Verordening op de rekenkamercommissie van de gemeente HarderwijkDe gemeenteraad stelt de volgende verordening vast. Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: Wet: Gemeentewet; Commissie: rekenkamercommissie; Voorzitter: voorzitter van de rekenkamercommissie; College: college van burgemeester en wethouders; Rekenkamercommissie: de rekenkamercommissie van de gemeente Harderwijk; Raadsopvolger: een persoon die zich verkiesbaar heeft gesteld op een lijst van een in de raad vertegenwoordigde fractie doch niet verkozen is als raadslid. Artikel2Rekenkamercommissie 1.Er is een commissie die door de raad wordt ingesteld en wordt aangeduid als de rekenkamercommissie. 2.De commissie onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. Een door de rekenkamercommissie ingesteld onderzoek naar de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur bevat geen controle van de jaarrekening als bedoeld in artikel 213, tweede lid van de Gemeentewet. 3.De rekenkamercommissie bestaat uit maximaal 7 leden. Artikel3Benoeming leden 1.De raad benoemt twee externe leden en maximaal 5 leden van de rekenkamercommissie uit zijn midden of uit de raadsopvolgers. 2.De leden van de rekenkamercommissie die tevens raadsleden of raadsopvolgers zijn, worden voor een periode gelijk aan de zittingsduur van de raad aangewezen. De externe leden worden voor een periode van vier jaar aangewezen en worden halverwege een raadsperiode per 1 januari benoemd. Zij kunnen voor een periode van vier jaar worden herbenoemd. 3.De raad benoemt de voorzitter en de vice-voorzitter uit de externe leden van de rekenkamercommissie. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de commissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitgangspunten en werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. De voorzitter voert hiertoe regelmatig overleg met de onderzoekers en met het secretariaat. Bij ontstentenis van de voorzitter en de vice-voorzitter treedt het langstzittende lid op als voorzitter dan wel, als meer leden even lang zitting hebben gehad, het oudste lid in jaren. 4.Voorafgaand aan de benoeming van de overige leden van de rekenkamercommissie pleegt de raad overleg met de voorzitter en de vice-voorzitter van de rekenkamercommissie. Artikel4Ontslag en non-activiteit 1.De raad ontslaat de leden of stelt hen op non-activiteit. 2.Het lidmaatschap van een raadslid of raadsopvolger eindigt: op eigen verzoek; aan het einde van een zittingsperiode van de raad; indien de raad van oordeel is dat het lid niet langer geschikt is de functie van de rekenkamercommissie te vervullen. 3.Het lidmaatschap van een raadsopvolger eindigt eveneens bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de rekenkamercommissie. 4.Het lidmaatschap van een extern lid eindigt: op eigen verzoek; bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de rekenkamercommissie. wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; indien het lid bij onherroepelijk geworden rechtelijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld. 5.De raad kan een extern lid van de rekenkamercommissie op non-activiteit stellen: a. wanneer het lid zich in voorlopige hechtenis bevindt; b. wanneer het lid bij nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; wanneer het lid onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surséance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld ingevolge een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak; d. indien tegen hem een gerechtelijk onderzoek ter zake van een misdrijf wordt ingesteld of indien er een ander ernstig vermoeden is van feiten of omstandigheden die tot ontslag anders dan de gronden in het vierde of zesde lid, zouden kunnen leiden. 6.De raad beëindigt de non-activiteit zodra de grond voor de maatregel is vervallen. 7.De externe leden van de rekenkamercommissie kunnen door de raad worden ontslagen wanneer zij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt zijn hun functie te vervullen. Artikel5Eed, openbaarheid nevenfuncties, onverenigbare functies 1.Ten aanzien van externe leden zijn de artikelen 12, 81f, eerste lid en 81g van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 2.Ten aanzien van raadsopvolgers zijn de artikelen 12, 81f, eerste lid en 81g van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing met uitzondering van artikel 81f, eerste lid, onderdeel p. Artikel6Vergoeding voor werkzaamheden van de externe leden van de rekenkamercommissie 1.De voorzitter heeft recht op een vergoeding van een dagdeel voor iedere vergadering van de rekenkamercommissie. Van voornoemde vergoeding ontvangt de vice-voorzitter 50% ten opzichte van de voorzitter. Voor zover noodzakelijk hebben zowel de voorzitter als de vice-voorzitter daarnaast recht op een gelijke uurvergoeding op declaratiebasis tot een maximum van 50 uur per jaar. 2.De externe leden hebben daarnaast recht op een reiskostenvergoeding overeenkomstig de voor raadsleden geldende regeling. 3.De vergoeding genoemd in het eerste en tweede lid komt ten laste van het budget van de rekenkamercommissie. Artikel7Ambtelijk secretaris 1.Het presidium van de raad verzoekt de rekenkamercommissie en de raadsgriffier een gezamenlijke voordracht voor de te benoemen secretaris/onderzoeker op te stellen. 2.De raad benoemt de ambtelijk secretaris. 3.De secretaris staat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van haar taken terzijde. 4.De secretaris legt rechtstreeks verantwoording af aan de rekenkamercommissie over de wijze waarop de ondersteunende taken worden verricht. 5.De secretaris draagt zorg voor de agendaplanning, de verslaglegging en de vorming van dossiers en verricht onderzoekswerkzaamheden. Artikel8Reglement van orde en gedragscode 1.De commissie stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en andere werkzaamheden vast. 2.De commissie stelt een gedragscode vast om haar onafhankelijke positie en een integere werkwijze te waarborgen. 3.Zij zendt het reglement en de gedragscode na vaststelling onverwijld ter kennisneming naar de raad en maakt het bekend op de in artikel 139, tweede lid, bedoelde wijze. Artikel9Onderwerpselectie en opdrachtverlening 1.De commissie bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt, formuleert de probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast. De commissie stelt jaarlijks een onderzoeksplan vast. 2.Het in het vorige lid bedoelde onderzoeksplan en de onderzoeksopzet wordt door de commissie ter kennisneming aan de raad verstuurd. 3.De raad kan de commissie een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een onderzoek. De rekenkamer bericht de raad binnen een maand in hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan. Indien de commissie niet aan het verzoek van de raad voldoet, informeert zij de raad over de gronden voor afwijzing. 4.De commissie stelt inwoners van de gemeente Harderwijk jaarlijks voor de vaststelling van het onderzoeksplan in de gelegenheid onderwerpen aan te dragen voor het instellen van een onderzoek. Artikel10Werkwijze 1.De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet. 2.De commissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren. 3.De commissie is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en bij alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen een door de commissie gestelde termijn te verstrekken. De commissie hanteert hiervoor een redelijke termijn. 4.De gemeentesecretaris voorziet in goed overleg met de secretaris van de rekenkamercommissie in de ondersteuning die de commissie noodzakelijk acht voor de uitvoering van de onderzoeken. 5.De commissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur kan de commissie rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als niet openbaar aanmerken en geheimhouding opleggen overeenkomstig artikel 25 en 86 van de Gemeentewet. 6.Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met inachtneming van het beschikbare budget, externe deskundigen of bureaus inschakelen. 7.De commissie stelt de betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het conceptonderzoeksrapport aan de commissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De commissie bepaalt verder wie verder als betrokkenen worden aangemerkt. 8.Na vaststelling door de commissie worden het onderzoeksrapport en de nota met conclusies en aanbevelingen en de zienswijze van betrokkenen op het rapport zo spoedig mogelijk, onder toezending van een afschrift aan het college en betrokkenen, aan de raad aangeboden. 9.Publicaties (rapporten) van de rekenkamercommissie worden binnen anderhalve maand na aanbieding behandeld in een raadscommissie en, indien raadsbehandeling gewenst wordt, in de eerstvolgende of uiterlijk de daaropvolgende raadsvergadering geagendeerd. Tenzij omstandigheden een andere agenderingstermijn noodzakelijk maken. 10.De raadsgriffier schrijft namens het presidium de raadsvoorstellen bij de publicaties van de rekenkamercommissie. 11.Het college informeert de raad een halfjaar na de raadsbehandeling over de wijze waarop de aanbevelingen van de rekenkamercommissie zijn uitgevoerd. Als de uitvoering nog niet is afgerond zal het college de raad wederom na een halfjaar informeren. 12.Indien er beslissingen genomen worden over de toekomst van de rekenkamercommissie zal de rekenkamercommissie bij het besluitvormingsproces worden betrokken. Artikel11Budget 1.De rekenkamercommissie is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken. 2.Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten gebracht van: de vergoedingen aan de externe leden; de ambtelijk secretaris; interne medewerkers; externe deskundigen die eventueel door de rekenkamercommissie zijn ingeschakeld; eventuele overige uitgaven die de commissie nodig acht voor de uitoefening van haar taak. 3.De rekenkamercommissie is voor de besteding van het budget uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de raad. Artikel12Overgangsbepaling 1.De raadsleden worden voor de resterende zittingsduur van de raad benoemd. 2.De externe leden worden vanaf het tijdstip van benoeming door de raad tot tot 31 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.