Uitvoeringsbesluit Parkeren Rotterdam 2012Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van de algemeen directeur van de dienst Stadstoezicht, d.d. 13 december 2011, kenmerk STZ NR 11/18492; gelet op artikel 225 van de Gemeentewet en artikel 2, vierde lid, van de Verordening parkeerregulering en parkeerbelastingen 2012; besluit vast te stellen: Uitvoeringsbesluit inzake de voorschriften en beperkingen met betrekking tot het verlenen, intrekken, weigeren, de geldigheid en het gebruik van parkeervergunningen en belanghebbendenvergunningen Rotterdam 2012 (Uitvoeringsbesluit Parkeren Rotterdam 2012) Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: gereguleerd gebied: deel van de gemeente waarbinnen sprake is van betaald parkeren; sector: omschreven groep straten binnen gereguleerd gebied; bewoner: persoon die blijkens de gemeentelijke basisadministratie woont op een adres in gereguleerd gebied of op een geregistreerd binnenvaartuig in gereguleerd gebied; huishouden: één of meer bewoners die in één woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien; bedrijf: natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde bewoner, die is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel; autodate: het herhaaldelijk en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen een aanbieder, die motorvoertuigen beschikbaar stelt voor autodate en die is aangesloten bij de Stichting Gedeeld Autogebruik en meerdere deelnemers, die met de aanbieder een overeenkomst hebben gesloten; schoolbestuur: bestuur van een door het ministerie van Onderwijs en Wetenschap erkende en gesubsidieerde instelling voor dag- of avondonderwijs; GBA: gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Rotterdam; wijkbus of wijkauto: personenbus of –auto waarmee georganiseerd aanvullend vervoer wordt geboden aan ouderen en gehandicapten; CBS subbuurt: een van de territoriale gebiedsgrenzen van het Centraal Bureau voor de Statistiek; bijbehorende parkeervoorziening: parkeervoorziening met gezamenlijke toegang, behorend bij een gebouw of gebouwencomplex, bestemd voor het parkeren van motorvoertuigen van eigenaren of houders, die wonen of werken in het gebouw of gebouwencomplex waarbij deze voorziening behoort. Onder een bijbehorende parkeervoorziening wordt niet verstaan een individuele garagebox, carport of ruimte op een perceel waaraan niet specifiek de bestemming parkeren is toegekend. BPM: belasting van personenauto’s en motorrijwielen, in de zin van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992, of een hier voor in de plaatstredende regeling. welk beroep een zorgverlener uitoefent. Artikel 2 Maximering aantal vergunningen per sector Het college stelt het maximum aantal uit te geven vergunningen per sector vast. Indien het maximum aantal uit te geven vergunningen per sector is verleend, wordt de aanvrager op een wachtlijst voor deze sector geplaatst. De wachtlijst, bedoeld in het tweede lid, wordt aangelegd op volgorde van binnenkomst van de aanvragen van bewoners en bedrijven, waarbij de datum van registratie door de gemeente bepalend is. Aan de op de wachtlijst geplaatste aanvrager kan op diens verzoek een tijdelijke vergunning worden verleend voor een andere sector. De sector, bedoeld in het vierde lid, wordt door het college bepaald binnen de grenzen van redelijkheid en billijkheid voor wat betreft de afstand tot het adres waarvoor de vergunning wordt aangevraagd. De vergunning op grond van het vierde lid wordt verleend voor bepaalde tijd met een maximum duur van 12 maanden, maar niet langer dan de duur van de plaatsing op de wachtlijst. Artikel 3 Weigeren van een vergunning Het college weigert een vergunning indien: de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden, die aan het verlenen van een vergunning zijn gesteld; bij de aanvrager na een eerdere intrekking van een vergunning geen wijziging is opgetreden in de situatie, die heeft geleid tot intrekking van een vergunning; de aanvrager volgens opgave van Gemeentebelastingen Rotterdam of Stadstoezicht een invorderbare belastingschuld heeft openstaan of een verschuldigde parkeerbelasting niet heeft betaald; de aanvrager binnen 6 maanden nadat een vergunning is ingetrokken wegens het verstrekken van onjuiste gegevens, opnieuw een vergunning aanvraagt. Artikel 4 Intrekken van een vergunning Het college kan een vergunning intrekken indien: de vergunninghouder niet, niet tijdig of niet volledig de parkeerbelasting, bedoeld in artikel 5, onderdeel a, van de Verordening parkeerregulering en parkeerbelastingen 2012 heeft voldaan; de vergunninghouder niet (meer) voldoet aan de voorwaarden die aan het gebruik van de vergunning zijn gesteld; de vergunninghouder bij Gemeentebelastingen Rotterdam of bij Stadstoezicht een invorderbare belastingschuld heeft openstaan; de vergunninghouder bij zijn aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens heeft verstrekt. Het college trekt een vergunning in, indien: de vergunninghouder er zelf om verzoekt; de vergunninghouder niet meer woont of werkt in het gebied waarvoor de vergunning is afgegeven; er sprake is van redenen van openbaar belang; zich een wijziging voordoet in één van de omstandigheden die mee heeft gewogen bij het verlenen van de vergunning; de vergunninghouder in liquidatie of in staat van faillissement is gesteld. Artikel 5 Bewonersvergunning Het college verleent, onverminderd de artikelen 2 en 3, op aanvraag een bewonersvergunning aan een bewoner, indien: de aanvrager volgens de GBA woonachtig is in de sector of in de CBS subbuurt die aan de sector grenst waarvoor de vergunning is aangevraagd, en; de aanvrager woonachtig is in een gebouw of gebouwencomplex zonder een bijbehorende parkeervoorziening; de aanvrager kentekenhouder is van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is aangevraagd; de aanvrager een motorvoertuig gebruikt van het bedrijf waarbij hij in loondienst is en waarbij het motorvoertuig op naam staat van het bedrijf danwel sprake is van een leaseovereenkomst op naam van het bedrijf; of de aanvrager feitelijk gebruiker is van een motorvoertuig dat voor ten minste 3 maanden van een autoverhuurbedrijf is gehuurd of geleaset. Indien de aanvraag een motorvoertuig met een niet-Nederlands kenteken betreft, wordt, onverminderd het eerste lid, op aanvraag een vergunning verleend indien aan de BPM-plicht is voldaan of er sprake is van BPM-vrijstelling. In afwijking van het eerste lid, onder a, wordt een vergunning voor maximaal 12 maanden verleend wanneer de aanvrager beschikt over een geldig arbeidscontract, in Rotterdam woont en werkt en niet wordt ingeschreven in de GBA. In afwijking van het eerste lid, onder a, wordt eenmalig een vergunning op het nieuwe woonadres verleend voor maximaal 12 maanden, indien de aanvrager verhuist en tijdelijk twee woonadressen heeft, maar nog niet op het nieuwe woonadres staat ingeschreven bij de GBA en met een koop- of huurcontract het nieuwe woonadres kan aantonen. In afwijking van artikel 2, tweede lid, wordt een vergunning verleend aan de partner of een familielid van een overleden vergunninghouder, die volgens de GBA op hetzelfde adres staat ingeschreven als de overleden vergunninghouder. Een verzoek hiertoe dient binnen 3 maanden na het overlijden van de vergunninghouder te worden ingediend. In afwijking van het eerste lid, onder a, wordt een vergunning verleend aan de beheerder van de jachthavens in de Veerhaven of de Entrepothaven, ten behoeve van de vaste gebruiker van een ligplaats, tot het maximum dat is gekoppeld aan de parkeernorm voor jachthavens.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.