Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2012.HoofdstukIAlgemene bepalingen Artikel1Inleidende bepaling Krachtens deze verordening worden geheven: een afvalstoffenheffing; reinigingsrechten. Artikel2Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld. HoofdstukIIAfvalstoffenheffing Artikel3Aard van de belasting en belastbaar feit Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994, 80). De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel4Belastingplicht 1.De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van het perceel; ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan. Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.De belasting bedraagt per perceel per jaar € 73,
- De belasting als bedoeld onder lid 1, wordt vermeerderd met: € 12,00 per emmer van 25 liter voor groente-, fruit- en tuinafval;b. € 48,00 per container van 140 liter voor groente-, fruit- en tuinafval; € 31,80 per container met een inhoud van 60 liter voor de overige huishoudelijke afvalstoffen; € 73,80 per container met een inhoud van 140 liter voor de overige huishoudelijke afvalstoffen; € 126,00 per container met een inhoud van 240 liter voor de overige huishoudelijke afvalstoffen. Indien ten behoeve van meer dan één perceel gebruik dient te worden gemaakt van een zelfde container voor de aanbieding van groente- fruit en tuinafval dan wel de overige huishoudelijke afvalstoffen dan wordt de onder
- bedoelde belasting vermeerderd met de belastingen genoemd onder a. en c. Artikel6Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 5.Belastingbedragen van minder dan € 5,- worden niet geheven. HoofdstukIIIReinigingsrechten Artikel9Belastbaar feit Onder de naam 'reinigingsrechten' worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. 2.Het in het eerste lid bedoelde genot van diensten en het gebruik van bezittingen, werken of inrichtingen bestaat uit: -het periodiek verwijderen van bedrijfsafval van beperkte omvang of hoeveelheid; Artikel10Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel11Maatstaf van heffing en belastingtarief Het bedraagt voor: 1.het periodiek verwijderen van bedrijfsafval, als bedoeld in artikel 9, onder 2 per bedrijfspand; a.basistarief € 73,20: De belasting als bedoeld onder a. wordt vermeerderd met: € 12,00 per emmer van 25 liter voor groente- fruit en tuinafval; € 48,00 per container van 140 liter voor groente-, fruit- en tuinafval; € 31,80 per container met een inhoud van 60 liter voor het overige bedrijfsafval; € 73,80 per container met een inhoud van 140 liter voor het overige bedrijfsafval; € 126,00 per container met een inhoud van 240 liter voor het overige bedrijfsafval. Artikel12Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel13Wijze van heffing 1.De rechten bedoeld in artikel 11, onder 1, wordt geheven bij wege van aanslag; Artikel14Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten 1.Het recht als bedoeld in artikel 11, onder 1, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt is het recht verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting, als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist. 5.Belastingbedragen van minder dan € 5,- worden niet geheven. Artikel15Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten De rechten bedoeld in artikel 11, zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel16Termijnen van betaling 1.De belastingaanslagen als bedoeld in artikel 7 en artikel 13, onder 1, moeten worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. In afwijking van het eerste volzin geldt, in geval het totaalbedrag van de op één Aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan minder is dan € 2.500,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen een maand later. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. 2.Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het in het eerste lid bepaalde van overeenkomstige toepassing. HoofdstukIVAanvullende bepalingen Artikel17Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de reinigingsheffingen. Artikel18Inwerkingtreding en citeertitel Inwerkingtreding en citeertitel. 1.De Verordening reinigingsheffingen 2011, vastgesteld bij raadsbesluit van 7 december 2010, nummer 10-00245, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening reinigingsheffingen 2012”. Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Wierden d.d. 20 december 2011.De raad voornoemd,de griffier, de voorzitter,drs. W.H.J. Wienk ing. J.H.M. Robben