Richtlijn Premies en Vrijlatingen 2012Burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf; nr. 5-3 gelezen de: • Wet werk en bijstand (WWB); • Wet Inkomens voorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW); • Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ); • Regeling WWB en • Algemeen inkomensbesluit sociale zekerheidswetten. b e s l u i t e n : vast te stellen de volgende RICHTLIJN PREMIES EN VRIJLATINGEN 2012 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijving 1Alle begrippen, die in deze richtlijn worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben de-zelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht. 2In deze richtlijn wordt verstaan onder: college: college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf; WWB: Wet werk en bijstand; IOAW: Wet Inkomens voorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; IOAZ: Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; uitkering: uitkering ingevolge de WWB, IOAW of IOAZ; uitkeringsgerechtigde: persoon van 27 tot 65 jaar met een uitkering ingevolge de WWB, de IOAW of de IOAZ; Hoofdstuk2Premies Artikel2Trajectpremie 1Aan de uitkeringsgerechtigde van 27 tot 65 jaar die: heeft voldaan aan de voorwaarden in het trajectplan en naar ons oordeel met goed gevolg een reintegratietraject of zorgtraject heeft voltooid, wordt een trajectpremie toegekend. 2De premie bedraagt € 300,-- per kalenderjaar. 3De premie wordt uitbetaald na afloop van het traject. 4De trajectpremie is niet van toepassing op detacheringen, gesubsidieerde arbeid (loonkostensubsidie), participatiebanen, traject Direct Werk en tijdelijke leerwerkplekken / stages (korter dan 13 weken). Artikel3Participatiepremie 1Aan de uitkeringsgerechtigde van 27 tot 65 jaar die: gedurende zes maanden additionele arbeid in de vorm van een participatiebaan heeft verricht, op basis van artikel 10a WWB en artikel 38a IOAW/IOAZ, en naar ons oordeel voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van zijn kans op arbeidsinschakeling, wordt een participatiepremie toegekend. 2De premie bedraagt € 1,-- per uur en wordt naar rato van de omvang van het aantal uren van de participatiebaan per week vastgesteld, met een maximum van 32 uur per week. De premie bedraagt maximaal € 1.680,-- per kalenderjaar. 3De premie wordt telkens na afloop van zes maanden uitbetaald, met een maximum van twee premies van € 840,-- per kalenderjaar. Artikel4Uitstroompremie 1Aan de uitkeringsgerechtigde van 27 tot 65 jaar die: tenminste zes maanden een uitkering heeft ontvangen; algemeen geaccepteerde arbeid in loondienst voor minimaal zes maanden aanvaardt en daaruit een netto inkomen verwerft dat tenminste gelijk is aan de voor hem van toepassing zijnde uitkeringsnorm, wordt een uitstroompremie toegekend. 2De premie bedraagt € 600,-- per kalenderjaar. 3De premie wordt uitbetaald na inlevering van de arbeidsovereenkomst. 4Ingeval van beëindiging van de dienstbetrekking binnen zes maanden, welke aansluitend leidt tot uitkeringsverlening door de gemeente Ooststellingwerf, wordt de premie naar rato van het aantal niet gewerkte maanden teruggevorderd. Hoofdstuk3Vrijlatingen Artikel5Algemene vrijlating inkomsten uit arbeid 1Aan de uitkeringsgerechtigde van 27 tot 65 jaar die inkomsten uit arbeid en een aanvullende uitkering heeft, wordt een vrijlating van inkomsten verleend. 2De vrijlating wordt maximaal over zes aangesloten maanden verleend en moet bijdragen aan de arbeidsinschakeling. 3Naar ons oordeel draagt parttime arbeid bij aan de arbeidsinschakeling, tenzij de parttime baan een belemmering vormt voor het aanvaarden van een fulltime baan of de reintegratie van de uitkeringsgerechtigde. 4Deze vrijlating vindt zijn grondslag in artikel 31, tweede lid, onder n WWB, artikel 8, tweede lid IOAW en artikel 8, derde lid IOAZ. Artikel6Vrijlating inkomsten uit arbeid alleenstaande ouder 1Aan de uitkeringsgerechtigde van 27 tot 65 jaar, die een alleenstaande ouder of een alleenstaande ouder met één of meer meerderjarige kinderen is en die inkomsten uit arbeid en een aanvullende uitkering heeft, wordt een vrijlating van inkomsten verleend. 2De uitkeringsgerechtigde als bedoeld in het eerste lid moet de volledige zorg hebben voor een tot zijn last komend kind tot 12 jaar. 3Voordat gebruik gemaakt kan worden van deze vrijlating moet eerst de periode als bedoeld in artikel 5, tweede lid zijn verstrekken. 4De vrijlating wordt maximaal over 30 aangesloten maanden verleend en moet bijdragen aan de arbeidsinschakeling. 5Naar ons oordeel draagt parttime arbeid bij aan de arbeidsinschakeling, tenzij de parttime baan een belemmering vormt voor het aanvaarden van een fulltime baan of de reintegratie van de uitkeringsgerechtigde. 6Deze vrijlating vindt zijn grondslag in artikel 31, tweede lid, onder r WWB, artikel 8, vijfde lid IOAW en artikel 8, negende lid IOAZ. Artikel7Vrijlating kostenvergoeding leden Cliëntenraad 1De kostenvergoeding die door de gemeente wordt verstrekt aan uitkeringsgerechtigden van 27 tot 65 jaar, zijnde de cliëntleden van de Cliëntenraad, wordt aangemerkt als een vergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk en wordt niet tot de middelen gerekend. 2Deze vrijlating vindt zijn grondslag in artikel 31, tweede lid, onder k WWB, artikel 7, onder h van de ministeriele Regeling WWB, artikel 8, derde lid IOAW, artikel 8, vierde lid IOAZ en artikel 2:8, eerste lid, onder c van het Algemeen inkomensbesluit sociale zekerheidswetten. Artikel8Vrijlating kostenvergoeding vrijwilligerswerk 1Aan de uitkeringsgerechtigde van 27 tot 65 jaar, wordt op basis van de in het vierde lid van dit artikel genoemde wetgeving: een algemene vrijlating verleend van een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk, ter hoogte van de in dat artikel genoemde (lage) vrijlatingsgrens; een vrijlating verleend van een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk, in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling, ter hoogte van de in dat artikel genoemde (hoge) vrijlatingsgrens. 2De in het eerste lid onder b bedoelde vrijlating is van toepassing als het vrijwilligerswerk naar ons oordeel in het kader van een voorziening bijdraagt aan de arbeidsinschakeling. 3De vrijlating wordt verleend voor maximaal twee jaar. 4Deze vrijlating vindt zijn grondslag in artikel 31, tweede lid, onder k WWB, artikel 7, onder h van de ministeriele Regeling WWB, artikel 8, derde lid IOAW, artikel 8, vierde lid IOAZ en artikel 2:8, eerste lid, onder c van het Algemeen inkomensbesluit sociale zekerheidswetten. Hoofdstuk4Voorwaarden Artikel9Cumulatie 1Aan de uitkeringsgerechtigde of het gezin kunnen per kalenderjaar maximaal twee premies worden toegekend, tot het maximum bedrag als genoemd in artikel 31, tweede lid, onder j van de wet. 2De uitkeringsgerechtigde die op grond van artikel 31, tweede lid onder n of r van de wet recht heeft op een vrijlating van inkomsten, heeft geen recht op een premie als bedoeld in artikel 3 van deze verordening. Artikel10Ambtshalve uitbetaling van premies en verlenen van vrijlatingen De premies als bedoeld in de artikelen 2 en 3 worden ambtshalve verstrekt en de vrijlating als bedoeld in de artikelen 5, 6, 7 en 8 worden ambtshalve verleend. Artikel11Uitbetaling premie op aanvraag De premie als bedoeld in artikel 4 wordt op aanvraag verstrekt en moet binnen twaalf maanden, vanaf het moment dat aan de voorwaarden voor het recht op de premie is voldaan, worden aangevraagd. Artikel12Herziening premie- en vrijlatingsbedragen 1De hoogte van premies als bedoeld in de artikelen 2, 3 en 4 kan periodiek door het college worden herzien. 2De hoogte van de vrijlatingen als bedoeld in de artikelen 5, 6, 7 en 8 wordt van rechtswege, bij ministerieel besluit, herzien. Hoofdstuk5Slotbepalingen Artikel13Beleid en onvoorziene situaties 1Voor de uitvoering van deze richtlijn kunnen wij nadere beleidsregels vaststellen. 2In situaties waarin deze richtlijn niet voorziet, wordt door ons beslist. Artikel14Hardheidsclausule In bijzondere gevallen kunnen wij ten gunste van de uitkeringsgerechtigde afwijken van de bepalingen in deze richtlijn, indien toepassing van de richtlijn tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel15Citeerartikel Deze richtlijn kan worden aangehaald als: ‘Richtlijn Premies en Vrijlatingen 2012’. Artikel16Inwerkingtreding richtlijn en intrekking voormalige richtlijn 1Deze richtlijn treedt inwerking met ingang van 1 juli 2012 en vervangt de ‘Richtlijn Premies en Vrijlatingen 2009’, vastgesteld op 14 april 2009, no. 5 – 8. 2Deze richtlijn blijft van kracht na invoering van de Wet werken naar vermogen (WWnV). Oosterwolde, 4 juni 2012Burgemeester en wethouders voornoemd, , secretaris. , burgemeester. Toelichting1Algemene toelichting
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.