Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Drechterland 2012 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen 1.In dit besluit wordt verstaan onder: Wet: de Wet maatschappelijke ondersteuning; Verordening: de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Drechterland 2012; Instelling: het organisatorisch verband dat strekt tot verlening van zorg. 2.Alle begrippen die in dit besluit worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, de verordening en de Algemene wet bestuursrecht. Hoofdstuk2Eigen bijdrage, eigen aandeel en besparingsbijdrage Artikel2Hoogte eigen bijdrage en eigen aandeel 1.Een eigen bijdrage geldt alleen voor personen van 18 jaar en ouder. De hoogte van de eigen bijdrage is inkomensafhankelijk en wordt door het CAK (Centraal Administratie Kantoor) berekend en bij de belanghebbende in rekening gebracht. 2.De bedragen en het percentage die gelden voor een eigen bijdrage of eigen aandeel zijn gelijk aan de bedragen zoals opgenomen in het Besluit maatschappelijke ondersteuning, Stb.2006 nr. 450, artikel 4.1, lid 1, zoals jaarlijks aangepast door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Artikel3Maximalisering en duur van de eigen bijdrage 1.Een persoon aan wie een voorziening is verstrekt, met uitzondering van een rolstoel op grond van artikel 13 van de Verordening, is een eigen bijdrage of eigen aandeel verschuldigd ter hoogte van het bepaalde in artikel 2 van dit besluit. 2.Voor hulp bij het huishouden (artikelen 8, 10 en 11 van de Verordening), hulp bij het verzorgen van kinderen en voorzieningen die gehuurd worden is een eigen bijdrage verschuldigd gedurende de totale periode dat deze voorziening wordt verstrekt. 3.Indien de voorziening bestaat uit het verschaffen in eigendom van een roerende zaak kan gedurende maximaal 39 perioden van vier weken een eigen bijdrage in rekening worden gebracht. 4.Indien de voorziening bestaat uit een bouwkundige of woontechnische aanpassing aan de woning, kan bij de vaststelling van de hoogte van de financiële tegemoetkoming gedurende maximaal 39 perioden van vier weken een met toepassing van de daarvoor geldende regels berekend bedrag in mindering worden gebracht, het zogenoemde eigen aandeel. 5.De eigen bijdrage wordt gemaximeerd op de kosten van de voorziening of de hoogte van het persoonsgebonden budget. Hoofdstuk3Het persoonsgebonden budget Artikel4Overwegende bezwaren Een persoonsgebonden budget wordt niet toegekend als er sprake is van overwegende bezwaren. Overwegende bezwaren worden in de beleidsregels nader omschreven en gemotiveerd. Artikel5De hoogte van een persoonsgebonden budget 1.Het bedrag voor een persoonsgebonden budget voor een voorziening wordt bepaald als tegenwaarde van de voorziening die de aanvrager op dat moment ontvangen zou hebben als de zaak in natura zou zijn verstrekt. 2.Als de voorziening in natura een nieuwe voorziening zou zijn geweest, dan wordt de tegenwaarde daarop gebaseerd, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en rekening houdend met onderhoud en verzekering. 3.Als de voorziening in natura niet een nieuwe voorziening zou zijn geweest, dan wordt de tegenwaarde daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte afschrijvingstermijn, rekening houdend met onderhoud en verzekering. Artikel6Vaststelling bedrag persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden 1.Het bedrag van het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden wordt vastgesteld op basis van het aantal geïndiceerde uren, de geïndiceerde categorie hulp bij het huishouden en het aantal daadwerkelijk ingekochte uren. 2.Het tarief voor hulp bij het huishouden bedraagt voor categorie HH1: € 15,71 indien de hulp wordt geleverd door een persoon die niet werkzaam is voor een instelling; € 20,95 indien de hulp wordt geleverd door een persoon die werkzaam is voor een instelling. 3.Het tarief voor hulp bij het huishouden bedraagt voor categorie HH2: € 15,71 indien gedaan door een persoon die niet werkzaam is voor een instelling; € 25,14 indien de hulp, welke is aangevuld met activiteiten behorende bij het organiseren van het huishouden, wordt geleverd door een persoon die werkzaam is voor een instelling. Hoofdstuk4Woonvoorzieningen Artikel7Financiële tegemoetkomingen 1.Verhuiskostenvergoeding a. forfaitaire financiële tegemoetkoming voor de verhuiskosten bedraagt bij verhuizing naar:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.