← Nederland

Subsidieverordening gemeentelijke monumenten 2002 (Uden)

Subsidieverordening gemeentelijke monumenten 2002De Raad van de gemeente Uden; gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van 22 januari 2002; gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht; b e s l u i t vast te stellen de Subsidieverordening gemeentelijke monumenten 2002 Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel

  1. Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder: eigenaar : de natuurlijke of rechtspersoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op een monument; gebouwd monument : een onroerend monument dat overeenkomstig de Monumentenverordening 1994 als beschermd gemeentelijk monument op de gemeentelijke monumentenlijst is geplaatst; groenmonument : een overeenkomstig artikel 15 op de lijst van groenmonumenten geplaatst groenelement; Monumentencommissie : de commissie ingesteld bij de Verordening regelende de taak en samenstelling van de Monumentencommissie; onderhoud : werkzaamheden aan een groenmonument die noodzakelijk zijn om het als zodanig in stand te houden; restauratie : werkzaamheden die het normale onderhoud te boven gaan en gericht zijn op de opheffing van gebreken, noodzakelijk voor de instandhouding van de cultuurhistorische waarden van een gebouwd monument. Artikel
  2. Subsidieplafond Het bedrag dat in enig jaar ten hoogste beschikbaar is voor het verstrekken van subsidies krachtens deze verordening is gelijk aan het totaalbedrag van de Voorziening uitvoering Monumentenverordening, opgenomen in de gemeentebegroting voor dat jaar. Het College van burgemeester en wethouders kan voor gebouwde monumenten en groenmonumenten afzonderlijke maxima vaststellen, mits het totaalbedrag bedoeld in het eerste lid niet wordt overschreden. Indien meer subsidie wordt gevraagd dan er middelen beschikbaar zijn, vindt verdeling plaats met inachtneming van de volgende criteria: a. het belang van het monument; de urgentie van de uit te voeren werkzaamheden; het verband met overige verbouwings- of verbeteringswerkzaamheden; eerdere subsidieverleningen. Artikel3.Begrotingsvoorbehoud Voor zover een subsidie wordt verstrekt ten laste van een gemeentebegroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, geschiedt de verstrekking onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. Artikel
  3. Subsidiariteit Een subsidie wordt niet verstrekt voor zover uit een andere bron middelen worden of kunnen worden verkregen. Hoofdstuk2.Gebouwde monumenten Paragraaf1.Restauratie Artikel5.Subsidie voor restauratie 1.Het College van burgemeester en wethouders kan, gehoord de Monumentencommissie, per jaar voor ten hoogte twee restauraties van een gebouwd monument subsidie verlenen. 2.Het subsidie bedraagt ten hoogste 40% van de vastgestelde subsidiabele kosten. 3.De subsidiabele kosten bedragen inclusief btw nooit meer dan € 45.378,
  4. 4.Indien voor de restauratie van een monument eerder een subsidie ten laste van de gemeente is verstrekt, kan het totale subsidie nooit meer bedragen dan € 36.302,
  5. 5.Een subsidie die kleiner is dan € 226,89 per jaar wordt niet verstrekt. Artikel6.Subsidiabele kosten 1.Subsidiabele kosten zijn kosten die noodzakelijk zijn om een monument op een sobere en doelmatige wijze te herstellen of te conserveren. 2.Als subsidiabele kosten kunnen mede worden aangemerkt: de kosten van schilderwerk, voor zover de te schilderen onderdelen gerestaureerd worden en de kosten daarvan subsidiabel zijn; leges naar evenredigheid van de verhouding tussen de subsidiabele en niet-subsidiabele restauratiekosten. 3.Indien de eigenaar de restauratie geheel of gedeeltelijk zelf uitvoert, zijn diens loonkosten niet subsidiabel, tenzij hij die werkzaamheden verricht in het kader van een door hem gedreven onderneming. 4.Indien restauratiekosten op grond van een verzekering worden gedekt, worden de subsidiabele kosten verminderd met het bedrag dat ontstaat door het bedrag van de verzekeringspenningen te vermenigvuldigen met de breuk die ontstaat door de subsidiabele restauratiekosten te delen door de restauratiekosten. Artikel
  6. Aanvraag De aanvraag om een subsidie te verlenen moet worden ingediend vóór 1 september voorafgaande aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. De aanvraag gaat vergezeld van een restauratieplan en een begroting van de restauratiekosten. Het restauratieplan bestaat uit: een beschrijving van de technische staat van het monument, waarin de gebreken van het monument nauwkeurig vermeld staan; tekeningen van de bestaande toestand entekeningen waarop de voorgenomen herstellingen of wijzigingen staan aangegeven; een bestek of werkomschrijving gebaseerd op de onder a. bedoelde beschrijving per onderdeel van de toe te passen constructie, materialen, afwerkingen en kleuren, alsmede van de wijze van verwerking daarvan. De begroting omvat alle kosten van de restauratie, is niet ouder dan twee jaar en is gespecificeerd in hoeveelheden uren en materialen. De aanvraag gaat voorts vergezeld van een verklaring van de eigenaar dat hij de door restauratie te verkrijgen toestand van het monument in stand zal houden en dat hij het monument daartoe in voldoende mate zal onderhouden. Artikel
  7. Beschikking Het College van burgemeester en wethouders beschikt op een aanvraag om een subsidie te verlenen binnen drie maanden na ontvangst. Het College kan de beslissing eenmaal met ten hoogste drie maanden verdagen. Artikel
  8. Weigeringsgronden Een subsidie wordt in elk geval geweigerd, indien: de kosten niet inredelijke verhouding staan tot het te verwachten resultaat en de wenselijke restauratie; de restauratie noodzakelijk is geworden door een aan de eigenaar te verwijten nalatigheid of achterstallig groot onderhoud. Artikel
  9. Voorschriften Aan het verlenen van een subsidie worden ten minste de volgende voorschriften verbonden: de werkzaamheden dienen oordeelkundig te worden uitgevoerd; binnen zes maanden na het verlenen van de subsidie moet met de restauratie een aanvang zijn gemaakt; de restauratie moet binnen achttien maanden na het verlenen van de subsidie zijn voltooid. Het College van burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen afwijking van de in het eerste lid, onder b en c, vermelde termijnen toestaan. Artikel
  10. Vaststelling van de subsidie De aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt ingediend binnen drie maanden na het voltooien van de restauratie. Artikel
  11. Accountantscontrole Indien rekeningen en bewijzen van betaling betrekking hebben op kosten van personeel dat in loondienst is bij de eigenaar, gaat de financiële verantwoording vergezeld van een verklaring van een accountant waaruit blijkt hoeveel uren door dat personeel besteed is aan subsidiabele werkzaamheden. Het College van burgemeester en wethouders kan ook in andere gevallen vorderen dat een verklaring wordt overgelegd van een accountant. Artikel
  12. Voorschotten Het College van burgemeester en wethouders kan één of meer voorschotten verlenen, mits een aanvang is gemaakt met de werkzaamheden en de voortgang van werkzaamheden voldoende is verzekerd. De bevoorschotting bedraagt maximaal 50% van de verleende subsidie. Paragraaf
  13. Monumentenwacht Artikel
  14. Monumentenwacht Op verzoek of met instemming van de eigenaar van een gebouwd monument voorziet het College van burgemeester en wethouders in een periodieke bouwkundige inspectie van de staat van onderhoud van een gebouwd monument. De kosten van de inspectie en daarmee verband houdende kosten komen ten laste van de voorziening bedoeld in artikel 2, eerste lid. De inspectie wordt uitgevoerd door een deskundige die geen deel uitmaakt van of werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het College. De deskundige brengt de inhoud van een inspectierapport uitsluitend met toestemming van de eigenaar van het monument ter kennis van een gemeentelijk bestuursorgaan. Hoofdstuk
  15. Groenmonumenten Paragraaf
  16. Lijst van groenmonumenten Artikel
  17. Plaatsing op de lijst Het College van burgemeester en wethouders stelt een lijst op van groenmonumenten. Op de lijst worden waardevolle groenelementen geplaatst waarvan het behoud wordt voorgestaan. Met betrekking tot de wijze van totstandkoming en wijziging van de lijst zijn de artikelen 3, 5 en 6 van de Monumentenverordening 1994 van overeenkomstige toepassing. Een groenelement wordt niet op de lijst geplaatst, indien het is aangewezen als of onderdeel uitmaakt van een beschermd rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument in de zin van de Monumentenverordening
  18. Zodra een groenmonument dat op de lijst is geplaatst wordt aangewezen als of onderdeel gaat uitmaken van een beschermd rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument in de zin van de Monumentenverordening 1994 vervalt zijn plaatsing op de lijst van groenmonumenten. Paragraaf
  19. Specifiek onderhoud Artikel
  20. Subsidie voor specifiek onderhoud Het College van burgemeester en wethouders kan voor het onderhoud van bomen die geplaatst zijn op de lijst van groenmonumenten een subsidie vaststellen. De subsidie voor het onderhoud van een knot- of leiboom wordt ten hoogste eenmaal per drie jaar verstrekt en bedraagt € 11,34 per boom. De subsidie voor het onderhoud van een andere dan een knot- of leiboom wordt ten hoogste eenmaal per zes jaar verstrekt en bedraagt € 34,03 per boom. Artikel
  21. Aanvraag De aanvraag om een subsidie vast te stellen moet worden ingediend vóór 1 augustus voorafgaande aan het snoeiseizoen waarop de aanvraag betrekking heeft. Artikel
  22. Beschikking Het College van burgemeester en wethouders beschikt op een aanvraag binnen zes weken na ontvangst. Het College kan de beslissing eenmaal met ten hoogste drie weken verdagen. Artikel
  23. Voorschriften Aan de subsidievaststelling worden ten minste de volgende voorschriften verbonden: de werkzaamheden dienen oordeelkundig te worden uitgevoerd; de werkzaamheden moeten binnen zes maanden na de subsidievaststelling zijn voltooid; Paragraaf
  24. Achterstallig onderhoud Artikel
  25. Geldingsduur Deze paragraaf vervalt behoudens eerdere wijziging of intrekking op 1 januari
  26. Artikel
  27. Subsidie voor achterstallig onderhoud Het College van burgemeester en wethouders kan voor het uitvoeren van achterstallig onderhoud aan bomen die geplaatst zijn op de lijst van groenmonumenten een subsidie verlenen. De subsidie wordt voor een zelfde boom slechts eenmaal verleend en bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten. De subsidiabele kosten bedragen inclusief BTW ten hoogste € 680,67 per boom. Artikel
  28. Subsidiabele kosten Subsidiabele kosten zijn kosten die noodzakelijk zijn om een groenmonument op een sobere en doelmatige wijze te herstellen. Indien de eigenaar het achterstalling onderhoud geheel of gedeeltelijk zelf uitvoert, zijn diens loonkosten niet subsidiabel, tenzij hij die werkzaamheden verricht in het kader van een door hem gedreven onderneming. Artikel
  29. Aanvraag De aanvraag om een subsidie te verlenen moet worden ingediend vóór 1 september voorafgaande aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. De aanvraag gaat vergezeld van een opgave van werkzaamheden en een gespecificeerde offerte van een erkende boomverzorger. Artikel
  30. Beschikking Het College van burgemeester en wethouders beschikt op een aanvraag om een subsidie te verlenen binnen drie maanden na ontvangst. Het College kan de beslissing eenmaal met ten hoogste drie maanden verdagen. Artikel
  31. Weigeringsgronden Het verlenen van een subsidie wordt in elk geval geweigerd, indien: de kosten niet inredelijke verhouding staan tot het te verwachten resultaat; het onderhoud niet wordt uitgevoerd door een erkende boomverzorger. Artikel
  32. Voorschriften Aan het verlenen van een subsidie worden ten minste de volgende voorschriften verbonden: het onderhoud dient door een erkende boomverzorger te worden uitgevoerd; binnen drie maanden na het verlenen van de subsidie moet met het onderhoud een aanvang zijn gemaakt; de werkzaamheden moeten binnen zes maanden na het verlenen van de subsidie zijn voltooid. Het College van burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen afwijking van de in het eerste lid, onder b en c, vermelde termijnen toestaan. Artikel
  33. Vaststelling van de subsidie De aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt ingediend binnen drie maanden na het voltooien van de werkzaamheden. Artikel
  34. Voorschotten Het College van burgemeester en wethouders kan één of meer voorschotten verlenen, mits een aanvang is gemaakt met de werkzaamheden en de voortgang van werkzaamheden voldoende is verzekerd. De bevoorschotting bedraagt maximaal 50% van de verleende subsidie. Hoofdstuk
  35. Overige bepalingen Artikel
  36. Hardheidsclausule Indien onverkorte toepassing van deze verordening leidt tot klaarblijkelijk onredelijke resultaten, kan het College van burgemeester en wethouders, onverminderd het bepaalde in artikel 2, afwijken van in deze verordening gestelde eisen en termijnen. Artikel
  37. Toezicht Het College van burgemeester en wethouders kan één of meer personen aanwijzen die belast zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde in deze verordening en de krachtens deze verordening genomen besluiten tot het verstrekken van een subsidie. Hoofdstuk
  38. Slotbepalingen Artikel
  39. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van een door het College van burgemeester en wethouders te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende onderdelen kan verschillen. Artikel
  40. Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als: Subsidieverordening gemeentelijke monumenten
  41. Vastgesteld in de openbare vergadering van 21 februari
  42. De Raad voornoemd, De secretaris de voorzitter, Inhoudsopgave Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepaling Artikel 2 Subsidieplafond Artikel 3 Begrotingsvoorbehoud Artikel 4 Subsidiariteit Hoofdstuk2Gebouwde monumenten Paragraaf1Restauratie Artikel 5 Subsidie voor restauratie Artikel 6 Subsidiabele kosten Artikel 7 Aanvraag Artikel 8 Beschikking Artikel 9 Weigeringsgronden Artikel 10 Voorschriften Artikel 11 Vaststelling van de subsidie Artikel 12 Accountantscontrole Artikel13Voorschotten Paragraaf2Monumentenwacht Artikel14Monumentenwacht Hoofdstuk3Groenmonumenten Paragraaf1Lijst van groenmonumenten Artikel 15 Plaatsing op de lijst Paragraaf2Regulier onderhoud Artikel16Subsidie voor specifiek onderhoud Artikel 17 Aanvraag Artikel 18 Beschikking Artikel19Voorschriften Paragraaf3Achterstallig onderhoud Artikel 20 Geldingsduur Artikel 21 Subsidie voor achterstallig onderhoud Artikel 22 Subsidiabele kosten Artikel23Aanvraag Artikel24Beschikking Artikel 25 Weigeringsgronden Artikel26Voorschriften Artikel 27 Vaststelling van de subsidie Artikel28Voorschotten Hoofdstuk4Overige bepalingen Artikel 29 Hardheidsclausule Artikel 30 Toezicht Hoofdstuk5Slotbepalingen Artikel 31 Inwerkingtreding Artikel 32 Citeertitel

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.