Subsidieverordening aangepast sporten in de regio Drechtsteden 2011 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. aangepast sporten: het beoefenen van sport in aangepaste vorm door personen met een motorische, zintuiglijke of verstandelijke handicap of met een chronische aandoening, die aantoonbare beperkingen opleveren bij de sportbeoefening; b. college: het college van burgemeester en wethouders van Papendrecht; c. deelnemende gemeenten: de gemeenten die participeren in het Samenwerkingsverband aangepast sporten Drechtsteden, te weten: Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht; d. instelling: vereniging of stichting die aangepast sporten aanbiedt; e. sport: het geheel van lichamelijke en/of geestelijke activiteiten, gericht op ontspanning, met spel- en/of wedstrijdelementen, waarbij conditie en/of vaardigheid zijn vereist, respectievelijk worden bevorderd; f. subsidiejaar: het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft; g. wet: de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 2 Doelstelling Doel van deze subsidieverordening is om instellingen met subsidie van de deelnemende gemeenten in staat te stellen sportactiviteiten in aangepaste vorm aan te bieden aan inwoners van de deelnemende gemeenten, die zijn aangewezen op aangepast sporten. De subsidie is bedoeld voor de meerkosten van het aangepast sporten, ten opzichte van de kosten van sportbeoefening door personen die niet zijn aangewezen op aangepast sporten. Artikel 3 Uitvoering van de verordening Het college is belast met de uitvoering van deze verordening en de vaststelling van het subsidieplafond als genoemd in artikel 4 lid 1. Artikel 4 Subsidieplafond Het college stelt in het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar het subsidieplafond vast. Als bij de besluitvorming over de subsidieaanvragen die voor 1 oktober zijn binnengekomen blijkt dat het voor de subsidies benodigde bedrag hoger is dan het subsidieplafond, dan worden alle subsidies met een zodanig percentage verlaagd dat overschrijding van het subsidieplafond achterwege blijft. HOOFDSTUK 2 EISEN AAN DE INSTELLINGEN Artikel 5 Eisen aan de instellingen Subsidie wordt slechts verstrekt aan instellingen die: volledige rechtsbevoegdheid bezitten; statutair gevestigd zijn in de deelnemende gemeenten; openstaan voor de hele bevolking van de deelnemende gemeenten, zonder onderscheid naar ras, godsdienst, levensovertuiging, sekse, seksuele geaardheid of leeftijd. In afwijking van het gestelde in lid 1 onder b kunnen instellingen waarvan de deelnemers voor tenminste 50% uit de deelnemende gemeenten afkomstig zijn in aanmerking komen voor subsidie. HOOFDSTUK 3 GRONDSLAG SUBSIDIEBEREKENING Artikel 6 Te subsidiëren activiteiten Op grond van deze verordening kan subsidie worden verstrekt voor: vervoer van sporters; inzet van gekwalificeerd sporttechnisch kader; activiteitenhelpers; aangepaste materialen; opleidingen voor aangepaste sporten. Als voor vervoer gebruik wordt gemaakt van een motorvoertuig dan worden de kosten daarvan berekend op basis van de op dat moment geldende belastingvrije kilometervergoeding. Artikel 7 Subsidie voor vervoer van sporters De subsidie bedraagt: voor sporters die zijn aangewezen op het gebruik van een rolstoel 75% van de kosten van vervoer met een aangepast vervoermiddel naar en van de sportaccommodatie. voor sporters die zich niet zelfstandig kunnen verplaatsen 25% van de kosten van vervoer naar en van de sportaccommodatie. Artikel 8 Subsidie voor inzet van gekwalificeerd sporttechnisch kader De subsidie bedraagt maximaal € 500 per begeleider of trainer per jaar tot een totaal maximum van € 3.500 per jaar per instelling. Voor de kosten van begeleiders en trainers wordt uitsluitend subsidie verstrekt als betrokkenen in het bezit zijn van een door Gehandicaptensport Nederland erkend diploma. Op het bepaalde in lid 2 kan eenmalig en voor de duur van één jaar een uitzondering worden gemaakt voor personen die niet beschikken over de nodige diploma’s, maar wel geacht kunnen worden over de vereiste vaardigheden te beschikken, en voor personen die hun opleiding nog niet hebben afgerond. Artikel 9 Subsidie voor activiteitenhelpers Onder activiteitenhelpers worden verstaan de vrijwilligers die voor, tijdens en na afloop van aangepast sporten mensen met een beperking helpen noodzakelijke handelingen te verrichten. De subsidie bedraagt 50% van de reiskosten van de activiteitenhelper naar en van de sportaccommodatie. Artikel 10 Subsidie voor aangepaste materialen Onder aangepaste materialen en/of toestellen wordt verstaan: specifieke materialen en/of toestellen die noodzakelijk zijn voor het kunnen uitoefenen van aangepast sporten. De subsidie bedraagt 50% van de kosten van aanschaf en onderhoud van aangepaste spelmaterialen en/of toestellen; naar het oordeel van het college noodzakelijke medische apparatuur. Sportrolstoelen zijn van subsidiëring uitgesloten, met uitzondering van ten hoogste twee stoelen, die door de instelling worden ingezet om nieuwe leden te laten kennismaken met het rijden in een sportrolstoel. Artikel 11 Subsidie voor opleidingen voor aangepaste sporten De subsidie bedraagt 50 % van de kosten voor het volgen van een door Gehandicaptensport Nederland erkende opleiding van het sporttechnisch kader. HOOFDSTUK 4 PROCEDURE SUBSIDIEVERSTREKKING Artikel 12 De subsidieaanvraag Aanvragen worden voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar ingediend bij het college. Na 1 oktober ingediende aanvragen worden niet in behandeling genomen, tenzij er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. De aanvraag is voorzien van een begroting van baten en lasten van de activiteit(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.