Sociaal statuut van de gemeente Noordoostpolder 2004Gelezen de nota van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder d.d. 9 maart 2004; gezien de bereikte overeenstemming in de commissie voor georganiseerd overleg d.d. 18 februari 2004; gelet op: artikel 160 van de Gemeentewet; de Wet op de ondernemingsraden (WOR), met name artikel 25; de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) en de Uitwerkingsovereenkomst (UWO), met name de artikelen 8:4, 8:4:1, 12:1:5, 12:2 en 15:1:10; B E S L U I T E N vast te stellen de volgende verordening: Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1:1Definities In dit sociaal statuut wordt verstaan onder: ambtenaar: de ambtenaar in de zin van de CAR, alsmede de werknemer met wie de werkgever een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht heeft afgesloten; werkgever: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder; het directieteam: een door de werkgever ingesteld team, bestaande uit de gemeentesecretaris, als algemeen directeur (gedurende de organisatiewijziging wordt voor directeur sectordirecteur gelezen) en minimaal nog een directeur, dat primair eindverantwoordelijk is voor de gemeentelijke strategische beleidsadvisering en bedrijfsvoering; eenheidsmanager: de hoogste leidinggevende binnen een eenheid, die onder verantwoordelijkheid van de directieteam integraal verantwoordelijk is voor de bedrijfsvoering van de aan zijn eenheid toebedeelde processen; organisatiewijziging: een belangrijke inkrimping of wijziging van de werkzaamheden van de gemeente (of een onderdeel daarvan) of een belangrijke wijziging van de laatst vastgestelde organisatiestructuur van de gemeente (of een onderdeel daarvan), die niet van tijdelijke aard is en die personele gevolgen met zich meebrengt; privatisering: organisatiewijziging die het gevolg is van de verzelfstandiging van een deel van de organisatie tot een nieuwe (privaatrechtelijke) rechtspersoon of de overdracht van een deel van de organisatie aan een derde (privaatrechtelijke) partij; publiekrechtelijke taakoverheveling: organisatiewijziging die het gevolg is van de overheveling van een deel van de organisatie naar een ander publiekrechtelijk orgaan; personele gevolgen: gevolgen voor de functie of de rechtspositie van de betrokken ambtenaren; salaris: het voor de ambtenaar geldende bedrag van de aan de ambtenaar toegekende schaal als bedoeld in artikel 3:1 van de CAR; salarisperspectief: de opeenvolgende salarisperiodieken tot en met het hoogste bedrag van de functieschaal van de ambtenaar en eventueel schriftelijk vastgelegde extra individuele salarisafspraken; bezoldiging: het salaris, vermeerderd met het bedrag van de aan de ambtenaar toegekende emolumenten en toelagen, niet zijnde onkostenvergoedingen; toelage: de toelage waarmee het salaris wordt vermeerderd ingevolge de Bezoldigingsverordening van de gemeente Noordoostpolder; functie: het geheel van werkzaamheden dat de ambtenaar volgens zijn functiebeschrijving verricht; ongewijzigde functie: een functie die gelijk of nagenoeg gelijk is aan de functie die de ambtenaar voor de organisatiewijziging vervulde; passende functie: een functie van gelijkwaardig werk- en denkniveau, die de ambtenaar redelijkerwijs in verband met zijn persoonlijkheid, omstandigheden en de voor hem bestaande vooruitzichten kan worden opgedragen. Een passende functie is doorgaans van hetzelfde functieniveau als de oude functie, maar kan ook van een hoger niveau of maximaal één niveau lager zijn dan de oude functie; geschikte functie: een functie die niet valt onder het begrip passende functie, maar die de ambtenaar bereid is te vervullen; plaatsingsplan: een overzicht van de personele invulling van de organisatiesstructuur na de organisatiewijziging; CAR: Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector gemeenten; georganiseerd overleg: de commissie voor georganiseerd overleg zoals bedoeld in artikel 12:1 van de CAR; ondernemingsraad: de ondernemingsraad zoals bedoeld in artikel 2 van de Wet op de ondernemingsraden; sociaal plan: nadere afspraken, gebaseerd op en aanvullend op dit sociaal statuut, met betrekking tot de personele gevolgen van een organisatiewijziging. Artikel1:2Werkingssfeer Dit sociaal statuut is van toepassing op alle organisatiewijzigingen in de gemeentelijke organisatie, niet zijnde een organisatiewijziging als gevolg van een gemeentelijke herindeling. Artikel1:3Bevoegdheid tot het nemen van het besluit tot organisatiewijziging 1.De werkgever is bevoegd tot het nemen van besluiten over de wijziging van de ambtelijke organisatie. 2.De werkgever kan besluiten zijn bevoegdheid onder lid 1 te mandateren aan het directieteam voor het nemen van besluiten over de organisatiewijziging van organisatie-eenheden. De eenheidsmanager kan voorstellen doen aan het directieteam tot wijziging van de organisatie van zijn eenheid. Artikel1:4Bevoegdheid tot het nemen van besluiten betreffende individuele ambtenaren 1.De werkgever is bevoegd tot het nemen van besluiten over wijziging van de aanstelling en overplaatsing, alsmede over ontslag van ambtenaren, tenzij bij of krachtens wet anders is bepaald. 2.De werkgever kan besluiten zijn bevoegdheid onder lid 1 te mandateren aan het directieteam voor het nemen van besluiten over wijziging van de aanstelling en over- en herplaatsing van ambtenaren onder het niveau van de eenheidsmanagers. Hoofdstuk2Procedurele bepalingen Artikel2:1Onderzoek naar organisatiewijziging 1.Als de werkgever of het directieteam (binnen de aan hem gemandateerde bevoegdheden) voornemens is de mogelijkheid en wenselijkheid van een organisatiewijziging te onderzoeken, worden de ondernemingsraad en de betrokken ambtenaren hier in een vroeg stadium van op de hoogte gesteld. 2.Het tijdstip van kennisgeving is dusdanig, dat de ondernemingsraad zijn mening over het onderzoek kenbaar kan maken. 3.De ambtenaren en de ondernemingsraad worden zo veel mogelijk betrokken bij de uitvoering van het onderzoek. Bovendien worden zij, indien mogelijk, tussentijds op de hoogte gehouden van de vorderingen van het onderzoek. 4.De schriftelijke eindrapportage van het onderzoek wordt ter kennisneming toegezonden aan de ondernemingsraad en het georganiseerd overleg. Artikel2:2Extern advies Indien de werkgever of het directieteam (binnen de aan hem gemandateerde bevoegdheden) voornemens is om over de wenselijkheid van de organisatiewijziging extern advies te vragen, wordt de ondernemingsraad om advies gevraagd over het verstrekken en formuleren van de adviesopdracht, conform artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden. Artikel2:3Overleg over de personele gevolgen en maatregelen 1.Voordat een definitief besluit wordt genomen ten aanzien van de organisatiewijziging, wordt in het georganiseerd overleg overleg gevoerd over de personele gevolgen van het besluit en de naar aanleiding daarvan te nemen maatregelen. 2.Als het georganiseerd overleg van mening is dat de organisatiewijziging zodanig ingrijpende personele gevolgen met zich meebrengt dat hierover aanvullende afspraken moeten worden gemaakt, wordt door de werkgever een sociaal plan opgesteld. Over dit sociaal plan moet in het georganiseerd overleg overeenstemming worden bereikt. 3.De leden van het georganiseerd overleg kunnen tussentijds bijeen worden geroepen dan wel schriftelijk worden geraadpleegd, wanneer de omstandigheden een versnelde procedure vereisen. Artikel2:4Advies ondernemingsraad over organisatiewijziging 1.Voordat een definitief besluit wordt genomen ten aanzien van de organisatiewijziging, wordt de ondernemingsraad schriftelijk om advies gevraagd, conform artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden. 2.De adviesaanvraag bevat een heldere omschrijving van het voorgenomen besluit, de beweegredenen van het besluit, de personele gevolgen van het besluit en de naar aanleiding daarvan te nemen personele maatregelen. 3.Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd, dat het nog van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. Artikel2:5Taakverdeling tussen ondernemingsraad en georganiseerd overleg Ten aanzien van de medezeggenschap van ambtenaren en vakcentrales geldt het algemene uitgangspunt dat onderwerpen die gedurende het proces van organisatiewijziging aan bod komen, primair door één orgaan worden behandeld. Artikel2.6Kennisgeving en uitvoering besluit 1.Als er een definitief besluit is genomen tot wijziging van de organisatie, wordt dit besluit zo spoedig mogelijk meegedeeld aan het georganiseerd overleg, de ondernemingsraad en de betrokken ambtenaren. Daarbij wordt tevens ingegaan op de personele gevolgen van het besluit. 2.Als in het besluit wordt afgeweken van het advies van de ondernemingsraad, zal deze afwijking duidelijk worden gemotiveerd. De uitvoering van het besluit tot organisatiewijziging wordt in dit geval uitgesteld tot op zijn vroegst een maand nadat de ondernemingsraad van het besluit in kennis is gesteld, conform artikel 25, zesde lid, van de Wet op de ondernemingsraden. Hoofdstuk3Algemene uitgangspunten voor sociaal beleid bij interne organisatiewijziging Artikel3:1Werkingssfeer hoofdstuk Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op interne organisatiewijzigingen, niet zijnde privatiseringen en publiekrechtelijke taakoverhevelingen. Artikel3:2Werkgelegenheid bij interne organisatiewijziging De werkgever of het directieteam (binnen de aan hem gemandateerde bevoegdheden) zal zich tot het uiterste inspannen om te voorkomen dat de bij de organisatiewijziging betrokken ambtenaren onvrijwillig werkloos raken. Artikel3:3Voorkeursvolgorde bij plaatsing 1.De werkgever of het directieteam (binnen de aan hem gemandateerde bevoegdheden)hanteert, bij het nemen van besluiten ten aanzien van de ambtenaren die betrokken zijn bij de organisatiewijziging, de volgende voorkeursvolgorde: de ambtenaar blijft zijn eigen, ongewijzigde functie vervullen; de ambtenaar wordt overgeplaatst naar een passende functie binnen de gemeentelijke organisatie; de ambtenaar wordt overgeplaatst naar een geschikte functie binnen de gemeentelijke organisatie. 2.Plaatsingsbesluiten als bedoeld in het eerste lid worden genomen met inachtneming van de plaatsingsprocedure, zoals beschreven in hoofdstuk 4. 3.Ten aanzien van de plaatsing en benoeming in bepaalde managementfuncties kan worden bepaald dat na overleg met het Georganiseerd Overleg hiervoor een aparte procedure wordt vastgesteld. Artikel3:4Uitgangspunten plaatsing 1.Bij het nemen van besluiten als bedoeld in artikel 3:3, eerste lid, wordt met de volgende gegevens rekening gehouden: de geschiktheid van de ambtenaar voor een functie, zoals die blijkt uit opleidings- enervaringsgegevens, beoordelingsgesprekken en eventuele geschiktheidstesten; de voorkeur van de ambtenaar voor bepaalde functies; de diensttijd van de ambtenaar bij de gemeente Noordoostpolder; de leeftijd van de ambtenaar; het type dienstverband van de ambtenaar. 2.De ambtenaar is verplicht om mee te werken aan gesprekken en tests die nodig zijn voor het verzamelen van gegevens als genoemd in het eerste lid onder a. De kosten van eventuele tests zijn voor rekening van de werkgever. Artikel3:5Belangstellingsregistratie Voordat plaatsingsbesluiten als bedoeld in artikel 3:3, eerste lid worden genomen, worden de bij de organisatiewijziging betrokken ambtenaren in de gelegenheid gesteld hun belangstelling voor maximaal drie functies kenbaar te maken, waarbij de ambtenaar de volgorde van voorkeur dient aan te geven. Artikel3:6Geen passende of geschikte functie 1.Indien de werkgever of het directieteam (binnen de aan hem gemandateerde bevoegdheden) er niet in slaagt om de ambtenaar een passende dan wel geschikte functie aan te bieden binnen de gemeentelijke organisatie, zal de werkgever of de directieteam (binnen de aan haar gemandateerde bevoegdheden) en de ambtenaar zich inspannen om gezamenlijk een structurele oplossing te vinden. Onderdeel van deze oplossing kunnen zijn: bijscholing en omscholing; tijdelijke tewerkstelling binnen de gemeentelijke organisatie, al dan niet bovenformatief; een passende functie binnen de gemeentelijke organisatie, die na de herplaatsingsprocedure is ontstaan; tijdelijke detachering naar een externe organisatie; outplacementbegeleiding; een passende functie buiten de gemeentelijke organisatie; flankerende maatregelen, die erop gericht zijn financiële nadelen voor betrokkene weg te nemen. 2.De kosten van bijscholing, omscholing en outplacementbegeleiding zijn voor rekening van de werkgever. 3.Indien de werkgever na zorgvuldig onderzoek constateert dat geen structurele oplossing als bedoeld in het eerste lid kan worden gevonden, zal de ambtenaar eervol ontslag wegens reorganisatie worden verleend, als bedoeld in artikel 8:4 van de CAR. De bovenwettelijke werkloosheidsuitkeringsregeling van de CAR, hoofdstuk 10a, is van toepassing, indien recht bestaat op een uitkering krachtens de WW. Artikel3:7Verplichting ambtenaar 1.De ambtenaar is verplicht, onverminderd het recht op bezwaar en beroep, een passende functie die hem met inachtneming van de herplaatsingsprocedure is toegewezen, te aanvaarden. 2.Wanneer de ambtenaar na herhaald en zorgvuldig overleg weigerachtig is ten aanzien van aanvaarding van een passende functie of niet meewerkt aan het vinden van een oplossing als bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, kan de werkgever overgaan tot ontslag. Daarbij kan de werkgever melding maken bij de instelling die de Werkloosheidswet uitvoert, dat de betreffende ambtenaar weigert een passende functie te aanvaarden of niet meewerkt aan het vinden van een oplossing als bedoeld in artikel 3:6 lid 1. Artikel3:8Salarisgarantie De ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie, behoudt recht op het salaris en het salarisperspectief, zoals die voor hem golden in de oude functie. Artikel3:9Functiegebonden toelagen 1.Voor de ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie vervallen de functiegebonden toelagen. 2.Aan de ambtenaar, wiens bezoldiging als gevolg van het vervallen van de functiegebonden toelagen een blijvende verlaging ondergaat, wordt een aflopende compensatie toegekend indien: de blijvende verlaging ten minste 3% bedraagt van de bezoldiging; de ambtenaar deze toelagen gedurende ten minste twee jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten. 3.Deze compensatie kent het volgende verloop: het eerste halfjaar na de overplaatsing ontvangt de ambtenaar 100% van de daling van de bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen van de toelagen; het tweede halfjaar na de overplaatsing ontvangt de ambtenaar 75% van de daling van de bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen van de toelagen; het derde halfjaar na de overplaatsing ontvangt de ambtenaar 50 % van de daling van de bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen van de toelagen; het vierde halfjaar na de overplaatsing ontvangt de ambtenaar 25 % van de daling van de bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen van de toelagen. Artikel3:10Persoonsgebonden toelagen De ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie, behoudt recht op zijn persoonsgebonden toelagen. Artikel3:11Studiefaciliteiten 1.De ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie, behoudt de rechten die hem op grond van de studiefaciliteitenregeling zijn toegekend, indien hij de studie voortzet. 2.De ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie en die in overleg met zijn nieuwe leidinggevende besluit te stoppen met zijn studie, wordt ontheven van terugbetalingsverplichtingen die voortvloeien uit de studiefaciliteitenregeling. Artikel3:12Aanvullende scholing Door of namens de werkgever wordt onderzocht of het nodig is de ambtenaar, die is overgeplaatst naar een passende of geschikte functie binnen de gemeentelijke organisatie, bij of om te scholen voor het vervullen van zijn nieuwe functie. De kosten van de scholing zijn voor rekening van de werkgever. Artikel3:13Functie buiten de gemeentelijke organisatie 1.Indien de ambtenaar, waarvoor in de herplaatsingsprocedure geen passende of geschikte functie is gevonden, een functie accepteert buiten de gemeentelijke organisatie, wordt hem eervol ontslag verleend. 2.De ambtenaar die overeenkomstig het eerste lid ontslag wordt verleend, wordt ontheven van eventuele terugbetalingsverplichtingen die voortvloeien uit de studiefaciliteitenregeling, de verhuiskostenregeling en de regeling betaald ouderschapsverlof. 3.Indien de ambtenaar als bedoeld in het eerste lid een functie van ten minste een gelijke betrekkingsomvang accepteert buiten de gemeentelijke organisatie, vult de werkgever het brutosalaris gedurende één jaar aan tot aan het niveau van het brutosalaris dat de ambtenaar genoot direct voorafgaand aan het ontslag. De ambtenaar die een functie accepteert met een kleinere betrekkingsomvang ontvangt gedurende één jaar een aanvulling van zijn brutosalaris naar rato. Hoofdstuk4Plaatsingsprocedure Artikel4:1Plaatsingsprocedure 1.De werkgever stelt een plaatsingscommissie in, die als taak heeft om hem of het directieteam te adviseren over de te nemen plaatsingsbesluiten op basis van een ontwerp-plaatsingsplan en door haar benodigde gegevens. 2.De plaatsingscommissie is als volgt samengesteld: een door de werkgever aangewezen lid, niet zijnde een lid van het college of van het directieteam of een eenheidsmanager; een, intern of extern, aangewezen lid door de ondernemingsraad; een voorzitter, aan te wijzen door de leden; een adviseur personeel en organisatie (geen lid); een medewerker van de gemeentelijke organisatie als secretaris (geen lid). De bij de organisatiewijziging betrokken eenheidsmanagers wonen als adviseur de vergaderingen van de plaatsingscommissie bij, voor wat betreft zijn eenheid. 3.De vergaderingen van de commissie zijn niet openbaar en vinden alleen plaats als alle leden aanwezig zijn. Artikel4:2Advies over plaatsing 1.De plaatsingscommissie verzamelt alle volgens haar benodigde gegevens en adviseert de werkgever of het directieteam, uitgaande van het ontwerp-plaatsingsplan, over de plaatsing van de betrokken ambtenaren. 2.De werkgever of het directieteam informeert de ambtenaar schriftelijk over het advies van de plaatsingscommissie over zijn plaatsing, respectievelijk over het advies van de commissie om hem vooralsnog geen passende of geschikte functie aan te bieden. 3.Tevens informeert de werkgever of het directieteam de ambtenaar over het standpunt dat de werkgever of het directieteam heeft ingenomen over het advies van de plaatsingscommissie. Artikel4:3Bedenkingen tegen ingenomen standpunt over plaatsing Indien de ambtenaar bedenkingen heeft tegen het standpunt van de werkgever of het directieteam over zijn plaatsing, respectievelijk om hem vooralsnog geen passende ofgeschikte functie aan tebieden, kan hij deze binnen 14 dagen schriftelijk indienen bij de werkgever of het directieteam. Tevens kan hij hierbij verzoeken om mondeling te worden gehoord. De ambtenaar die hiertoe een verzoek indient, zal binnen 14 dagen worden gehoord. Van het horen wordt schriftelijk verslag opgemaakt. Artikel4:4Plaatsingsbesluiten 1.De werkgever of het directieteam (binnen de aan hem gemandateerde bevoegdheden)neemt het besluit tot plaatsing van de betrokken ambtenaar. De ambtenaar wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte gesteld van dit besluit. In de motivering van het besluit wordt ingegaan op eventuele bedenkingen die door de ambtenaar zijn ingediend. 2.De ambtenaar voor wie in de plaatsingsprocedure geen passende of geschikte functie is gevonden, wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk van dit besluit in kennis gesteld. In de motivering van het besluit wordt ingegaan op eventuele bedenkingen die door de ambtenaar zijn ingediend. 3.De ambtenaar kan bezwaar en beroep aantekenen tegen de besluiten, zoals bedoeld in het eerste en tweede lid, conform de Algemene wet bestuursrecht, bij de werkgever. Hoofdstuk5Privatisering en taakoverheveling Artikel5:1Werkingssfeer hoofdstuk Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op privatiseringen en publiekrechtelijke taakoverhevelingen. Artikel5:2Werkgelegenheid 1.De werkgever zal zich tot het uiterste inspannen om ervoor te zorgen dat de werkgelegenheid van de bij de privatisering of overheveling van taken betrokken ambtenaren behouden blijft. 2.De werkgever treedt met de betrokken privaatrechtelijke of publiekrechtelijke instantie in overleg over de overname van de ambtenaren van het desbetreffende organisatieonderdeel. Gemaakte afspraken worden schriftelijk vastgelegd. 3.Voordat de werkgever een besluit neemt over de overgang van een ambtenaar naar de betrokken privaatrechtelijke of publiekrechtelijke instantie, biedt hij de betrokkene de gelegenheid om zijn belangstelling kenbaar te maken voor passende functies die op dat moment vacant zijn of op korte termijn vacant worden in de gemeentelijke organisatie. De ambtenaar zal als interne kandidaat in de selectieprocedure worden betrokken. Artikel5:3Geen passende of geschikte functie 1.Indien de werkgever er niet in slaagt om de ambtenaar onder te brengen bij de nieuwe werkgever dan wel een passende functie aan te bieden binnen de gemeentelijke organisatie, zullen de werkgever en de ambtenaar zich inspannen om gezamenlijk een structurele oplossing te vinden. Onderdeel van deze oplossing kunnen zijn: bijscholing en omscholing; tijdelijke tewerkstelling binnen de gemeentelijke organisatie, al dan niet bovenformatief; een geschikte functie binnen de gemeentelijke organisatie; een na de plaatsingsprocedure vrijgekomen passende functie binnen de gemeentelijke organisatie; tijdelijke detachering naar een externe organisatie; outplacementbegeleiding; een passende functie buiten de gemeentelijke organisatie; flankerende maatregelen, die erop gericht zijn financiële nadelen voor betrokkene weg te nemen. 2.De kosten van bijscholing, omscholing en outplacementbegeleiding zijn voor rekening van de werkgever. 3.Indien de werkgever na zorgvuldig onderzoek constateert dat geen structurele oplossing als bedoeld in het eerste lid kan worden gevonden, zal de ambtenaar eervol ontslag wegens reorganisatie worden verleend, als bedoeld in artikel 8:4 van de CAR. De bovenwettelijke werkloosheidsuitkeringsregeling van de CAR, hoofdstuk 10a, is van toepassing, indien recht bestaat op een uitkering krachtens de WW. Artikel5:4Sociaal plan 1.Als het georganiseerd overleg van mening is dat de privatisering of taakoverheveling zodanig ingrijpende personele gevolgen met zich meebrengt dat hierover aanvullende afspraken moeten worden gemaakt, wordt door de werkgever een sociaal plan opgesteld. Dit plan regelt de overplaatsingsprocedure (inclusief de ontslag- en aanstellingsprocedure van het over te plaatsen personeel) en bevat rechtspositionele bepalingen. Over dit sociaal plan moet overeenstemming worden bereikt in het georganiseerd overleg. 2.Er worden geen definitieve besluiten genomen ten aanzien van ambtenaren voordat er overeenstemming is over het sociaal plan. Artikel5:5Rechtspositievergelijking 1.Indien de betrokken ambtenaren overgaan naar een privaatrechtelijke of een andere publiek-rechtelijke werkgever waarvoor een afwijkende rechtspositieregeling of CAO geldt, maakt de werkgever een vergelijking tussen de arbeidsvoorwaardenpakketten die van toepassing zijn op de gemeentelijke werkgever en de nieuwe werkgever. 2.Indien uit de vergelijking blijkt dat het totaalpakket van arbeidsvoorwaarden (bestaande uit in ieder geval salaris, uitkeringen en toelagen, (pre)pensioen, vakantie, ziektekostenregeling en werkloosheidsuitkering) bij de nieuwe werkgever minder is dan het totaalpakket bij de gemeentelijke werkgever, worden in het sociaal plan nadere afspraken gemaakt over afbouw, behoud of compensatie van aanspraken. 3.Het sociaal plan bevat in ieder geval de volgende garanties: netto-nettogarantie van het salaris en het salarisperspectief; ambtenaren die een vaste aanstelling hebben, krijgen bij de nieuwe werkgever een vaste aanstelling dan wel een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zonder proeftijd. Hoofdstuk6Slotbepalingen Artikel6:1Hardheidsclausule 1.In gevallen waarin toepassing van het sociaal statuut zou leiden tot een onbillijke situatie voor een ambtenaar, kan de werkgever van het statuut afwijken in een voor de ambtenaar gunstige zin. 2.In gevallen waarin het sociaal statuut niet voorziet, beslist de werkgever in overleg met het Georganiseerd Overleg. Artikel6:2Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Sociaal statuut gemeente Noordoostpolder 2004. Artikel6:3Inwerkingtreding Dit sociaal statuut treedt in werking met ingang van de eerste dag, volgende op die van de vaststelling op 16 maart 2004, onder gelijktijdige intrekking van het Sociaal Statuut 2000. Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 maart 2004,de secretaris, de burgemeester,Algemene toelichting op het Sociaal statuut van de gemeente Noordoostpolder 2004 1. Inleiding. Deze algemene toelichting gaat in op de personele aspecten van een organisatieveranderingstraject en is bedoeld als achtergrondinformatie bij het sociaal statuut. In deze paragraaf zal eerst worden ingegaan op het verschijnsel organisatieverandering, waarna het doel en de betekenis van een sociaal statuut en een sociaal plan zullen worden beschreven. In de volgende paragrafen zal achtereenvolgens worden ingegaan op de diverse typen organisatieveranderingen, het proces van organisatieverandering, de medezeggenschaps- en inspraakmogelijkheden en de rechtspositionele aspecten van organisatieverandering. Organisatieverandering was in het verleden doorgaans een vrij statisch proces. De organisatie-structuur van een gemeente bleef jarenlang hetzelfde, tot het moment dat men tegen onover-komelijke problemen aanliep. Dan werd een nieuwe organisatie-indeling bedacht die een defini-tieve oplossing moest zijn voor de geconstateerde problemen. Deze nieuwe indeling ging vervol-gens een aantal jaren mee, waarna men opnieuw tegen problemen aanliep en de organisatie-structuur opnieuw gewijzigd werd. Reorganisaties waren vaak organisatiebrede, ingrijpende projecten. Heden ten dage begint een andere visie op organisatieverandering de overhand te krijgen. Deze visie op organisatieontwikkeling heeft als kerngedachte dat moderne organisaties continu in beweging zijn. Organisatieverandering vindt niet meer met horten en stoten plaats, maar is een continu en vloeiend proces. Soms vinden er ingrijpende organisatiewijzigingen plaats (bijvoorbeeld een herindelingsoperatie of een kanteling van de organisatie maar veel vaker zijn de wijzigingen minder ingrijpend, gezien het aantal betrokken personen of organisatie-onderdelen. Bij een nieuwe visie op organisatieverandering hoort een nieuwe visie op het sociaal beleid bij organisatieverandering. Immers, continue organisatieontwikkeling vereist een andere aanpak dan de horten-en-stotenaanpak. Had het sociaal beleid bij organisatieverandering in het verleden vaak uitsluitend het karakter van oplossen van problemen bij omvangrijke reorganisaties (overtolligheid, zoeken naar passende/geschikte functies binnen de gemeente, non-activiteitsregelingen), tegenwoordig wordt daarnaast de nadruk gelegd op voorkomen van problemen door het creëren van mobiliteit. In een organisatie die continu in beweging is, zullen ambtenaren mee moeten bewegen. De organisatie schept door mobiliteits- en employability-bevorderend beleid een klimaat waarin beweging als normaal wordt ervaren. Hierdoor zal organisatieontwikkeling aanzienlijk soepeler verlopen. Het sociaal beleid bij organisatieverandering is verankerd in het sociaal statuut. Een sociaal statuut is een reglement, dat de spelregels bevat, waar werkgever en werknemer (en hun verte-genwoordigers) zich aan moeten houden wanneer zich een organisatiewijziging voordoet. Het sociaal statuut is vastgesteld door de gemeenteraad, nadat overeenstemming is bereikt in de commissie voor georganiseerd overleg, en heeft het karakter van een gemeentelijke verordening. Het statuut bestaat onder andere uit procedurele bepalingen, de rechten en plichten van werkgever en werknemer bij reorganisatie, mobiliteitsbevorderende bepalingen en eventuele afbouw, garantie of compensatie van arbeidsvoorwaarden. Het sociaal statuut kent drie doelstellingen: garanderen van een zorgvuldige procedure met voldoende inspraakmogelijkheden voor betrokkenen; vooraf duidelijkheid scheppen voor het bestuur, het management en adviseurs over de spelregels die zij bij organisatieverandering moeten hanteren; vooraf duidelijkheid scheppen voor ambtenaren over de eventuele gevolgen van toekomstige organisatieveranderingen voor hun rechtspositie. Een helder sociaal statuut neemt onduidelijkheid en weerstand ten aanzien van organisatieveran-dering voor een deel weg, zodat alle betrokkenen zich kunnen concentreren op het verbeteren van de organisatie. Elke organisatieverandering is uniek. Daarom is een algemeen geldend sociaal statuut niet in alle gevallen voldoende. Ingrijpende organisatieveranderingen kunnen immers specifieke sociale gevolgen met zich meebrengen, die een regeling op maat verdienen. Het zal daarom soms nodig zijn om op basis van het algemeen geldend sociaal statuut een aanvullend sociaal plan voor een specifieke organisatiewijziging op te stellen. 2. Typologie van organisatieveranderingen. In de gemeente kunnen zich zeer uiteenlopende organisatieveranderingen voordoen. Ten eerste kan de omvang van de organisatieverandering (te meten aan het aantal medewerkers en afdelingen dat bij de organisatieverandering betrokken
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.