Raamverordening rijksbijdragen Volkshuisvesting aan particulieren via de gemeente 1990De Raad der gemeente Rotterdam, Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 april 1990 (verzameling gedrukte stukken 1990, volgnummer 86, RoSV.nr. SWOBO 111.122); gelet op artikel 168 van de gemeentewet, de artikelen 62, 63, 64 en 67 van de Woningwet en het Besluit geldelijke steun volkshuisvesting; Overwegende, – dat in de ‘Raamverordening rijksbijdragen volkshuisvesting aan particulieren via de gemeente’ (gemeenteblad 1980 nr. 198, sedertdien gewijzigd) ten behoeve van de uitvoering van een aantal rijksregelingen op het terrein van de volkshuisvesting diverse bepalingen zijn opgenomen inzake de uitvoering daarvan door de gemeente; – dat inmiddels een aantal van die regelingen is vervallen of vervangen door andere; – dat voor de uitvoering van een aantal nog bestaande rijksregelingen afzonderlijke gemeentelijke verordeningen zijn vastgesteld; Overwegende voorts, – dat in de huidige nog niet gewijzigde Raamverordening de beslissingsbevoegdheid is gedelegeerd aan de directeuren van de betrokken gemeentelijke diensten; – dat inmiddels de mandatering van collegebevoegdheden geregeld is in een integraal machtigings- en mandateringsbesluit waarin ook de beslissingsbevoegdheid van de Raamverordening dient te worden opgenomen; – dat in voornoemde Raamverordening op de beslissingen van de directeuren beroep is opengesteld op het college terwijl de algehele beleidslijn met betrekking tot de beroepsmogelijkheden is deze niet meer op te nemen in afzonderlijke verordeningen, waardoor automatisch de wet AROB van toepassing is; BESLUIT: aan te vragen en te aanvaarden bijdragen uit ’s Rijks kas op grond van: de Regeling geldelijke steun huisvesting gehandicapten 1992, Stcrt. 1991 nr. 223; de Regeling geldelijke steun woonwagenbewoners bij verhuizing uit een krotwoonwagen 1988, Stcrt. 1988 nr. 77, zoals deze regelingen thans van toepassing zijn, in het verleden hebben gegolden of in de toekomst zullen luiden. Vast te stellen de hierna volgende Verordening, regelende het door tussenkomst van de gemeente verstrekken van rijksbijdragen op het terrein van de volkshuisvesting aan particulieren. Artikel1.DEFINITIES In deze verordening wordt verstaan onder: a. de minister: de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu; b. de rijksregeling: de in het besluit van heden onder I a. en I b. genoemde regelingen van de minister alsmede de op basis daarvan door de minister uitgevaardigde en uit te vaardigen circulaires; c. de bijdrage: de in het besluit van heden onder I genoemde bijdragen op voet van de rijksregeling; d. de directeur Stedebouw en Volkshuisvesting: de directeur van de dienst Stedebouw en Volkshuisvesting; e. de directeur Gemeentelijk Woningbedrijf: de directeur van het Gemeentelijk Woningbedrijf Rotterdam. Artikel2.AANVRAAG De aanvraag om een bijdrage dient te worden ingediend bij: de directeur Stedebouw en Volkshuisvesting ten aanzien van de in het besluit van heden onder I a. genoemde regeling, zulks uitsluitend voor verhuis- en inrichtingskosten; de directeur Stedebouw en Volkshuisvesting ten aanzien van de in het besluit van heden onder I a. genoemde regeling, met uitzondering van verhuis- en inrichtingskosten; de directeur Gemeentelijk Woningbedrijf ten aanzien van de in het besluit van heden onder I b. genoemde regeling. Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.