INLEIDING Met de invoering van de Wet werk en bijstand (WWB) per 1 januari 2004 is ook de bijzondere bijstand en het minimabeleid gewijzigd. Zo voerde het Kabinet een bezuiniging door, mocht er geen categoriale bijstand meer worden verstrekt en werd de langdurigheidstoeslag ingevoerd. De invoering van de WWB betekende een versobering van het bestaande bijstandsbeleid voor minima in onze gemeente. Door de het college werden voorstellen gedaan om minima daar waar mogelijk tegemoet te komen waarbij het uitgangspunt was: werk boven inkomen (arbeid moet lonen) geen categoriale bijstand meer voor mensen van 23 tot 65 jaar door beperking van financiële middelen zorg bieden waar dat nodig is. Armoede staat zowel landelijk- als op gemeenteniveau nog steeds hoog op de politieke agenda. Zo besloot het Kabinet, nadat het eerst met bezuinigingsvoorstellen kwam, in 2004 toch weer een bedrag beschikbaar te stellen voor categoriale bijstand aan chronisch zieken, gehandicapten en ouderen. Onlangs besloot het Kabinet de regels voor het toekennen van de langdurigheidstoeslag te verruimen, hierover volgt nog een wetsvoorstel. Ook wordt 35 miljoen bijzondere bijstand aan het gemeentefonds toegevoegd om de koopkracht van minima te verbeteren, dit mede in verband met gestegen energielasten. Met deze nota nemen wij het huidige beleid onder de loep en onderzoeken wij mogelijkheden tot verbetering. Daarbij houden wij rekening met de beperkte financiële middelen die wij hebben om het beleid te verruimen. In het financieel overzicht worden de (on-)mogelijkheden beschreven. Tot nu is er steeds onderscheid gemaakt tussen bijzondere bijstand en minimabeleid. Dit onderscheid werkt alleen maar verwarrend. Het gaat allemaal om hetzelfde: mensen met een laag inkomen ondersteunen daar waar het kan. In deze nota daarom geen onderscheid meer tussen minima- en bijzondere bijstandsbeleid. We hebben het nu alleen over bijzondere bijstand. Met deze nota vervalt de nota Bijzondere Bijstand en Minimabeleid gemeente Bergen, de beleidsregels bijzondere bijstand en de uitvoeringsrichtlijnen bijzondere bijstand, zoals dat is vastgesteld vóór 1 mei
(2005)de overschotten reserveren voor categoriale bijstand voor chronisch zieken, ouderen en gehandicapten; met ingang van 1 oktober 2005 één keer per kalenderjaar aan de doelgroep chronisch zieken, ouderen en gehandicapten (zoals vastgesteld door het college van Bergen in de vergadering van 9 november 2004) categoriale bijzondere bijstand verstrekken tot een bedrag van € 250,00 per huishouden, mits: het inkomen zoals bedoeld in artikel 32 van de Wet werk en bijstand (WWB) niet meer is dan 130% van de norm zoals genoemd in artikel 21, 22 en 24 van de WWB, verhoogd met een toeslag zoals genoemd in artikel 25 lid 2 voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder; het vermogen niet meer is dan het vermogen zoals genoemd in artikel 34 van de WWB; het voorstel is dit beleid eind 2006 te evalueren. Inmiddels is het overschot 2005 bekend. De berekening ziet er als volgt uit. Aantal personen € 250 per persoon Betaling 2005 223 personen € 55.750 Overschot budget 2005 € 41.000 Budget 2006 € 43.500 Beschikbaar 2006 € 84.500 Betaling 2006 223 personen € 55.750 Te verwachten Overschot budget 2006 € 28.750 4 Collectieve ziektekostenverzekering2. Collectieve basisverzekering De zorgverzekeringswet biedt gemeenten de mogelijkheid om minima een collectieve basisverzekering aan te bieden. Deze verzekering biedt inhoudelijk hetzelfde pakket als voorheen het ziekenfonds deed. Het collectieve contract is gebaseerd op gecontracteerde zorg, wat wil zeggen dat de nota’s zoveel mogelijk door de verzekeringsinstelling betaald worden en de cliënt géén nota’s ontvangt. het collectieve contract gaat uit van 0 euro eigen risico voor de deelnemer. Mocht een cliënt wel voor een eigen risico kiezen, dan kan hij/zij niet deelnemen aan de collectieve basisverzekering; de collectiviteitskorting die de gemeente met de verzekeringsinstelling afspreekt, komt volledig ten goede aan de deelnemer. Deze betaalt dus minder aan premie dan een cliënt die niet meedoet aan de collectieve verzekering; de gemeente Bergen verstrekt in principe géén bijzondere bijstand voor het eigen risico waarvoor een verzekerde zelf heeft gekozen; ook verstrekt de gemeente Bergen in principe géén bijzondere bijstand voor de kosten van het niet-verzekerd zijn (zoals voor een premieachterstand, de boete en eventuele medische kosten); de zorgverzekeringswet - en met name de basisverzekering - wordt beschouwd als een toereikende voorliggende voorziening; alleen de eigen bijdrage die op grond van de basisverzekering wordt opgelegd, kan voor bijzondere bijstand in aanmerking komen. Hierbij zal voor de hulpmiddelen (hoortoestellen, orthopedische schoenen, e.d.) een maximum opgenomen worden (net als nu het geval is). Aanvullende ziektekostenverzekering Net als nu het geval is, kunnen cliënten zich bijverzekeren voor aanvullende medische zorg die niet in het basispakket is verzekerd. Ze kunnen dus zelf kiezen of ze een aanvullende verzekering willen. Door het aanbieden van een collectieve aanvullende ziektekostenverzekering (de AZG), en het bijdragen in de premie daarvan, maakt de gemeente optimaal gebruik van de mogelijkheden om de minima goed verzekerd te laten zijn tegen hoge ziektekosten. De AZG (Aanvullende Ziektekostenverzekering Gemeenten) Deze verzekering bestaat uit: de basisverzekering van Univé. een aanvullende verzekering van Univé (met net als in voorgaande jaren de mogelijkheid te kiezen uit het Uitgebreide of het Toppakket, alleen krijgen deze verzekeringen in 2006 waarschijnlijk een andere naam). Minima in onze gemeente krijgen een vergoeding voor het Uitgebreide pakket. het aanvullende gemeentepakket. Hierin zit de vergoeding voor brillen en contactlenzen en dit pakket vult de vergoeding voor tandartskosten, fysiotherapie en orthodontie aan tot 100% van de kosten. De premie wordt door de gemeente vergoed. Financiële gevolgen: De AZG staat in onze gemeente alleen open voor bijstandscliënten. Overige minima kunnen bijstand aanvragen voor de kosten van de aanvullende verzekering, hierover meer in hoofdstuk 3. In 2005 heeft de AZG + de aanvullende ziektekostenverzekering € 94.186,00 gekost. Het is niet de verwachting dat dit bedrag hoger zal worden, tenzij het aantal bijstandscliënten gaat toenemen. 5 Langdurigheidstoeslag2. De langdurigheidstoeslag is een categoriale regeling welke is bestemd voor inwoners die 5 jaar of langer een bijstandsuitkering ontvangen. De langdurigheidstoeslag valt niet onder de bijzondere bijstand, maar wordt betaald uit het inkomensdeel van de WWB. De langdurigheidstoeslag bedraagt voor gehuwden € 473,00 voor een alleenstaande ouder € 424,00 (90%) en voor een alleenstaande € 331,00 (70%). Het uitgangspunt is dat personen die voor de langdurigheidstoeslag in aanmerking komen geen beroep kunnen doen op bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen zoals omschreven in 3.1. Hierbij hebben wij overwogen dat de langdurigheidstoeslag een keer per jaar als een belastingvrij bedrag wordt uitbetaald en bedoeld is voor vervangingsuitgaven. De regelgeving voor toekenning is landelijk bepaald. Het komt er kort gezegd op neer dat alleen mensen zonder arbeidsmarktperspectief in aanmerking komen voor de regeling. Dit betekent dat iemand die de afgelopen 5 jaar heeft gewerkt, ook al is dat maar 1 dag geweest, niet in aanmerking komt. Ook mensen met een Wajong of WAO uitkering komen zelden in aanmerking voor de regeling. Het kabinet doet, samen met de VNG onderzoek naar verbetering van de regeling zodat meer mensen voor de langdurigheidstoeslag in aanmerking komen. Zodra hierover meer bekend wordt ook ons beleid aangepast aan de nieuwe richtlijnen. HOOFDSTUK3 Bijstand voor doelgroepen Met de invoering van de WWB is in de visie van het rijk opgenomen dat inkomenspolitiek uitsluitend is voorbehouden aan het rijk. Categoriale verstrekkingen mochten niet meer, behalve enkele uitzonderingen. Arbeid moest lonen en het afschaffen van categoriale regelingen droeg volgens de visie van het rijk bij aan het verminderen van de armoedeval en moest zorgen voor meer rechtsgelijkheid. In de nota Bijzondere Bijstand en Minimabeleid gemeente Bergen (vastgesteld in december 2003) zijn deze uitgangspunten de basis geweest voor het beleid. Nu we twee jaar verder zijn blijkt dat ons bijstandsbeleid voor doelgroepen soms ingewikkeld en in sommige gevallen ook onrechtvaardig is. In dit hoofdstuk wordt het oude beleid geëvalueerd en daar waarnodig voorstellen tot verbetering gedaan. Het gaat om de bestaande regelingen: duurzame gebruiksgoederen deelname maatschappelijk verkeer aanvullende ziektekostenverzekering voor minima Als nieuw beleid wordt voorgesteld: schoolkosten Duurzame gebruiksgoederen3.1 Met ingang van 1 januari 2004 is de langdurigheidstoeslag ingevoerd. Dit is een categoriale regeling voor mensen die 5 jaar of langer van een bijstandsuitkering moeten rondkomen. Categoriaal wil zeggen dat degene die tot de doelgroep behoort geen kosten hoeft te hebben om voor de regeling in aanmerking te komen. Uit diverse onderzoeken blijkt dat mensen die langer dan drie jaar van een minimum inkomen moeten rondkomen vaak in de problemen komen wanneer er duurzame gebruiksgoederen nodig zijn. Daarom is in ons beleid opgenomen om aan die groep eenmaal per jaar een bijdrage toe te kennen ter hoogte van de bedragen in de langdurigheidstoeslag. Voor gehuwden € 473,00; voor een alleenstaande ouder € 424,00 (90%) en voor een alleenstaande € 331,00 (70%). Het verschil met de langdurigheidstoeslag is dat voor deze regeling bonnen worden overgelegd. Om voor de regeling in aanmerking te komen moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: individueel aanvragen; inkomen mag niet hoger zijn dan 120% van de van toepassing zijnde normen in de WWB; het vermogen mag niet hoger zijn dan anderhalf maal het minimum inkomen; overleggen van bewijsstukken; drie jaar of langer een inkomen hebben gehad dat niet hoger is dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm; aanvrager(
- s)die in aanmerking komen voor de langdurigheidstoeslag kunnen geen beroep doen op de regeling; aanvrager(
- s)moeten een zelfstandige huishouding voeren; de regeling geldt voor inwoners van 23 tot 65 jaar. Om de uitvoering zo eenvoudig mogelijk te laten verlopen en om te voorkomen dat er sprake is van “voorfinanciering” mogen de bewijsstukken ook achteraf worden ingeleverd. Niet inleveren betekent verrekenen met lopende uitkering of terugvorderen. 3.2 Deelname maatschappelijk verkeer Tot 1 januari 2004 was het mogelijk categoriaal bijstand te verstrekken voor deelname maatschappelijk verkeer ( bijv. lidmaatschap van vereniging, abonnementen, telefoon enz.). Met de invoering van de WWB mocht dat niet meer. Om te voorkomen dat mensen in een sociaal isolement raken werd in het beleid opgenomen dat een bepaalde doelgroep toch in aanmerking kon komen voor een bijdrage. Het uitgangspunt was destijds dat “arbeid moest lonen”. Dat heeft tot gevolg dat alleen alleenstaande ouders met kinderen op de basisschool in aanmerking komen voor de bijdrage. Tenzij er recht bestaat op de langdurigheidstoeslag (immers er bestaat recht op deze toeslag als er geen arbeidsmarktperspectief is). Echtparen met kinderen komen niet in aanmerking, omdat er vanuit wordt gegaan dat een van beide partners kan gaan werken. De destijds vastgestelde regeling pakt vooral voor kinderen in het voortgezet onderwijs en kinderen van echtparen ongunstig uit. De doelgroep is destijds als volgt vastgesteld: alleenstaande ouders met kinderen tot en met groep acht van de basisschool; mensen die behoren tot de doelgroep van de langdurigheidstoeslag; inkomen mag niet hoger dan 120% van het minimum inkomen. 3.3 Vergoeding indirecte schoolkosten De cliëntenraad vraagt al lang aandacht voor de kosten van kinderen die naar de middelbare school gaan. Indirecte studiekosten van ten laste komende schoolgaande kinderen komen in beginsel niet voor de verlening van bijzondere bijstand in aanmerking. Deze kosten worden geacht voldaan te kunnen worden uit een inkomen ter hoogte van de bijstandsnorm voor het gezin (= de alleenstaande ouder of de gehuwden). Op dit moment wordt op individuele gronden bijstand verstrekt voor excursies, schoolreisjes, beroepskleding enz. Om niet gebruik van deze regeling tegen te gaan is het beter om duidelijk te maken dat een vaste bijdrage voor indirecte schoolkosten kan worden verstrekt. De ouderbijdrage en boekenkosten vallen buiten deze vergoeding. De ouderbijdrage omdat deze officieel vrijwillig is en dus niet onder het begrip noodzakelijke kosten van de bijzondere bijstand valt. Daarnaast hebben de meeste scholen een regeling voor ouders met een minimuminkomen. De kosten van schoolboeken zitten verwerkt in de tegemoetkoming in de schoolkosten die ouders bij de IB-groep kunnen aanvragen. Deze vergoeding is voor deze kosten een toereikende voorliggende voorziening. Het betreft geen categoriale regeling. Het gaat om vergoeding van werkelijk gemaakte kosten. Aan de hand van ingeleverde nota’s kan de bijdrage worden verstrekt. financiële gevolgen: In 2006 gaan ongeveer 400 kinderen naar het voortgezet onderwijs. Als daar 100 aanvragen uitkomen betekent dat een kostenpost van 100 x € 150,00 = € 15.000,00. Stel dat ook 100 leerlingen een bijdrage van € 100,00 aanvragen. Dan betekent dit een kostenpost van € 10.000,00. In totaal € 25.000,00. 3.4 Aanvullende ziektekostenverzekering voor minima (niet bijstandscliënten) De collectieve ziektekosten verzekering geldt alleen voor personen met een bijstandsuitkering. Andere inwoners op het zelfde inkomensniveau kunnen geen gebruik maken van deze voorziening. Hierdoor ontstaat een soort rechtsongelijkheid. Inwoners van de gemeente Bergen, die niet kunnen deelnemen aan de collectieve ziektekostenverzekering, kunnen op individuele gronden een tegemoetkoming vragen in de kosten van maximaal de aanvullende verzekering, uitgebreid pakket. HOOFDSTUK4 Bijzondere bijstand en beleidsregels Naast categoriale regelingen en bijstand voor specifieke doelgroepen blijft het natuurlijk altijd mogelijk om maatwerk te leveren via de bijzondere bijstand. Het digitale handboek van Schulinck, waar de afdeling Sociale Zaken sinds 2004 gebruik van maakt, geeft over het algemeen veel duidelijkheid over de te verstrekken bijzondere bijstand. Op diverse onderdelen laat Schulinck ruimte voor gemeentelijk beleid. De regels en richtlijnen in deze notitie worden na publicatie ook opgenomen in het handboek Schulinck, waarmee invulling gegeven wordt aan de ruimte voor eigen beleid. Een verstrekking valt onder de individuele bijzondere bijstand als: een toets plaatsvindt of de betrokkene de kosten gemaakt heeft, tot welk bedrag en of de gemaakte kosten noodzakelijk zijn en bij deze toets is vastgesteld of de kosten niet kunnen worden voldaan uit de norm of een voorliggende voorziening en bij deze toets wordt vastgesteld of de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en bij deze toets is vastgesteld dat de kosten niet voldaan kunnen worden uit de aanwezige draagkracht. Kostensoorten 4.1 Bijzondere bijstand voor inrichtingskosten In eerste instantie geldt als algemene regel dat de kosten van woninginrichting c.q. de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen worden voldaan uit de algemene bijstand (of een ander inkomen) door middel van reservering vooraf (sparen) of achteraf (lenen). Bijstand voor inrichtingskosten kan op de volgende manieren worden verstrekt: als borgstelling voor een bij de Kredietbank af te sluiten lening; verstrekt als leenbijstand om niet Ad 1. In bepaalde situaties is de Kredietbank alleen bereid een lening te verstrekken als de gemeente borg staat voor de te verstrekken lening. Dit geniet de voorkeur, omdat, zoals vermeld de Kredietbank ten opzichte van de Wet werk en bijstand een voorliggende voorziening is. Ad 2. Bijzondere bijstand verlenen in de vorm van een geldlening is slechts mogelijk als geen lening afgesloten kan worden en de noodzaak van de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen vaststaat. Ad 3. In bijzondere individuele situaties kan bijzondere bijstand om niet worden verleend. Maar pas als de eerder genoemde mogelijkheden (Kredietbank, lening, leenbijstand) niet aan de orde zijn. Waar de Kredietbank wordt genoemd wordt ook bedoeld een andere kredietverstrekker. De WWB heeft in artikel 15 de mogelijkheid geschapen dat in die gevallen waar er geen Kredietbank is, of daarmee geen relatie bestaat, borgtocht kan worden verleend als belanghebbende een saneringskrediet krijgt bij een commerciële bank. Voor de hoogte van het aflossingsbedrag van de lening zijn standaardbedragen vastgesteld. Deze bedragen 6% van de geldende bijstandsnorm (norm + toeslag, inclusief vakantiegeld) minus het bedrag aan vakantiegeld dat wordt gereserveerd. Deze bedragen worden steeds per 1 januari en 1 juli, als de landelijke bijstandsnormen wijzigen, aangepast. Als er sprake is van herinrichtingskosten in verband met een echtscheiding wordt in principe maximaal de helft van het standaardbedrag voor volledige inrichting als noodzakelijk beschouwd. De aanvrager heeft immers doorgaans ook aanspraak op de helft van de aanwezige boedel uit de boedelscheiding. Voor duurzame gebruiksgoederen wordt in principe een afschrijvingsduur gehanteerd van 8 jaar. Verhuis- en herinrichtingskosten Ook hier geldt als eerste regel dat men voor de kosten van verhuizing en herinrichting reserveert. Voor wat betreft bijstandsverlening moeten de kosten dan ook noodzakelijk te zijn. Als een verhuizing noodzakelijk en onvoorzien is, kan worden aangenomen dat de reserveringsmogelijkheden beperkt zijn geweest tot de periode dat verhuizing noodzakelijk bleek. Voor wat betreft verhuis- en inrichtingskosten is bijstandsverlening slechts mogelijk als er sprake is van bijzondere omstandigheden. Welke kosten komen voor bijstandsverlening in aanmerking? de verhuiskosten de kosten van dubbele huur de kosten van behang en stoffering tot een bepaald maximum, zie voor de bedragen de bijlage Draagkracht: 100% boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm. 4.2 Bijzondere bijstand voor medische kosten Begripsomschrijvingen voorliggende voorziening Bijzondere bijstand kan worden toegekend voor noodzakelijke kosten waarvoor geen toereikende voorliggende voorziening bestaat. In relatie tot het verstrekken van bijzondere bijstand voor medische kosten is de basisverzekering in het kader van de Zorgverzekeringswet de belangrijkste voorliggende voorziening. De kostensoorten die in de basisverzekering zijn opgenomen zijn kosten die zonder meer als noodzakelijk worden beschouwd. Een en ander impliceert dat medische kosten die niet in de basisverzekering zijn opgenomen, strikt genomen niet als noodzakelijk worden beschouwd en niet voor bijzondere bijstand in aanmerking komen. Overigens is er op het terrein van de ziektekosten nog een aantal voorliggende voorzieningen zoals de AWBZ en de WVG. aanvullende verzekering Naast de van overheidswege gecreëerde voorzieningen waar de burger een beroep op kan doen, heeft deze de mogelijkheid zich te verzekeren tegen het risico van (hoge) kosten. Het afsluiten van een aanvullende zorgverzekering past hierin. Naast het begrip voorliggende voorziening kent de WWB dan ook het begrip: tekortschietend besef van verantwoordelijkheid. De wetgever gaat ervan uit dat de burger van eigen verantwoordelijkheid blijk geeft door zich te verzekeren tegen normaal gangbare risico's. Het afsluiten van een aanvullende zorgverzekering wordt gezien als een daad van genoegzaam besef. Als de cliënt daarin tekort schiet, heeft dit gevolgen voor het recht op bijzondere bijstand. bijzondere bijstand en de basisverzekering De WWB biedt de mogelijkheid bijzondere bijstand toe te kennen als de voorliggende voorziening een bepaalde kostensoort niet volledig of maar voor een bepaalde periode vergoedt. De noodzaak van de verstrekking staat hierbij niet ter discussie, maar de overheid heeft, doorgaans om budgettaire redenen, ervoor gekozen de vergoeding te beperken. Er is dan sprake van een eigen bijdrage voor de verzekerde. Bijzondere bijstand is niet mogelijk wanneer in de voorliggende voorziening het te vergoeden bedrag nadrukkelijk aan een maximum is verbonden. In een dergelijk geval is de overheid van mening dat met dit maximumbedrag de kosten adequaat worden vergoed. De voorliggende voorziening wordt in dat geval als toereikend beschouwd. Voor de meerkosten is dan ook geen bijzondere bijstand mogelijk. eigen risico basisverzekering De Zorgverzekeringswet maakt het mogelijk dat verzekerden een polis voor de basisverzekering afsluiten met een vrijwillig eigen risico. Hier staat dan een (relatief geringe) verlaging van de premie tegenover. Het eigen risico kan € 100, € 200, € 300, € 400 of € 500 bedragen. Per € 100 eigen risico bedraagt de besparing ongeveer € 3. Uitgangspunt van de nieuwe zorgverzekering is echter dat het nieuwe stelsel door de zorgtoeslag (en een aantal fiscale maatregelen) voor iedereen betaalbaar is. Daarom moet de verzekerde, als hij of zij kiest voor een eigen risico, dit ook zelf opvangen en wordt voor dit eigen risico geen bijzondere bijstand verstrekt. Ook wordt geen bijzondere bijstand verstrekt voor de kosten van het niet verzekerd zijn voor ziektekosten (premieachterstand, boete en medische kosten). En tevens is geen bijzondere bijstand mogelijk voor de betaling van de zorgpremie als de verzekerde de zorgtoeslag heeft gebruikt om andere kosten mee te voldoen. bijzondere bijstand en de Aanvullende Ziekenfondsverzekering Gemeenten De kosten die in de aanvullende verzekering zijn opgenomen zijn strikt juridisch gezien niet als noodzakelijk medische kosten aan te merken. Vanuit die optiek ligt het dan ook niet op de weg van de gemeente aanvullende bijzondere bijstand te verstrekken wanneer de vergoedingen in het aanvullende pakket de gemaakte kosten niet volledig dekken. eigen beleid De gemeente heeft een zekere vrijheid zelf beleid te formuleren over de vraag welk niveau van vergoedingen voor ziektekosten zij wenselijk acht voor haar inwoners. Wat hierbij in het oog moet worden gehouden is dat er een consistent pakket aan vergoedingen ontstaat dat uitvoerbaar is, de betrokkenen duidelijkheid biedt en recht doet aan wet- en regelgeving. Samenvattend ·Als de basisverzekering bepaalde kosten niet voor 100% of slechts voor een benoemde periode vergoedt, kan voor de eigen bijdrage aanvullende bijzondere bijstand worden verstrekt. ·Als de basisverzekering de vergoeding nadrukkelijk maximeert, is geen bijzondere bijstand mogelijk. De vergoeding wordt dan als toereikend beschouwd. ·De verzekerde moet een vrijwillig gekozen eigen risico zelf dragen. Hiervoor is geen bijzondere bijstand mogelijk. ·Voor de kosten die zijn opgenomen in het pakket van de AZG kan geen aanvullende bijzondere bijstand worden verstrekt, tenzij er sprake is van zeer dringende omstandigheden of als hierover gemeentelijk beleid is geformuleerd. ·Voor mensen die niet kunnen deelnemen aan de AZG kan een vergoeding worden verstrekt alsof ze wel verzekerd waren. Medische kosten In het algemeen geldt dat voor de hierna volgende medische kosten alleen bijzondere bijstand mogelijk is voor aanvragers die niet kunnen deelnemen aan de AZG en in zeer bijzondere situaties. In beide gevallen is extra onderzoek nodig. Voor de vergoedingen zijn de normen van toepassing zoals deze in de AZG gelden. Brillen In de AZG is een vergoeding opgenomen voor de kosten van een bril. Deze vergoeding zal in de meeste gevallen de noodzakelijke kosten dekken. Bijzondere bijstand is alleen nog mogelijk voor aanvragers die niet aan de AZG kunnen deelnemen en in zeer bijzondere situaties. In beide gevallen is een extra onderzoek nodig. In dat geval zijn de normen van toepassing zoals deze in de AZG worden gehanteerd. Contactlenzen Voor contactlenzen geldt hetzelfde als voor brillen. Eigen bijdrage alarmeringskosten Als het aanbrengen van alarmeringsapparatuur noodzakelijk is, vergoedt de basisverzekering een deel van de kosten. Voor de maandelijkse eigen bijdrage kan bijzondere bijstand worden verstrekt. Eigen bijdrage fysiotherapie Sinds 1 januari 2004 worden de kosten van fysiotherapie nog maar voor 75% vergoed door de aanvullende verzekering. In de AZG is een vergoeding opgenomen tot 100% van de kosten (tot een maximum aantal behandelingen). Eigen bijdrage thuiszorg Bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage hiervoor is mogelijk wanneer deze kosten de eigen draagkracht te boven gaan. Eigen bijdrage ziekenvervoer Voor bepaalde doelgroepen vergoedt de basisverzekering zittend ziekenvervoer. Voor de eigen bijdrage die per kalenderjaar betaald moet worden, is bijzondere bijstand mogelijk. Elastische kousen Elastische kousen worden vergoed door de basisverzekering, als voorgeschreven door een arts. Deze vergoeding wordt toereikend geacht en bijzondere bijstand is dus niet mogelijk. Hoortoestellen, batterijen en reparaties De AWBZ kent een vergoeding per oorstuk. De aanvullende verzekering vergoedt 75% van de meerkosten tot een maximumbedrag. Volgens Univé is deze vergoeding in de regel dekkend. Als een duurder hoorapparaat nodig is dan het maximumbedrag dat de zorgverzekering vergoedt, kan, als het hoorapparaat op voorschrift van een arts is verstrekt, er vanuit worden gegaan dat dit de meest adequate oplossing is, De eigen bijdrage kan dan worden vergoed. De te vergoeden meerkosten moeten overeenkomen met het voorschrift. De kosten van batterijen worden niet vergoed uit de bijzondere bijstand. Orthopedische schoenen Voor volledig individueel vervaardigd orthopedisch maatschoeisel kent de basisverzekering een eigen bijdrage. Voor verzekerden tot 16 jaar is deze bijdrage lager dan voor verzekerden van 16 jaar en ouder. Een eigen bijdrage geldt ook voor anti allergeen schoeisel. Bijzondere bijstand is mogelijk voor de eigen bijdrage na aftrek van het bedrag dat wordt bespaard op gewoon schoeisel (€ 34,- per paar). Pedicure De kosten van een pedicure kunnen worden vergoed tot een maximum van € 15 per behandeling. In beginsel worden per jaar 9 behandelingen vergoed. Als er meer behandelingen noodzakelijk zijn, is daarvoor een verklaring van de huisarts vereist. Podologie De kosten van een consult bij de podoloog worden voor 80% vergoed op grond van de aanvullende verzekering. Maximaal worden drie consulten vergoed. Deze voorziening wordt als toereikend beschouwd. Poliklinische bevalling/kraamzorg De kosten van een poliklinische bevalling en de kosten van kraamzorg worden gedeeltelijk vergoed door de basisverzekering. Voor de eigen bijdrage is bijzondere bijstand mogelijk. Psychotherapie Wanneer psychotherapie vergoed wordt door de basisverzekering of de AWBZ, dan is een eigen bijdrage verschuldigd. Voor deze eigen bijdrage is bijzondere bijstand mogelijk. Als de basisverzekering of de AWBZ de therapie niet vergoeden, dan is geen bijzondere bijstand voor de kosten mogelijk. Sporten op medische indicatie Er kan bijzondere bijstand worden verleend voor de kosten van sport wanneer: het sporten als medisch noodzakelijk wordt aangemerkt; de noodzakelijke sport als het goedkoopste alternatief wordt aangemerkt; de kosten meer bedragen dan € 12,50 per persoon per maand. Steunzolen (therapiezolen) De steunzolen kunnen uit de bijzondere bijstand worden vergoed wanneer deze zijn voorgeschreven door een podoloog. De kosten van een consult bij een podoloog worden deels vergoed vanuit de aanvullende verzekering, de kosten van steunzolen niet. Voor steunzolen kan bijzondere bijstand worden verleend tot een maximum van € 115,- per jaar. 4.3 Tandartskosten Begripsomschrijvingen Tandheelkundige hulp dit is alles wat de tandarts aan behandelingen doet. Techniekkosten dit zijn de kosten die gemoeid zijn met het maken van een frameprothese, kroon of brug. De voorbereidende werkzaamheden in de mond vallen onder tandheelkundige hulp. Basisverzekering de vergoedingen voor tandheelkundige hulp zijn de laatste jaren sterk verminderd. Per 1 januari 2004 is alle tandheelkundige hulp voor volwassenen uit de hoofdverzekering gehaald en de vergoedingen opgenomen in de aanvullende verzekeringen. In de nieuwe basisverzekering blijft dit zo. Kunstgebit de basisverzekering vergoedt het kunstgebit voor een groot deel (75%) van de kosten. De aanvullende verzekering dekt de overige 25%. Bijzondere bijstand voor deze kosten is dus niet nodig. Aanvullende verzekering wanneer een verzekerde niet deelneemt in de AZG, maar individueel verzekerd is, dan wordt 75% van de kosten van tandheelkundige hulp vergoed. Hiervoor geldt een maximale vergoeding van € 225 per verzekerde per jaar. Orthodontie de kosten van orthodontie worden voor 90% in ernstige gevallen en voor 60% van de kosten in minder ernstige gevallen vergoed. In beide gevallen tot een maximum van € 1.800 voor de gehele behandeling. Voor de start van de behandeling wordt er eerst een behandelplan opgesteld. De kosten van dit plan worden voor 75% vergoed door de verzekering tot een maximum van € 225. Voor de eigen bijdrage is geen bijzondere bijstand mogelijk. De Aanvullende Ziektekosten Gemeente (AZG) de maximale vergoeding voor tandheelkundige hulp, verleend door een tandarts en/of mondhygiënist tezamen bedraagt in totaal € 225 per verzekerde per jaar. De kosten worden voor 100% vergoed. Voor het reguliere tandartsbezoek zal deze vergoeding in de regel toereikend zijn. Vergoeding voor tandartskosten via de bijzondere bijstand is dus in beginsel niet mogelijk. Via de AZG kan per kalenderjaar € 300 aan techniekkosten worden vergoed. Ook wordt de vergoeding van orthodontiekosten via de AZG aangevuld tot 100%. Bijstand voor tandheelkundige hulp, de uitzondering op de regel Bijstandsverlening voor tandartskosten is alleen mogelijk wanneer de overschrijding van de maximale vergoeding wordt veroorzaakt doordat er in het kalenderjaar één of meer kronen of frameprothesen zijn geplaatst. De kosten die hiermee gemoeid zijn zijn aanzienlijk en het beschikbare budget van € 225 kan daardoor al snel zijn verbruikt. Als gevolg daarvan zou het in de loop van het kalenderjaar geen 'gewone' tandheelkundige hulp meer vergoed kunnen worden. Maximum vergoeding voor tandheelkundige hulp op grond van de bijstand Wanneer een kroon of frameprothese wordt geplaatst dan kan er van worden uitgegaan dat dit noodzakelijk is. De kosten van de tandheelkundige hulp bedragen bij de plaatsing van één kroon of frameprothese gemiddeld € 137,50 per verstrekking. Er wordt vanuit gegaan dat twee verstrekkingen per verzekerde per kalenderjaar voldoende zijn, maximale vergoeding per kalenderjaar dus € 275,00. Met een eventuele volgende verstrekking moet worden gewacht tot het volgende kalenderjaar. Vaststellen van de oorzaak van overschrijding van de maximale vergoeding van de aanvullende verzekeringen Om de mogelijkheid en de noodzaak van de bijstandsverlening vast te kunnen stellen moet worden vastgesteld waardoor de maximale vergoeding van de aanvullende verzekering wordt overschreden. Op de nota van Univé zal alleen staan dat de tandheelkundige hulp niet vergoed kan worden wegens overschrijding van de maximale vergoeding. Dit zegt niets over de reden. Het kan immers ook zijn dat er in dat kalenderjaar bijvoorbeeld een brug is geplaatst of dat iemand heel veel naar de tandarts is geweest. De oorzaak van de overschrijding kan alleen worden vastgesteld oor de nota's van Univé over het betreffende kalenderjaar in te zien. 4.4 Bijzondere bijstand voor andere kosten Advocaat/rechtshulp Bijzondere bijstand is mogelijk voor de eigen bijdrage vanuit de Wet op de Rechtsbijstand en de griffierechten. Er kan tevens bijstand worden verstrekt voor de kosten die gemaakt voor het vertalen van documenten uit een vreemde taal. Draagkrachtpercentage: 100% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm Babyuitzet en babykamer Als er, op grond van bijzondere omstandigheden, niet gereserveerd kan worden voor de kosten van een babyuitzet en een babykamer, dan kan hiervoor bijzondere bijstand worden verleend. De Landelijke Vereniging voor Thuiszorg heeft een basispakket samengesteld van noodzakelijke artikelen, dit pakket is opgenomen in de prijzengids van het Nibud. Voor wat betreft de hoogte van de bijzondere bijstandsverlening wordt hierbij aangesloten. Draagkrachtpercentage: 100% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm Jeugdhulpverlening Aan de opname van een kind in een instelling (geheel of gedeeltelijk) zijn extra kosten verbonden. In alle gevallen is er sprake van een ouderbijdrage en in veel gevallen van bijzondere kosten, in de vorm van bijvoorbeeld reiskosten. De ouderbijdrage De hoogte van de bijdrage is afhankelijk van de vorm van hulpverlening en niet van de hoogte van het inkomen van de ouders. De ouderbijdrage dient door de ouders te worden betaald aan het LBIO. Ook als aan de ouders voor de ouderbijdrage bijzondere bijstand wordt verleend, is de mate waarin de ouders het kind onderhouden bepalend voor het recht op kinderbijslag. Reiskosten, maaltijdkosten en kleding Als de ouders dus kinderbijslag voor het kind ontvangen, kan redelijkerwijs worden aangenomen dat zij de overige extra kosten verbonden aan het verblijf in de inrichting hieruit kunnen bestrijden. Voor die kosten kunnen zij dan ook geen bijzondere bijstand ontvangen. Als de ouders geen kinderbijslag voor het kind ontvangen, dan kan bijzondere bijstand worden verleend in de kosten van: reizen ten behoeve van een noodzakelijk periodiek contact; maaltijden thuis tijdens vakantie of weekendbezoek; ontspanning (de instelling brengt de kosten van ontspanning als zwembad, huiselijke activiteiten die extra geld kosten e.d. doorgaans in rekening bij de ouders); kleding in geval van een langdurige opname. Draagkrachtpercentage: 100% van het inkomen boven de bijstandsnorm Kinderopvang Met de komst van de Wet kinderopvang per 1 januari 2005 is er in principe geen ruimte meer voor het verstrekken van bijzondere bijstand voor oppaskosten in verband met werk, periode van toeleiding naar arbeid (traject) of scholing. In de Wet kinderopvang is de financiering van de kinderopvang geregeld. De bedoeling is dat de ouder, de werkgever en het Rijk gezamenlijk de kosten van kinderopvang betalen. De gemeente komt in beeld als er geen werkgever is, bijvoorbeeld voor mensen met een WWB uitkering die een traject volgen. De gemeente treedt dan als het ware in de plaats van de werkgever en verstrekt een gemeentelijke bijdrage van 1/6 van de kosten (niet uit de bijzondere bijstand maar uit de middelen voor de Wet Kinderopvang uit het gemeentefonds). Er is nog slechts in een aantal situaties ruimte voor het verstrekken van bijzondere bijstand (om te voorkomen dat het beleid de Wet Kinderopvang als voorliggende voorziening doorkruist). Wat is nog wel mogelijk: bijzondere bijstand voor overblijfkosten (dit valt namelijk buiten de Wet Kinderopvang); als kinderopvang nodig is buiten de openingstijden van de 'formele' kinderopvang en een beroep moet worden gedaan op informele kinderopvang, is hiervoor bijzondere bijstand mogelijk; als er (nog) geen plaats is in de formele kinderopvang en er tijdelijk sprake is van informele kinderopvang, is hiervoor bijzondere bijstand mogelijk; bijzondere bijstand voor 2 dagdelen per week peuteropvang. Studiekosten Voor studiekosten zijn de rijksregelingen (WSF 18+ en WTOS) van toepassing als ook de gelden uit het werkdeel van de WWB. Daarnaast kunnen zich situaties voordoen waarin scholing niet arbeidsmarktgericht is, maar wel wenselijk op grond van de persoonlijke situatie. Dit is met name het geval bij cliënten die langdurig op bijstand zijn aangewezen, geen perspectief meer hebben op de arbeidsmarkt en in een sociaal isolement terecht (dreigen
- te)komen. Te denken valt aan diegenen die blijvend arbeidsongeschikt zijn of anderszins geen kans hebben om aan het werk te komen. Wie komen in aanmerking? Diegenen die: tenminste drie jaar een inkomen hebben op bijstandsniveau; geen overzienbaar perspectief hebben op toe- of herintreding op de arbeidsmarkt; waarvoor de cursusactiviteit moet overeenstemmen met het doel, het (gedeeltelijk) opheffen van het sociaal isolement. De vergoeding bedraagt: maximaal € 150,00 per jaar exclusief reiskosten reiskosten buiten Bergen maximaal 15 kilometer eventueel oppaskosten Verwervingskosten Als verwervingskosten worden hier aangemerkt die kosten die noodzakelijkerwijs moeten worden gemaakt ter verkrijging van inkomsten uit loondienst. Voor deze kosten kan bijzondere bijstand worden verleend. Het gaat hier om reiskosten en specifieke individuele kosten en in beperkte mate voor kosten van kinderopvang. Reiskosten Worden vergoed bij werk buiten Bergen op basis van de kosten van openbaar vervoer of, als gebruik wordt gemaakt van eigen vervoer € 0,13 per kilometer. Kosten van kinderopvang Hiervoor is de Wet Kinderopvang van toepassing. Deze regeling geldt echter niet voor overblijfkosten. Voor deze kosten kan bijzondere bijstand worden verleend. Zie verder onder het kopje 'Kinderopvang'. Specifieke individuele kosten Deze kosten moeten in het individuele geval worden bezien (maatwerk). Computer Gezinnen en alleenstaande ouders waarvan de kinderen het basisonderwijs of het voortgezet onderwijs bezoeken kunnen, onder bepaalde voorwaarden, in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de aanschaf van een computer. Het gezinsinkomen mag de laatste 3 jaar niet hoger zijn geweest dan 100% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. De bijstand wordt verleend in de vorm van een geldlening. 50% Van de aanschafkosten moet in de vorm van een lening in 36 maanden worden terugbetaald. De andere 50% wordt na deze 36 maanden om niet verstrekt. Er kan een lening van maximaal € 750,00 worden verstrekt. Uitvaartkosten Er kan slechts bijstand worden verleend aan diegenen die als nabestaanden gerechtigd zijn tot de nalatenschap of hun deel van de nalatenschap. De bijstand kan slechts worden verleend als de aanvrager onvoldoende draagkracht heeft en als de kosten niet uit de nalatenschap kunnen worden voldaan en/of niet gedekt zijn door een verzekering. Het maximaal te verstrekken bedrag is € 2300,00. Zijn er geen nabestaanden of is er niemand die opdracht tot begraven wil geven, dan is de Wet op de lijkbezorging van toepassing. 4.5 Woonkostentoeslag De AWIR De komst van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (AWIR) per 1 januari 2006 brengt een aantal wijzigingen in verband met de huursubsidie met zich mee. Huursubsidie gaat vanaf 1 januari 2006 huurtoeslag heten en wordt uitbetaald door de belastingdienst. De belangrijkste wijziging is dat vanaf 1 januari 2006 wordt gerekend op basis van het actuele inkomen, in plaats van het inkomen van het vorige kalenderjaar. De vangnetregeling komt hiermee te vervallen. De AWIR gaat uit van het geschatte jaarinkomen van de rechthebbende. Als zich wijzigingen in het inkomen voordoen, moet de rechthebbende deze doorgeven. De belastingdienst verwerkt deze wijzigingen binnen vier tot zes weken. Feitelijk wordt dus gerekend met het actuele inkomen. Dat komt op maandbasis misschien niet helemaal uit, maar op jaarbasis wel. Het is niet de bedoeling dat gemeenten maandelijks deze verschillen gaan berekenen en compenseren. Inwoners van Bergen die door de systematiek van de AWIR een liquiditeitsprobleem ondervinden, kunnen in uitzonderlijke gevallen een overbrugging of leenbijstand ontvangen. Hiervoor wordt in ieder geval geen bijstand om niet verstrekt. Woonkostentoeslag Woonkostentoeslag kan in principe worden verstrekt voor zowel huurwoningen als koopwoningen. In beide gevallen dient wel rekening te worden gehouden met voorliggende voorzieningen als huurtoeslag en belastingteruggave. Woonkostentoeslag is mogelijk in de volgende gevallen: de huur ligt boven de subsidiegrens er is sprake van een zeer hoge huur er is sprake van een eigen huis (+ onderhoudskosten eigen huis) 1. huur boven subsidiegrens Onder voorwaarden kan in deze situatie woonkostentoeslag worden verleend, bijvoorbeeld na een echtscheiding of verbreking van een relatie. De woonkostentoeslag is in deze situatie altijd tijdelijk (in principe 6 maanden) en aan de bijstandverlening wordt een verhuisplicht gekoppeld. 2.hoge huur gehandicapten en te duur wonende minima Extra woonkostentoeslag kan worden verleend voor zover het zelf te betalen deel in de huur na aftrek van de huurtoeslag onevenredig hoog blijft (het van toepassing zijnde bedrag wordt jaarlijks aangepast aan de huurtoeslag en bedraagt in 2006 € 240,- per maand). De toeslag is tijdelijk en aan de bijstandverlening wordt een verhuisplicht gekoppeld. Aan gehandicapten die in een aangepaste woning wonen, wordt geen verhuisplicht opgelegd. Bovendien kan aan gehandicapten ook een toeslag worden verleend (zonder verhuisplicht) als het gaat om een woning met een huur boven de subsidiegrens. 3.eigen huis Bij de bewoning van een eigen huis is een woonkostentoeslag mogelijk als de woonkosten onder de huursubsidiegrens blijven. Bij hogere woonlasten kan alleen een toeslag worden verleend als er geen goedkoper alternatief is. In dat geval wordt er wel een verhuisvoorwaarde opgelegd. Als woonkosten worden in aanmerking genomen: de hypotheekrente premie opstalverzekering eigenaarsdeel onroerende zaakbelasting erfpachtcanon rioolrecht & polder- en waterschapsbelasting en conform de Divosa normen: onderhoudskosten de kosten van een CV- en liftinstallatie de kosten van algemeen beheer en administratie (bij flatgebouwen en appartementen) (voor deze laatste kostenposten gelden landelijk vaste bedragen die elk jaar worden aangepast) Tevens geldt bij woonkostentoeslag niet de inkomensgrens van 100%. Bij een woonkostentoeslag geldt dat draagkracht wordt berekend vanaf 100% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Bij de bepaling van de hoogte van de huurtoeslag door de belastingdienst wordt rekening gehouden met draagkracht als het inkomen hoger is dan de bijstandsnorm. Het zou tot rechtsongelijkheid (en doorkruising van de voorliggende voorziening) leiden wanneer er voor de bijstandsverstrekking in deze andere normen zouden gelden. Bij een eigen woning wordt de woonkostentoeslag verleend onder verband van krediethypotheek. Een krediethypotheek wordt niet gevestigd als de te verlenen bijstand per jaar naar verwachting lager is dan het minimumloon per maand. 4.6 Bijzondere bijstand voor jongeren De Toeslagenverordening is niet van toepassing op de doelgroep jongeren van 18 tot 21 jaar. Ouders zijn onderhoudsplichtig voor jongeren tot 21 jaar. In bepaalde situaties kan echter wel periodieke bijstand worden verstrekt. De basisnorm ligt echter aanzienlijk lager dan bij personen van 21 jaar en ouder. De gemeente kan ervoor kiezen of er al dan niet extra bijstand wordt verstrekt in de vorm van bijzondere bijstand. Dit kan noodzakelijk zijn als: de middelen van de ouders niet toereikend zijn; de jongere zijn aanspraak op de onderhoudsplicht jegens zijn ouders redelijkerwijs niet te gelde kan maken. In dit geval kan de gemeente de verstrekte bijstand wel op de ouders trachten te verhalen. Beleid bijzondere bijstand voor alleenstaande jongeren van 18 tot 21 jaar Aanvullende bijzondere bijstand kan verleend worden aan de alleenstaande jongere van 18 tot en met 20 jaar die naast bovengenoemde punten voldoet aan één van de volgende criteria: beide ouders zijn overleden; beide ouders hebben hun hoofdverblijf in het buitenland; één ouder is overleden en de andere heeft zijn hoofdverblijf in het buitenland; de jongere is buiten het gezinsverband geplaatst op grond van de Wet op de jeugdhulpverlening; de jongere woont op de ingangsdatum van de bijstand reeds langer dan 12 maanden niet meer op het adres van de ouders; in zeer bijzondere situaties, anders dan hier beschreven. Jongere van 18 tot 21 jaar die in een inrichting verblijft Dit is een weinig voorkomende categorie die geen recht heeft op algemene bijstand. Omdat de hoogte van de kosten afhangt van de soort inrichting, is het niet mogelijk een normbedrag vast te leggen dat in alle gevallen geldt. Als in huisvesting en maatlijden wordt voorzien en er geen eigen bijdrage verschuldigd is, geldt als richtlijn een bedrag van € 140. In alle situaties geldt echter dat het bedrag individueel moet worden vastgesteld. Samenvatting van de voorstellen Geen onderscheid meer tussen bijzondere bijstand en minimabeleid. pag. 3 De inkomensgrens voor bijzondere bijstand verhogen naar 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm pag.6 Categoriale bijstand aan 65 plussers handhaven. pag. 12 Categoriale bijstand chronisch zieken, gehandicapten en ouderen in 2006 handhaven. Het overschot 2006 toevoegen aan de bijzondere bijstand. Met ingang van 1 januari 2007 de bijdrage chronisch zieken enz. vaststellen op € 150,00. pag. 13 Collectieve ziektekosten gemeenten (Azg) handhaven. pag. 14 De regeling duurzame gebruiksgoederen handhaven. pag. 15 De regeling maatschappelijk verkeer handhaven. pag. 16 Nieuw beleid: een vergoeding voor schoolkosten. pag. 16, 17 De vergoeding van de aanvullende ziektekostenverzekering voor niet-bijstandscliënten handhaven. pag. 17