← Nederland

Verordening op de heffing en invordering van lig- en kadegelden 2010 (Schagen)

Verordening op de heffing en invordering van lig- en kadegelden 2010 De raad van de gemeente Schagen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 1 december 2009, nr. 17; gezien het advies van de commissie Algemene Zaken Middelen d.d. 1 december 2009; gelet op artikel 229 van de Gemeentewet; BESLUIT: vast te stellen de: VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN LIG- EN KADEGELDEN 2010 HOOFDSTUK1INLEIDENDE BEPALINGEN Artikel1Inleidende bepaling Krachtens deze verordening worden geheven: een liggeld; een kadegeld. Artikel2Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: vaartuigen: alle soorten drijvende lichamen, die wegens hun drijfvermogen gebezigd worden, dan wel bestemd of geschikt zijn voor het vervoer te water van personen en/of handelswaren; reis: de tijdsduur, welke verloopt tussen aankomst, de dag van aankomst niet meegerekend, en daaropvolgend vertrek, met een maximum van 9 dagen. HOOFDSTUK2LIGGELDEN Artikel3Aard van de heffing Onder de naam liggelden worden rechten geheven ter zake van het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de dienst bestemde kaden en wallen, die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel4Belastingplicht Het recht wordt geheven van de feitelijke gebruiker van een vaartuig die met dit vaartuig een ligplaats inneemt aan de voor de openbare dienst bestemde kaden en wallen, die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel5Heffingsgrondslag 1.De heffingsgrondslag voor het liggeld is het laadvermogen in tonnen van het schip. 2.Voor de toepassing van het bepaalde in het vorige lid geldt als laadvermogen in tonnen, het aantal tonnen zoals dat blijkt uit de bij het schip behorende, mits in Nederland geldige, meetbrief. 3.Indien de in het vorige lid genoemde meetbrief niet kan worden overlegd, wordt het laadvermogen in tonnen ambtshalve vastgesteld. Artikel6Tarief 1.Het recht bedraagt per ton laadvermogen € 0,07 met een minimum van € 1,75 per reis. 2.Bij abonnement bedraagt het recht per jaar per 50 ton laadvermogen of gedeelte daarvan € 37,

  1. 3.De onder 1 en 2 genoemde bedragen zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is. HOOFDSTUK3KADEGELDEN Artikel7Aard van de heffing Onder de naam kadegelden worden rechten geheven voor het gebruik van een kade of wal tot tijdelijke opslag van goederen, indien daartoe vergunning is verleend. Artikel8Belastingplicht Het recht wordt geheven van degene, die de vereiste vergunning heeft verkregen of op wiens last oppervlakte is ingenomen of aan de openbare dienst is ontrokken. Artikel9Heffingsgrondslag De heffingsgrondslag voor het kadegeld is de ingenomen grondoppervlakte. Artikel10Tarief Het recht bedraagt per m² ingenomen grondoppervlakte of gedeelte daarvan € 0,07 per dag of gedeelte van een dag, met een minimum van € 1,
  2. Deze bedragen zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is. HOOFDSTUK4ALGEMENE BEPALINGEN Artikel11Wijze van heffing, verschuldigdheid en betaling 1.De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende nota. 2.De rechten worden verschuldigd op het tijdstip waarop het gebruik van de haven, kade of wal een aanvang neemt. 3.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van de nota is vermeld. 4.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het derde lid gestelde termijn. Artikel12Restitutie Van het liggeld dat bij vooruitbetaling is voldaan voor een jaar, wordt, indien het gebruik van de haven is beëindigd voor het verstrijken van de geldigheidsduur, restitutie verleend voor zoveel twaalfden van het betaalde bedrag als er in het kalenderjaar na de beëindiging van het gebruik van de haven nog volle maanden overblijven. Artikel13Vrijstellingen Geen liggeld wordt geheven: ter zake van rijksvaartuigen, provinciale en gemeentelijke vaartuigen. ter zake van vaartuigen welke behoren bij een ander vaartuig. ter zake van vaartuigen die een ligplaats innemen voor het verrichten van reparaties tot een maximum van twee dagen. op dagen waarop wegens ijsgang of bevriezing afvaart onmogelijk is. Artikel14Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de lig- en kadegelden. Artikel15Inwerkingtreding en citeertitel De “Verordening lig- en kadegelden 2008”van 18 december 2007 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  3. Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening lig- en kadegelden 2010”. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 15 december 2009.griffier voorzitterN.S. Voogd G. Westerink

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.