← Nederland

Verordening verblijfsbelasting Peel en Maas (Peel en Maas)

VERORDENING VERBLIJFSBELASTING PEEL EN MAAS DE RAAD VAN DE GEMEENTE PEEL EN MAAS Gelet op het voorstel van burgemeester en wethouders Gelet op raadsvoorstel 126 b Gelet op het bepaalde in artikel 216 en 224 van de Gemeentewet. Gehoord de beraadslagingen. BESLUIT Vast te stellen de: verordening verblijfsbelasting Peel en Maas Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; b. mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans, en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn en gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden; c. niet beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd, dan wel te huur aangeboden; d. stacaravans: caravans die op een seizoens-, vaste seizoens- of jaarplaats op een kampeerterrein zijn neergezet om als verblijfsplaats te dienen en die bestemd zijn en gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden. e. vaste jaarplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een jaar hebben van een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen, dat doorgaans na afloop van het jaar niet wordt verwijderd; f. vaste seizoenplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een seizoen hebben van een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen, dat doorgaans na afloop van het seizoen niet wordt verwijderd en waarin het gedurende de winterperiode niet toegestaan is om te overnachten; g. seizoenplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, waar gedurende het seizoen een zelfde mobiel kampeeronderkomen is geplaatst en dat na afloop van het seizoen van de plaats wordt verwijderd; h. toeristische plaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een jaar of seizoen plaatsen van steeds wisselende mobiele kampeeronderkomens; i. logiesverblijf: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan die voor overnachting ter beschikking gesteld worden aan derden. j. kampeerterrein: een terrein dat bestemd is voor verblijfsrecreatie en dat als zodanig wordt gebruikt; k. arrangement: een reservering op een toeristische plaats gedurende een vooraf vastgelegde periode van minimaal vier weken voor een vast huurbedrag; l. voorseizoenarrangement: een arrangement lopend vanaf het begin van het kampeerseizoen en eindigend in de maand juni; m. naseizoenarrangement: een arrangement met een looptijd van ongeveer twee maanden, startend na het hoogseizoen en eindigend bij de afloop van het kampeerseizoen; n. maandarrangement: een arrangement met een looptijd van één maand gedurende de maand juni of september. Artikel2Belastbaar feit Ter zake van het houden van verblijf met overnachtingen binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente zijn opgenomen, wordt onder de naam ‘verblijfsbelasting’ een directe belasting geheven. Artikel3Belastingplicht 1Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen. 2De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. 3Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 verblijf houdt. Artikel4Vrijstellingen 1De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: 1door degene, die: a. als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van ouden van dagen verblijft; b. verblijf houdt in een gemeubileerde woning indien hij ter zake van het verblijf in of het ter beschikking houden van die woning forensenbelasting is verschuldigd; 2van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Artikel5Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen. Artikel6Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing 1Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot: a. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste jaarplaatsen bepaald op 2,7; b. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste seizoenplaatsen bepaald op 3; c. mobiele kampeeronderkomens op seizoenplaatsen bepaald op

  1. d. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op seizoen-, of toeristische plaatsen bepaald op: - 2,8 indien sprake is van een voorseizoenarrangement - 2,8 indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement - 2,2 indien sprake is van een naseizoenarrangement - 2,0 indien sprake is van een maandarrangement. 2Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht, wordt: a. in geval van het eerste lid, sub a, bepaald op 49; b. in geval van het eerste lid, sub b, bepaald op 47; c. in geval van het eerste lid, sub c, bepaald op
  2. d. in geval van het eerste lid, sub d, bepaald op: - 26, indien sprake is van een voorseizoenarrangement - 36, indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement - 14, indien sprake is van een naseizoenarrangement - 11, indien sprake is van een maandarrangement. Artikel7(Opteren voor) niet-forfaitaire maatstaf van heffing In afwijking van het bepaalde in artikel 6, wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijk aantal overnachtingen. Artikel8Belastingtarief 1De belasting bedraagt € 0,85 per persoon per nacht. 2De in het eerste lid vermelde belasting wordt, voor zover geen sprake is van een verblijf in een al dan niet recreatief gebruikt mobiel kampeeronderkomen, vermeerderd met € 0,30 per persoon per nacht. Artikel9Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel10Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel11Aanslaggrens Belastingaanslagen van minder dan € 100,00 worden niet opgelegd. Artikel12Termijnen van betaling 1Voorlopige aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 2De overige aanslagen moeten worden betaald binnen een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. 3De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de het eerste en tweede lid gestelde termijnen. Artikel13Kwijtschelding Bij de invordering van verblijfsbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel14Aanmeldingsplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet. Artikel15Registratieplicht 1belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden verblijfhoudenden te registreren in een daarvoor bestemd en door gemeente verstrekt nachtverblijfregister. 2Het college van burgemeester en wethouders stelt genoemd nachtverblijfregister kosteloos beschikbaar. 3Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven omtrent de inrichting en gebruik van het nachtverblijfregister. 4De verplichting als bedoeld in de voorgaande leden geldt niet voor zover de belastingplichtige alleen gebruik maakt van de forfaitaire berekeningswijze van de heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel
  3. Artikel16Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de verblijfsbelasting. Artikel17Inwerkingtreding en citeertitel 1De verordening toeristenbelasting Peel en Maas wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  4. 4Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening verblijfsbelasting Peel en Maas”. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van : 20 december 2011 De raad van de gemeente Peel en Maas, de griffier, de voorzitter, drs. A.G. Joosten W.J.G. Delissen-van Tongerlo

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.