aan het college schriftelijk de wens te kennen heeft gegeven van standplaats te willen veranderen, in volgorde van plaatsing op de anciënniteitlijst; degene die zich op de wachtlijst heeft laten inschrijven, in volgorde van inschrijving op deze lijst. Artikel 2.9 - Overschrijving vergunning vaste plaats In geval van overlijden of blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder kan de vergunning voor de vaste plaats worden overgeschreven op de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde of een andere achterblijvende persoon met wie hij duurzaam samenwoonde. Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan een kind of een medewerker van de vergunninghouder, vergunning voor de vaste plaats krijgen indien hij tenminste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd. Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder of nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld. Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel. Artikel 2.10 - Intrekking vergunning vaste plaats Het college trekt een vergunning voor een vaste plaats in: op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder; bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van artikel 2.9 de vergunning wordt overgeschreven. Het college kan een vergunning voor een vaste plaats intrekken: indien ter verkrijging daarvan onjuiste danwel onvolledige gegevens zijn verstrekt; indien de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in het artikel 2.3 genoemde vereisten voor het toewijzen van een standplaats; indien op grond van een verandering van omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist. Indien degene op wie een vergunning ingevolge artikel 2.9 is overgeschreven, reeds vergunning heeft voor een andere vaste plaats op dezelfde markt, wordt laatstgenoemde vergunning ingetrokken. Artikel 2.11 - Toewijzing dagplaats Toewijzing van een dagplaats geschiedt door afgifte van een vergunning door het college op het moment dat de standplaats niet als vaste plaats wordt ingenomen. De dagplaats wordt toegewezen aan gegadigden die zich daarvoor op de dag zelf op het tijdstip van de officiële aanvang van de markt aanmelden bij de medewerker gebruik buitenruimte. Artikel 2.12 - Toewijzing standwerkersplaats Het is uitsluitend op daartoe aangewezen standplaatsen toegestaan als standwerker op te treden. De toewijzing van standwerkersplaatsen geschiedt bij door het college per marktdag af te geven vergunningen. Genoemde afgifte geschiedt in volgorde binnenkomst van schriftelijke of telefonische aanmelding van de gegadigde bij de medewerker gebruik buitenruimte. Standwerkers die gezamenlijk willen optreden, kunnen slechts gezamenlijk voor een vergunning voor een standwerkersplaats in aanmerking komen indien zij gezamenlijk slechts één soort artikel op de voor standwerkers geboden wijze ten verkoop aanbieden. De betrokkenen dienen dit gelijktijdig bij hun aanmelding bij de medewerker gebruik buitenruimte kenbaar te maken, met vermelding van het te verhandelen artikel. Een standwerker mag de aan hem toegewezen plaats niet tezamen met een ander benutten, waaronder mede wordt verstaan dat hij zich niet door een ander mag doen vervangen of aflossen. Het vorenstaande geldt niet voor degenen bedoeld in het vorige lid van dit artikel. Een standwerker mag niet meer dan tweemaal per periode van vier weken een standwerkersplaats per markt innemen. Hoofdstuk 3 Bepalingen over het gebruik van de standplaats Artikel 3.1 - Persoonlijk innemen standplaats; bijstand De vergunninghouder neemt de standplaats die hem is toegewezen persoonlijk in. Hij mag de standplaats niet aan een ander afstaan of in gebruik geven. De vergunninghouder mag zich op de standplaats doen bijstaan. De standwerker mag de toegewezen plaats overeenkomstig artikel 2.12, vierde lid, niet tezamen met een ander benutten, tenzij artikel 2.12, derde lid, van toepassing is. De vergunninghouder of degene die hem bijstaat mogen zich niet schuldig maken aan wangedrag of bedrog. Artikel 3.2 - Aantal keren innemen standplaats De vergunninghouder van een vaste plaats neemt ten minste eenmaal per twee weken en ten minste tienmaal per dertien weken zijn plaats op de markt in, dit met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 3.3 en 3.4. Artikel 3.3 - Afwezigheid wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden De vergunninghouder van een vaste plaats die wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn vaste plaats in te nemen, deelt dit schriftelijk mee aan het college. Bij vakantie geeft de vergunninghouder aan hoe lang zijn afwezigheid duurt. De schriftelijke mededeling wordt tijdig voor de betreffende marktdag gedaan. Plotselinge verhindering wordt mondeling of telefonisch aan de medewerker gebruik buitenruimte gemeld, gevolgd door een schriftelijke bevestiging daarvan aan het college. Artikel 3.4 - Ontheffing en vervanging In geval van ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college op aanvraag van de vergunninghouder van een vaste plaats hem tijdelijk ontheffing verlenen van de verplichting om tenminste eenmaal per twee weken en tienmaal per dertien weken de plaats op de markt in te nemen. Deze ontheffing wordt in geval van ziekte voor een periode van maximaal twee jaren verleend. Het college kan op aanvraag van de vergunninghouder hem vergunning verlenen zich op zijn standplaats te laten vervangen door een met name genoemde persoon. Artikel 3.5 - Legitimatie Degene die een standplaats op de markt inneemt of wenst in te nemen, dient op eerste aanvraag van de medewerker gebruik buitenruimte aan te tonen dat hij de vergunninghouder is. De vergunninghouder dient bij zijn standplaats duidelijk zichtbaar zijn bedrijfsnaam aan te geven. Artikel 3.6 - Tijdstip innemen standplaats. Aan- en afvoer goederen Het is verboden voor vergunninghouders op het marktterrein meer dan zes uur voor aanvang en meer dan tweeënhalf uur na afloop van de markt met een voertuig, goederen of anderszins ruimte in te nemen dan wel goederen aan of af te voeren. De aanvoer moet zijn beëindigd uiterlijk bij de officiële aanvang van de markt, behoudens bijzondere omstandigheden, ter beoordeling van het college. De vergunninghouder is verplicht zijn standplaats tot de sluitingstijd van de markt te blijven innemen. Het college kan van deze verplichting ontheffing verlenen. Indien de vergunninghouder zijn vaste plaats niet uiterlijk op het tijdstip van de officiële aanvang van de markt heeft ingenomen, wordt de betreffende plaats voor die dag als dagplaats aangemerkt. Het bepaalde in het vierde lid is niet van toepassing indien de vergunninghouder de medewerker gebruik buitenruimte voor het daarin genoemde tijdstip, onder opgave van een geldige reden die hem belet tijdig aanwezig te zijn, heeft verzocht zijn plaats vrij te houden. Artikel 3.7 - Verboden handelingen Het is de standplaatshouder verboden: zijn standplaats onbeheerd achter te laten; op het marktterrein op een andere dan voor de markt bestemde tijd goederen of waren te koop aan te bieden, te verkopen of af te leveren; meer ruimte in te nemen dan aan hem is toegewezen; de opstal op zijn standplaats tijdens de markt af te breken of te verplaatsen; de doorgang in de wandelgangen op en langs het marktterrein op enigerlei wijze te hinderen of te belemmeren; zich aan de voorzijde van de standplaats op te houden bij het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of waren; op de standplaats andere goederen of waren in voorraad te hebben dan die, waarvoor vergunning is verleend; op de markt afval aan te voeren. Onder afval wordt mede verstaan waren of goederen of partijen daarvan, die geheel of in belangrijke mate ongeschikt zijn om te verhandelen; rij- en voertuigen, waarmee goederen of waren ter markt worden of zijn aangevoerd, op de markt aanwezig te hebben op een andere plaats dan die welke door het college is aangewezen. het is verboden op het marktterrein tijdens de duur van de markt met goederen of waren ten verkoop rond te lopen of te rijden. Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing verlenen. Hoofdstuk 4 Straf-, overgangs- en slotbepalingen Artikel 4.1 - Strafbepaling Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden en kan bovendien worden bestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. Artikel 4.2 - Intrekking en schorsing vergunning vaste plaats Onverminderd artikel 2.10 kan het college een vergunning voor een vaste plaats, al dan niet voorwaardelijk, intrekken dan wel telkens voor ten hoogste vier achtereenvolgende marktdagen schorsen, indien de vergunninghouder of degene die hem bijstaat: het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt; zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. Artikel 4.3 - Uitsluiting dagplaatshouder of standwerker Het college kan een vergunninghouder van een dagplaats of standwerkerplaats van de toewijzing van een dagplaats of standwerkerplaats uitsluiten voor ten hoogste vier marktdagen, indien deze: het bepaalde bij of krachtens deze verordening overtreedt; zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; niet als standwerker actief is op een hem toegewezen standwerkersplaats; niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. Artikel 4.4 - Onmiddellijke verwijdering Onverminderd het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet kan het college een vergunninghouder gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen, indien hij: het bepaalde bij of krachtens deze verordening of voorschriften van de vergunning overtreedt; zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; niet als standwerker actief is op een hem toegewezen standwerkersplaats. Artikel 4.5 - Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de medewerker gebruik buitenruimte en de bij besluit van het college aangewezen personen. Artikel 4.6 - Overgangsbepalingen Vergunningen en ontheffingen - hoe ook genaamd - verleend krachtens de Markverordening vastgesteld bij raadsbesluit van 23 november 1995, nr. 5a blijven - indien en voorzover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening - van kracht tot de termijn waarvoor zij werden verleend, is verstreken of totdat zij worden ingetrokken. Voorschriften of beperkingen opgelegd krachtens de Marktverordening vastgesteld bij raadsbesluit van 23 november 1995, nr. 5a blijven - indien en voorzover de bepalingen ingevolge welke deze verplichtingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening - van kracht tot de termijn waarvoor zij zijn opgelegd, is verstreken of totdat zij worden ingetrokken. Vergunningen en ontheffingen bedoeld in het eerste lid en verplichtingen bedoeld in het tweede lid, worden geacht vergunningen, ontheffingen en verplichtingen in de zin van deze verordening te zijn. De rechten, die kunnen worden ontleend aan de bestaande anciënniteitlijst en wachtlijst, opgesteld krachtens de bij raadsbesluit van 23 november 1995, nr. 5a vastgestelde Marktverordening, blijven onverminderd het gestelde in deze verordening van kracht. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de oude verordening is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast. Artikel 4.7 - Inwerkingtreding, intrekking oude verordening en citeertitel Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na het verstrijken van een termijn van zes weken na de datum van bekendmaking in het Gemeenteblad waarin zij is geplaatst. De Marktverordening vastgesteld bij raadsbesluit van 23 november 1995, nr. 5a, wordt op de in lid 1 genoemde datum ingetrokken. Deze verordening wordt aangehaald als “Marktverordening gemeente Alkmaar 2003". Vastgesteld bij raadsbesluit van 8 september 2003.Gepubliceerd in het gemeenteblad op 9 september 2003.Bekend gemaakt in de Officiële Mededelingen van het Alkmaars Nieuwsblad op 17 september 2003.Artikelsgewijze toelichting op Marktverordening gemeente Alkmaar 2003 Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen In dit artikel wordt een aantal begrippen dat in de verordening wordt gehanteerd, gedefinieerd. Door gebruik van het woord ‘persoon’ in plaats van het begrip ‘ambtenaar’ bij de begripsomschrijving van medewerker gebruik buitenruimte onder k kan een niet-ambtenaar ook tot medewerker gebruik buitenruimte worden benoemd. Bij benoeming (= mandaat) van een niet-ondergeschikte dient deze (en zijn werkgever) in te stemmen met de mandaatverlening overeenkomstig artikel 10:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 1.2 Inrichting van de markt; branche-indeling Voor de orde op de markt is het van belang te bepalen welke materialen (kraam of ook andere verkoopmaterialen) worden toegelaten en waar deze kunnen worden opgesteld. Zie het eerste lid, onder c. Naast de traditionele (huur)kraam onderscheidt de Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel (CVAH) bijvoorbeeld de instantkraam, de verrijdbare kraam en de verkoopwagens. De onder b. genoemde afmetingen van de standplaatsen kunnen overigens ook een beperking geven voor bepaalde materialen. Het tweede lid is facultatief bedoeld. Het schept de mogelijkheid een beperkt aantal kooplieden per branche toe te laten. Artikel 1.3 Nadere regels In deze marktverordening is gekozen voor een vrij uitgebreide regeling van de markt. Het college is op grond van dit artikel bevoegd nadere regels te stellen. Uiteraard is het ook mogelijk dat de raad een marktverordening op hoofdlijnen vaststelt en daarbij meerdere zaken door het college laat regelen. Het college kan er ook voor kiezen beleidsregels in plaats van nadere regels vast te stellen. Door het gestelde in het tweede lid wordt bereikt dat het college de mogelijkheid heeft, bijvoorbeeld ten behoeve van een jaarmarkt, de bepalingen van deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing te verklaren. Artikel 1.4 Voorschriften en beperkingen Door aan een vergunning of ontheffing voorschriften en beperkingen te verbinden, kan een verfijning in de gewenste rechtstoestand worden aangebracht. De in het eerste lid genoemde belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist, zijn de gemeentelijke belangen van openbare orde, zedelijkheid en gezondheid, beperking van overlast, regulering van het woon- en leefklimaat en de veiligheid binnen de gemeente. Niet-nakoming van voorschriften die aan een vergunning/ontheffing verbonden zijn, kan grond opleveren voor intrekking van de vergunning/ontheffing of voor toepassing van andere bestuursrechtelijke sancties. De strafbepaling van artikel 4.1 van deze verordening is eveneens van toepassing. Artikel 2.1 Standplaatsvergunning De vergunning geeft het recht om een standplaats op de markt in te nemen. De vergunninghouder moet voldoen aan de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden (artikel 1.4). De vergunning is persoonlijk en niet overdraagbaar. De verkoop van waren op een markt dient uitsluitend te geschieden door degenen aan wie door het college vergunning daarvoor is verleend. Iedere andere wijze van verkopen op markten is verboden. Een uitzondering op deze regel kan worden gemaakt voor degenen, die de kooplieden van koffie, soepen en dergelijke voorzien. Zie ook ABRS 20 januari 1998, jbMarkten bladzijde 9, inzake de onverenigbaarheid van het venten op het marktterrein met de verplichting de standplaats persoonlijk in te nemen. Artikel 2.2 Toewijzing standplaatsen Een standplaats wordt toegewezen als vaste plaats, dagplaats of standwerkersplaats. In de artikelen 2.5 tot en met 2.12 wordt aangegeven op welke manier de toewijzing van de verschillende standplaatsen geschiedt. Artikel 2.3 Vereisten De genoemde publiekrechtelijke verplichtingen zijn de vestigingsvergunning op grond van de Vestigingswet (alleen voor bepaalde branches van toepassing, bijvoorbeeld vis- en poeliersprodukten), eventuele inschrijving in het handelsregister en de CRK-kaart (registratiekaart van het Centraal Registratiekantoor (CRK)) bij het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD). Indien de aanvrager niet voldoet aan de genoemde eisen, kan dit reden zijn de vergunning te weigeren (of in te trekken op grond van artikel 2.10). Het is dwingend vastgelegd dat alleen natuurlijke personen tot de markt worden toegelaten. Hiermee wordt voorkomen dat rechtspersonen een overheersende positie op de markt kunnen innemen. Door de koppeling van de vergunning aan een natuurlijk persoon wordt een zo eerlijk mogelijke verdeling van alle marktstandplaatsen in Nederland bereikt. Uiteraard kan het wel zo zijn dat de natuurlijke persoon een onderneming drijft in de vorm van een rechtspersoon. Ook dan wordt de natuurlijke persoon (de bedrijfsleider) aangemerkt als vergunninghouder. Het is echter niet mogelijk de vergunning op naam van de rechtspersoon te stellen. Artikel 2.4 Inhoud vergunning vaste plaats Onder het eerste lid, onderdeel a, is expliciet opgenomen dat de vergunning naam en voornamen van de vergunninghouder in de vergunning worden opgenomen. Dit vergemakkelijkt de identificatie van de vergunninghouder. Onder een duidelijke omschrijving, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt bij voorkeur gedacht aan een tekening of plattegrond waarop de afmetingen van de plaatsen en de nummering daarvan zijn aangegeven. Ingevolge het vermelde onder c worden in de vergunning de verkoopmaterialen (kramen, tafels, wagens en dergelijke) opgesomd die de vergunninghouder bij het innemen van de plaats mag gebruiken. Ter verkrijging van uniformiteit op de markt is het gewenst het plaatsen van marktkramen aan een vergunning te binden. Veelal zal de marktkramenexploitatie in handen van een particulier bedrijf worden gegeven. In dat geval kan men zowel denken aan het stellen van voorwaarden in de vergunning, als aan het aangaan van een privaatrechtelijke overeenkomst tussen gemeente en kramenexploitant, waaraan in de af te geven vergunning wordt gerefereerd. Het verdient aanbeveling hierbij ruimte te laten voor toekomstige ontwikkelingen op het gebied van de verkoopmaterialen. Zie ABRS 10 mei 1995, JG
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.