← Nederland

Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Cranendonck 2012 (Cranendonck)

Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Cranendonck 2012Hoofdstuk

  1. Begripsomschrijvingen Artikel
  2. Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: Lid
  3. Wet Wet maatschappelijke ondersteuning. Lid
  4. College College van burgemeester en wethouders. Lid
  5. Compensatieplicht De plicht van het College aan personen met een beperking, een chronisch psychisch of een psychosociaal probleem voorzieningen te bieden ter compensatie van hun beperkingen op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie teneinde hen in staat te stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. Daarbij legt artikel 4 van de wet het College de plicht op om een resultaat te bereiken dat als compensatie mag gelden en dat in het individuele geval maatwerk is. Lid
  6. Aanmelding De mededeling van een belanghebbende aan het college dat hij beperkingen ondervindt op grond waarvan hij verzoekt een afspraak te maken voor een gesprek. Lid
  7. Gesprek Het eerste contact na een aanmelding waarin met degene die maatschappelijke ondersteuning zoekt zijn gehele situatie wordt geïnventariseerd ten aanzien van de beperkingen en de gevolgen daarvan, de te bereiken resultaten, de te kiezen oplossingen via eigen mogelijkheden of via mogelijkheden van het netwerk dan wel via algemene, algemeen gebruikelijke collectieve, (wettelijk) voorliggende en individuele voorzieningen. Van het gesprek wordt een verslag gemaakt wat door belanghebbende (n) en door de verslaglegger wordt ondertekend. Lid
  8. Aanvraag Het op schrift gesteld verzoek, voorzien van een legitieme ondertekening, van een belanghebbende om in aanmerking te komen voor één of meerdere voorzieningen om een resultaat te bereiken in het kader van deze verordening. Lid
  9. Belanghebbende Een persoon die behoefte heeft aan compensatie ten behoeve van het bevorderen van zijn deelname aan het maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren, die voor zichzelf, of als gemachtigde voor een ander, een aanmelding of een aanvraag doet. Lid
  10. Psychosociaal probleem Een situatie van verlies van zelfstandigheid en, met name, een gebrek aan mogelijkheden tot deelname aan het maatschappelijk verkeer, veroorzaakt door belemmeringen die iemand ondervindt in zijn relatie met anderen, met zijn sociale omgeving. Lid
  11. Algemene voorziening Een voorziening die weliswaar niet bestemd is voor, noch te gebruiken is door alle personen als bedoeld in artikel 4 lid 1 van de wet, maar die anderzijds door iedereen waarvoor de voorziening wel bedoeld is op eenvoudige wijze te verkrijgen of te gebruiken is, zonder hiervoor een aanvraagprocedure te moeten doorlopen. Lid
  12. Algemeen gebruikelijke voorziening Een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking, dus ook door anderen gebruikt wordt, in de winkel te koop is en niet – aanzienlijk – duurder is dan vergelijkbare producten. Voor een nadere uitwerking van wat wordt verstaan onder algemeen gebruikelijk wordt verwezen naar het Besluit. Lid
  13. Collectieve voorziening Een voorziening die individueel wordt verstrekt maar die door meerdere personen tegelijk wordt gebruikt. Lid
  14. Voorliggende voorziening Een voorziening die al in de maatschappij aanwezig en beschikbaar is en bedoeld voor iedereen die daar behoefte aan heeft. Alvorens een aanspraak op een Wmo voorziening mogelijk is, zal belanghebbende allereerst een beroep moeten doen op de aanwezige voorliggende voorzieningen. Lid
  15. Respijtzorg Een tijdelijke en volledige ovename van de zorg van een mantelzorger met het doel om die mantelzorger vrijaf te geven en het gevaar van overbelasting te voorkomen. Lid
  16. Gebruikelijke zorg De zorg die op het gebied van het voeren van het huishouden voor alle leden van een leefeenheid als algemeen aanvaardbaar wordt beschouwd. Het protocol Gebruikelijke Zorg wordt hierbij van toepassing verklaard. Lid
  17. Voorziening in natura Een voorziening, in te zetten om het resultaat te bereiken, in de vorm van goederen in (bruik)leen of in eigendom, of als persoonlijke dienstverlening. Lid
  18. Persoonsgebonden budget Een geldbedrag om te gebruiken voor het te bereiken resultaat, als alternatief voor een voorziening in natura. Lid
  19. Financiële tegemoetkoming Een geldbedrag, al dan niet forfaitair of gemaximeerd, bedoeld om een voorziening mee aan te schaffen voor het te bereiken resultaat. Lid
  20. Mantelzorger Mantelzorger: een persoon die mantelzorg in de zin van artikel 1, lid 1 onder b van de wet biedt. Lid
  21. Besluit Gemeentelijk besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Cranendonck wat jaarlijks als uitvloeisel van de Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Cranendonck door het college wordt vastgesteld. Hierin zijn ook opgenomen tarieven, normen – inkomensgrenzen etc. Hoofdstuk
  22. de aanmelding, Het gesprek en de aanvraag Artikel
  23. Scheiding aanmelding en aanvraag Lid
  24. Aan een aanvraag voor een individuele voorziening ex artikel 1, lid 1 aanhef en onder g sub 6 van de wet gaat een aanmelding voor een gesprek vooraf indien: De aanvraag afkomstig is van een belanghebbende die nog niet eerder een aanvraag in het kader van de wet heeft gedaan; De aanvraag afkomstig is van een belanghebbende die al eerder een gesprek heeft gevoerd, maar waarbij sprake is van gewijzigde omstandigheden of gewijzigde te bereiken resultaten; Belanghebbende of het college daarom verzoekt. Lid
  25. Indien belanghebbende aangeeft direct een aanvraag in te willen dienen vervalt het gestelde in het eerste lid onder a en b. Artikel
  26. Aanmelding voor een gesprek Lid
  27. Een aanmelding voor een gesprek kan schriftelijk, elektronisch, mondeling of telefonisch worden gedaan bij het Wmo loket door of namens een persoon met een beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem die behoefte heeft aan compensatie ten behoeve van het bevorderen van zijn deelname aan het maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren. Lid
  28. Direct bij aanmelding of binnen 5 werkdagen na aanmelding wordt een afspraak voor een gesprek gemaakt, of een bericht verzonden waarbij een termijn gesteld wordt. Deze afspraak wordt aan de aanmelder schriftelijk bevestigd. Lid
  29. Bij de mondeling of telefonische aanmelding dient steeds te worden afgewogen of een gesprek noodzakelijk is gelet op de vraagstelling en het zelfoplossend vermogen van de belanghebbende daarbij de bepalingen in deze verordening in acht nemend in het bijzonder volgens de uitgangspunten van het gesprek als bepaald in artikel
  30. Artikel
  31. Het gesprek Lid 1 Het gesprek wordt bij voorkeur gevoerd bij belanghebbende thuis om op die wijze zo integraal mogelijk de omstandigheden van belanghebbende in relatie tot de beperkingen, die worden ondervonden, inzichtelijk te maken Lid
  32. Het gesprek wordt gevoerd aan de hand van een vastgesteld gespreksformulier waarin de relevante aandachtspunten zijn opgenomen, wat als basis dient voor het verslag. Lid 3 Bij het voeren van het gesprek zal de International Classification of Functions, Disabilities and Health als basis voor het begrippenkader worden gehanteerd. Lid 4 Als de belanghebbende een mantelzorger is wordt met de mantelzorger en zo mogelijk met de verzorgde geïnventariseerd welke belemmeringen de belanghebbende ondervindt bij de uitvoering van de mantelzorg. Artikel
  33. Het verslag Lid
  34. Het gesprek kan worden afgesloten met een verslag. Het gespreksformulier als bedoeld in lid 2 wordt in het bijzijn van belanghebbende ingevuld. Het volledige gespreksverslag, waarbij het gespreksformulier als basis dient, wordt binnen 2 tot 3 werkdagen aan belanghebbende verstrekt met het verzoek het verslag voor akkoord te tekenen. Lid
  35. Het verslag van het gesprek bevat in ieder geval: Een omschrijving van de beperking, het chronisch psychisch probleem en/of het psychosociaal probleem zoals ervaren door belanghebbende; De mogelijkheden en onmogelijkheden die belanghebbende heeft ondanks het vastgesteld probleem of beperking; De resultaten die belanghebbende wil bereiken gelet op de in hoofdstuk 4 van de verordening omschreven aspecten; De mogelijkheden die belanghebbende heeft om oplossingen te bewerkstelligen door middel van algemene voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen, gebruikelijke zorg, mantelzorg, burenhulp, collectieve voorzieningen of andere voorliggende voorzieningen alsmede de inzet van eigen financiële capaciteit als bedoeld in artikel 4 lid 2 van de wet; Een positief of negatief advies voor het indienen van een aanvraag voor de individuele voorzieningen die uiteindelijk nodig blijken om de geformuleerde doelstellingen te bereiken. Lid
  36. Na het voeren van een gesprek kan een belanghebbende, verwijzend naar het gespreksverslag, een aanvraag indienen voor een individuele voorziening ex artikel 1, lid 1 aanhef en onder g sub 6 van de wet. Artikel
  37. De aanvraag Lid
  38. De aanvraag van een individuele voorziening kan schriftelijk of elektronisch plaatsvinden. Lid
  39. Indien een aanvraag mondeling (via de telefoon of op een andere manier) plaatsvindt wordt dit per omgaande schriftelijk bevestigd. Bij deze bevestiging wordt een aanvraagformulier meegezonden. Hoofdstuk
  40. de te bereiken resultaten Paragraaf
  41. Algemene regels Artikel
  42. Het maken van een afweging Lid
  43. Bij het beoordelen welke voorzieningen getroffen gaan worden, neemt het college het verslag van het gesprek, indien aanwezig, als uitgangspunt. Het college gaat uit van de behoeften en persoonskenmerken van de belanghebbende. Daarbij zal onderzoek gedaan worden naar de noodzaak en mogelijkheid tot leveren van maatwerk ten aanzien van het te bereiken resultaat. Lid
  44. Alle voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen die beschikbaar en bruikbaar zijn, worden, als ze al niet tot een oplossing hebben geleid in het gesprek, of als er geen gesprek heeft plaatsgevonden, eerst beoordeeld. Lid
  45. Naast de in deze verordening vastgestelde bepalingen, die kunnen leiden tot het niet verlenen van ondersteuning als bedoeld in de Wet, zijn er op een aantal resultaatgebieden, zoals bedoeld in hoofdstuk 3 paragraaf 2 van de verordening, aanvullende uitsluiting- of weigeringgronden van toepassing. Hiervoor wordt verwezen naar het Besluit. Paragraaf
  46. De te bereiken resultaten Artikel
  47. Een schoon en leefbaar huis Lid
  48. Het eerste te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het kunnen wonen in een huis dat schoon is. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrek (ken), keuken en sanitaire ruimten. Lid
  49. Met het oog op een schoon en leefbaar huis kan een individuele voorziening getroffen worden in de vorm van hulp bij het huishouden inclusief indien noodzakelijk ondersteuning bij de organisatie van het huishouden. Het leveren van maatwerk is in deze leidend. Lid
  50. Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die in staat zijn werkzaamheden over te nemen wordt dit eerst in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld. Lid
  51. Voor zover de in artikel 7 lid 2 en de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Artikel
  52. Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften Lid
  53. Het tweede te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het voorzien zijn van de dagelijks benodigde hoeveelheid voedsel voor maaltijden en andere momenten waarop iets genuttigd wordt, evenals toiletartikelen en schoonmaakartikelen. Ook het noodzakelijk opwarmen en aanreiken van maaltijden kan hieronder vallen. Lid
  54. Met het oog op het beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het doen van boodschappen, voor wat betreft levensmiddelen, schoonmaakmiddelen, en toiletartikelen, alsmede het opwarmen en aanreiken van maaltijden. Lid
  55. Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft dan wel andere personen in zijn sociale netwerk, die beschikbaar en in staat zijn de boodschappen als bedoeld in lid 1 over te nemen of voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare boodschappenservice of maaltijdvoorziening die in de individuele situatie van de belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat wordt deze mogelijkheid eerst beoordeeld. Lid
  56. Voor zover de in artikel 7 lid 2 en in het vorige lid 3 genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Artikel
  57. Beschikken over schone en draagbare kleding Lid
  58. Het derde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het aanwezig zijn gewassen, al dan niet gestreken, opgevouwen of opgehangen kleding. Lid
  59. Met het oog op het beschikken over schone en draagbare kleding kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het wassen, drogen en strijken en opruimen van de dagelijkse was, waaronder eveneens linnengoed en dergelijke. Lid
  60. Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen, wordt dit eerst in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld. Lid
  61. Voor zover de in artikel 7 lid 2 en in het vorige lid 3 genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Artikel
  62. Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren Lid
  63. Het vierde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit de dagelijkse, gebruikelijke zorg voor in het huishouden aanwezige kinderen. Lid
  64. Met het oog op het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren, kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het – zo mogelijk tijdelijk ter overbrugging van een periode noodzakelijk voor het nemen van meer definitieve maatregelen – vervangen van de ouder die in principe voor de kinderen zorgt. Lid
  65. Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare voor- tussen- en naschoolse opvang, kinderopvang of andere opvangmogelijkheden of advisering door instellingen in het kader van jeugdzorg, die in de individuele situatie van de belanghebbende kunnen leiden tot het te bereiken resultaat worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld. Lid
  66. Voor zover de in artikel 7 lid 2 en in het vorige lid 3 genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Artikel
  67. Wonen in een geschikt huis Lid
  68. Het vijfde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden is het normaal gebruik kunnen maken van de woning waar men over beschikt. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrek(ken), keuken, sanitaire ruimten, berging, tuin of balkon. Lid
  69. Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de woning. Lid
  70. Voor zover de belanghebbende kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning welke verhuizing kan leiden tot het te bereiken resultaat zal deze mogelijkheid eerst beoordeeld worden. Deze beoordeling vindt alleen plaats indien de aanpassing van de woning een bedrag van € 10.000,-- te boven gaat. Lid
  71. Bij de beoordeling wordt nadrukkelijk rekening gehouden met het tijdig inspelen op mogelijke verminderde geschiktheid van de woning als gevolg van achteruitgang van fysieke mogelijkheden vanwege de leeftijd van belanghebbende. De eigen verantwoordelijkheid voor het leven is in deze van belang. Lid
  72. Stimuleren en vergroten mogelijkheden om levensloopbestendig te bouwen alsmede het optimaal benutten van de mogelijkheden voor het realiseren van zorg- of mantelzorgwoningen is een belangrijke overweging. Lid
  73. Voor zover de in artikel 7 lid 2 en lid 3 en lid 4 van dit artikel genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Artikel
  74. Zich verplaatsen in en om de woning Lid
  75. Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich verplaatsen in en om de woning bestaat uit het in staat zijn de woonkamer, het slaapvertrek en/of de slaapvertrekken, het toilet en de douche, de berging, de tuin of het balkon kunnen bereiken en er zich zodanig kunnen redden dat normaal functioneren mogelijk is. Lid
  76. Met het oog op het verplaatsen in en om de woning kan een individuele voorziening worden getroffen bestaande uit een rolstoel voor dagelijks zittend gebruik. Lid
  77. Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare rolstoelpool die in de individuele situatie van de belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat wordt deze mogelijkheden eerst beoordeeld. Lid
  78. Voor zover de in artikel 7 lid 2 en in het vorige lid 3 genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Artikel
  79. Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel Lid
  80. Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel bestaat uit het kunnen doen van dagelijkse boodschappen, het kunnen bezoeken van familie, kennissen en het doen van gewenste activiteiten, alles binnen de directe woon- en leefomgeving. Tot de directe woonomgeving wordt ook verstaan de regio voor die zich niet verder uitstrekt van 5 zones gelijk aan het openbaar vervoer Lid
  81. Met het oog op het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel, kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het verplaatsen binnen de in lid 1 beoogde woon- en leefomgeving. Lid
  82. Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare scootermobielpool, of van collectief vraagafhankelijk vervoer van deur tot deur, of andere in de gemeente aanwezige collectieve vervoersmogelijkheden, die in de individuele situatie van de belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld. Lid
  83. Voor zover de in artikel 7 lid 2 en in het vorige lid 3 genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Artikel
  84. De mogelijkheid om regionaal contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten Lid
  85. Het te bereiken resultaat ten aanzien van de mogelijkheid om regionaal contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten bestaat uit het zo mogelijk kunnen afleggen van gewenste bezoeken en het deelnemen aan gewenste activiteiten. Lid
  86. Met het oog op de mogelijkheid om contacten te hebben als bedoeld in lid 1 kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het vervoer naar de gewenste bestemmingen. Lid
  87. Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een of meer aanwezige en bruikbare (vrijwilligers)organisaties die in de individuele situatie van belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld. Lid
  88. Voor zover de in artikel 7 lid 2 en in het vorige lid 3 genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Hoofdstuk
  89. Verstrekkingswijze voorzieningen Paragraaf
  90. Verstrekking van voorzieningen Artikel
  91. Mogelijke verstrekkingwijzen De te treffen voorzieningen kunnen als voorziening in natura, als persoonsgebonden budget en als financiële tegemoetkoming worden verstrekt. Paragraaf
  92. Verstrekking in natura Artikel
  93. Inhoud beschikking Lid
  94. Bij het treffen van een voorziening in natura wordt in de beschikking vastgelegd: welke de te treffen voorziening is; wat de duur is van de verstrekking is; hoe en door welke leverancier de voorziening in natura verstrekt wordt en of er sprake is van een overeenkomst waarin deze verstrekking is geregeld. voorwaarden waaronder de voorziening wordt verstrekt en de informatieplicht aan belanghebbende ten aanzien van relevante wijzigingen van omstandigheden, die van invloed kunnen zijn op de verstrekte voorziening; Lid
  95. Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt dit in de beschikking opgenomen. Paragraaf
  96. Verstrekking als persoonsgebonden budget Artikel
  97. Overwegende bezwaren Het college legt in het Besluit vast in welke situaties sprake is van overwegende bezwaren zodat er geen persoonsgebonden budget verstrekt wordt. Artikel
  98. Inhoud beschikking Lid
  99. Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt in de beschikking vastgelegd: Voor welk te bereiken resultaat het persoonsgebonden budget gebruikt moet worden, eventueel aangevuld met een programma van eisen waaraan bij de besteding voldaan moet worden. Wat de omvang van het persoonsgebonden budget is en hoe deze omvang tot stand is gekomen. Wat de duur is van de verstrekking waarvoor het persoonsgebonden budget bedoeld is Welke regels gelden ten aanzien van verantwoording van het persoonsgebonden budget. Welke gevolgen het niet nakomen van de regels bedoeld onder lid 1 sub 4 heeft. Voorwaarden waaronder de voorziening wordt verstrekt en de informatieplicht aan belanghebbende ten aanzien van relevante wijzigingen van omstandigheden, die van invloed kunnen zijn op de verstrekte voorziening; Lid
  100. Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt dit in de beschikking opgenomen. Paragraaf
  101. Verstrekking als financiële tegemoetkoming Artikel
  102. Inhoud beschikking Lid
  103. Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming wordt in de beschikking vastgelegd: voor welk te bereiken resultaat de financiële tegemoetkoming bestemd is; wat de duur van de verstrekking is; of er sprake is van een overeenkomst waarin deze verstrekking is geregeld wat de hoogte van de financiële tegemoetkoming is en op welke wijze er verantwoording afgelegd dient te worden Lid
  104. Als er sprake is van een te betalen eigen aandeel wordt dit in de beschikking opgenomen. Hoofdstuk 5 Eigen bijdragen, eigen aandeel en Financiele Drempel Artikel
  105. Eigen bijdragen en eigen aandeel Lid
  106. Bij het verstrekken van een voorziening is een eigen bijdrage of een eigen aandeel verschuldigd ten aanzien van de volgende resultaten: een schoon en leefbaar huis; wonen in een geschikt huis; beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften; beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding; het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren; zich verplaatsen in, om en nabij de woning voor zover het geen rolstoel betreft; zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel; de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten. Lid
  107. De eigen bijdrage dan wel eigen aandeel als bedoeld in lid 1 is enkel van toepassing bij een persoon als bedoeld in artikel 1 lid 3 van deze verordening van 18 jaar of ouder die in aanmerking wordt gebracht voor een individuele voorziening in de genoemde resultaatgebieden. Bij hulp bij het huishouden, een vervoersvoorziening of een woonvoorziening in natura of persoonsgebonden budget, is een eigen bijdrage verschuldigd en in het geval sprake is van een financiële tegemoetkoming is men een eigen aandeel verschuldigd, tenzij anders is bepaald; Lid
  108. De omvang van de eigen bijdrage en eigen aandeel wordt berekend aan de hand van het bepaalde in artikel 4.1 van het (landelijk) Besluit maatschappelijke ondersteuning (algemene maatregel van bestuur). Dit bedrag wordt vastgesteld en geïnd door het Centraal Administratiekantoor (CAK); Lid
  109. Indien de voorziening in de vorm van een lease overeenkomst (natura) of een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, wordt gedurende maximaal vijfenzestig perioden van vier weken een eigen bijdrage in rekening gebracht; Lid
  110. Indien de voorziening hulp bij het huishouden betreft wordt ongeacht de verstrekkingvorm ( in natura of een persoonsgebonden budget), wordt gedurende gehele looptijd van de voorziening een eigen bijdrage in rekening gebracht. Artikel
  111. Voorzieningen zonder eigen bijdragen en eigen aandeel Lid
  112. Er wordt geen eigen bijdrage opgelegd voor de (sport) rolstoelen wat op grond van artikel 4.
  113. lid 4 van het (landelijk) Besluit maatschappelijke ondersteuning niet is geoorloofd; Lid
  114. Er wordt geen eigen bijdrage opgelegd voor de collectieve vervoersvoorziening omdat bij gebruikmaking van collectief vervoer de klant al bijdraagt in de kosten. Immers de klant moet een deel van de kosten (kosten per openbaar vervoerzone) van een rit zelf betalen. Hetzelfde geldt voor het gebruik van de eigen auto, het (rolstoel)taxivervoer en de bijdrage in brandstof/elektriciteitskosten voor een vervoersvoorziening. Ten aanzien van deze voorzieningen dient de persoon met beperkingen al zelf bij te dragen in de kosten; Lid
  115. De kosten van tijdelijke huisvesting wordt verleend aan de eigenaar van een woning, veelal de woningcorporatie. Het is niet goed voorstelbaar dat die eigenaar een eigen aandeel zou moeten betalen; Lid
  116. Voor verhuis- en inrichtingskosten is een normbedrag bepaald, waardoor de persoon met beperkingen zelf al bijdraagt in de kosten; Lid
  117. Respijtzorg is er ter ontlasting van mantelzorg en is van beperkte duur, derhalve wordt er geen eigen bijdrage geheven. Artikel
  118. Financiële drempel Vervallen Artikel
  119. Inkomensgrenzen vervoersvoorzieningen, hulp bij het huishouden en overgangsbepaling Vervallen Hoofdstuk
  120. Procedurele bepalingen rond onderzoek, advies en besluitvorming, intrekking en terugvordering Artikel
  121. Beslistermijn De termijn waarbinnen een besluit genomen moet worden bedraagt voor: Een voorziening voor het wonen in een schoon en leefbaar huis: maximaal 8 weken. Een voorziening voor het wonen in een geschikt huis: maximaal 13 weken. Een voorziening voor het zich verplaatsen in en om de woning: maximaal 8 weken. Een voorziening voor het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel: maximaal 8 weken. Een voorziening voor het ontmoeten van medemensen het op basis daarvan sociale verbanden aangaan: maximaal 8 weken. Artikel
  122. Beperkingen Lid
  123. Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover: De noodzaak voor het te bereiken resultaat langdurig is, tenzij kortdurende hulp bij het huishouden leidt tot het te bereiken resultaat. De te verstrekken voorziening als voldoende compenserend is aan te merken en daarnaast als goedkoopste voorziening is aan te merken. Lid
  124. Geen voorziening wordt toegekend: Indien de voorziening algemeen gebruikelijk is. Indien de belanghebbende niet woonachtig is in de gemeente Cranendonck. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan het moment van aanvragen of het moment van beschikken heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of deze voorziening noodzakelijk was en voldoet aan de bepaling in lid 1 sub d. Voor zover een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft reeds eerder in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan belanghebbende zijn toe te rekenen. Artikel
  125. Advisering Lid
  126. Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de beoordeling van het recht op de aangevraagde voorziening, degene door wie een aanvraag is ingediend of bij gebruikelijke zorg diens relevante huisgenoten: Op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip en hem te bevragen. Op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen bevragen en/of onderzoeken. Lid
  127. Het college vraagt een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies indien: Het handelt om een aanvraag van een persoon die niet eerder een voorziening heeft gehad dan wel met wie niet eerder een gesprek als bedoeld in artikel 3 is gevoerd. Het handelt om een aanvraag van een persoon die wel eerder een voorziening heeft gehad of een gesprek zoals bedoeld in artikel 3 heeft gevoerd, maar waarvan de medische omstandigheden zodanig zijn veranderd dat die gewijzigde omstandigheden de noodzaak van een voorziening of de soort van voorziening kunnen beïnvloeden. Het college dat overigens gewenst vindt. Lid
  128. Indien belanghebbende zonder afmelding niet aanwezig is bij het gesprek of de afspraak voor nader onderzoek zoals bedoeld in lid 1 en lid 2 van dit artikel, zal het college de door het adviesorgaan in rekening te brengen kosten ten laste brengen van belanghebbende, tenzij belanghebbende (achteraf) kan aantonen dat er een gegronde rede was voor zijn afwezigheid. Artikel
  129. Wijziging situatie Degene aan wie krachtens deze verordening een voorziening is verstrekt, is verplicht zo spoedig mogelijk en schriftelijk aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een voorziening. Artikel
  130. Intrekking Lid 1 Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken indien: Niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening. Gebleken is dat de gegevens op grond waarvan beschikt is, zodanig onjuist of onvolledig waren dat, waren de juiste en volledige gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen. Lid 2 Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken indien blijkt dat de tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van het resultaat waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Artikel
  131. Terugvordering Lid
  132. Indien het recht op een voorziening is ingetrokken kan op basis daarvan een reeds uitbetaalde financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget worden teruggevorderd. Lid
  133. Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken kan deze voorziening worden teruggevorderd indien de voorziening is verleend op basis van valselijk verstrekte gegevens. Hoofdstuk
  134. Slotbepalingen Artikel
  135. Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel
  136. Indexering Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze verordening en het op deze verordening berustende gemeentelijk besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Cranendonck geldende bedragen verhogen of verlagen conform de ontwikkelingen van de prijsindex volgens het Centraal Bureau van de Statistiek. Artikel
  137. Evaluatie Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt in overeenstemming met de cyclus van het beleidsplan Wmo geëvalueerd waarna verslag over doeltreffendheid en effectiviteit aan de raad wordt voorgelegd. Artikel
  138. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
  139. Alle voorgaande verordeningen m.b.t. de Wmo vervallen met in werking stellen van deze verordening. Artikel
  140. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Cranendonck 2012”. Inhoudsopgave Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Cranendonck 2012 (versie 26 juni 2012) INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN 4 Artikel 1 Begripsomschrijvingen 4 HOOFDSTUK 2 DE AANMELDING, HET GESPREK EN DE AANVRAAG 6 Artikel 2 Scheiding aanmelding en aanvraag 6 Artikel 3 Aanmelding voor een gesprek 6 Artikel 4 Het gesprek 6 Artikel 5 Het verslag 7 Artikel 6 De aanvraag 7 HOOFDSTUK 3 DE TE BEREIKEN RESULTATEN 8 Paragraaf
  141. ALGEMENE REGELS Artikel 7 Het maken van een afweging 8 Paragraaf
  142. DE TE BEREIKEN RESULTATEN 8 Artikel 8 Een schoon en leefbaar huis 8 Artikel 9 Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften 8 Artikel 10 Beschikken over schone en draagbare kleding 9 Artikel 11 Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren 9 Artikel 12 Wonen in een geschikt huis 10 Artikel 13 Zich verplaatsen in en om de woning 10 Artikel 14 Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel 11 Artikel 15 De mogelijkheid om regionaal contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten 11 HOOFDSTUK 4 VERSTREKKINGSWIJZE VOORZIENINGEN 12 Paragraaf
  143. VERSTREKKINGEN VAN VOORZIENINGEN 12 Artikel 16 Mogelijke verstrekkingwijzen 12 Paragraaf
  144. VERSTREKKING IN NATURA 12 Artikel 17 Inhoud beschikking 12 Paragraaf
  145. VERSTREKKING ALS PERSOONSGEBONDEN BUDGET 12 Artikel 18 Overwegende bezwaren 12 Artikel 19 Inhoud beschikking 12 Paragraaf 4 VERSTREKKING ALS FINANCIELE TEGEMOETKOMING 13 Artikel 20 Inhoud beschikking 13 HOOFDSTUK 5 EIGEN BIJDRAGEN, EIGEN AANDEEL, FINANCIELE DREMPEL EN INKOMENSGRENZEN 14 Artikel 21 Eigen bijdragen en eigen aandeel 14 Artikel 22 Voorzieningen zonder eigen bijdragen en eigen aandeel 14 Artikel 23 Vervallen 15 Artikel 24 Vervallen 15 HOOFDSTUK 6 PROCEDURELE BEPALINGEN ROND ONDERZOEK, ADVIES EN BESLUITVORMING, INTREKKING EN TERUGVORDERING 17 Artikel 25 Beslistermijn 17 Artikel 26 Beperkingen 17 Artikel 27 Advisering 17 Artikel 28 Wijziging situatie 18 Artikel 29 Intrekking 18 Artikel 30 Terugvordering 18 HOOFDSTUK 7 SLOTBEPALINGEN 19 Artikel 31 Hardheidsclausule 19 Artikel 32 Indexering 19 Artikel 33 Evaluatie 19 Artikel 34 Inwerkingtreding 19 Artikel 35 Citeertitel 19

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.