RICHTLIJNEN BIJZONDERE BIJSTAND GEMEENTE KERKRADE 2012HOOFDSTUK1ALGEMENE RICHTLIJNEN Artikel1Begripsomschrijvingen 1.Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
(2012), indien hij eerst rechtshulp vraagt aan het Juridisch Loket in plaats van meteen naar een advocaat te gaan. Het zonder meer verstrekken van bijzondere bijstand voor de bekostiging van de door de rechtzoekende verschuldigde eigen bijdrage, is dus niet aan de orde. Het college vraagt de aanvrager van bijzondere bijstand een diagnosedocument van het Juridisch Loket te overhandigen, waaruit blijkt dat de door de rechtzoekende gewenste rechtsbijstand door een advocaat noodzakelijk is en daarmee ook de verschuldigde eigen bijdrage rechtsbijstand noodzakelijk is. De genoemde € 51 komt dan ook niet in aanmerking voor vergoeding via de bijzondere bijstand. Bij de toekenning van de kosten rechtshulp voor een bezwaarprocedure leggen wij de cliënt de verplichting op tijdig (= per omgaande doch uiterlijk voor de uitspraak van de bezwaarschriftencommissie) een beroep te doen op het Besluit proceskosten bestuursrecht. Wanneer de klant in het gelijk wordt gesteld, dan vorderen wij de verstrekte bijzondere bijstand in deze terug. Wanneer blijkt dat de cliënt een vergoeding proceskosten heeft gehad, vorderen wij de verstrekte bijzondere bijstand rechtshulp terug. Er is geen vergoeding mogelijk voor: a. De verhoogde kosten voor rechtsbijstand als aanvrager geen gebruik heeft gemaakt van rechtshulp door het Juridisch Loket. b. Vertaalkosten. Advocaten kunnen kosteloos gebruik maken van een gesubsidieerd tolkencentrum. c. Reiskosten van belanghebbende voor het bijwonen van rechtszittingen. In beginsel is het niet noodzakelijk dat belanghebbende in persoon aanwezig is op de rechtszitting, zodat reiskosten ten behoeve van belanghebbende niet noodzakelijk zijn. d. De kosten gemaakt in de bezwaarfase anders dan de eigen bijdrage op grond van de WRB. e. Verdergaande rechtsbijstand na een spreekuur. Deze eigen bijdrage kan uit de norm voldaan worden. Artikel 13 Woonkostentoeslag Eigenaren van woningen hebben geen recht op huurtoeslag. Bij een laag inkomen en hoge woonkosten kunnen zij onder voorwaarden voor de duur van maximaal één jaar in aanmerking komen voor woonkostentoeslag. Bij bepaling van de hoogte hiervan wordt aangesloten bij het systeem van de WHT. Dit betekent automatisch dat de eigenaar van een woning met woonkosten die hoger zijn dan waarin de WHT voorziet, de voorwaarde opgelegd krijgt dat hij een goedkopere (huur)woning zoekt. De periode van maximaal één jaar verlengt het college alleen als er sprake is van zeer bijzondere omstandigheden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan situaties waarin de woningmarkt niet stabiel is en de woning daardoor alleen met verlies verkocht kan worden. De woonkosten van eigenaren die in aanmerking worden genomen zijn: - De te betalen hypotheekrente die verband houdt met de woning. De eventueel jaarlijks te ontvangen rijkssubsidie die betrekking heeft op de verschuldigde hypotheekrente moet hierop in mindering worden gebracht. - Zakelijke lasten in verband met het hebben van eigendom, zoals: • eigenaarsdeel rioolrechten; • eigenaarsdeel waterschapslasten; • premies brand-/opstalverzekeringen; • eigenaarsdeel onroerende zaakbelasting (dus niet het gebruikersdeel). Indien van toepassing ook: - installatie centrale verwarming - liftinstallatie - algemeen beheer en administratie (bij flats en appartementen). De aflossing van de hypotheek telt niet mee. Dit geldt dus ook voor de premies van zogenaamde spaarhypotheken. Lid 2 Het college kan woonkostentoeslag verstrekken voor een huurwoning met een huurprijs boven het maximum huurgrensbedrag als bedoeld in de Wet op de Huurtoeslag. Verstrekking vindt plaats voor de duur van maximaal één jaar, op voorwaarde dat belanghebbende naar een goedkopere huurwoning zoekt. De periode van maximaal één jaar verlengt het college alleen als er sprake is van zeer bijzondere individuele omstandigheden. Artikel 14 Algemene bepalingen Indien de persoon aan wie bijstand in de vorm van een borgtocht of geldlening wordt verleend, algemene bijstand of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 ontvangt, is het college bevoegd tot verrekening van het maandelijkse aflossingsbedrag van die geldlening met die uitkering. Wanneer betreffende persoon andere inkomsten heeft is het college bevoegd hem te verplichten het maandelijkse aflossingsbedrag van de geldlening middels automatische incasso dan wel middels inhouding op het loon of andere inkomsten te betalen aan de Kredietbank Limburg. Ingeval van zéér bijzondere omstandigheden kan voor individuele kosten hiervan worden afgeweken tot het bedrag van maximaal 80% van de bedragen zoals genoemd in het prijzenoverzicht van het NIBUD van het betreffende jaar. Wanneer vergoeding van duurzame gebruiksgoederen via borgstelling voor een KBL-lening of via een lening door het college noodzakelijk blijkt, verstrekt zij hiervoor op basis van een door het college vastgestelde lijst (als bijlage bij deze beleidsregels gevoegd) bijzondere bijstand. De over de lening aan de Kredietbank Limburg verschuldigde rente verstrekt het college, wanneer zij borg staat voor een lening inrichtingskosten, als bijstand in de vorm van een geldlening. De algemeen geldende voorwaarden hierbij zijn wel dat:
- de aflossing per maand niet meer mag zijn dan 10%# van het maandinkomen;
- het totaalbedrag van de netto lening niet meer mag zijn dan 36* x het aflossingsbedrag per maand;
- de klant zijn betalingsverplichtingen aan KBL steeds tijdig en volledig nakomt. # met dit aflossingspercentage houdt de klant de beschikking over de beslagvrije voet. * Voormalige asielzoekers vormen waar het gaat om inrichtingskosten een hoofdstuk apart. Zij moeten meestal vanuit het niets een heel huis inrichten. Zij zullen daardoor niet voldoende hebben aan een lening van 36 x het aflossingsbedrag per maand. Voor voormalig asielzoekers geldt daarom een maximum te lenen bedrag van 60 x het aflossingsbedrag per maand. De gemeente betaalt de verschuldigde rente aan KBL. De verstrekking van de bijzondere bijstand voor de rentekosten kent tot dat de klant volledig aan zijn aflossingsverplichtingen richting KBL heeft voldaan een voorlopig karakter. Wanneer de klant zijn betalingsverplichtingen aan KBL niet volledig / tijdig nakomt zullen wij de hieruit voortvloeiende kosten alsmede de voor hem aan KBL betaalde rente op de lening van hem terug vorderen. Artikel15 Schuldhulpverlening Lid 1 Burgers hebben het recht zelf te kiezen bij wie zij hulp zoeken in schuldensituaties. Het college heeft als GR-gemeente echter een samenwerkingsverband met de Kredietbank Limburg. Dat maakt het enerzijds mogelijk om eisen te stellen aan de schuldhulpverlening. Anderzijds is het daardoor mogelijk dat het college kosten van schuldhulpverlening aan de Kredietbank betaalt zonder tussenkomst van de klant. Ten derde blijkt, dat de kosten van schuldhulpverlening bij de Kredietbank vaak lager zijn dan bij andere organisaties. Daarom beschouwt het college de KBL als een op de bijzondere bijstand voorliggende voorziening. Het College dient in haar besluit bij het afwijzen van bijzondere bijstand wel voldoende te motiveren waarom Kredietbank Limburg als een toereikende en passende voorziening in de zin van artikel 15 van de WWB kan worden aangemerkt en waarom zij in het betreffende geval dan ook niet overgaat tot het verstrekken van bijzondere bijstand voor de dienstverlening via een andere aanbieder. Het college kan pas besluiten na een gedegen onderzoek naar alle relevante feiten en omstandigheden. Het is niet mogelijk om per definitie aanvragen via andere aanbieders af te wijzen of niet in behandeling te nemen. Mocht uit de omstandigheden van het geval blijken dat er wel degelijk een noodzaak is om de diensten bij een andere aanbieder af te nemen, dan kan de gemeente dit in principe niet weigeren. Lid 3 Uit het voorstel moet in ieder geval blijken hoeveel schuld de klant heeft wat het inkomen en vaste lasten zijn of en zo ja, welk bedrag het college geboden wordt en waarom of de klant tot de doelgroep behoort Voorstellen die niet aan bovenstaande eisen voldoen worden niet in behandeling genomen. Lid 5 De kosten budgetbegeleiding, budgetbeheer en budgetcursussen aan mensen met (dreigende, problematische) schulden komen, rekening houdend met de artikelen 1 tot en met 5 van deze richtlijnen, voor vergoeding via de bijzondere bijstand in aanmerking, mits deze diensten verricht worden door de KBL. Klanten hoeven hiervoor geen aanvraag bijzondere bijstand in te dienen. Het college rekent direct af met de KBL. Lid 6 Wanneer een klant via een andere instantie dan KBL schuldhulpverlening krijgt is de vergoeding via de bijzondere bijstand vanaf 1 januari 2014 niet meer mogelijk. Deze klant krijgt tot die datum de tijd zijn hulpverleningstraject af te ronden. De vergoeding van de kosten via de bijzondere bijstand kunnen in deze situaties nooit hoger zijn dan de bedragen die de KBL in rekening brengt voor diezelfde dienstverlening. Indien blijkt dat vanaf 1 januari 2014 nog altijd begeleiding nodig is, dan zal dit via KBL moeten gebeuren. Kiest de klant dan nog steeds voor een andere dienstverlener, dan ontvangt hij geen bijzondere bijstand meer voor de hiermee gepaarde kosten. Lid 7 Kosten schuldenregeling en / of begeleiding in verband met reïntegratie komen ten laste van het W-deel. Het college betaalt deze kosten rechtstreeks aan KBL. Klanten hoeven hiervoor dus geen aanvraag bijzondere bijstand in te dienen.k