← Nederland

LANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, houdende nadere regels ter zake de beoordeling en bezoldiging van ambtenaren in dienst van Sint Maarten (

LANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, houdende nadere regels ter zake de beoordeling en bezoldiging van ambtenaren in dienst van Sint MaartenHOOFDSTUKIAlgemene bepalingen Artikel1 In dit besluit wordt verstaan onder: landsverordening: de Landsverordening materieel ambtenarenrecht; ambtenaar: de ambtenaar in dienst van Sint Maarten, wiens bezoldiging niet bij afzonderlijke verordening is geregeld; bezoldiging: het loon van de ambtenaar voor het vervullen van zijn functie, met inachtneming van de bepalingen van dit besluit aan de hand van een bezoldigingsschaal vastgesteld; bezoldigingsschaal: een als zodanig in de bij dit besluit behorende bijlage A vermelde, van een volgnummer voorziene reeks van bedragen; bezoldigingstrede: elk afzonderlijk binnen een bezoldigingsschaal opgenomen bezoldigingsbedrag; functie: het samenstel van werkzaamheden door de ambtenaar in zijn ambt te verrichten krachtens en overeenkomstig hetgeen hem door of namens het daartoe bevoegde gezag uitdrukkelijk of impliciet is opgedragen; maximum-bezoldiging: het bedrag behorende bij de hoogste bezoldigingstrede van een bezoldigingsschaal, waarvan de volgnummeraanduiding uitsluitend uit een getal bestaat; toelage: een een- of meermalige toeslag op de bezoldiging in meerdering en tezamen met deze bezoldiging betaalbaar gesteld; beoordelingsautoriteit: de leidinggevende van de directe leidinggevende van de ambtenaar in het kader van de beoordeling of, bij gebrek van een dergelijke leidinggevende, de directe leidinggevende van de ambtenaar; politieke gezagdrager: een politieke gezagdrager als bedoeld in de Pensioenregeling politieke gezagdragers. Artikel2 1.De bezoldiging en eventuele met de bezoldiging verbonden toelagen worden maandelijks aan of tegen het einde van de maand waarop de betaling betrekking heeft betaald. 2.Wanneer de bezoldiging of een toelage moet worden uitbetaald over een gedeelte van een kalendermaand, wordt het te betalen bedrag berekend door het voor een maand vastgestelde bedrag te vermenigvuldigen met het aantal dagen gedurende welke de betrokken ambtenaar in dienst is geweest en het product te delen door dertig. 3.Van het eerste en tweede lid kan worden afgeweken, ingeval daartoe naar het oordeel van het bevoegde gezag op grond van bijzondere omstandigheden aanleiding bestaat. HOOFDSTUKIIDe bezoldiging Artikel3 1.Bij de indiensttreding of bij de overgang naar een andere functie wordt de bezoldigingsschaal bepaald met inachtneming van de aard en het niveau van de functie waarmede de betrokken ambtenaar wordt belast. 2.Van het eerste lid kan worden afgeweken, indien het gebrek aan ervaring met betrekking tot de arbeid die de betrokkene in de functie moet verrichten de verwachting aannemelijk maakt dat zijn wijze van functioneren zich tegen de toepassing van dat artikellid vooralsnog verzet. In dit geval kan de bezoldigingsschaal worden bepaald en gedurende een tijdvak van ten hoogste vier jaren blijven bepaald op ten hoogste twee nummers beneden de schaal die met toepassing van het eerste lid in aanmerking zou komen. 3.Indien het functioneren van de ambtenaar wiens bezoldigingsschaal op twee nummers beneden de functieschaal is bepaald, blijkens een beoordeling dusdanige vooruitgang heeft geboekt, dat de verwachting is gerechtvaardigd dat binnen een of twee jaren zijn wijze van functioneren zich niet meer tegen de toepassing van het eerste lid zal verzetten, wordt hij bevorderd naar de naast-hogere aanloopschaal en zijn bezoldiging bepaald op het bedrag van de naast-hogere bezoldigingstrede in die schaal. 4.Indien het functioneren van de ambtenaar zich blijkens een beoordeling na een periode van twee jaren nog tegen de toepassing van het derde lid verzet of indien het functioneren van de ambtenaar aan het einde van het in het tweede lid genoemde tijdvak van vier jaren blijkens een beoordeling de toepassing van het eerste lid nog niet toelaat, wordt het geplaatst in een functie waarvan de aard en het niveau in overeenstemming is met de schaal volgens welke hij wordt bezoldigd, of wordt hem ontslag aangezegd. 5.Indien de wijze van functioneren van de ambtenaar wiens bezoldiging met toepassing van het tweede of derde lid is bepaald, zich blijkens een beoordeling niet langer tegen de toepassing van het eerste lid verzet, wordt hij bevorderd naar de krachtens het eerste lid bepaalde bezoldigingsschaal en zijn bezoldiging bepaald op het bedrag van de naast-hogere bezoldigingstrede in die schaal. Artikel4 1.Aard en niveau van een functie worden bepaald aan de hand van functiebeschrijvingen en functieniveau-karakteristieken, welke deel uitmaken van het functiewaarderingssysteem. 2.Anders dan bij wijze van disciplinaire straf als bedoeld in hoofdstuk VIII van de landsverordening, kan zonder voorafgaand ontslag voor een ambtenaar geen bezoldigingsschaal worden vastgesteld die een lagere maximum-bezoldiging bevat dan die welke in de voordien voor hem geldende bezoldigingsschaal is aangegeven. Artikel5 Indien de ambtenaar anders dan bij wijze van disciplinaire straf als bedoeld in hoofdstuk VIII van de landsverordening, wordt belast met een andere functie, als gevolg waarvan zijn bezoldiging op grond van de overige bepalingen van dit besluit een verlaging zou moeten ondergaan, zonder dat de bekleding met die andere functie bij wijze van waarneming als bedoeld in artikel 26 van de landsverordening geschiedt of zonder dat ontslag voorafgegaan is, blijft deze verlaging achterwege. Artikel6 1.De bezoldiging van de ambtenaar wordt verhoogd tot het bedrag dat behoort bij de naast-hogere bezoldigingstrede in de schaal, indien hij naar het oordeel van de beoordelingsautoriteit of van het bevoegde gezag, dat is neergelegd in een formele beoordeling als bedoeld in artikel 9, zijn functie naar behoren vervult. Deze beoordeling vindt voor iedere ambtenaar aan het einde van elk jaar of bij overgang naar een andere functie plaats. De beoordeling van een ambtenaar die met ingang van 1 juli of later in een jaar in dienst is getreden, vindt voor de eerste maal aan het einde van het daarop volgende jaar plaats. 2.Vervult de ambtenaar zijn functie naar het oordeel van de beoordelingsautoriteit of van het bevoegde gezag niet naar behoren, dan blijft verhoging van de bezoldiging achterwege. 3.De in het eerste lid bedoelde verhoging van de bezoldiging wordt met ingang van 1 januari van een jaar toegekend, zolang de ambtenaar de maximum-bezoldiging van de voor hem geldende bezoldigingsschaal nog niet heeft bereikt, doch voor de eerste maal niet eerder dan nadat sinds zijn aanstelling als ambtenaar ten minste zes maanden zijn verstreken. Artikel7 De bezoldiging van de ambtenaar met een onvolledige werktijd wordt vastgesteld op een evenredig deel van de bezoldiging bij een volledige werktijd. Artikel8 Ingeval de ambtenaar wordt bevorderd naar een functie waaraan een bezoldigingsschaal is verbonden die een hogere maximum-bezoldiging bevat dan die welke voorkomt in de schaal volgens welke hij tot dusverre is bezoldigd, wordt hem de bezoldigingstrede in de nieuwe schaal toegekend waarvan het bedrag percentueel ten minste zoveel hoger is dan dat van de hem laatstelijk toekomende bezoldigingstrede in de oude schaal, als in die oude schaal het procentuele verschil tussen twee bezoldigingstreden uitmaakt. HOOFDSTUKIIIDe beoordeling Artikel9 1.Een ambtenaar wordt jaarlijks beoordeeld aan de hand van een door het bevoegde gezag vastgestelde leidraad voor functioneringsbeoordeling. 2.De beoordeling bestaat uit een plannings-, een functionerings- en een beoordelingsgesprek met de directe leidinggevende van de ambtenaar. 3.De ambtenaar en diens directe leidinggevende geven hun volle medewerking aan de beoordeling en nemen de geldende voorschriften en de aanwijzingen van het bevoegde gezag nauwgezet in acht. 4.De beoordeling geschiedt op basis van de voor de ambtenaar geldende functiebeschrijving of, bij afwezigheid daarvan, de door het bevoegde gezag opgedragen werkzaamheden. 5.De in het kader van de beoordeling gemaakte afspraken en de door de ambtenaar bereikte resultaten worden vastgelegd in een daartoe door het bevoegde gezag beschikbaar gesteld beoordelingsformulier. Artikel10 1.Het planningsgesprek vindt plaats in de maand december of januari en is gericht op het maken van afspraken met de ambtenaar over de door hem te bereiken individuele doelstellingen in het daarop aansluitende jaar met betrekking tot de organisatie, prestaties en wijze van functioneren. 2.Het functioneringsgesprek vindt plaats zo dikwijls als de ambtenaar of de directe leidinggevende zulks wenselijk acht, docht ten minste eenmaal per kalenderjaar, uiterlijk in de maand mei. Het functioneringsgesprek is gericht op een evaluatie van de gemaakte afspraken. Zo nodig vindt aanpassing van de afspraken plaats. 3.Het beoordelingsgesprek vindt plaats in de maand november en is gericht op de beoordeling van de algemene prestatie van de ambtenaar in het betreffende kalenderjaar. Daarbij worden beoordeeld de mate waarin gemaakte afspraken, bedoeld in het eerste en, indien van toepassing, het tweede lid, zijn gerealiseerd, de door de ambtenaar geleverde prestatie en diens wijze van functioneren in het betreffende kalenderjaar, waaronder de communicatie dienaangaande. Artikel11 1.Elk onderdeel van de beoordeling, genoemd in artikel 9, tweede lid, wordt afgesloten met ondertekening van het betreffende onderdeel van het beoordelingsformulier door de ambtenaar en diens directe leidinggevende. 2.Indien de ambtenaar weigert te ondertekenen, betrekt de directe leidinggevende een getuige bij de afronding van het betreffende gesprek. Indien de ambtenaar in zijn weigering te ondertekenen volhardt, wordt zulks, zo mogelijk met vermelding van de redenen, door de directe leidinggevende op het beoordelingsformulier aangetekend. 3.Indien de ambtenaar zich met een of meer onderdelen van het beoordelingsgesprek niet kan verenigen, maakt hij zijn bezwaar ter zake binnen zeven dagen na de datum van zijn ondertekening van het betreffende onderdeel van het beoordelingsformulier dan wel na de datum waarop hij in zijn weigering te ondertekenen heeft volhard, schriftelijk kenbaar aan de beoordelingsautoriteit. Artikel12 1.Het resultaat van het beoordelingsgesprek wordt binnen zeven dagen na ondertekening door de directe leidinggevende van de beoordeelde ambtenaar aan de beoordelingsautoriteit ter kennisneming voorgelegd. 2.De beoordelingsautoriteit gaat na of hij zich uit eigen waarneming met het resultaat van het beoordelingsgesprek kan verenigen. De beoordelingsautoriteit kan wijzigingen daarin aanbrengen, mits hij die genoegzaam motiveert. De beoordelingsautoriteit gaat daartoe niet over, dan nadat hij zich ter zake met de ambtenaar en diens directe leidinggevende heeft verstaan. 3.De beoordelingsautoriteit ondertekent binnen zeven dagen na ontvangst het al dan niet door hem gewijzigde resultaat van het beoordelingsgesprek en stelt daarmede de beoordeling vast. 4.De beoordeling wordt na vaststelling onverwijld aan de ambtenaar uitgereikt. Artikel13 1.Indien de ambtenaar tegen een of meer onderdelen van het beoordelingsgesprek aan de beoordelingsautoriteit zijn bezwaar heeft kenbaar gemaakt, gaat deze niet over tot het aanbrengen van wijzigingen daarin of tot vaststelling daarvan, dan nadat hij de ambtenaar in de gelegenheid heeft gesteld zijn bezwaar binnen zeven dagen na ontvangst door de beoordelingsautoriteit in persoon aan hem toe te lichten. De beoordelingsautoriteit kan bepalen dat andere personen bij dat gesprek aanwezig zijn. 2.De beoordelingsautoriteit beslist op het bezwaar. Indien het bezwaar hem daartoe aanleiding geven, brengt de beoordelingsautoriteit de nodige wijzigingen aan in het resultaat van het beoordelingsgesprek. 3.Binnen veertien dagen na de toelichting, bedoeld in het eerste lid, ondertekent de beoordelingsautoriteit het al dan niet door hem gewijzigde resultaat van het beoordelingsgesprek en stelt hij daarmede de beoordeling vast. 4.De beslissing van de beoordelingsautoriteit op het bezwaar en de beoordeling worden onverwijld aan de ambtenaar uitgereikt. HOOFDSTUKIVToelagen Artikel14 1.Aan de ambtenaar, aan wie zodanige eisen worden gesteld, dat zijn positie of taak een bijzonder karakter draagt, kan het bevoegde gezag een in ieder afzonderlijk geval vast te stellen toelage toekennen voor de duur van ten hoogste een jaar. 2.De toelage wordt bepaald op ten hoogste 25% van de bezoldiging van de betrokken ambtenaar, en wordt tezamen met deze betaalbaar gesteld. 3.Indien het onmogelijk blijkt om het tijdvak gedurende welke het recht op de toelage bestaat reeds bij de toekenning te bepalen, wordt in de beschikking waarbij de toekenning geschiedt het tijdstip vastgesteld waarop door het bevoegde gezag zal worden beslist of de gronden daartoe nog steeds aanwezig zijn. Artikel15 De kindertoelage, bedoeld in artikel 29 van de landsverordening, wordt toegekend voor ten hoogste tien kinderen en bedraagt per maand: voor een kind: NAf 55,00; voor een tweede kind: NAf 50,00; voor een derde kind: NAf 45,00; voor een vierde en elk volgend kind: NAf 25,00. HOOFDSTUKVGratificaties Artikel16 1.De gratificatie, bedoeld in artikel 75 van de landsverordening, bedraagt ten hoogste een maand bezoldiging, vermeerderd met eventuele kindertoelage en met een bedrag ter grootte van een voor de betrokken ambtenaar geldende maandelijkse toelage als bedoeld in artikel 14. 2.Ingeval de gratificatie in het kader van een beoordeling wordt toegekend als eenmalige bonus wegens uitstekend functioneren, bedraagt deze ten hoogste twaalfmaal de waarde van de op grond van de beoordeling toegekende periodieke verhoging van de bezoldiging. Artikel17 1. Bij het bereiken van een diensttijd van 15 en 20 jaren wordt een gratificatie toegekend wegens trouwe dienst ter grootte van de helft van een maand bezoldiging, vermeerderd met eventuele kindertoelage, en met een bedrag ter grootte van een voor de betrokken ambtenaar geldende maandelijkse toelage als bedoeld in artikel 14. 2. Bij het bereiken van een diensttijd van 25, 30, 35 en 40 jaren wordt een gratificatie toegekend wegens trouwe dienst ter grootte van een maand bezoldiging, vermeerderd met eventuele kindertoelage en met een bedrag ter grootte van een voor de betrokken ambtenaar geldende maandelijkse toelage als bedoeld in artikel 14. 3. Bij het bereiken van een diensttijd van 45 jaren wordt een gratificatie toegekend wegens trouwe dienst ter grootte van tweemaal een maand bezoldiging, vermeerderd met eventuele kindertoelage, en met een bedrag ter grootte van een voor de betrokken ambtenaar geldende maandelijkse toelage als bedoeld in artikel 14. Artikel18 Indien een ambtenaar jubileert, terwijl hij op non-activiteit is gesteld in verband met het vervullen van het ambt van politieke gezagdrager dan wel hem mede of overwegend in het belang van de dienst of het algemeen belang vrijstelling van dienst wegens bijzondere omstandigheden is verleend, wordt op de datum van het bereiken van een diensttijd als bedoeld in artikel 17 geen gratificatie toegekend. Toekenning van de gratificatie kan alsnog geschieden, zodra de ambtenaar in activiteit is hersteld. Artikel19 1.Bij de berekening van de diensttijd, bedoeld in artikel 17, wordt mede in aanmerking genomen: de tijd, gedurende welke de ambtenaar in verband met het vervullen van het ambt van politieke gezagdrager op non-activiteit is gesteld geweest; de tijd, vóór 10 oktober 2010, doorgebracht in dienst van Aruba, de Nederlandse Antillen of bij een eilandgebied van de Nederlandse Antillen; de tijd, doorgebracht in dienst van de landen Aruba, Curaçao of Nederland; en, de tijd doorgebracht in dienst van Sint Maarten of een van de overheidsorganisaties bedoeld in onderdelen b en c, op grond van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht; niet als diensttijd in de zin van dit artikel wordt aangemerkt diensttijd welke is doorgebracht zonder dat werkzaamheden zijn verricht buiten het genot van inkomsten uit de dienstbetrekking; diensttijd die gelijktijdig in meer dan één betrekking is doorgebracht, telt slechts eenmaal mee. 2.Als diensttijd wordt niet in aanmerking genomen een verlofperiode van meer dan een maand, gedurende welke de ambtenaar niet mede of overwegend in het belang van de dienst of het algemeen belang en zonder behoud van bezoldiging verlof heeft genoten. HOOFDSTUKVIAdministratief beroep [vervallen] HOOFDSTUKVIIOvergangs- en slotbepalingen Artikel24 [vervallen] Artikel25 [wijzigt een andere regeling] Artikel26 De bezoldiging van een ambtenaar die op de datum voorafgaand aan die van de inwerkingtreding van dit besluit reeds in dezelfde functie in dienst is, wordt met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit vastgesteld op het bij een bezoldigingstrede in de volgens artikel 3, eerste of tweede lid, bepaalde schaal behorende bedrag dat gelijk is aan de bezoldiging die de ambtenaar laatstelijk voordien heeft genoten, zo mogelijk verhoogd tot het bedrag van de naast-hogere bezoldigingstrede in de schaal. Indien een gelijk bedrag in de schaal ontbreekt, geldt als bezoldiging het naast-hogere bedrag in die schaal, zo mogelijk verhoogd tot het bedrag van de naast-hogere bezoldigingstrede in de schaal. Artikel27 Voor de toepassing van artikel 26 wordt een toelage welke op grond van artikel 25 van de landsverordening, zoals dit luidde voordat de wijziging van de landsverordening van 23 december 1997, waarbij artikel 25 vervallen is verklaard, in werking was getreden, aan een ambtenaar was toegekend en op de datum voorafgaand aan die van de inwerkingtreding van dit besluit nog door die ambtenaar werd genoten, geacht een deel van de genoten bezoldiging uit te maken.Met ingang van de datum waarop de vervolgens vastgestelde nieuwe bezoldiging voor die ambtenaar geldt, vervalt de toelage. Artikel28 Binnen drie maanden na de datum van inwerkingtreding van dit besluit wordt elke ambtenaar in kennis gesteld van de bezoldigingsschaal, de bezoldigingstrede en het daarbij behorende bedrag welke voor hem gelden, voor zover zulks niet reeds door of namens het bevoegde gezag vooruitlopend op de inwerkingtreding van dit besluit is geschied. Artikel29 [regelt de inwerkingtreding] Artikel30 Dit besluit wordt aangehaald als: Bezoldigingsregeling ambtenaren. BijlageA behorende bij de Bezoldigingsregeling ambtenaren Salarisschalen 2024 Schalen/ treden 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 1 1565 1855 2029 2249 2528 2875 3304 3826 4452 5194 6064 7072 8232 9554 11049 12730 14609 2 1600 1899 2090 2326 2619 2981 3419 3950 4583 5330 6210 7228 8397 9729 11238 12936 14834 3 1636 1943 2151 2403 2710 3085 3535 4075 4714 5467 6356 7382 8560 9904 11426 13141 15059 4 1671 1987 2212 2480 2801 3191 3650 4199 4845 5602 6501 7537 8725 10079 11615 13346 15285 5 1706 2032 2274 2557 2893 3295 3766 4323 4977 5738 6647 7693 8888 10254 11804 13550 15510 6 1740 2076 2334 2634 2983 3401 3881 4449 5108 5875 6793 7847 9053 10429 11992 13755 15734 7 1776 2121 2395 2711 3075 3505 3997 4573 5239 6010 6939 8002 9216 10604 12181 13961 15959 8 1811 2165 2456 2788 3166 3610 4112 4697 5371 6147 7085 8157 9381 10779 12369 14165 16185 9 1846 2209 2517 2865 3257 3715 4227 4822 5502 6283 7231 8312 9545 10954 12558 14370 16410 10 1881 2253 2578 2942 3348 3820 4342 4946 5633 6419 7376 8467 9709 11129 12746 14575 16635 11 1916 2298 2639 3019 3439 3925 4458 5071 5765 6555 7522 8622 9873 11304 12935 14780 16860 12 1951 2342 2700 3095 3531 4030 4573 5195 5896 6691 7668 8777 10037 11479 13124 14985 17086 13 1986 2386 2761 3172 3622 4135 4688 5320 6027 6827 7814 8932 10201 11654 13312 15190 17311 14 2021 2431 2822 3249 3713 4240 4804 5444 6158 6963 7960 9087 10365 11830 13501 15395 17536 15 2057 2475 2883 3326 3804 4345 4919 5569 6290 7099 8106 9242 10529 12005 13689 15600 17761 16 2092 2519 2944 3403 3895 4450 5035 5693 6421 7235 8251 9397 10693 12180 13878 15805 17986 17 2127 2563 3005 3480 3986 4554 5150 5818 6552 7371 8397 9552 10857 12355 14066 16010 18211 18 2162 2608 3066 3557 4078 4659 5265 5942 6683 7507 8543 9707 11021 12530 14255 16215 18437 19 2197 2652 3127 3634 4169 4764 5381 6066 6815 7643 8689 9862 11185 12705 14444 16420 18662 20 2232 2696 3188 3711 4260 4869 5496 6191 6946 7779 8835 10017 11349 12880 14632 16625 18887

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.