← Nederland

Verordening op de heffing en de invordering van staangeld 2007 (Alphen aan den Rijn)

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN STAANGELD 2007 vastgesteld door de gemeenteraad op 31 mei 2007, ingaande 14 juni 2007 Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: standplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Woningwet (Stb. 1991, 439); woonwagen: een woonwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Woningwet; huurovereenkomst: de overeenkomst tussen de huurder en de verhuurder van de standplaats c.a., waarin de huurbepalingen voor de standplaats zijn geregeld; sloopterrein: een gemarkeerd gedeelte van het woonwagencentrum bestemd voor het slopen van auto’s; maand: kalendermaand. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam 'staangeld' wordt een recht geheven voor het hebben van een standplaats voor een woonwagen in de gemeente Alphen aan den Rijn, daaronder begrepen de diensten (zoals onderhoud) die met de standplaats verband houden. Het recht wordt tevens geheven voor het gebruik van de voorzieningen die met de standplaats verband houden. Artikel 3 belastingplicht Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene die de standplaats heeft, alsmede van de gebruiker van het sloopterrein. Als degene die de standplaats heeft wordt aangemerkt de hoofdbewoner van de woonwagen. Wie als hoofdbewoner wordt aangemerkt wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel 4 Vrijstelling Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt niet geheven zolang voor de standplaats een huurovereenkomst geldt. Artikel 5 Belastingtarieven Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven naar het tarief, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 6 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak loopt van 1 juli tot en met 30 juni. Artikel 7 Wijze van heffing Het recht wordt bij wege van aanslag geheven door het middel van een schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang Het recht als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, dan wel devrijstelling genoemd in artikel 4 vervalt, is het recht verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat tijdvak verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, dan wel de vrijstelling genoemd in artikel 4 van toepassing wordt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat belastingtijdvak verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel 9 Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twaalf gelijke maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt 14 dagen na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. In afwijking van het eerste lid kunnen de aanslagen in gevallen, waarbij de belastingplichtige aan de gemeente een automatische incasso heeft verstrekt, automatisch in termijnen worden voldaan. De eerste termijn vervalt daarbij op de laatste dag van de maand, die in de schriftelijke kennisgeving is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. Indien geen gebruik wordt gemaakt van automatische incasso wordt een maandelijkse nota toegestuurd. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van staangeld wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 11 Machtiging tot overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van de tarieven die zijn opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 12 Nadere regels door het college van burgermeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van staangeld. Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel De 'Verordening staangeld 2006 van 9 februari 2006, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 juli 2007. Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening staangeld 2007'. Tarieventabel behorende bij de 'Verordening staangeld 2007.' Naam centrum Standplaats nummer oppervlakte 0ppervlakte bebouwd Punten Maximale toegestane maandhuur 2006 Staangeld per maand 1 juli 2007 Goudse Rijpad 14 425 145 57 € 230,00 € 88,35 Goudse Rijpad 16 270 80 47 € 189,00 € 72,85 Goudse Rijpad 18 270 75 47 € 189,00 € 72,85 Goudse Rijpad 18a 290 79 52 € 209,00 € 80,60 Goudse Rijpad 20 270 95 47 € 189,00 € 72,85 Goudse Rijpad 22 270 130 47 € 189,00 € 72,85 Goudse Rijpad 24 270 75 47 € 189,00 € 72,85 Goudse Rijpad 26 350 65 57 € 230,00 € 88,35 Goudse Rijpad 28 350 115 52 € 209,00 € 80,60 Goudse Rijpad 28a 370 150 52 € 209,00 € 80,60 Goudse Rijpad 30 330 70 57 € 230,00 € 88,35 Goudse Rijpad 32 320 110 52 € 209,00 € 80,60 Goudse Rijpad 34 325 100 52 € 209,00 € 80,60 Goudse Rijpad 36 250 85 47 € 189,00 € 72,85 Goudse Rijpad 38 310 95 52 € 209,00 € 80,60 Goudse Rijpad 40 325 55 57 € 230,00 € 88,35 Goudse Rijpad 42 305 96 52 € 209,00 € 80,60 Goudse Rijpad 44 250 70 47 € 189,00 € 72,85 Goudse Rijpad 46 260 70 47 € 189,00 € 72,85 Goudse Rijpad 48 245 85 47 € 189,00 € 72,85 Goudse Rijpad 50 255 95 47 € 189,00 € 72,85 Goudse Rijpad 52 245 95 47 € 189,00 € 72,85 Goudse Rijpad 54 395 115 57 € 230,00 € 88,35 Goudse Rijpad 56 320 100 52 € 230,00 € 80,60 Goudse Rijpad 58 310 115 47 € 189,00 € 72,85 Goudse Rijpad 60 310 90 52 € 209,00 € 80,60 Goudse Rijpad 60a 315 115 47 € 189,00 € 72,85 Goudse Rijpad 60b 330 70 57 € 230,00 € 88,35 Goudse Rijpad 62 300 75 52 € 209,00 € 80,60 Goudse Rijpad 64 305 110 47 € 189,00 € 72,85 Goudse Rijpad 66 305 90 52 € 209,00 € 80,60 Goudse Rijpad 68 305 87 52 € 209,00 € 80,60 Goudse Rijpad 70 305 95 52 € 209,00 € 80,60 Goudse Rijpad 72 310 95 52 € 209,00 € 80,60 Goudse Rijpad 74 210 120 47 € 189,00 € 72,85 Goudse Rijpad 76 210 130 47 € 189,00 € 72,85 Goudse Rijpad 78 270 95 47 € 189,00 € 72,85

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.