← Nederland

Geluidsnota 2011-2016 (Vianen)

Obsah (5)§ 6§ 2§ 3§ 5§ 7

Geluidsnota 2011-2016 Gemeente Vianen Milieudienst Zuidoost-Utrecht 22 juni 2011VIA1104.S002/ 16208 opgesteld door G. Verhoofstad beoordeeld door B. Karnebeek Inhoudsopgave SAMENVATTING 1. Verantwoord

de informatie van RIVM over geluid en gezondheid in bijlage 1.1. 2.3Geluidshinder en geluidsniveaus Het ondervinden van geluidshinder heeft te maken met het aanwezige geluidsniveau. Een algemeen verband tussen geluidshinder en geluidsniveaus is beschreven in de huidige, van kracht zijnde, wettelijke ‘Regeling omgevingslawaai’;

onderstaande figuur 2a en bijlage 1.2. Figuur 2a: Verband tussen geluidshinder en geluidsniveauklassen (bron: Regeling omgevingslawaai 2004) De figuur laat

n dat verschillende soorten geluidsbronnen niet als even hinderlijk ervaren worden. Uit de figuur blijkt dat bij lage(

  1. re)geluidsniveaus er nog steeds sprake kan zijn van geluidshinder. Bij hoge(
  2. re)geluidsniveaus wordt niet altijd geluidshinder ondervonden. Zo ondervindt 46% van de mensen geen geluidshinder bij een Lden van 70-74 dB vanwege wegverkeer. Als indicatie van geluidshinder onderzoekt de gemeente gebieden met de volgende geluidsniveaus bij woningen: vanwege wegverkeer: Lden = 55 dB (aansluiting met Europese Richtlijn omgevingslawaai); vanwege bedrijventerrein: Letm = 50 dB(A) (vanwege bedrijventerrein De Biezen-De Hagen enGaasperwaard); Bij actualisatie van de gemeentelijke rekenmodellen worden de percentages geluidsgehinderden in beeld gebracht en toegelicht in een verslag. 2.4Afbakening geluidsthema’s binnen gemeentelijk beleid Het gemeentelijk geluidsbeleid bevat niet alle bestaande geluidsthema’s. De keuze voor de thema’s hangt samen met de vraag of het noodzakelijk of wenselijk is om voor bepaalde thema’s beleid te ontwikkelen. Op grond van de geluidssituatie in de gemeente is ervoor gekozen de volgende geluidsthema’s in de geluidsnota te behandelen: wegverkeer; activiteiten van bedrijven waaronder horeca; activiteiten zoals festiviteiten/evenementen of installaties zoals koelunits waarvoor de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van toepassing is; brommers en scooters; activiteiten die geluidshinder kunnen veroorzaken bij het wonen boven of naast winkels, horeca of scholen, zoals laden en lossen of koeling- en luchtbehandelinginstallaties; activiteiten bij nieuwbouw en renovatie; burengeluiden, indien de activiteiten of installaties binnen het toepassingsgebied van de APV vallen; luchtvaart (ballonvaart en helikoptervluchten). De volgende onderwerpen (met wettelijk toetsingskader) worden niet in deze nota behandeld: lawaai op de arbeidsplaats (Arbeidsomstandighedenwet); ‘piek’geluiden vanwege wegverkeer zoals de claxon van een auto (geen wettelijk toetsingskader); ‘piek’geluiden vanwege activiteiten van bedrijven, zoals het lossen van pallets (Wet milieubeheer); laagfrequent geluid en trillingshinder (Wet milieubeheer, Wet ruimtelijke ordening: binnen het begrip goede ruimtelijke ordening); railverkeer (Wet geluidhinder); luchtvaart (Wet luchtvaart); burengeluiden, indien de activiteiten of installaties buiten het toepassingsgebied van de APV vallen (Burgerlijk Wetboek;

ook de informatie in de Handreiking Burenlawaai van VROM uit 2005). 2.5Geluidsgevoelige bestemmingen Naast afbakening van de geluidsthema’s is het belangrijk om te bepalen welke bestemmingen binnen het geluidsbeleid moeten worden beschermd. De volgende geluidsgevoelige bestemmingen zijn beschermd en als volgt omschreven binnen de Wet geluidhinder en de Wet milieubeheer: woningen; onderwijsgebouwen;

kenhuizen en verpleeghuizen; ‘andere gezondheidszorggebouwen’, zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken en medische kleuterdagverblijven; woonwagenstandplaatsen; terreinen behorende bij ‘andere gezondheidszorggebouwen’; natuurbeschermingsgebieden, zoals stiltegebieden (provinciaal beleid;

§ 6.6).

Alle bestemmingen die buiten bovenstaande omschrijvingen vallen, zijn niet direct beschermd tegen geluidshinder. Bij onduidelijkheid of een bestemming past binnen een omschrijving, is een goede motivering van belang. De gemeente vindt dat kinderen in de kinderopvang, de peuterspeelzaal en de buitenschoolse opvang beschermd moeten worden tegen geluidshinder. Dit geldt voor de verblijfsruimten binnen de gebouwen. De gemeente houdt bij tijdelijke bouwwerken rekening met het geluidsniveau in geluidsgevoelige vertrekken. Zij hanteert de voorschriften in het Bouwbesluit voor niet-tijdelijke bouwwerken; hiervan kan, binnen de wettelijke aangegeven grenzen, gemotiveerd worden afgeweken. De gemeente is van mening dat recreërende mensen moeten kunnen genieten van een leefomgeving zonder geluidshinder en besteedt dus aandacht aan het onderwerp geluid bij planontwikkelingen met of nabij recreatiebestemmingen, zoals een camping, passanten- en jachthaven. 2.6Algemene principes ter beperking van geluidshinder Deze paragraaf behandelt twee algemene (wettelijke) principes die van toepassing zijn op het verminderen van geluidshinder. 2.6.1 Bron-overdracht-ontvanger (Wet geluidhinder)Met een goede ruimtelijke ordening kan een goede kwaliteit van de leefomgeving worden bereikt. Zo kunnen geluidsknelpunten worden voorkómen als er voldoende afstand wordt gehouden tussen de geluidsbron en de ontvanger. Dit is meestal niet mogelijk omdat de beschikbare ruimte voor een nieuwe ontwikkeling doorgaans beperkt is. Om dan te komen tot een goede (akoestische) leefomgeving hanteert de gemeente het in de Wet geluidhinder toegepaste principe van bron-overdracht-ontvanger: bij het nemen van maatregelen tegen geluidshinder ligt de prioriteit bij maatregelen aan de bron, zoals het toepassen van stil asfalt; als bronmaatregelen worden toegepast en deze onvoldoende effect hebben of als er redenen zijn om geen bronmaatregelen toe te passen, dan overweegt de gemeente overdrachtsmaatregelen, zoals het plaatsen van wallen of schermen; indien zowel bron- als overdrachtsmaatregelen onvoldoende effectief blijken of als er redenen zijn om deze niet toe te passen, dan komen maatregelen bij de ontvanger in aanmerking, zoals het aanbrengen van geluidsisolatie in gevels. De gedachte achter dit principe is dat een zo klein mogelijk gebied aan een hoog geluidsniveau wordt blootgesteld. Hierdoor wordt de overige leefomgeving rond de geluidsbron zoveel mogelijk beschermd. Vanaf de start van een planproces dient de geluidssituatie in beeld te worden gebracht zodat er een zorgvuldige afweging kan plaatsvinden welke maatregelen tegen geluidshinder getroffen worden. Bronmaatregelen (fase: planvorming) Maatregelen aan de bron kunnen op verschillende wijzen tot stand komen: gebruik maken van bronnen die minder geluid uitstralen, zoals stillere (vracht)wagens of een grotere ventilator met een lager toerental; aanpassen van het gebruik van de bron, zoals het uitzetten van een airconditioning in de avond- en nachtperiode. Ook kan een wegbeheerder de maximumsnelheid van een weg verlagen of (vracht)wagens weren; de uitstraling van de bron verminderen, zoals het toepassen van stille wegdekken, het gebruik van stille banden onder wagens, het omkasten van een koelinstallatie. Overdrachtsmaatregelen (fase: planvorming) Het vergroten van de afstand tussen een weg en een geluidsgevoelige bestemming is een overdrachtsmaatregel. Ook het afschermen van geluidsgevoelige bestemmingen door een geluidscherm, geluidswal of een niet geluidsgevoelige bestemming zoals een kantoor is een overdrachtsmaatregel. De ruimtelijke inpasbaarheid van een geluidsscherm of -wal kan soms problemen geven vanwege het (af)gesloten karakter van de afscherming. Overigens zijn er steeds meer mogelijkheden om overdrachtsmaatregelen beter en mooier in de omgeving in te passen. Maatregelen bij ontvanger/akoestische compensatie (fase: uitwerking plan) De nadelen van een hoog geluidsniveau kunnen voor een deel worden gecompenseerd door het treffen van maatregelen bij, of in de buurt van de ontvanger. Dit maakt de situatie minder hinderlijk. Deze maatregelen kunnen akoestisch van aard zijn, maar dat hoeft niet. Figuur 2b: Akoestische compensatie (bron: L. Doorduijn - DHV) Maatregelen van akoestische aard zijn bijvoorbeeld het toepassen van geluidsisolatie. Bij nieuwbouw kan de indeling van een woning worden aangepast zodat de woon- en slaapkamers aan de rustige zijde zijn gelegen; ook kan de tuin aan de rustige zijde worden gesitueerd. In figuur 2b is het principe van akoestische compensatie weergegeven. Maatregelen van niet-akoestische aard zijn bijvoorbeeld: veel groen in de nabije omgeving, een woonomgeving met veel winkels, goede bereikbaarheid per openbaar vervoer of de aanwezigheid van speelvoorzieningen dichtbij. De beleving van de (onveranderde) geluidssituatie verandert hierdoor in positieve zin. Omdat ieder mens de geluidssituatie anders ervaart, gaat de gemeente in de beoordeling van een ruimtelijke ontwikkeling terughoudend om met het mogelijke effect van niet-akoestische factoren. Het toepassen van gevelisolatie is binnen stedelijke ontwikkeling en bouwplannen de meest voorkomende maatregel die bij de ontvanger wordt getroffen. Deze maatregel waarborgt een prettig woonklimaat in de woning. De gevelisolatie werkt alleen als ramen en deuren gesloten blijven. Voor geluidsisolatie wordt vaak speciale beglazing toegepast. Voor ventilatie wordt vaak gebruik gemaakt van geluidsdempende ventilatieroosters (suskasten) of van een mechanisch gebalanceerd ventilatiesysteem. 2.6.2 Beste Beschikbare Technieken (BBT; Wet milieubeheer)Volgens de Wet milieubeheer (Wm) mag van ieder bedrijf een basisniveau aan voorzieningen worden verwacht. Bij het stellen van eisen wordt er daarom van uitgegaan dat de voor het bedrijf in aanmerking komende Beste Beschikbare Technieken (BBT) worden toegepast. Het bedrijf mag niet meer geluid produceren dan nodig. Als basisniveau wordt de toepassing van de BBT bedoeld die voor ieder bedrijf in de betreffende branche gebruikelijk zijn en dus betaalbaar worden geacht. In de praktijk betekent dit dat bedrijven die maatregelen volgens de BBT hebben getroffen, meestal voldoen aan de gestelde geluidsnormen en daardoor meestal niet onnodig veel lawaai maken. 3.Thema wegverkeer 3.1Wettelijk kader De Wet geluidhinder (Wgh) is het wettelijk kader voor geluiden vanwege gemotoriseerd verkeer op de weginfrastructuur. De Wgh richt zich vooral op het voorkómen of beperken van geluidshinder bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, de aanleg of wijziging van de weginfrastructuur en het saneren van bestaande woningen met hoge geluidsniveaus. De Wgh stelt voorkeurswaarden en maximale waarden voor geluidsniveaus op gevels of terreingrenzen van geluidsgevoelige bestemmingen;

§ 2.5.

De gemeente kan bij een nieuwe ontwikkeling met geluidsniveaus die hoger zijn dan de voorkeurswaarde, ontheffing verlenen tot wettelijk vastgelegde maximumwaarden. Om deze wettelijke taak transparant en zorgvuldig uit te voeren, heeft het college in 2008 de ‘Beleidsregel hogere waarden Wgh, gemeente Vianen’ vastgesteld. Paragraaf 7.1.3 gaat hier nader op in. Het geluidsniveau vanwege wegverkeer wordt uitgedrukt in een gemiddelde dagwaarde Lden in decibel (dB);

de begrippenlijst in bijlage 3. De (hogere) geluidsniveaus vanwege passerende auto’s worden binnen de Wgh en het gemeentelijk geluidsbeleid niet afzonderlijk beschouwd. Het geluid van parkerende auto’s of piekgeluiden van bijvoorbeeld dichtslaande portiers worden in de Wgh niet gereguleerd. 3.2Huidige situatie Wegverkeer Binnen het grondgebied van de gemeente worden de geluidsniveaus voor een groot deel bepaald door de rijkswegen A2 en A27 en in mindere mate door de provinciale en diverse drukkere gemeentelijke wegen; tabel 3a geeft een overzicht van deze wegen. Omschrijving weg Beheerder A2 Utrecht - ’s Hertogenbosch Rijkswaterstaat A27 Utrecht - Breda N484 Provincialeweg (Zijderveld) Provincie Route Noordelijk deel Lexmondsestraatweg, Bentz-Berg, Prins Bernhardstraat, Aimé Bonnastraat, (Jan Blankenweg), Hagenweg Gemeente (woongebied) Route Helsdingse Achterweg, Burg. Jhr. Hoeufftlaan Route Langeweg, Clarissenhof Overig Het Slyk; Route Stuartweg, De Limiet (bedrijventerrein) Gemeente Route Lange Dreef, Hoefslag (nieuwe weg langs Gaasperwaard) (niet woongebied) Overig Westelijke Parallelweg Overig Zuidelijk deel Lexmondsestraatweg; Graaf Huibertlaan en doorgaande wegen in het buitengebied Waterschap Rivierenland Tabel 3a: Overzicht (niet uitputtend) van wegen met een hoge(re) geluidsuitstraling Elke wegbeheerder is verantwoordelijk voor haar eigen wegen. Akoestisch rekenmodel De gemeente heeft een akoestisch rekenmodel voor wegverkeer met de peiljaren 2010 en 2020 opgesteld;

bijlage 8. Het rekenmodel wordt gebruikt voor de advisering over verkeersplannen, ruimtelijke plannen, bouwplantoetsing en voor de inventarisatie van de geluidshinder. Met het rekenmodel is voor het peiljaar 2010 een geluidscontourenkaart voor wegverkeer opgesteld;

figuur 3a. Figuur 3a: Geluidscontouren vanwege wegverkeerslawaai 2010 (bron: Milieudienst ZOU, oktober 2010) Waar de invloed van het verkeer ontbreekt of minder op de voorgrond treedt, is sprake van relatief weinig omgevingsgeluid. Op de geluidscontourenkaart zijn dit de donkergroene en lichtgroene gebieden. De hoge(re) geluidsniveaus zijn te vinden langs de weginfrastructuur in de gele, oranje, rode en paarse gebieden. In onderstaande figuur 3b is een verdeling van het aantal inwoners van de gemeente in geluidsniveauklassen weergegeven. Figuur 3b: Percentage inwoners in geluidsniveauklassen vanwege wegverkeer in 2010 (bron: Milieudienst ZOU, 2010) Uit de figuur blijkt dat in het jaar 2010 zo’n 34% van de inwoners van gemeente Vianen vanwege wegverkeer een geluidsniveau hoger dan 55 dB ondervond. Gebruikmakend van de dosis-effectrelatie uit § 2.3 komt het percentage inwoners dat geluidshinder ondervond op 8%. Ter vergelijking: de gemeenten Utrecht en Nieuwegein3 hebben op grond van Europese regelgeving voor 2006 (op verplichte basis) vergelijkbare berekeningen verricht en komen uit op 15% respectievelijk 11% geluidsgehinderden. In 2012 worden deze berekeningen geactualiseerd. De in figuur 3b gepresenteerde cijfers geven een idee over de geluidssituatie in de gemeente; ze hebben geen juridische waarde. De cijfers hebben betrekking op het gehele grondgebied van de gemeente. Direct langs drukke (snel)wegen gelden de hoogste geluidsniveaus en daar wordt de meeste geluidshinder vanwege wegverkeer ondervonden. De invloed van de afzonderlijke rijkswegen, provinciale en gemeentelijke wegen op de geluidsniveaus zijn binnen deze geluidsnota niet nader uitgewerkt. Het akoestisch rekenmodel kan dit wel in beeld brengen. 3 Bronnen: Actieplan Geluid Nieuwegein

(2008)en de kaarten voor Europese Richtlijn Omgevingslawaai van gemeente Utrecht
(2006). Stille wegdekken Rijkswaterstaat heeft vanwege de wegverbredingen, recent op de A2 vanaf knooppunt Everdingen naar het zuiden, dubbellaags ZOAB aangebracht. Dit type asfalt is een van de meest geluidsreducerende wegdekken op dit moment. Het asfalt voldoet aan de twee geluidsbeperkende principes: bronmaatregelen en BBT,

§ 2.6.

Het gedeelte van de A2 tussen de Jan Blankenbrug en knooppunt Everdingen is net als de A27 voorzien van enkellaags ZOAB. In de tabellen 3b en 3c is een overzicht gegeven van het aanwezige stil asfalt in de gemeente. De Provincie Utrecht heeft op de N484 bij de kern Zijderveld geluidsreducerend asfalt aangebracht tussen de afrit van de A2 en de rotonde met de Dorpsweg. Rijkswegen (beheerder Rijkswaterstaat) wegdek A2 (beide richtingen) tussen Jan Blankenbrug en knooppunt Everdingen (viaduct Stuartweg/De Limiet) Enkellaags ZOAB

(2010)Dubbellaags ZOAB
(2020)A2 (beide richtingen) tussen knooppunt Everdingen (viaduct Stuartweg/De Limiet) en afrit Culemborg) Dubbellaags ZOAB A27 (beide richtingen) tussen Hagensteinse Brug en afrit Lexmond Enkellaags ZOAB Provinciale wegen (beheerder Provincie) N484 tussen afrit A2 en rotonde met Dorpsweg (Zijderveld) Dubofalt (semi-dicht) Tabel 3b: Geluidsreducerend asfalt op niet-gemeentelijke wegen De gemeente heeft op diverse gemeentelijke wegen geluidsreducerend asfalt aangebracht. Het betreft het type dunne deklagen. Ook dit type asfalt is voor een stedelijke omgeving een van de meest geluidsreducerende wegdekken op dit moment. Het asfalt voldoet aan de twee geluidsbeperkende principes: bronmaatregelen en BBT,

§2.6.

Gemeentelijke wegen (wegvak) wegdek Route: (vanaf kruising Lange Waaijsteeg) Bentz-Berg, Prins Bernhardstraat, Aimé Bonnastraat (tot rotonde bij Kanaalweg), ZSA 0/6 SD (semi-dicht) Hagenweg (van bocht Jan Blankenweg bij het kanaal tot rotonde bij A27) ZSA 0/6 SD Helsdingse Achterweg (tussen kruisingen met Lange Waaijsteeg en Het Slyk) ZSA 0/6 SD Rietkamp (tussen kruisingen met Helsdingse Achterweg en Groenekade) ZSA 0/6 SD Weidekamp (tussen kruisingen met Helsdingse Achterweg en Klaverkamp) ZSA 0/6 SD Tabel 3c: Geluidsreducerend asfalt op gemeentelijke wegen Geluidsschermen/wallen Binnen gemeente zijn diverse geluidsschermen en wallen aanwezig;

de onderstaande tabel 3d. Figuur 3c: Geluidsscherm langs westzijde A2 ter hoogte van afslag Vianen Wegvak en beheerder geluidsscherm/wal Locatie Type afscherming A2 (beheerder Rijkswaterstaat) Zuidwest zijde, thv. afrit Vianen tot viaduct voor De Limiet-Stuartweg Kern Vianen Scherm Noordoost zijde, thv. motel Vianen tot viaduct voor De Limiet-Stuartweg Kern Vianen Scherm Noordoostzijde, ter hoogte van de Bolgerijsekade Thv. Zijderveld Wal Noordoostzijde: thv. de Kerkweg Thv. Zijderveld Scherm Zuidwestzijde, thv. de Dorpsweg en Kerkweg Kern Zijderveld Wal met topscherm A27 (beheerder Rijkswaterstaat) Noordzijde, ter hoogte van Achterkade 15 buitengebied Wal Zuidzijde, ter hoogte van Nieuweweg 17 buitengebied Wal Provincialeweg (beheerder gemeente) noordzijde, ter hoogte van Bickelenberg Kern Zijderveld Scherm Tabel 3d: Geluidsschermen en wallen binnen de gemeente Gemeentelijk verkeersbeleid en wegbeheer De wijze waarop de gemeente haar weginfrastructuur beheert is van belang voor het voorkómen en beperken van geluidshinder. Het gemeentelijk verkeersbeleid is beschreven in het Verkeersveiligheidsplan

(2003). Binnen de gemeente zijn diverse maatregelen getroffen ter beperking van geluidshinder. De gemeente: heeft voor de veiligheid een scheiding gemaakt tussen wegen in een verblijfsgebied en de doorgaande wegen. Het doel is om het wegverkeer te concentreren op de verkeersaders en de wegen in verblijfsgebieden in te richten als 30 km per uur wegen; beperkt het interlokale doorgaande (sluip)verkeer; zo zijn langs de doorgaande wegen in het buitengebied doseerinstallaties geplaatst; voert een actief beleid om het parkeren van grote voertuigen in woonwijken niet toe te staan; houdt in haar plannen en beheer rekening met het openbaar vervoer en fietsverkeer; houdt bij het ontwerpen van de verkeersmaatregelen rekening met het beperken van geluidshinder. Figuur 3d: Doseerinstallatie Lexmondsestraatweg Geluidssanering bestaande woningen
(1986)Het ministerie van Infrastructuur en Milieu (voorheen VROM) stelt gelden beschikbaar om woningen die bij het van kracht worden van de Wet geluidhinder in 1986, vanwege wegverkeer hoge geluidsniveaus ondervonden, voor geluid te saneren. De gemeente heeft hiervan gebruik gemaakt en samen met Rijkswaterstaat geluidswerende maatregelen getroffen voor 273 woningen nabij de rijkswegen. De gemeente heeft eind 2008 een eindmelding ingediend bij het ministerie van VROM om in aanmerking te blijven komen voor subsidie van de kosten voor geluidssanering. Op de eindmelding zijn 443 adressen binnen de gemeente opgenomen, waarvan 170 adressen nog niet zijn gesaneerd. Sinds 2010 is Rijkswaterstaat verantwoordelijk voor de geluidssanering van woningen langs rijkswegen. Zo’n geluidssanering valt meestal samen met een aanpassing van een snelweg. In de bovengenoemde gemeentelijke eindmelding zijn 60 woningen langs rijkswegen opgenomen die in aanmerking komen voor sanering. Volgens de eindmelding zijn langs gemeentelijke wegen 110 woningen gelegen die in aanmerking komen voor geluidssanering door de gemeente. De gemeente stelt 3-jaarlijks een verslag op met de stand van zaken van de geluidssanering;

§ 3.6.

3.3Ontwikkelingen Groei verkeer Door de voortdurende landelijke groei van de bevolking en de economie neemt het wegverkeer jaarlijks toe. Ondanks technische innovaties waardoor auto’s en vrachtwagens stiller worden, nemen de geluidsniveaus en het aantal geluidsgehinderden toe. Uit verkeerstellingen blijkt dat de groei van het verkeer op de gemeentelijke wegen over het algemeen minder snel groeit dan provinciale wegen en rijkswegen. Ter indicatie: volgens het akoestisch rekenmodel met peiljaar 2020 zal ruim 40% van de inwoners van de gemeente een geluidsniveau van 55 dB of hoger gaan ondervinden. In 2010 was dit 34%. De jaarlijkse geluidstoename wordt wettelijk beperkt gereguleerd. Dit probleem is landelijk onderkend en wordt het handhavingsgat genoemd. Vanwege de verkeerstoename worden bij nieuw te bouwen woningen de geluidsnormen eerder overschreden. Reeds gebouwde woningen zijn ontworpen op basis van de geluidssituatie destijds. De huidige geluidssituatie is door de jaarlijkse toename van het verkeer vaak minder gunstig, waardoor de (akoestische) leefomgeving buiten en binnen de woning verminderd is. Voor nieuwe en bestaande situaties is het dan ook wenselijk om maatregelen te treffen om hogere geluidsniveaus te voorkómen of te beperken. Wetgeving (SWUNG) Het Rijk is bezig om de Wet geluidhinder te moderniseren onder de noemer ‘Samen Werken in de Uitvoering van Nieuw Geluidbeleid (SWUNG)’. In het voorstel voor wetswijziging4 worden op het moment dat de wet in werking is, naar verwachting in 2011, geluidproductieplafonds (gpp’

  1. s)geïntroduceerd voor rijkswegen. Daartoe worden op vaste referentiepunten van de randen van rijkswegen geluidsniveaus vastgesteld. Het doel hiervan is het voorkomen van verdere toename van het voorgenoemde handhavingsgat. Op dit moment zijn de gevolgen voor de omgeving van rijkswegen onduidelijk. Voor het berekenen van de gpp’s moet worden uitgegaan van de heersende waarden (peiljaar 2008) op de referentiepunten vermeerderd met 1,5 dB. Dit betekent enerzijds een fikse toename van de geluidsruimte voor mogelijke ontwikkelingen op de rijkswegen. Anderzijds dient Rijkswaterstaat ervoor zorg te dragen dat deze vastgestelde gpp’s in de toekomst niet worden overschreden. Bij een dreigende overschrijding van de gpp’s moet Rijkswaterstaat tijdig maatregelen treffen. 4 Wetsvoorstel aan de Tweede Kamer (Kamerstukken 32252 1 t/m 4; 17 december 2009). Wetgeving (Actieplannen Omgevingslawaai) en ontwikkelingen RWS en Provincie Zowel Rijkswaterstaat als de provincie Utrecht heeft in het kader van de Wgh en de Europese Richtlijn Omgevingslawaai, geluidsbelastingkaarten en Actieplannen omgevingslawaai voor de periode 2008-2013 opgesteld. Voor Rijkswaterstaat betreft het de A2 en de A27 en voor de provincie delen van de N483 en N484. Rijkswaterstaat: In het ‘Actieplan omgevingslawaai van rijkswegen’ van 7 juli 2008 wordt de rijksweg A2 in Vianen genoemd als een weg waar geluidsreducerende maatregelen worden getroffen in de periode 2008-2013. Op de weg is als bronmaatregel dubbellaags ZOAB aangebracht. Op dit moment lopen er diverse projecten voor de aanpassing van rijkswegen: een project voor de verbreding van de A2 tussen Utrecht en Deil (afgerond in 2011); een planstudie naar de capaciteitsuitbreiding van de A27 tussen Lunetten en Hooijpolder; een onderzoek naar een betere doorstroming op de Ring Utrecht; een wegaanpassingsbesluit voor een spits-/weefstrook langs de A27 tussen (Everdingen en Houten). Het kabinet Rutte is van plan om de maximumsnelheid van de rijkswegen te verhogen van 120 naar 130 km/u. De rijksweg A2 tussen knooppunt Everdingen en knooppunt Deil is als een van de proeftrajecten aangewezen en de snelheid is per 1 mei 2011 verhoogd naar 130 km/u. Hoe de plannen verder vorm gaan krijgen en wat de gevolgen zijn voor de gemeente is nog niet duidelijk. Op de website van Rijkswaterstaat is meer informatie te vinden over het Actieplan omgevingslawaai, de geluidsbelastingkaart en mogelijke ontwikkelingen. Provincie Utrecht: In het ‘Actieplan omgevingslawaai provinciale wegen provincie Utrecht’ van juli 2008 is een samenvatting van de resultaten van de geluidsbelastingkaart opgenomen. De N484 en N483 (beide nabij Zijderveld) zijn op de kaart aangegeven. Vanuit het actieplan is de N484 tussen de A2 en de rotonde met de Kerkweg in Zijderveld voorzien van geluidsreducerend asfalt. De Provincie heeft de overige wegdelen van de N484 en N483 niet als wegen aangewezen waaraan in de periode 2008-2013 maatregelen worden getroffen. Het actieplan bevat alleen beleidsvoornemens en voorgenomen maatregelen; het is niet gericht op direct rechtsgevolg. Meer informatie over de geluidsbelastingkaart en het Actieplan omgevingslawaai is te vinden op de website van de provincie Utrecht. Overige wegbeheerders: Zowel de gemeente als het Waterschap Rivierenland hebben geen verplichtingen binnen de Europese Richtlijn Omgevingslawaai. Na de aanpassing van de aansluitingen op de A2 bij Zijderveld is het Waterschap Rivierenland wegbeheerder van de N483 geworden. Wegbeheer in verblijfsgebieden (duurzaam veilig en 30-km wegen) Het gemeentelijk wegbeheerprogramma volgt het verkeersbeleid om de wegen in verblijfsgebieden (woongebieden) duurzaam veilig in te richten en de maximumsnelheid te verlagen naar 30 km per uur (30-km wegen). Het betreft overwegend wegen met een verkeersintensiteit tot 2.500 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etm). In het verkeersbeleid zijn de verblijfsgebieden en de 30-km wegen aangewezen. Hiervan is ca. 50% gerealiseerd. Bij groot onderhoud wordt meestal gekozen voor klinkerbestrating in plaats van asfalt. Dit komt voort uit algemene verkeerskundige richtlijnen (ASVV 2004; C.R.O.W) voor de herkenning van duurzaam veilig ingerichte wegen. Vanwege de aanwezigheid van ondergrondse kabels en leidingen is asfalt vaak ook minder functioneel. Langs drukkere 30-km wegen kunnen echter bij woningen hoge geluidsniveaus voorkomen. Ter indicatie: de wettelijke voorkeurswaarde voor nieuwbouw wordt al bereikt als een bouwplan op 12 meter van de as van een asfaltweg ligt en de weg een verkeersintensiteit heeft van 1.500 mvt/etm. Met dezelfde uitgangspunten wordt bij een wegdek met klinkerbestrating de voorkeurswaarde al bereikt bij een intensiteit van 600 mvt/etm. Voor het beperken van geluidshinder is het dus onwenselijk om drukkere 30-km wegen met een verkeersintensiteit vanaf 1500 mvt/etm uit te voeren met klinkerbestrating. De Wet geluidhinder is niet van toepassing voor geluidssituaties vanwege 30-km wegen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient bij een ruimtelijke ontwikkeling echter wel de geluidssituatie in beeld te worden gebracht. De gemeentelijke werkwijze is als volgt geformuleerd in de ‘Beleidsregel hogere waarden Wgh, gemeente Vianen’: Bij een ruimtelijke ontwikkeling of verkeersplan kiest de gemeente ervoor de akoestische situatie te (laten) onderzoeken bij wegen met een intensiteit van 1500 (asfalt) of 600 (klinkers) motorvoertuigen per etmaal of meer. Indien uit akoestisch onderzoek blijkt dat de wettelijke voorkeurswaarde wordt overschreden, dan stelt de gemeente conform deze beleidsregel dezelfde voorwaarden als voor een weg mét een zone5. In §7.1.3 wordt verder ingegaan op deze beleidsregel. Wegbeheer stil asfalt In het gemeentelijk wegbeheerprogramma is opgenomen dat in de periode tussen 2010 en 2020 de Helsdingse Achterweg (tussen Het Slyk en het viaduct van de A2) bij groot onderhoud zal worden voorzien van stil asfalt. In de periode na 2020 komen de Burg. Jhr. Hoeufftlaan, Het Slyk, Langeweg, Clarissenhof (tussen Helsdingse Achterweg en Langeweg) hiervoor in aanmerking. De levensduur van de deklaag in stil asfalt is 25-30% korter dan het standaard asfalt en vraagt hierdoor meer aandacht en budget. De gemeente heeft de tussentijdse vervanging van de deklaag in haar beheerplan wegen opgenomen. Bij de vervanging van een bestaande stille deklaag bestaat er de mogelijkheid dat na een integrale overweging, op een weg standaard deklaag wordt aangebracht. In dat geval moet de gemeente volgens de Wgh een akoestisch onderzoek naar de geluidssituatie uitvoeren en, bij een toename van het geluid, mogelijk maatregelen treffen aan woningen. Bijlage 4 gaat nader in op het toepassen van stille(
  2. re)wegdekken, waaronder klinkerbestrating. 5 Een zone is een aandachtsgebied rond een weg. Bij nieuwe ontwikkelingen gelden procedures volgens de Wgh. 3.4Gewenste situatie Beperken van geluidshinder De gemeente wil graag dat de geluidshinder vanwege wegverkeer wordt beperkt. Als referentie voor de geluidssituatie houdt de gemeente het akoestisch rekenmodel met peiljaar 2010 aan;

figuren 3a en 3b. Op grond van de jaarlijkse groei van het verkeer zijn hogere geluidsniveaus echter onvermijdelijk. Om het effect van de groei van het lokale verkeer te beperken, moet de gemeente binnen het gemeentelijk verkeersbeleid en wegbeheer flinke inspanningen verrichten om de getroffen bron- en schermmaatregelen in de huidige situatie te handhaven en waar mogelijk uit te breiden. De wegbeheerder hanteert daarbij zoveel mogelijk het principe ‘werk met werk maken’. Geluidshinder heeft naast een direct verband met hogere geluidsniveaus ook een relatie met de (akoestische) kwaliteit van de leefomgeving. De gemeente streeft naar een zo goed mogelijke akoestische kwaliteit van de leefomgeving voor nieuwe- en bestaande woningen. Voor nieuw te bouwen woningen heeft de gemeente daartoe in 2008 de ‘Beleidsregel hogere waarden Wgh, gemeente Vianen’ vastgesteld. Voor bestaande woningen benutten de gemeente en Rijkswaterstaat het door het Rijk toegewezen budget om geluidsreducerende maatregelen bij of aan woningen te treffen. Daarnaast weegt de gemeente het aspect geluidhinder mee in verkeersplannen en de uitvoering van het wegbeheer. Geluidsschermen en wallen Geluidsschermen en wallen zijn onderhoudsgevoelig en dienen in een goede staat van onderhoud te zijn. Bij onderhoud of vervanging wordt onderzocht of verbetering van de geluidsafschermende functie mogelijk is. 3.5Mogelijkheden De mogelijkheden om hogere geluidsniveaus vanwege verkeer te voorkómen of verminderen volgen in algemene zin het principe van bron-overdracht-ontvanger. Bronmaatregelen Hoewel de gemeente niet overal invloed op heeft (zoals de geluidsuitstraling van auto’s) kan zij als wegbeheerder wel invloed uitoefenen op de geluidssituatie. Zij kan de volgende maatregelen aan de gemeentelijke wegen treffen: verminderen van de verkeersintensiteit; verlagen van de maximumsnelheid; verminderen van het aantal vrachtwagens; actief beleid voor het aanbrengen en onderhouden van stil asfalt; beperken van het aantal wegen met standaard klinkerbestrating. De gemeente kan deze maatregelen zowel ad hoc in verband met een ruimtelijke ontwikkeling treffen, als integraal binnen het verkeersbeleid en wegbeheer opnemen. Overdrachtsmaatregelen en maatregelen bij ontvanger/compensatie

de algemene tekst in § 2.6.1 en voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen de ‘Beleidsregel hogere waarden Wgh, gemeente Vianen’ in § 7.1.3. Inbreng geluidsdeskundige bij ruimtelijke ontwikkeling Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen met geluidsknelpunten is het gewenst om vanaf de start de inbreng te hebben van een geluidsdeskundige. De planopzet kan zich dan meer ‘vormen’ naar de geluidssituatie zodat een betere akoestische leefomgeving wordt bereikt. Met deze werkwijze worden (gekunstelde) aanpassingen van het plan achteraf, met de bijbehorende vertragingen, vermeden. Stille banden Autobanden moeten sinds 1 oktober 2009 voldoen aan de Europese eisen voor het afrolgeluid. De banden zijn voorzien van een S-markering. De banden hebben meestal een beperkt geluidsreducerend effect. Op dit moment zijn ook stille banden verkrijgbaar. Deze banden reduceren het afrolgeluid met circa 3 dB ten opzichte van een standaardband. De stille banden zijn niet duurder of minder veilig. Met het verstrekken van informatie kan de gemeente een beperkte rol spelen in het proces om het gebruik van deze stille banden te stimuleren. Verbreding rijkswegen Naar verwachting zal door verbreding van de rijkswegen het verkeer op deze wegen rond de gemeente fors toenemen. Op het moment van aanpassing van de weg dient Rijkswaterstaat volgens de Wet geluidhinder een inspanning te doen om geluidshinder te voorkomen of te beperken. Dat kan met bronmaatregelen zoals het toepassen van (dubbellaags) ZOAB of snelheidsbeperking, of met overdrachtsmaatregelen zoals het realiseren van geluidsschermen. De gemeente kan in vooroverleggen en wettelijke procedures voor de aanpassing van een weg haar standpunten uitdragen. De gemeente staat hierbij open voor overleg met belanghebbende (bewoners)organisaties. Wijziging Wet geluidhinder De gemeente kan de gevolgen van de invoering van geluidproductieplafonds in beeld brengen. Zij kan de berekeningen van Rijkswaterstaat controleren. Indien daar reden voor is kan de gemeente bij het Rijk om verlaging van de geluidproductieplafonds verzoeken. 3.6Beleidsuitspraken en activiteiten Om de geluidshinder vanwege wegverkeer te beperken heeft de gemeente beleidsuitspraken opgesteld. Om deze concreet te maken zijn in tabel 3e passende activiteiten geformuleerd. Beleidsuitspraken wegverkeer: De gemeente houdt in haar verkeersbeleid en wegbeheer expliciet rekening met het onderwerp geluid en het gemeentelijk geluidsbeleid. De gemeente streeft erna om de in §3.3 genoemde gebiedsontsluitingswegen te voorzien van stil asfalt. Zij neemt in het volgende beheerprogramma de tussentijdse vervanging van de stille deklagen op. De gemeente zet zich in om bij nieuwe ruimtelijke en verkeerskundige ontwikkelingen maatregelen te (laten) treffen in de volgorde: bron, zoals stille(

  1. re)wegdekken en verkeersmaatregelen; overdracht, zoals schermen of wallen; ontvanger, waarbij de gemeente prioriteit geeft aan akoestische compensatie. Bij voorziene geluidsknelpunten dient de inbreng van een geluidsdeskundige vanaf de start van een planproces te worden meegenomen. De gemeente staat bij nieuwe ruimtelijke en verkeerskundige ontwikkelingen hogere geluidsniveaus toe, indien er vooraf een zorgvuldige afweging heeft plaatsgevonden over de (akoestische) kwaliteit van de leefomgeving. De gemeente past de voorwaarden toe die in de Beleidsregel hogere waarden Wgh zijn uitgewerkt. De gemeente draagt zorg voor een goed beheer van bestaande stille(
  2. re)wegdekken en geluidsschermen. De gemeente gebruikt de haar toegewezen rijksgelden voor geluidssanering van de in aanmerking komende, bestaande woningen. De gemeente draagt zorg voor een actueel inzicht van de geluidssituatie vanwege wegverkeer. De gemeente maakt bij groot onderhoud van 30-km wegen een integrale afweging over het toe te passen wegdektype. Bij nieuwe ruimtelijke en verkeerskundige ontwikkelingen brengt de gemeente de geluidssituatie vanwege 30-km wegen in beeld; zij behandelt een ontwikkeling bij 30-km wegen zo veel mogelijk als nabij niet 30-km wegen. De gemeente spreekt Rijkswaterstaat, het waterschap en de provincie Utrecht als wegbeheerder aan op onderhoud en behoud van eerder getroffen geluidsreducerende maatregelen. De gemeente zet zich in om de geluidshinder vanwege rijkswegen en provinciale wegen niet te laten toenemen en waar dat mogelijk is, te verminderen. Zij zal de wettelijke procedures voor het invoeren van geluidproductieplafonds, een verhoging van de maximumsnelheid, het aanpassen van een (rijks)weg en de geluidssanering van woningen kritisch volgen en haar standpunten hierover naar voren brengen. De gemeente neemt een selectie van de in tabel 3e beschreven activiteiten op in het jaarlijks vast te stellen gemeentelijk milieuprogramma en/of –begroting. In een jaarlijks verslag vindt verantwoording plaats over de uitvoering van de activiteiten. Beleidsuitspraak Omschrijving activiteit Frequentie 1 Opstellen/evalueren checklist over de toepassing van het geluidsbeleid binnen het gemeentelijk verkeersbeleid en wegbeheer. 3-jaarlijks 2, 6 Doorlichten/aanpassen beheerprogramma wegen. 3 jaarlijks 2, 6 Opstellen verslag over beheer stille wegdekken en geluidsschermen en wallen. 3-jaarlijks 4 Opstellen (GIS/FlexiWeb) kaart met aandachtsgebieden langs drukke wegen voor ruimtelijke en verkeerskundige ontwikkelingen. 2-jaarlijks 3, 4, 5, 10 Toepassen uitvoeringsbeleid: Beleidsregel hogere waarden Wgh. Doorlopend 3, 4, 5,10 Evalueren van Beleidsregel hogere waarden Wgh 3-jaarlijks 7, 11, 12 Opstellen verslag stand van zaken over sanering van woningen vanwege wegverkeerslawaai. 3-jaarlijks 8 Actualiseren verkeersgegevens en akoestisch rekenmodel6 met korte notitie over het percentage inwoners verdeeld over de geluidsniveauklassen (indicatief karakter). 2-jaarlijks 8 Opstellen notitie met toegepast wegdek, snelheden n.a.v. actualisatie verkeersmodel. 2-jaarlijks 9 Opstellen/evalueren notitie met een integrale afweging over de toepassing van wegdektypen bij groot onderhoud van 30 km-wegen. 3 jaarlijks 11 Evaluatie geluidsreducerende maatregelen externe wegbeheerder/verzenden brief: -verzoek initiatief voor bron- en overdrachtsmaatregelen; -beheer van reeds getroffen geluidsreducerende voorzieningen. 3-jaarlijks 12 Notitie over de gevolgen voor de gemeente van de invoering van geluidproductieplafonds en de toetsing van bijbehorende berekeningen. Eenmalig 12 Inbrengen van gemeentelijke standpunten binnen overleggen met externe wegbeheerders en de wettelijke inspraakronden bij de invoering van de geluidproductieplafonds, verhoging van de maximumsnelheid en de aanpassing van een rijksweg of een provinciale weg. Doorlopend Tabel 3e: Activiteiten thema wegverkeer 6 De meest recente versie zal op de website van de Milieudienst en de gemeente te vinden zijn. 4Thema bedrijven 4.1Wettelijk kader Wet milieubeheer De Wet milieubeheer (Wm) reguleert de bedrijfsmatige activiteiten van bedrijven zoals betonfabrieken, transportbedrijven, horeca, detailhandel en kantoorgebouwen. Het geluid dat deze bedrijven produceren noemt de wetgever ‘industrielawaai’. De geluidsvoorschriften vanuit de Wm kennen over het algemeen twee soorten geluidsniveaus: het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau; dit is het gemiddelde geluidsniveau over een dag-, avond- en nachtperiode (etmaalwaarde;

bijlage 3); het maximale geluidsniveau; dit is een piekwaarde. In deze geluidsnota is hiervoor geen aanvullend beleid geformuleerd. AMvB bedrijven Voor meer dan 90% van de bedrijven (AMvB-bedrijven) zijn algemene milieuregels van toepassing. De regels zijn vermeld in uitvoeringsbesluiten, zogenaamde artikel 8.40 AMvB’s7, zoals het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) en het Besluit landbouw milieubeheer. De uitvoeringsbesluiten gaan uit van eigen standaard geluidsvoorschriften. Zo mogen volgens het Besluit landbouw milieubeheer bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden tot en met een geluidsniveau van 45 dB(A) etmaalwaarde op de gevels van nabijgelegen woningen. Voor het Activiteitenbesluit geldt een waarde tot 50 dB(A) etmaalwaarde. De gemeente kan besluiten voor sommige situaties meer of minder geluid toe te staan: voor bijzondere activiteiten of festiviteiten waarvoor een individueel (horeca)bedrijf bij de gemeente een melding indient, zoals een live optreden in een café;

§ 5

.2; voor bijzondere activiteiten die op een beperkt aantal dagen plaatsvinden waarvoor een individueel bedrijf bij de gemeente een verzoek tot maatwerkvoorschrift indient, zoals het overwerken op 20 avonden per jaar. Daarnaast is de gemeente bevoegd om voor individuele situaties maatwerkvoorschriften of nadere eisen te stellen. 7 Voor het begrip 8.40 AMvB (Wm)

de akoestische begrippenlijst in bijlage 4. Vergunningplichtige bedrijven Grotere, meer complexe bedrijven zijn vergunningplichtig en hebben een vergunning nodig met (geluids)voorschriften op maat. Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, zoals werkzaamheden binnen een kinderdagverblijf of binnen een klein kantoorgebouw vallen niet altijd onder de Wm. Om mogelijke geluidshinder vanwege deze activiteiten te beperken gelden algemene regels uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op dit onderwerp wordt in § 5.2.4 nader ingegaan. Wet geluidhinder (gezoneerd industrieterrein) Op een gezoneerd industrieterrein zijn vaak een aantal bedrijven gevestigd waarvan de activiteiten veel geluid uitstralen. Voor de koppeling met de ruimtelijke ordening moet volgens de Wet geluidhinder een geluidszone van 50 dB(A) om het bedrijventerrein zijn vastgesteld. Dit betekent dat de geluidsuitstraling van de activiteiten van alle op dit bedrijventerrein gevestigde bedrijven tezamen binnen de geluidszone moeten blijven. 4.2Huidige situatie In de gemeente zijn circa 1100 bedrijven aanwezig. Bedrijfsvestiging naar activiteit Procentuele verdeling Commerciële dienstverlening 55 % Winning en nijverheid 20 % Niet-commerciële dienstverlening 14 % Landbouw, bosbouw en visserij 11 % Tabel 4a: Bedrijfsvestigingen in Vianen naar activiteit (bron: CBS 2006) Binnen de bebouwde kom van Vianen zijn bedrijfsmatige activiteiten over het algemeen goed gescheiden van woongebieden. In het oude stadscentrum van Vianen is vooral rond de Voorstraat detailhandel en horeca aanwezig. Verder zijn in de woonwijken kleinschalige winkelcentra (Lijnbaan, Ursulinenhof en de Vijfheerenlanden) gelegen. Vianen kent één groot bedrijventerrein: De Biezen-De Hagen waarop circa 200 bedrijven gevestigd zijn. De gemeente ontwikkelt aan de oostzijde van A27 het bedrijventerrein Gaasperwaard. Everdingen, Hagestein en Zijderveld zijn vooral dorpskernen waarbij de bedrijven tussen de woningen zijn gelegen. Bestaand gemeentelijk beleid geluidsnormering bedrijven De gemeente behandelt aanvragen en meldingen voor bedrijfsmatige activiteiten en handhaaft de gestelde milieuregels. Voor de meeste bedrijven zijn de algemene (geluids)voorschriften van de AMvB’s van toepassing. In 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders de ‘Gemeentelijke beleidsregel Geluidsnormering AMvB-inrichtingen Vianen’ vastgesteld. In deze nota wordt hiervoor de omschrijving beleidsregel AMvB-bedrijven gehanteerd. Als er aanleiding toe is, zoals bij geluidsklachten vanwege een bedrijf, kan de gemeente met de beleidsregel AMvB-bedrijven maatwerkvoorschriften of nadere eisen stellen op basis van het achtergrondgeluid en het karakter van de omgeving. De gemeente stelt regelmatig strengere geluidsvoorschriften. Vanwege bestaande rechten gelden voor sommige (horeca)bedrijven en detailhandel ook ruimere geluidsvoorschriften. Vanwege veranderde wetgeving, zoals de inwerkingtreding van het Activiteitenbesluit, dient de beleidsregel AMvB-bedrijven te worden aangepast. De gemeente heeft geen beleid voor strengere geluidsvoorschriften op zon- en feestdagen. Klachten De gemeente ontvangt regelmatig klachten over bedrijven. Zij hanteert een klachtenregistratiesysteem waarin onder andere de geluidshinder vanwege activiteiten van bedrijven is opgenomen. Hiermee is naast het aantal klachten ook de behandeling van de klachten inzichtelijk. Indien nodig voert de gemeente geluidsmetingen uit. Figuur 4a: Bedrijventerrein De Biezen-De Hagen Bedrijventerrein De Biezen-De Hagen Dit is een ‘gezoneerd industrieterrein’ in de zin van de Wet geluidhinder. Om het terrein is een geluidszone vastgesteld: alle bedrijfsactiviteiten tezamen mogen buiten de zone niet meer geluid dan 50 dB(A) etmaalwaarde veroorzaken;

figuur 4a en bijlage 5. De geluidszone beschermt zowel de woongebieden rond het bedrijventerrein als de rechten van de bedrijven op het terrein. De gemeente heeft de zone in 1991 vastgesteld en in verband met de woonwijk Blankenborch aan de noordwest zijde aangepast. De gemeente beheert de zone (zonebeheer) met een akoestisch rekenmodel waarin de uitstraling van alle relevante geluidsproducerende activiteiten van de bedrijven is opgenomen. Figuur 4b: Geluidszone De Biezen-De Hagen, gemeente Vianen (bron: Milieudienst, juni 2010) Indien een bedrijf haar activiteiten wil wijzigen, dan beoordeelt de gemeente aan de hand van het rekenmodel of deze verandering binnen de geluidszone mogelijk is. 4.3Ontwikkelingen Aanpassen gemeentelijke beleidsregel AMvB-bedrijven De gemeente gaat de beleidsregel AMvB-bedrijven aanpassen. Voor de boordeling van het achtergrondgeluid en het karakter van het gebied heeft ze de geluidsnormeringskaart voor bedrijven ontwikkeld;

onderstaande figuur 4b en bijlage 7. Figuur 4c: Geluidsnormeringskaart voor bedrijven, gemeente Vianen (bron: Milieudienst, oktober 2010) Op de kaart zijn de algemeen te stellen geluidsnormen voor bedrijfsmatige activiteiten verdeeld in vier waarden: groen betekent een gebied met een geluidsnorm van 40 dB(A), geel 45 dB(A), rood 50 dB(A) en lichtblauw 55 dB(A). Het betreft langtijdgemiddelde beoordelingniveaus in etmaalwaarden op de gevels van woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen. Voor de bedrijven op het gezoneerd bedrijventerrein De Biezen-De Hagen (paars) gelden afwijkende normwaarden. De kaart wordt toegepast: als referentie voor de normwaarde voor vergunningplichtige bedrijven; als referentie om maatwerkvoorschriften te stellen voor AMvB-bedrijven. Gemeentelijke verordening AMvB-bedrijven Volgens artikel 2.19 van het Activiteitenbesluit kan de gemeenteraad in een gemeentelijke verordening gebieden aanwijzen waarbij afwijkende geluidsnormen gelden in plaats van de algemene geformuleerde standaardnorm van (meestal) 50 dB(A). De aangepaste normering is dan direct van toepassing voor alle bedrijven die vallen onder het Activiteitenbesluit en het Besluit landbouw. Het artikel is nog niet in werking. De wetgever neemt voor dit artikel een afzonderlijk inwerkingtredingbesluit. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft een blauwdruk van een gemeentelijke verordening opgesteld; deze moet politiek nog worden bekrachtigd. Het is nog onduidelijk of artikel 2.19 in werking zal treden. De gemeente volgt deze ontwikkeling en wil, zodra dat mogelijk is, met een gemeentelijke verordening uitvoering geven aan artikel 2.19 van het Activiteitenbesluit. Dit omdat een verordening een krachtig vervolg is van het bestaande beleid om bedrijven niet meer geluidsruimte te geven dan nodig is. De verordening zal volgens de voorgeschreven procedures van de Algemene wet bestuursrecht worden vastgesteld. De verordening komt dan in plaats van de gemeentelijke beleidsregel AMvB-bedrijven. De geluidsnormeringskaart voor bedrijven geeft de gebieden met afwijkende normwaarden weer. Beperkte gevolgen voor de geluidsruimte voor bedrijven (niet op bedrijventerrein) Voor de meeste bedrijven geldt op dit moment de standaardnorm van 50 dB(A). Als er klachten zijn, komt dat vaak doordat de activiteiten van een bedrijf meer geluid produceren dan het achtergrondgeluid en/of het karakter van de omgeving. Voor deze bedrijven wordt dan een maatwerkvoorschrift of nadere eis op basis van het achtergrondgeluid en/of het karakter van de omgeving opgesteld. In de praktijk wordt van deze mogelijkheid incidenteel gebruik gemaakt; de gemeente ontvangt jaarlijks een beperkt aantal klachten. Voor de meeste bedrijven heeft de toepassing van de geluidsnormeringskaart voor bedrijven geen of beperkte gevolgen. De geluidsnormeringskaart is een actualisatie van de normwaarden en het omgevingsgeluid zoals beschreven in de huidige beleidsregel AMvB-bedrijven. Sommige (horeca)bedrijven hebben op basis van (oud) overgangsrecht de mogelijkheid om meer geluid te maken dan nabijgelegen collega (horeca)bedrijven. Met de geluidsnormeringskaart voor bedrijven zijn de te stellen normwaarden binnen één gebied weer hetzelfde. Indien de aangepaste beleidsregel (of verordening) AMvB-bedrijven van kracht is, kunnen er redenen zijn om voor een (individueel) bedrijf toch een andere norm toe te staan dan vermeld op de geluidsnormeringskaart voor bedrijven. Voor de activiteiten van het bedrijf wordt dan een nadere eis of een maatwerkvoorschrift opgelegd. De gemeente neemt dan hiervoor een gemotiveerd besluit. Met het gebruik van de beleidsregel (of verordening) AMvB-bedrijven wordt zo veel mogelijk voorkómen dat bewoners in de toekomst, zoals bij de melding van een nieuw bedrijf, geluidshinder gaan ondervinden. Voor bedrijven is het meteen helder aan welke geluidsnorm de gemeente zal toetsen, zodat zij niet achteraf met maatwerkvoorschriften of nadere eisen worden geconfronteerd. Bedrijventerrein Gaasperwaard De gemeente ontwikkelt het bedrijventerrein Gaasperwaard. Het is gelegen aan de oostzijde van de A27 en betreft het gebied tussen de Lange Dreef en de Biezenweg (paarse gebied in figuur 4b). Op dit moment worden de kavels uitgegeven. Aan de oostzijde van het plan worden bedrijfswoningen voorzien. Een bedrijfswoning kan een belemmering vormen voor activiteiten van een ander bedrijf. Omdat op het bedrijventerrein ook bedrijfswoningen zijn gelegen, geeft de geluidsnormeringskaart voor het gebied Gaasperwaard een hogere waarde van 55 dB(A) aan. Dit sluit aan bij de waarden in het Activiteitenbesluit voor woningen op een niet-gezoneerd bedrijventerrein. Hierdoor worden nabijgelegen bedrijven minder beperkt en kunnen de bedrijfswoningen worden gerealiseerd. Zonebeheer bedrijventerrein De Biezen-De Hagen Dit bedrijventerrein is voor een groot deel ‘akoestisch vol’, waardoor er beperkte geluidsruimte over is voor uitbreiding van bestaande bedrijven en/of vestiging van nieuwe bedrijven. Dit geldt voornamelijk voor het westelijk deel van het terrein, waarbij de periode tussen 23:00 uur en 07:00 uur maatgevend is. De gemeente wil graag de dynamiek van het terrein verhogen. Ze voert actief zonebeheer uit om de geluidsruimte van bedrijven die daar geen gebruik van maken, te beperken met maatwerkvoorschriften. Ze legt het accent vooral in de knellende nachtperiode. Daar liggen kansen, omdat veel bedrijven ‘s nachts niet in werking zijn maar op basis van algemene regels wel geluidsruimte toegewezen hebben gekregen. 4.4Gewenste situatie Voorkómen of beperken geluidshinder Geluidshinder heeft een directe relatie met hogere geluidsniveaus, maar ook met de (akoestische) kwaliteit van de leefomgeving. De gemeente neemt als referentiesituatie, de huidige situatie waarbij voor de meeste bedrijven de standaardvoorschriften gelden uit het Activiteitenbesluit en de overige AMvB’s. Veel bedrijven hebben nu meer geluidsruimte dan strikt noodzakelijk. Met het opstellen van de in § 4.3 genoemde gemeentelijke verordening AMvB-bedrijven komt de toegestane geluidsruimte meer in overeenstemming met het achtergrondgeluid en/of het karakter van de omgeving. Naar verwachting zijn er ten opzichte van de referentiesituatie dan minder klachten over geluidshinder. Bij klachten kan de gemeente dan direct handhaven zonder eerst maatwerkvoorschriften te hoeven stellen. Indien de gemeentelijke verordening met de geluidsnormeringskaart voor bedrijven van kracht wordt, zal circa 30% van de woningen gelegen zijn in een gebied met een lagere geluidsnorm dan 50 dB(A). Van de bedrijven is dan circa 20% gelegen in een gebied met een lagere geluidsnorm dan 50 dB(A). Zo’n 19% van de bedrijven is gelegen op het bedrijventerrein De Biezen-De Hagen en Gaasperwaard; op deze terreinen is een hogere geluidsnorm dan 50 dB(A) mogelijk. 4.5Mogelijkheden Beste Beschikbare Technieken (BBT) Bedrijven die maatregelen volgens de BBT hebben getroffen, voldoen meestal aan de gestelde geluidsnormen en maken daardoor niet onnodig veel lawaai. De gemeente hanteert de toepassing van de BBT bij het stellen en handhaven van geluidsnormen voor bedrijven bij zowel nieuwe situaties als in bestaande situaties waar sprake is van wijzigingen of van een herziening van een gedateerde situatie. Gemeentelijk geluidsbeleid AMvB-bedrijven De gemeente kan de beleidsregel AMvB-bedrijven uit 2003 actualiseren en de geluidsnormeringskaart voor bedrijven als basis voor maatwerkvoorschriften gebruiken. Indien artikel 2.19 van het Activiteitenbesluit in werking treedt, kan de gemeente de gemeentelijke verordening AMvB-bedrijven en de geluidsnormeringskaart voor bedrijven vaststellen. De verordening is dan direct van toepassing voor de meeste AMvB-bedrijven. Bedrijventerrein De Biezen-De Hagen De gemeente kan met actief zonebeheer de niet gebruikte geluidsruimte inzetten om de dynamiek van het bedrijventerrein te verhogen. Extra voorzieningen Voor knelpuntsituaties kan de gemeente met een andere eis of een maatwerkvoorschrift voorzieningen eisen. Zo kan zij bijvoorbeeld een muziekbegrenzer8 of een vergelijkbare voorziening eisen indien uit handhavingonderzoek (bijvoorbeeld na klachten) blijkt dat de horeca-exploitant zich niet houdt aan de geluidsvoorschriften. 8 Een muziekbegrenzer begrenst het geluidsniveau binnen een ruimte tot een bepaald maximum geluidsniveau. 4.6Beleidsuitspraken en activiteiten Binnen de geluidsnota is beleid ontwikkeld ten aanzien van de geluidsvoorschriften in etmaalwaarden. Voor de piekwaarden worden de vergunningsvoorschriften gehanteerd zoals die zijn vermeld in de maatwerkvergunningen, de algemene milieuregels en zoals die nader worden uitgelegd in (voortschrijdende) jurisprudentie. Om geluidshinder vanwege bedrijfsmatige activiteiten te voorkomen of beperken heeft de gemeente een aantal beleidsuitspraken opgesteld. Om deze zo concreet mogelijk te maken zijn in tabel 4b passende activiteiten geformuleerd. Beleidsuitspraken bedrijven De geluidsnormeringskaart voor bedrijven geldt als referentie voor de normwaarde voor vergunningplichtige bedrijven en geldt als basis voor het stellen van maatwerkvoorschriften en nadere eisen voor AMvB-bedrijven. De gemeente actualiseert haar beleidsregel ‘Geluidsnormering AMvB-inrichtingen Vianen’. De gemeente geeft zodra dat wettelijk mogelijk is toepassing aan artikel 2.19 van het Activiteitenbesluit om gebieden aan te wijzen met aangepaste geluidsnormering. De gemeente voert actief zonebeheer uit om de niet gebruikte geluidsruimte in te zetten ter verhoging van de dynamiek van het bedrijventerrein. De gemeente maakt de behandeling van geluidsgerelateerde klachten over activiteiten van bedrijven inzichtelijk. De gemeente neemt een selectie van de in tabel 4b beschreven activiteiten op in het jaarlijks vast te stellen gemeentelijke milieuprogramma en/of -begroting. In een jaarlijks verslag vindt verantwoording plaats over de uitvoering van de activiteiten. Beleidsuitspraak Omschrijving activiteit Frequentie 1 Vaststellen geluidsnormeringskaart voor bedrijven. Eenmalig 1, 2, 3 Aanpassen gemeentelijke beleidsregel ‘Geluidsnormering AMvB-bedrijven Vianen’ of opstellen gemeentelijke verordening AMvB-bedrijven. Eenmalig 1, 2, 3 Evaluatie van gemeentelijk uitvoeringsbeleid AMvB-bedrijven en geluidsnormeringskaart voor bedrijven. 3-jaarlijks 4 Actief beheren akoestisch rekenmodel bedrijventerrein De Biezen-De Hagen. Doorlopend 4 Opstellen verslag van invulling actief zonebeheer. 2-jaarlijks 5 Opstellen verslag behandeling geluidsgerelateerde klachten vanwege activiteiten van bedrijven. 2-jaarlijks Tabel 4b: Activiteiten thema bedrijven 5.Thema Algemene Plaatselijke Verordening (APV) 5.1Wettelijk kader De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is een gemeentelijke regeling die voor iedereen binnen de gemeente geldt en die tot doel heeft de gemeente netjes, veilig en leefbaar te houden. De APV bevat een aantal bepalingen om geluidshinder voor omwonenden of voor de omgeving te beperken. Het betreft geluid dat niet wordt gereguleerd in de bestaande wetgeving zoals de Wet geluidhinder en de Wet milieubeheer. Een voorbeeld hiervan is het vieren van festiviteiten. De APV wordt gewijzigd als daar aanleiding toe is. De meest recente versie is te vinden op de gemeentelijke website of op te vragen bij de gemeente. Deze nota gaat uit van de concept Algemene Plaatselijke Verordening Vianen 2010 (gemeenteraad 22 september 2010). Hoofdstuk 4 van de APV bevat de meeste bepalingen ten aanzien van geluidshinder;

bijlage 6. Paragraaf5.2Huidige situatie 5.2.1 Bedrijfsmatige incidentele festiviteitenBij het vieren van festiviteiten kunnen (horeca)bedrijven niet altijd voldoen aan de in het Activiteitenbesluit gestelde geluidsvoorschriften. De gemeenteraad biedt via de APV mogelijkheden om voor verruiming van de geluidsvoorschriften in aanmerking te komen;

artikel 4:2 en 4:3 in bijlage

  1. De regeling heeft betrekking op festiviteiten zowel binnen het bedrijf als op het buitenterrein. De regeling wordt in Vianen regelmatig toegepast. Vaak betreft het een festiviteit van een horecabedrijf, maar het kan ook een personeelsfeest in een kantoor of bedrijfsruimte zijn. Een (horeca)bedrijf kan maximaal acht incidentele festiviteiten per kalenderjaar aanvragen. Daarnaast kan de gemeente per kalenderjaar collectieve festiviteiten aanwijzen. Bedrijven dienen elke festiviteit die zou kunnen vallen onder deze bepalingen te melden bij de gemeente. De gemeente stelt, waar zij dat nodig acht, aangepaste geluidsvoorschriften aan festiviteiten ter voorkoming of beperking van geluidshinder. Het komt voor dat de gemeente een niet tijdige of onvolledige melding van een (horeca)bedrijf ontvangt. Dit belemmert een zorgvuldige behandeling, waardoor een festiviteit niet of beperkt kan plaatsvinden of waardoor de gemeente niet adequaat een ontheffing kan verlenen en er mogelijk onnodige geluidshinder door omwonenden wordt ondervonden. Dit is onwenselijk voor zowel de omwonenden, het bedrijf als de gemeente. Het geven van voorlichting aan de (horeca)bedrijven leidt tot verbetering. De politie wordt als handhavende instantie geïnformeerd over festiviteiten met een gemeentelijke ontheffing, zodat zij adequaat kan optreden bij (niet-gemelde) festiviteiten. 5.2.2 Evenementen Artikel 2:24 van de APV verstaat (samengevat) onder een evenement: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, waaronder een herdenkingsplechtigheid, braderie, optocht, feest, muziekvoorstelling of wedstrijd aan de weg, straatfeest of buurtbarbecue op één dag. Het artikel geeft ook aan welke activiteiten niet onder het begrip evenement vallen, zoals markten of samenkomsten als bedoeld in de Wet Openbare Manifestaties. Op de evenementenkalender worden de evenementen vermeld die bij de gemeente bekend zijn. De kalender is te vinden op de gemeentelijke website. De gemeente heeft parkeerterrein P1 aan de Kanaalweg aangewezen voor evenementen, zoals een kermis of circus. Figuur 5a: Evenemententerrein parkeerterrein P1 aan de Kanaalweg Organisatoren van een evenement met geluidsproducerende activiteiten, zoals het ten gehore brengen van muziekgeluid, dienen hiervoor een (evenementen)vergunning aan te vragen bij de gemeente. Indien daar aanleiding toe is, stelt de gemeente op basis van artikel 2:25 of 4:6 van de APV voorschriften met geluidsnormen op om geluidshinder te beperken. De gemeente kan de geluidsnormen controleren met een geluidsmeting. Indien daartoe aanleiding bestaat kan de geluidsnormering voor een locatie een volgende keer worden aangepast. 5.2.3 Incidentele festiviteiten met een meer besloten karakterFestiviteiten met een meer besloten karakter zoals een buurtbarbecue of tuinfeest die worden georganiseerd op openbaar terrein of in woningen en/of in de tuinen van woningen, vallen ook onder de bepalingen in artikel 2:25 of 4:6 van de APV. Organisatoren van zo’n festiviteit dienen dit te melden bij de gemeente. Indien daar aanleiding toe is, zoals klachten bij een vorige festiviteit, stelt de gemeente voorschriften met geluidsnormen om geluidshinder te beperken. Figuur 5b: Buurtfeest in Ph. van de Marckstraat in 2009 5.2.4 Installaties of activiteiten (niet Wm) die geluidshinder veroorzakenPermanente installaties of activiteiten die niet middels de Wm worden gereguleerd, zoals een airconditioning van een kleine kantoorruimte of een circulatiepomp bij een privé zwembad, kunnen geluidshinder bij een omwonende of voor de omgeving veroorzaken. De gemeente speelt bij een geschil tussen buren eerder een bemiddelende dan een handhavende rol. De gemeente toetst ter objectivering van het begrip geluidshinder, het geluidsniveau van een dergelijke activiteit of permanente installatie aan de Wet milieubeheer en aan de gemeentelijke geluidsnormeringskaart voor bedrijven. 5.2.5 Hinder of schade van het houden van dierenDe gemeente stelt geen regels voor het hobbymatig houden van huisdieren, kippen of hanen. Indien bij klachten een wijkagent of een Buitengewoon Opsporingsambtenaar (Boa) vaststelt dat er sprake is van hinder of schade gedurende langere tijd, zal geprobeerd worden om onderling of door tussenkomst van bemiddeling een oplossing voor het probleem te vinden. De bemiddeling kan gebeuren door buurtbemiddeling, de wijkagent en/of de Boa. In het uiterste geval kan de gemeente op grond van de APV, artikel 2:60 een plaats (dit kan bijvoorbeeld de achtertuin zijn) aanwijzen waar het verboden is om de betreffende dieren te houden. 5.3Ontwikkelingen Geactualiseerde landelijke modelverordening In juni 2008 is de modelverordening voor de APV door de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG) geactualiseerd. De geluidsbepalingen van de gemeentelijke APV is deels op de algemene modelverordening gebaseerd en deels gestoeld op de ervaring van de gemeente. Daardoor sluit de recent vastgestelde APV goed aan op de huidige praktijk en het voorliggende geluidsbeleid. De verordening verleent de gemeentelijke uitvoering rechtskracht. 5.4Gewenste situatie en mogelijkheden Voorkómen en beperken van geluidshinder In de APV zijn bepalingen opgenomen om geluidshinder voor omwonenden of voor de omgeving te voorkomen of te beperken en om het geluid van festiviteiten te reguleren. Omdat de gemeente en de politie volgens de APV handhaven, hebben zij een adequate APV nodig om geluidshinder te voorkomen of te beperken. Daarvoor dienen de (geluids)voorschriften met regelmaat te worden geëvalueerd en indien nodig, te worden gewijzigd. 5.5Beleidsuitspraken en activiteiten De APV vormt naast de wettelijke regelgeving de juridische basis van het gemeentelijk geluidsbeleid. Om geluidshinder vanwege activiteiten gerelateerd aan de APV te voorkomen of te beperken heeft de gemeente een aantal beleidsuitspraken opgesteld. Om deze zo concreet mogelijk te maken zijn in tabel 5a passende activiteiten geformuleerd. Beleidsuitspraken APV De gemeente houdt de geluidsbepalingen in de APV actueel en adequaat om de in deze geluidsnota beschreven praktijk en geluidsbeleid voldoende rechtskracht te geven. De gemeente geeft voorlichting aan de (horeca)bedrijven over de APV. De gemeente registreert gemelde festiviteiten en evenementen en informeert de politie als mede-handhavende instantie hierover. De gemeente neemt een selectie van de in tabel 5a beschreven activiteiten op in het jaarlijks vast te stellen gemeentelijk milieuprogramma en/of -begroting. In een jaarlijks verslag vindt verantwoording plaats over de uitvoering van de activiteiten. Beleidsuitspraak Omschrijving activiteit Frequentie 1 Evaluatie geluidsbepalingen APV. 3-jaarlijks 2 Opstellen van informatiebrochure over melding festiviteiten. eenmalig 2 Evaluatie informatiebrochure. 3-jaarlijks 3 Registratie gemelde geluidsproducerende activiteiten en evenementen. Doorlopend 3 Opstellen jaarlijkse evenementenkalender. Doorlopend 3 Informeren van politie bij gemelde festiviteiten en evenementen. Doorlopend Tabel 5a: Activiteiten thema APV Hoofdstuk6Overige thema’s Dit hoofdstuk behandelt diverse thema’s. Elke paragraaf geeft beknopte informatie over een specifiek thema. Aan het eind van de paragraaf volgen beleidsuitspraken en bijbehorende activiteiten. Daarmee wijkt dit hoofdstuk qua opbouw af van hoofdstukken 3 tot en met
  2. Paragraaf6.1Brommers en scooters Uit onderzoeken blijkt dat wanneer mensen wordt gevraagd aan welke geluiden zij zich ergeren, brommers en scooters hoog scoren. Indien daar aanleiding toe is neemt de politie opgevoerde brommers en scooters in beslag. Zij houdt regelmatig controles waarbij brommers en scooters naar een locatie met meetapparatuur worden geloodst en gecontroleerd. Dit is in lijn met het politieke beleid (kamerstuk 30300 XI nr. 6; 6 oktober 2005) om de geluidsoverlast van brommers en scooters te beperken. Bij overlast door brommers en scooters spelen vaak meer aspecten dan alleen geluid. De gemeente neemt dit onderwerp mee in haar communicatie met het voortgezet onderwijs. De politie behandelt meldingen van overlastsituaties. Beleidsuitspraak brommers en scooters De gemeente faciliteert de politie in overlastsituaties vanwege brommers en scooters. Omschrijving activiteit Frequentie Opnemen onderwerp brommers en scooters in het overleg tussen politie, wijkbeheer en Boa’s. Jaarlijks Meenemen onderwerp overlast door brommers in communicatie met voortgezet onderwijs. 2-jaarlijks Tabel 6a: Activiteiten thema brommers en scooters 6.2Scheepvaart Wetgeving De Nederlandse wetgeving kent geen grenswaarden ten aanzien van de geluidsbelasting van geluidsgevoelige bestemmingen vanwege de scheepvaart. Met betrekking tot de scheepvaart worden er in Nederland alleen eisen gesteld aan de geluidsproductie van binnenvaartschepen. Huidige situatie Binnen de gemeente zijn twee vaarwegen aanwezig. De rivier de Lek begrenst het noordelijk grondgebied van de gemeente. Het Merwedekanaal stroomt door de kom van Vianen naar het zuidwesten in richting van de gemeenten Lexmond en Zederik. Rijkswaterstaat beheert de Lek en Provincie Zuid-Holland het Merwedekanaal. Figuur 6a: Scheepvaart in Merwedekanaal De gemeente ontvangt geen klachten over de scheepvaart langs en door de gemeente. Laad- en loswallen Figuren 6b en 6c: Losplaatsen aan Lekdijk 62 en Stuartweg 4 Langs de Lek is ter hoogte van Lekdijk 62 een laad- en loswal aanwezig. Langs het Merwedekanaal zijn twee mogelijkheden voor overslag: de laad- en loshaven aan de Stuartweg en een particuliere laad- en loswal op het terrein van Betonmortel B.V. aan de Limiet
  3. Beide liggen op het bedrijventerrein De Biezen-De Hagen. De activiteiten aan de laad- en losplaatsen zijn gereguleerd door de Wet milieubeheer;

hoofdstuk 4. De gemeente ontvangt nauwelijks klachten over geluidshinder vanwege de laad- en losactiviteiten. Voor overslag van grondstoffen zoals zand en grind is transport met zwaar vrachtverkeer van en naar de laad- en loswal noodzakelijk. De gemeente ontvangt met regelmaat klachten over zwaar vrachtverkeer dat (langs woningen) over de Lekdijk gaat. Ligplaatsen plezier- en beroepsvaart Langs de Lek is in de Middelwaard de jachthaven WSV De Peiler gelegen. Aan het Merwedekanaal zijn diverse locaties aanwezig waar schepen tijdelijk mogen aanmeren: bij de wijk Blankenborch is in de dode arm van het Merwedekanaal de Passantenhaven gelegen. Deze haven is geschikt voor de pleziervaart; de passantensteiger in de Voorhaven (tussen de sluis en de Lek) is geschikt voor ongeveer negen vaartuigen; nabij de laad- en loshaven aan de Stuartweg zijn diverse aanlegsteigers gelegen. De haven is niet toegankelijk voor pleziervaart; in het kader van Ruimte voor de rivier wordt mogelijk een passantenhaven met ongeveer tien ligplaatsen gerealiseerd nabij de veerpont naar Nieuwegein. De provincie heeft bij de ligplaatsen aan de Jan Blankenweg, het Sluiseiland en de Havenweg walstroomkasten geplaatst. Binnenvaartschepen die hier afmeren kunnen gebruikmaken van walstroom als ze elektriciteit nodig hebben. De schepen hoeven op deze manier niet langer hun dieselgeneratoren te laten draaien. Vanaf 2011 is dat zelfs verboden. Voor omwonenden betekent dat schonere lucht en minder geluidsoverlast. Met het aanbieden van deze en andere voorzieningen voor binnenvaartschepen wil de provincie onder meer het goederenvervoer over water stimuleren. Ontwikkelingen scheepvaart De Nederlandse Vereniging van Binnenhavens (NVB) wil graag dat 'Blue Ports', dit zijn binnenhavens en logistieke knooppunten, langs de vaarwegen worden ontwikkeld. De laad- en loshaven van Vianen maakt daar ook onderdeel van uit. Als de plannen van NVB concretere vormen aannemen, zal mogelijk de laad- en loshaven intensiever worden gebruikt, mits dat past binnen de voorschriften in de Wet milieubeer en de geluidszone van het bedrijventerrein. Goede ruimtelijke ordening Volgens jurisprudentie dient lawaai veroorzaakt door voorbijvarende (binnenvaart)schepen ook als een geluidsbron te worden beschouwd. Op grond van een goede ruimtelijke ordening en de Awb moet het bevoegd gezag bij haar besluitvorming alle relevante feiten verzamelen. Ten aanzien van onderzoek naar de geluidsbelasting vanwege scheepvaart doen zich in de praktijk twee problemen voor: er is geen wettelijk vastgestelde berekeningmethode voor het bepalen van de geluidsbelasting vanwege varende schepen; scheepvaartlawaai is niet opgenomen in de berekeningsmethode voor de gecumuleerde geluidsbelasting. Dit betekent dat het scheepvaartlawaai niet direct “opgeteld” kan worden met andere geluidsbronnen zoals wegverkeer. Voornoemde jurisprudentie is vooral gebaseerd op drukke vaarroutes. Voor Vianen geldt dit in mindere mate. De gemeente zal daarom alleen bij ruimtelijke ontwikkelingen die direct aan de vaarwegen liggen, rekening houden het aspect scheepvaart. Beleidsuitspraak scheepvaart De gemeente onderzoekt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen direct langs vaarwegen, de mogelijk te ondervinden geluidshinder bij geluidsgevoelige bestemmingen vanwege scheepvaart. Omschrijving activiteit Frequentie Opnemen van de geluidsbron scheepvaart in de ruimtelijke onderbouwing van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen met geluidsgevoelige bestemmingen direct langs vaarwegen. Doorlopend Tabel 6b: Activiteiten scheepvaart 6.3Vergunningverlening en handhaving bouwplannen De gemeente verleent vergunningen aan plannen voor nieuwbouw of verbouw. Zij toetst deze plannen aan het gemeentelijk bestemmingsplan (Wet ruimtelijke ordening), de Woningwet, het Bouwbesluit en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo);

bijlage 2. Bestemmingsplan Een bestemmingsplan regelt de bouwmogelijkheden op gronden en het gebruik ervan. Zo geeft de gemeente aan of er in een gebied bijvoorbeeld woningen of (horeca)bedrijven mogen komen. Het bestemmingsplan is bindend voor iedereen, dus zowel voor bewoners, bedrijven, instellingen als voor de gemeente zelf. Bestemmingsplannen bevatten niet alleen regels over het grondgebruik, maar bijvoorbeeld ook over de maximale hoogte en breedte van bouwwerken. Past een bouwplan niet in het bestemmingsplan, dan kan de gemeente onder bepaalde voorwaarden9 toch medewerking verlenen om het plan te realiseren. Daarbij geldt altijd het principe van ‘een goede ruimtelijke ordening’. Als het gaat om een nieuwe geluidsgevoelige bestemming zoals een woning, dan dient de initiatiefnemer de nieuwe situatie akoestisch in beeld te brengen. Het betreft het geluid van (vaar)wegen en mogelijk van activiteiten van direct nabijgelegen bedrijven. Indien blijkt dat een voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder voor wegverkeer of een gezoneerd bedrijventerrein wordt overschreden, dan kan de gemeente onder voorwaarden een procedure hogere waarden doorlopen. De gemeente heeft voor wegverkeer uitvoeringsbeleid opgesteld: de ‘Beleidsregel hogere waarden Wgh, gemeente Vianen’;

§ 7.1.3.

Indien blijkt dat een bedrijf in haar activiteiten wordt beperkt, dan zal de initiatiefnemer maatregelen moeten treffen om dit te voorkómen. Als het bedrijf medewerking verleent kan dit bij het bedrijf zelf, anders in de overdracht, zoals een scherm of bij de geluidsgevoelige bestemming zelf. Als het plan binnen een bestemmingsplan past of binnen een bestemmingsplanprocedure is geregeld, moet de initiatiefnemer voor de realisatie van het bouwplan een vergunning bij de gemeente aanvragen en is het Bouwbesluit van toepassing. 9 Deze zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en in de bij de wetten bijbehorende besluiten;

ook informatie op website van de gemeente en het ministerie van I & M. Bouwbesluit Het Bouwbesluit bevat bouwtechnische voorschriften waaraan alle bouwwerken, zoals woningen, kantoren of winkels minimaal moeten voldoen. Ook verbouwingen vallen onder het Bouwbesluit. De eisen hebben betrekking op veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu. De geluidsvoorschriften zijn opgenomen in het hoofdstuk gezondheid. Het Bouwbesluit kent de volgende algemene geluidseisen: bescherming tegen geluid van buiten: het Bouwbesluit stelt eisen aan de geluidswering van de gevel van een gebouw om geluidsoverlast ten gevolge van wegverkeer en gezoneerde bedrijventerreinen te voorkomen. Indien de voorkeurswaarde voor wegverkeer en gezoneerde bedrijventerreinen (Wgh) wordt overschreden, moet in de meeste gevallen de initiatiefnemer een akoestisch onderzoek naar de toekomstige geluidswering van de gevels laten uitvoeren. Hierin zijn ook de ventilatievoorzieningen opgenomen. De gemeente toetst dit akoestisch onderzoek naar de geluidswering van de gevels; bescherming tegen geluid van installaties: het geluidsniveau in een ruimte vanwege geluid afkomstig van installaties moet binnen een bepaald maximum blijven; geluidswering tussen ruimten van verschillende en dezelfde gebruiksfunctie: het Bouwbesluit stelt eisen aan de lucht- en contactgeluidsisolatie (Ilu;k en Ico) tussen ruimten; beperking van galm: veel galm in een ruimte vermindert de verstaanbaarheid en veroorzaakt een verhoogd geluidsniveau. In gemeenschappelijke verkeersruimten in woongebouwen kan dit leiden tot hoge geluidsniveaus, waardoor hinder in de woningen kan ontstaan. De gemeente toetst niet maar alleen vooraf; indien daar aanleiding toe is treedt zij handhavend op tijdens of na de uitvoering van het bouwplan. Het betreft controle van de toepassing en wijze van plaatsing van de in het onderzoek beschreven geluidswerende elementen en/of een geluidsmeting naar de karakteristieke geluidswering van de gevels. Monumenten De gemeente kent ongeveer 190 rijksmonumenten. Als de voorschriften van het Bouwbesluit onwenselijke effecten op het karakter van het monument hebben, dan kan de gemeente afwijken en de voorschriften van de monumentenvergunning aanhouden. Omdat het maatwerk betreft, wordt dit in overleg met de gemeentelijke (geluids)deskundige per geval bekeken. Beleidsuitspraak vergunningverlening en handhaving bouwplannen De gemeente voert binnen haar verantwoordelijkheden en bevoegdheden de voor (ver)bouwplannen geldende regels en voorschriften op het gebied van geluid op adequate wijze uit. Omschrijving activiteit Frequentie Voeren van een adequaat uitvoeringsbeleid betreffende de procedure hogere waarden Wgh. Doorlopend Toetsing en handhaving van de geluidseisen in het Bouwbesluit op adequate wijze. Doorlopend Tabel 6c: Activiteiten vergunningverlening en handhaving bouwplannen 6.4Planontwikkeling met gemengde functies De gemeente heeft veel gebieden waar voornamelijk wordt gewoond. De gemeente kent ook locaties waar naast wonen meerdere functies zoals detailhandel, dienstverlening en/of horeca inpandig of aanpandig aanwezig zijn. Een voorbeeld is het oude centrum van Vianen. Veel (bedrijfs)activiteiten produceren weinig storende geluiden en zijn eenvoudig met een woonomgeving te combineren. Sommige activiteiten van bedrijven produceren echter meer storende geluiden, vooral als deze plaatsvinden in de vroege ochtend, in de avond en/of nacht. De activiteiten zijn vaak noodzakelijk voor levendigheid in de gemeente maar zetten vanwege mogelijke geluidsoverlast de (akoestische) kwaliteit van de leefomgeving in de woningen onder druk. Te denken valt aan woningen die boven of naast cafés, winkels, scholen en parkeergarages zijn gelegen. Figuur 6d: Horeca en detailhandel onder en naast woningen in oude centrum Vianen 6.4.1 Wonen boven of naast winkels, cafés, scholen of parkeergaragesWettelijk kader en huidige situatie Voor nieuwbouw stelt het Bouwbesluit eisen aan de geluidsisolatie van gevels en aan de isolatie van binnenwanden tegen luchtgeluid en contactgeluid tussen aangrenzende woonfuncties en overige functies;

paragraaf 6.3. Voldoen aan deze eisen is echter geen garantie dat buren geen hinder van elkaar ondervinden. De eisen kunnen worden beschouwd als ‘minimum’ eisen. In een gebouw met gemengde functies, zijn sommige bedrijfsactiviteiten duidelijk hoorbaar, vooral bij nachtelijke werkzaamheden. De gemeente voert naar aanleiding van klachten geluidsmetingen uit bij dit soort situaties en vaak blijkt dat er geen of nauwelijks sprake is van overschrijding van de geluidsnormen uit het Bouwbesluit en de Wm. In dat geval komen de ondernemer, exploitant, bewoners van vaak meerdere appartementen en de gemeente terecht in een voor alle partijen onbevredigende situatie. Gewenste situatie Om geluidshinder te voorkómen en een betere woon- en werkkwaliteit te realiseren streeft de gemeente bij nieuwbouwprojecten met aan- en inpandige gemengde functies, naar een contact- en luchtgeluidsisolatie die minimaal 5 dB strenger is dan de wettelijke minimumeisen. Voor grotere nieuwbouwprojecten zijn de extra kosten circa € 1.500 per woning. De winst voor de initiatiefnemer is dat het project beter verkoopbaar is en dat de functies (ook in de toekomst) beter te beheren en flexibeler in te richten zijn. Omdat de gemeente de strengere geluidswensen niet wettelijk kan afdwingen, zal zij de initiatiefnemers verzoeken om deze bij woningen te realiseren. Ook bij grootschalige renovatieprojecten streeft de gemeente ernaar te komen tot een betere woon- en werkkwaliteit door in overleg met de initiatiefnemer te komen tot een betere contact- en luchtgeluidsisolatie. Beleidsuitspraak wonen boven of naast winkels, cafés, scholen of parkeergarages De gemeente spant zich in om bij nieuwbouwprojecten met aan- en inpandige gemengde functies, waaronder wonen, een betere kwaliteit van de leef- en werkomgeving te realiseren. Omschrijving activiteit Frequentie De gemeente verzoekt initiatiefnemers van grotere nieuwbouw- of renovatieprojecten met aan- en inpandige gemengde functies, waaronder wonen, om een contact- en luchtgeluidsisolatie te realiseren die minimaal 5 dB strenger is dan de wettelijke minimumeisen. Doorlopend De gemeente stelt een informatiefolder op. Eenmalig De gemeente evalueert de informatiefolder en de behaalde resultaten in grote projecten. 3-jaarlijks Tabel 6d: Activiteiten planontwikkeling wonen boven of naast winkels, cafés, scholen of parkeergarages 6.4.2 Bevoorrading en koeling- en luchtbehandelinginstallaties (winkel)bedrijvenWanneer een laad- en losplaats ongunstig is gelegen, veroorzaakt de bevoorrading van (winkel)bedrijven vaak geluidshinder. Daarnaast zijn de verkeersafwikkeling en de tijden waarop geladen en gelost wordt van invloed op de ondervonden geluidshinder. Voor de gehele binnenstad van Vianen geldt een gemeentelijke ‘geslotenverklaring’ voor vrachtverkeer: een verbod voor vrachtauto´s (boven 3500 kg.) tussen 11.00 en 18.00 uur; een verbod voor voertuigen (ongeacht welk gewicht) langer dan 8 meter gedurende het hele etmaal. De politie handhaaft deze ‘geslotenverklaring’. Om de overlast te beperken of voorkomen is het mogelijk om een laad- en lospunt (gedeeltelijk) te overkappen of inpandig te realiseren. Daarnaast hebben steeds meer transporteurs de mogelijkheid om ‘Piek-Keur’ gecertificeerd10 transportmaterieel in te zetten, zoals stillere vrachtwagens gecombineerd met het gebruik van stillere magazijnwagentjes. Koeling- en luchtbehandelinginstallaties van (winkel)bedrijven veroorzaken ook vaak geluidshinder. Een goed gedimensioneerd en geïntegreerd ontwerp bij de bouw kan veel geluidshinder voorkomen. De gemeente kan bij toetsing van een bouwplan dit ontwerp niet wettelijk afdwingen maar brengt haar intentie en haar visie over het aspect geluid binnen een ‘goede ruimtelijke ordening’ over naar de initiatiefnemer. 10 De stichting Piek-Keur heeft een certificeringsysteem voor stille producten en voertuigen. Beleidsuitspraak bevoorrading en koeling- en luchtbehandelinginstallaties (winkel)bedrijven De gemeente besteedt aandacht aan het voorkómen van lokale knelpunten in een planontwikkeling waarin gemengde functies met (winkel)bedrijven worden voorzien nabij wonen. Omschrijving activiteit Frequentie De gemeente wijst de initiatiefnemers van een planontwikkeling waarin gemengde functies met (winkel)bedrijven worden voorzien nabij woningen op mogelijke knelpunten, zoals de bevoorrading van (winkel)bedrijven en de plaatsing en het dimensioneren van koeling- en luchtbehandelinginstallaties. Doorlopend De gemeente stelt een informatiefolder op. Eenmalig De gemeente evalueert de informatiefolder en de behaalde resultaten in grote projecten. 3-jaarlijks Tabel 6e: Activiteiten planontwikkeling bevoorrading en koeling- en luchtbehandelinginstallaties bedrijven 6.4.3 Wonen nabij scholen, naschoolse opvang en kinderdagverblijvenOok vanwege de activiteiten in en rond scholen, naschoolse opvang en kinderdagverblijven geldt dat een goed geïntegreerd ontwerp veel geluidshinder kan voorkómen. De gemeente kan dit wettelijk niet afdwingen: zij brengt haar intentie en visie over het aspect geluid binnen een ‘goede ruimtelijke ordening’ over naar de initiatiefnemer. Beleidsuitspraak planontwikkeling scholen, naschoolse opvang en kinderdagverblijven De gemeente stimuleert de initiatiefnemer van een planontwikkeling waarin een school, naschoolse opvang of kinderdagverblijf wordt voorzien nabij woningen, om te komen tot een goed geïntegreerd ontwerp om geluidshinder te voorkómen. Omschrijving activiteit Frequentie De gemeente verzoekt initiatiefnemers van een planontwikkeling waarin een school, naschoolse opvang of kinderdagverblijf wordt voorzien nabij woningen, aandacht te besteden aan de situering en inrichting van het schoolplein of buitenplaats ten opzicht van tuinen van woningen en balkons bij appartementen. Doorlopend De gemeente stelt een informatiefolder op. Eenmalig De gemeente evalueert de informatiefolder en de behaalde resultaten in grote projecten. 3-jaarlijks Tabel 6f: Activiteiten planontwikkeling scholen en kinderdagverblijven 6.5Activiteiten vanwege sloop, nieuwbouw en verbouw (bouwlawaai) Activiteiten vanwege slopen en (ver)bouwprojecten kunnen veel lawaai veroorzaken. Het lawaai wordt voor een groot deel veroorzaakt door machines die voor het bouwproces noodzakelijk zijn. Voorbeelden zijn aggregaten, pompen, heistellingen, sloophamers en vrachtwagens. Als gevolg van (nachtelijke) bouw- en onderhoudswerkzaamheden en activiteiten rond bodemsanering kan veel en langdurig geluidshinder ontstaan voor omwonenden. Figuur 6e: Bouw zorgcentrum Hof van Batenstein Wettelijk kader en huidige situatie Bouwlawaai- en trillingshinder worden meestal gereguleerd door onder voorwaarden ontheffing te verlenen van de bepalingen in de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Incidenteel worden voorschriften gehanteerd uit de gemeentelijke bouwverordening of worden de activiteiten gereguleerd volgens de Wet milieubeheer, zoals het mobiel breken van bouw- en sloopafval. Om de hinder als gevolg van bouw- of sloopwerkzaamheden te reguleren geeft de Circulaire Bouwlawaai (Ministerie van I & M) uit 2010 aanbevelingen voor het reguleren van bouwlawaai zowel overdag, in de avond en nacht. De initiatiefnemer draagt zorg voor aanvaardbare bouwmethodes om excessieve geluidshinder voor de omwonenden te voorkomen. Dit kan door de inzet van stiller materiaal, stillere voertuigen, voldoende afscherming tussen bron en ontvanger en het creëren van rustmomenten voor de bewoners bij langdurige werkzaamheden. Een goede, tijdige en juiste informatievoorziening over de verschillende gebeurtenissen in het bouwproces kan bij omwonenden zorgen voor begrip en kan klachten voorkómen. Beleidsdoelstelling en activiteiten Bouwlawaai is niet altijd te voorkomen en veroorzaakt in sommige gevallen tijdelijk geluidsoverlast. Daarom vindt de gemeente het belangrijk dat er een goede, tijdige en juiste informatievoorziening over de verschillende gebeurtenissen in het bouwproces plaatsvindt. De initiatiefnemer dient zorg te dragen voor een adequate informatie aan de gemeente en omwonenden. De gemeente stelt een aanvraagformulier op waarin de initiatiefnemer onder meer inzicht geeft in het bouwproces, de te verwachten geluidsniveaus en de communicatie met omwonenden. Hiermee weegt de gemeente zorgvuldig de diverse belangen af en neemt waar nodig voorschriften op bij het verlenen van een ontheffing. Indien nodig handhaaft de gemeente hierop. Beleidsuitspraak activiteiten vanwege nieuwbouw en verbouw (bouwlawaai) De gemeente stelt bij te verwachten geluidshinder voorwaarden aan het bouwproces. Omschrijving activiteit Frequentie De gemeente stelt een aanvraagformulier op waarin de initiatiefnemer inzicht geeft in het bouwproces. Eenmalig Indien het bouwproces daar aanleiding toe geeft, stelt de gemeente voorwaarden aan het bouwproces, zoals de geluidsniveaus op woningen, het gebruik van luidruchtige machines, de tijden en de periode waarin de werkzaamheden plaatsvinden. Doorlopend Tabel 6g: Activiteiten bij activiteiten vanwege nieuwbouw en verbouw (bouwlawaai) 6.6Stiltegebieden Stiltegebieden zijn milieubeschermingsgebieden die van belang zijn voor de natuur en de rustzoekende recreant. Foto 6f: Nederboeicopperwetering Wettelijk kader De provincie Utrecht heeft op basis van de Provinciale Milieuverordening (PMV) binnen de gemeente Vianen het stiltegebied Hei- en Boeicop aangewezen. Het gebied sluit op de gemeentegrens met Zederik aan op het stiltegebied Vijfheerenlanden (PMV Zuid-Holland);

figuur 6. Het stiltegebied Hei- en Boeicop is opgenomen in de provinciale structuurvisie waaraan ruimtelijke plannen worden getoetst in het kader van de Wro-procedures. Het provinciale beleid kan gevolgen hebben voor ruimtelijke plannen en de activiteiten van de bedrijven in de omgeving van deze stiltegebieden. Op dit moment zijn er geen bedrijven gelegen in het stiltegebied. Figuur 6: Stiltegebieden in en rondom gemeente Vianen (bron: provincie Utrecht) Opheffing stiltegebied Hei- en Boeicop De provincie heeft eind 2010 een ‘Ontwerp Notitie uitvoering stiltegebieden provincie Utrecht 2010’ opgesteld. Uit deze notitie blijkt dat de provincie het stiltegebied Hei- en Boeicop hoogstwaarschijnlijk gaat opheffen gezien de relatief geringe omvang van het gebied, de matige heersende geluidskwaliteit en de beperkte ontsluiting voor de rustzoekende recreant. Voor bedrijven en mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen gelden dan vanuit de provincie geen beperkingen. Overige stillere gebieden Zoals uit de geluidscontourenkaart vanwege wegverkeer (figuur 3a) blijkt zijn er aan de westzijde (Middelwaard) en aan de oostzijde (Everdingen-Lekdijk) van de gemeente stillere gebieden. Deze gebieden komen niet in aanmerking voor een provinciale aanwijzing. Door het ontbreken van (snel)wegverkeer geeft het verkeer op de dijken een ver dragend en onrustig geluidsbeeld. Het betreft meestal (zwaar) vrachtverkeer en woon-werkverkeer. Ook het recreatieve gebruik van motoren in de weekenden wordt als verstorend ervaren. De gemeente wijst op de geluidsnormeringskaart voor bedrijven stillere gebieden aan waar een geluidsnormering van 40 dB(A) is opgenomen en geeft bedrijven niet meer geluidsruimte dan nodig is. De gemeente levert verder geen extra inspanning om deze gebieden stiller te krijgen. 6.7Luchtvaart Wettelijk kader De Wet luchtvaart (Wlv) en de Regelgeving Burgerluchtvaart en Militaire Luchthavens (RBML) bevat regels om de milieuruimte en externe veiligheidsruimte van luchthavens te bepalen, zowel voor het gebruik van de luchthaven door vliegverkeer als voor de ruimtelijke indeling van het gebied in de nabijheid van luchthavens. Binnen de gemeente is regulier vliegverkeer van en naar nationale en regionale vliegvelden hoorbaar. De trend is dat steeds meer vliegtuigen gebruik maken van het luchtruim boven de provincie Utrecht. De gemeente heeft geen invloed op deze vliegbewegingen. Luchtvaartnota provincie Utrecht De provincie Utrecht is per 1 november 2009 bevoegd gezag over de niet-nationale luchtvaartterreinen in de provincie. Zij beslist over de milieugebruikersruimte en de ruimtelijke inpassing van deze luchtvaartterreinen. Ze heeft haar visie en beleid over burgerluchtvaart geformuleerd in de Luchtvaartnota provincie Utrecht (26 oktober 2009). In de nota zijn diverse beleidsuitspraken over mogelijkheden voor kleine en recreatieve luchtvaart opgenomen. De provincie kan een verbod op vliegen over een bepaald gebied niet juridisch afdwingen. De minimum (wettelijke) vlieghoogte bedraagt 150 m (500 voet) in het algemeen en 330 m (1000 voet) boven aaneengesloten bebouwing. Foto 6g: Kom Vianen vanuit de lucht De provincie doet in haar nota uitspraak over diverse lichtere vormen van luchtvaart. Binnen de gemeente heeft de provincie geen helihavens (voor helikopters), ballonopstapplaatsen of andere terreinen voor luchtvaartactiviteiten aangewezen. De provincie zet zich actief in om de toegenomen geluidshinder van luchtvaart te beperken en zij maakt - waar mogelijk – afspraken met het Ministerie van I & M en de Luchtverkeersleiding Nederland over het gebruik van routes en het vermijden van kwetsbare gebieden. Ook bepleit de provincie dat de luchtvaart niet op een lage hoogte over stilte- en groene contourgebieden vliegt. De gemeente sluit zich in grote lijnen aan bij dit beleid van de provincie. 6.8Klachten algemeen Klachten over geluidsoverlast worden tijdens kantooruren via het algemene gemeentelijke telefoonnummer doorgestuurd naar de betreffende afdeling van de gemeente. Daarnaast biedt de digitale balie van de gemeentelijke website ook de mogelijkheid om klachten in te dienen. 7.Organisatie 7.1Verankering onderwerp geluid binnen gemeentelijke organisatie 7.1.1 MilieujaarprogrammaEen milieujaarprogramma dient ter uitvoering van het gemeentelijk milieubeleid. Het programma bevat de planning voor de in dat jaar uit te voeren werkzaamheden, ook voor het aspect geluid. Het milieujaarprogramma legt daarmee jaarlijks helder vast welke geluidstaken en mogelijke projecten worden uitgevoerd. Daarmee wordt ook binnen de gemeente de bijbehorende jaarlijkse begroting voor geluidstaken en -activiteiten vastgelegd. Jaarlijks stelt de gemeente een verslag op van het gevoerde milieubeleid. De gemeente streeft ernaar om alle in deze nota genoemde activiteiten tot stand te laten komen binnen de jaarlijkse milieubegrotingen. Beleidsuitspraak milieujaarprogramma De gemeente maakt elk jaar inzichtelijk op welke wijze de wettelijke geluidstaken en de voortgang van de activiteiten uit het geluidsbeleid zijn uitgevoerd. Omschrijving activiteit Frequentie Opstellen milieujaarprogramma & -begroting; vaststellen verslag uitgevoerde milieubeleid met deelonderwerp geluid (gemeenteraad). Jaarlijks Evaluatie uitvoering activiteiten uit deze geluidsnota (ambtelijk). 2-jaarlijks Tabel 7a: Activiteiten milieujaarprogramma Figuur 7a: Gemeentehuis Vianen 7.1.2 Uitvoering wettelijke geluidstaken binnen gemeentelijke afdelingenHet onderwerp geluid is relevant voor werkzaamheden binnen diverse afdelingen van de gemeente. AfdelingBeheer Openbare Ruimte Deze afdeling beheert de openbare ruimte en heeft daardoor invloed op de geluidssituatie in de gemeente, door bijvoorbeeld een weg met asfalt te veranderen in een bestrating met elementenverharding. De afdeling heeft verbindingen met het proces voor stedelijke vernieuwing en draagt zorg voor een goede uitvoering en beheer van eventuele geluidsreducerende maatregelen, zoals stil asfalt of schermen. Binnen de afdeling zijn verkeerskundigen en wegbeheerders aanwezig. Bij specialistische geluidsvragen wordt de Milieudienst ingeschakeld. Bij het opstellen van verkeersbeleid en het nemen van verkeersbesluiten weegt de afdeling het aspect geluid integraal mee. Om de aanwezigheid van geluid in de leefomgeving adequaat te reguleren, is het van belang dat de gemeente het geluidsbeleid op de juiste momenten en wijze in het proces betrekt. Voor deze afdeling zijn binnen de geluidsnota de hoofdstukken 2, 3 (bijlage 4) en § 7.1 het meest relevant. AfdelingVergunningen Handhaving Binnen dit cluster worden diverse werkzaamheden uitgevoerd die met verschillende geluidsaspecten te maken krijgen: behandeling aanvraag en handhaving omgevingsvergunningen. De gemeente kan de Milieudienst inschakelen bij specialistische vragen bij aanvragen voor omgevingsvergunningen, zoals (ver)bouwactiviteiten, bij voorbereidingsprocedures of voor het uitvoeren van geluidsmetingen. Voor de werkzaamheden zijn de hoofdstukken 2, 6 en § 7.1 het meest relevant; het reguleren van bedrijfsmatige activiteiten van bedrijven zoals beschreven in de Wet milieubeheer (Wm). De Milieudienst voert de werkzaamheden namens de gemeente uit. De medewerkers stellen daar waar nodig (maat)voorschriften op en

n erop toe dat bedrijven deze voorschriften naleven. Voor de werkzaamheden zijn de hoofdstukken 2, 4, 5 en § 6.6 en § 7.1 het meest relevant; behandeling meldingen, ontheffingen- en vergunningaanvragen op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). De gemeente schakelt de Milieudienst in bij specialistische vragen of voor het uitvoeren van geluidsmetingen. Voor de werkzaamheden zijn de hoofdstukken 2, 5, 6 en § 7.1 het meest relevant. Stadswerf/Wijkbeheer De Stadswerf en het Wijkbeheer zijn van belang voor signalen van de leef- en werkomgeving van de mensen in de gemeente. Naar aanleiding van vragen of klachten worden medewerkers van andere afdelingen ingeschakeld. Bij specialistische vragen vraagt de afdeling advies aan de Milieudienst. Voor deze afdeling zijn binnen de geluidsnota hoofdstukken 2, 5, 6 het meest relevant. AfdelingStedelijkeOntwikkeling en Projecten Deze afdeling is betrokken bij het proces van stedelijke vernieuwing. Binnen dit proces moeten veel verschillende overwegingen plaatsvinden waarbij het voorkómen van geluidshinder één van de vele onderdelen is. Het geheel van al deze afwegingen resulteert in een stedenbouwkundige invulling van een plangebied met een bepaalde ruimtelijke kwaliteit. Het proces loopt van ontwerpschets tot de daadwerkelijke realisatie van het plan. Het aspect geluid kan meespelen in alle planfases: van initiatieffase naar ontwerpfase en bouwfase tot en met de gebruikersfase. Om de aanwezigheid van geluid in de leefomgeving adequaat te reguleren is het van belang om de geluidsthema’s wegverkeer, bedrijven en scheepvaart op de juiste momenten en wijze in het planproces te betrekken. Het betreft de structuurvisie, bestemmingsplannen, projectbesluiten (Wro) en overige ruimtelijke projecten. De inbreng van een geluidsdeskundige varieert: van een adviserende, uitnodigende rol bij aanvang van grotere projecten tot een strikt toetsende rol (detailniveau) op bouwplanniveau. Grof gezegd geldt dat hoe hoger de geluidsniveaus, des te dwingender de geluidsthema’s zijn. Bij knelpunten is vanaf de start van een planproces de inbreng van een geluidsdeskundige noodzakelijk. Voor de stedelijke vernieuwing zijn binnen de geluidsnota de hoofdstukken 2, 3, 4 en 6 en § 7.1 het meest relevant. Beleidsuitspraak uitvoering wettelijke taken De gemeente betrekt in de uitvoering van haar wettelijke taken het geluidsbeleid op een adequate manier in het planproces. Omschrijving activiteit Frequentie Initiatiefnemers van ruimtelijk plannen direct op de hoogte brengen van het gemeentelijk geluidsbeleid en aangeven wanneer en in hoeverre de inbreng van een geluidsdeskundige noodzakelijk is. Doorlopend Opstellen korte checklisten tussen betrokken afdelingen voor de inbreng van geluid in de diverse planprocessen. Eenmalig Evaluatie checklisten op effectiviteit, resultaat, handhaafbaarheid en beheer (schermen, stil wegdek) op langere termijn. 3-jaarlijks Opstellen (GIS/FlexiWeb) kaart met aandachtsgebieden langs spoorwegen en drukke wegen voor ruimtelijke en verkeerskundige ontwikkelingen; deze kaart maakt inzichtelijk in welke gebieden de inbreng van een geluidsdeskundige in het begin van een ruimtelijk planproces noodzakelijk is. 2-jaarlijks Tabel 7b: Activiteiten stedelijke vernieuwing 7.1.3 Uitvoeringsbeleid: Beleidsregel hogere waarden WghWet geluidhinder (Wgh) Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet volgens de Wgh bij geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen worden onderzocht of de te verwachten geluidsniveaus vanwege wegverkeer of een gezoneerd bedrijventerrein lager of gelijk zijn aan wettelijk vastgestelde voorkeurswaarden. Indien dat niet het geval is, moet worden onderzocht met welke geluidsreducerende maatregelen deze hogere waarden kan worden voorkomen (wettelijke onderzoeksplicht). Als deze maatregelen niet in alle redelijkheid mogelijk blijken en de gemeente wil de ontwikkeling voortzetten dan is dat, onder voorwaarden, mogelijk tot een wettelijk bepaald maximaal geluidsniveau. Dit maximale geluidsniveau is afhankelijk van de situatie; zo staat de Wgh voor een plangebied binnen de bebouwde kom hogere geluidsniveaus toe dan buiten de bebouwde kom. De gemeente moet hiervoor een procedure hogere waarden volgen. Het doel van deze procedure is om hogere geluidsniveaus11 niet zonder meer toe te staan. De gemeente onderschrijft deze doelstelling en voor een heldere uitvoering van de procedure heeft het college van burgemeester en wethouders in 2008 de gemeentelijke ‘Beleidsregel hogere waarden Wgh, gemeente Vianen’ vastgesteld. 11 Geluidsniveaus die hoger zijn dan de wettelijke voorkeurswaarde De beleidsregel is niet in deze geluidsnota opgenomen. Op deze manier kan de beleidsregel eenvoudiger worden aangepast, als dat nodig blijkt wegens voortschrijdende inzichten. Inhoud beleidsregel Inhoudelijk komen de volgende punten in de Beleidsregel hogere waarden Wgh aan de orde: motiveringsplicht en onderzoeksplicht: wettelijke voorwaarden waaronder hogere waarden worden toegelaten; geluidsluwe gevel: het principe dat op minimaal één gevel van de woning de voorkeurswaarde gehaald moet worden; indelingsvoorschrift: het principe dat bij hogere geluidsniveaus, de indeling van de woning afhankelijk wordt gemaakt van het geluid, zoals het situeren van een badkamer aan de drukke straatkant; maximale ontheffingswaarde voor weg- en railverkeerslawaai: de gemeente verleent bij uitzondering waarden die hoger zijn dan 10 dB boven de voorkeurswaarden voor weg- en railverkeerslawaai; toepassing dove gevel: randvoorwaarden voor het toepassen van ‘dove’ gevels; dit zijn gevels met niet te openen ramen of deuren; procedurele aspecten: wanneer en op welke wijze wordt een geluidsspecialist betrokken binnen het planproces. Verkeersmaatregelen en reconstructies Bij verkeersmaatregelen of de aanleg of reconstructie van een weg moet ook de akoestische situatie bij bestaande geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen worden onderzocht. De procedure hogere waarden geldt bij reconstructie van een weg in de zin van de Wet geluidhinder. Dit kan voorkomen bij verkeersmaatregelen of maatregelen aan een weg, zoals het verleggen van de as van een weg. De Beleidsregel hogere waarden Wgh is ook voor deze situatie van toepassing. Cumulatie van meerdere geluidsbronnen Indien de wettelijke voorkeurswaarde vanwege minimaal één geluidsbron wordt overschreden, dan houdt de gemeente rekening met cumulatie van het geluid. Indien er meerdere bronnen vanuit verschillende richtingen zijn, dient de gemeente voor een goede ruimtelijke ordening zorgvuldig te overwegen in hoeverre de (akoestische) kwaliteit en de leefomgeving rond een nieuwe ontwikkeling gewaarborgd zijn. De gemeente houdt geen rekening met cumulatie van geluidsniveaus als de diverse geluidsbronnen afzonderlijk niet hoger zijn dan de wettelijke voorkeurswaarden. De minimale eisen aan de geluidswering van de gevels volgens het Bouwbesluit garandeert dan voor de meeste gevallen een voldoende akoestisch klimaat binnen de woning. Beleidsuitspraak uitvoeringsbeleid: Beleidsregel hogere waarden Wgh De gemeente staat bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen niet zonder meer hogere geluidsniveaus toe. Voor het volgen van een procedure hogere waarden past de gemeente de Beleidsregel hogere waarden Wgh toe. Omschrijving activiteit Frequentie Toepassen Beleidsregel hogere waarden Wgh. Doorlopend Opstellen evaluatieverslag Beleidsregel hogere waarden Wgh. 3-jaarlijks Vastleggen van vastgestelde hogere waarden in GIS omgeving. Doorlopend Tabel 7c: Activiteiten uitvoeringsbeleid: Beleidsregel hogere waarden Wgh 7.1.4 Uitvoeringsbeleid: Beleidsregel AMvB-bedrijvenDeze beleidregel is in 2003 onder de naam ‘Gemeentelijke beleidsregel Geluidsnormering AMvB-inrichtingen Vianen’ vastgesteld en is reeds behandeld in hoofdstuk 4 van deze nota. De bij de beleidsregel horende beleidsuitspraken en uit te voeren activiteiten zijn opgenomen in § 4.6. 7.2Communicatie gemeentelijk geluidsbeleid Om ervoor te zorgen dat het geluidsbeleid en de activiteiten uit deze nota daadwerkelijk worden uitgevoerd, is het belangrijk dat de juiste personen bekend zijn met de aanwezigheid en inhoud van het gemeentelijk geluidsbeleid. Het betreft de geluidsnota en het bijbehorende uitvoeringsbeleid: de Beleidsregel hogere waarden Wgh en de beleidsregel AMvB-bedrijven. Binnen de gemeente is er één aanspreekpunt voor het geluidsbeleid, de communicatie en het beheer van alle bijbehorende informatie, zoals de verslagen en notities volgend uit de in deze nota beschreven activiteiten. De wijze waarop zowel binnen als buiten de gemeentelijke organisatie over het geluidsbeleid wordt gecommuniceerd, volgt hieronder. Binnen de gemeentelijke organisatie Na vaststelling van het geluidsbeleid licht de Milieudienst de inhoud toe tijdens werkoverleggen van de in § 7.1.2 genoemde afdelingen. De afdelingen informeren elkaar over de inhoud en toepassing van het geluidsbeleid. Naast dat de geluidsnota, het uitvoeringsbeleid en het kaartmateriaal beschikbaar zijn via de website en het intranet, ontvangt elke betrokken afdeling of cluster een papieren versie van de geluidsnota en het uitvoeringsbeleid. Buiten de gemeentelijke organisatie De gemeente publiceert de definitieve geluidsnota, het bijbehorende uitvoeringsbeleid en kaartmateriaal op haar website. De gemeente neemt bij de uitvoering van het gemeentelijk Natuur- en MilieuCommunicatieplan

(2010)het onderwerp geluid mee in haar contacten met inwoners, bedrijven, scholen en maatschappelijke organisaties. Zo kan het onderwerp overlast door brommers meegenomen worden in de communicatie met het voortgezet onderwijs of kan er tijdens campagnes informatie worden verstrekt over het gebruik van stille banden. De gemeente staat bij aanpassing van de rijkswegen open voor overleg met belanghebbende (bewoners)organisaties. Beleidsuitspraak communicatie gemeentelijk geluidsbeleid De gemeente communiceert haar geluidsbeleid via de gemeentelijke website. De bij het onderwerp geluid betrokken afdelingen blijven geïnformeerd. Binnen de gemeente is één aanspreekpunt aanwezig voor de communicatie en het beheer van informatie over het geluidsbeleid. Omschrijving activiteit Frequentie Betrokken afdelingen informeren over geluidsbeleid tijdens werkoverleggen. 3- jaarlijks Ops

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.