Nadere regels geluidsplafond voor openbare inrichtingenHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van de Burgemeester van 8 april 2008; 117440; overwegende dat: bij of krachtens gemeentelijke verordening voorwaarden kunnen worden verbonden aan incidentele en collectieve festiviteiten ter voorkoming of beperking van geluidhinder; het college op grond van artikel 4.1.3a van de APV Rotterdam 2008 bevoegd is om nadere regels te stellen aan incidentele en collectieve festiviteiten ter voorkoming of beperking van geluidhinder; dat nadere regels noodzakelijk zijn in verband van het beperken en voorkomen van geluidsoverlast vanuit openbare inrichtingen; gelet op artikel 2.21 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer en artikel 4.1.3a van de APV Rotterdam 2008; Besluit vast te stellen: Nadere regels geluidsplafond voor openbare inrichtingen Artikel1Definities In dit besluit wordt verstaan onder: a. Besluit: Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer; b. bebouwde deel van een openbare inrichting: deel van de openbare inrichting zonder het open terreingedeelte en zonder het terrasdeel; c. niet bebouwde deel van de openbare inrichting: het open terreingedeelte of het terrasdeel van de openbare inrichting. Artikel2Geluidsvoorschriften voor collectieve en incidentele festiviteiten in openbare inrichtingen 1.Voor het beoordelingsniveau geldt dat gedurende 3 minuten (LAr, 3 min) tijdens een collectieve of incidentele festiviteit, veroorzaakt door muziekgeluid of stemgeluid afkomstig uit het bebouwde deel van de openbare inrichting: de niveaus op de in tabel 1a genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in tabel 1a aangegeven waarden: Tabel 1a 7 – 19 uur 19 – 23 uur 23 – 7 uur LAr, 3 minuten op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen 70 dB(A) 55 dB(A) 55 dB(A) LAr, 3 minuten in in- of aanpandige geluidsgevoelige gebouwen 55 dB(A) 40 dB(A) 40 dB(A) in de avond van vrijdag op zaterdag, de avond van zaterdag op zondag en de avond voorafgaand aan een feestdag de niveaus op de in tabel 1b genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in tabel 1b aangegeven waarden: Tabel 1b 19 – 23 uur 23 – 7 uur LAr, 3 minuten op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen 60 dB(A) 60 dB(A) LAr, 3 minuten in in- of aanpandige geluidsgevoelige gebouwen 45 dB(A) 45 dB(A) de in de tabellen 1a en 1b aangegeven waarden binnen in- of aanpandige geluidsgevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze geluidsgevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; de in de tabellen 1a en 1b aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij geluidsgevoelige terreinen op de grens van het terrein; en de waarden in in- en aanpandige geluidsgevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft gelden in geluidsgevoelige ruimten. 2.Wanneer op het beoordelingspunt binnen het totaal aanwezige geluidsniveau, vanwege het muziekgeluid afkomstig uit het bebouwde deel van de inrichting geluid met een duidelijk muziekkarakter wordt waargenomen, wordt op het gemeten equivalente geluidsniveau gedurende 3 minuten een toeslag van 10 dB toegepast, voordat aan de normwaarde uit het eerste lid wordt getoetst. Artikel3Geluidsvoorschriften voor collectieve en incidentele festiviteiten bij openbare inrichtingen op het terras 1.Het equivalente geluidsniveau gedurende 1 minuut (LAeq,1 min) tijdens een collectieve of incidentele festiviteit, veroorzaakt door muziekgeluid of stemgeluid afkomstig van het niet bebouwde deel van de openbare inrichting mag tussen 07.00 en 23.00 uur op een afstand van 10 meter van de geluidsbron niet meer bedragen dan 95 dB(A). 2.Op het equivalente geluidsniveau gedurende 1 minuut (LAeq,1 min) vindt geen verhoging van 10 dB vanwege muziekgeluid plaats. 3.Het weergeven van muziek op het niet bebouwde deel van de openbare inrichting mag tijdens incidentele en collectieve festiviteiten uitsluitend plaatsvinden tussen 07.00 en 23.00 uur. Artikel4Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op het moment dat de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam 2008 inwerking treedt. Artikel5Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Nadere regels geluidsplafond voor openbare inrichtingen. Aldus vastgesteld in de vergadering van 6 mei 2008. De secretarisA.H.P.van GilsDe burgemeesterJ.Kriens, l.b.Algemene toelichting: Openbare inrichtingen kunnen op grond van de artikelen 4.1.2 en 4.1.3 van de APV Rotterdam 2008 (hierna APV) vrijstelling krijgen van de geluidsvoorschriften die gelden op grond van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: Besluit) bij het houden van collectieve en incidentele festiviteiten. Deze vrijstelling wordt ook wel ‘Geluidje’ genoemd. Het Geluidje biedt ondernemers mogelijkheden om meer geluid te produceren en daarmee in te spelen op evenementen en festiviteiten in de stad. Zo kan een restaurant bijvoorbeeld door middel van een Geluidje een muziekoptreden laten plaatsvinden. Ondernemers hebben tien keer per jaar de mogelijkheid om een incidentele festiviteit te organiseren. Tevens worden er elk jaar een aantal collectieve festiviteiten vastgesteld. Het niet behoeven te voldoen aan de geluidsvoorschriften uit het besluit betekent voor de exploitanten van openbare inrichtingen overigens geen vrijbrief om 'onbeperkt (geluid)hinder' te veroorzaken bij festiviteiten. Op grond van artikel 2.21, tweede lid, van het Besluit kunnen bij of krachtens gemeentelijke verordening nadere voorwaarden worden gesteld ter voorkoming of beperking van geluidhinder bij festiviteiten. Hierbij valt te denken aan het invoeren van een geluidsnorm of de verplichting om bepaalde maatregelen te treffen. Artikel 4.1.3a maakt het mogelijk dat het college deze nadere voorwaarden kan stellen. Met dit besluit geeft het college invulling aan de bevoegdheid zoals neergelegd in artikel 4.1.3a van de APV. Het geluidsplafond voor festiviteiten zoals neergelegd in deze nadere regels is dusdanig gekozen dat de productie van meer geluid bij festiviteiten nog steeds mogelijk is, maar dat excessieve en onduldbare geluidhinder voorkomen wordt. Met de vaststelling van het geluidsplafond wordt zowel aan de wens van ondernemers om festiviteiten te kunnen organiseren als aan de wens van bewoners om op te kunnen treden tegen excessieve geluidhinder, tegemoet gekomen. Toelichting artikel 2:In artikel 2 is een geluidsplafond voor het bebouwde deel van de openbare inrichting opgenomen. Voor het bepalen van de hoogte van de geluidsnorm is een onderscheid gemaakt tussen een doordeweekse situatie en de situatie waarbij de volgende dag een zaterdag, zondag of feestdag is. De ervaring leert dat omwonenden geluidsoverlast beter accepteren als de volgende dag een vrije dag is. Tevens wordt een onderscheid gemaakt in de dag-, avond- en nachtperiode. Hoe later het tijdstip hoe minder ruim de geluidsnorm bij festiviteiten is. Door deze differentiatie aan te brengen wordt gestimuleerd dat de horeca-ondernemers hun festiviteiten vooral houden op tijdstippen dat omwonenden daar minder overlast van ondervinden. De vervangende geluidsnorm voor de dagperiode (07.00-19.00 uur) is 20 dB ruimer dan de reguliere geluidsnormen uit het Besluit. De ervaring leert dat deze geluidsniveaus waarschijnlijk wel enige overlast bij omwonenden kunnen veroorzaken, maar dat geen sprake zal zijn van onduldbare overlast. Voor de avondperiode (19.00-23.00 uur) en de nachtperiode (23.00-07.00 uur) zijn identieke geluidsnormen opgenomen. Het merendeel van de collectieve en incidentele festiviteiten zal in de avondperiode aanvangen en tot in de nachtperiode voortduren. Een scherpere geluidsnorm halverwege een feest met bijvoorbeeld levende muziek of versterkte dansmuziek zal voor een horeca-ondernemer moeilijker te respecteren zijn dan een eenduidige geluidsnorm voor de gehele avond- en nachtperiode. De hoogte van de geluidsnorm tijdens de avond- en nachtperiode is gebaseerd op een verruiming van 15 dB (doordeweeks) respectievelijk 20 dB (in geval van een zater-, zon- of feestdag) ten opzichte van de reguliere geluidsnormen uit het Besluit voor de nachtperiode. Op basis van het normaliter in woningen aanwezige achtergrondgeluidsniveau en het incidentele karakter van de festiviteit zullen de toegestane geluidsniveaus niet tot onduldbare hinder of ernstige slaapverstoring leiden. Opgemerkt wordt dat bij collectieve en incidentele festiviteiten meestal sprake is van muziekactiviteiten. Indien op het beoordelingspunt geluid met een muziekkarakter waarneembaar is, moet op het gemeten geluidsniveau een muziektoeslag van 10 dB toegepast worden, voordat getoetst wordt aan de geluidsnormwaarde. In afwijking van de Handleiding meten en rekenen industrielawaai
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.