hoofdstuk 2) is vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh), de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de Wet milieubeheer (Wm) en het Bouwbesluit. De gemeente reguleert met deze wettelijke instrumenten een deel van de geluidsproductie van weg- en railverkeer, van bedrijven en het geluidsniveau in en tussen gebouwen. Reikwijdte en status De reikwijdte van deze beleidsregel is de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor de in de Wet geluidhinder omschreven taken voor geluid tengevolge van weg- en railverkeer en gezoneerde industrieterreinen. In de gemeente Zaanstad zijn zo’n 11 gezoneerde industrieterreinen aanwezig. Luchtvaartlawaai wordt buiten beschouwing gelaten. De regels voor de luchtvaartsector (luchthaven Schiphol, Luchtverkeersleiding Nederland en luchtvaartmaatschappijen) staan in het Luchthavenverkeerbesluit (LVB). De regels met beperkingen aan het ruimtegebruik zijn opgenomen in het Luchthavenindelingsbesluit (LIB). Ook in de Nota Ruimte zijn voor het gebied rond de luchthaven Schiphol ruimtelijke beperkingen opgenomen. Voor ontwikkelingen binnen het beperkingengebied van Schiphol is een “Verklaring van geen bezwaar” van de VROM inspectie noodzakelijk. Het beleid Hogere waarden Wet geluidhinder wordt veelal gebruikt bij de voorbereiding van de vaststelling van een bestemmingsplan, het nemen van een projectbesluit (Wro) of bij de aanleg of reconstructie van een weg. Het betreft meestal het toestaan van hogere waarden dan de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen, scholen etc. In geval van de aanleg of reconstructie van een weg betreft het meestal het toestaan van hogere waarden op bestaande geluidsgevoelige bestemmingen. Deze beleidsregel is een "beleidsregel" in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (artikel 4:81 Awb). Een "beleidsregel" is een algemene regel over de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften. De beleidsregel dient ter invulling van de bevoegdheden voor het vaststellen van hogere waarden op grond artikel 110a, lid 1 en lid 2 van de Wet geluidhinder per 1 januari 2007. De gemeente heeft ingevolge de hiervoor genoemde artikelen uit de Wet geluidhinder de bevoegdheid hogere waarden vast te stellen binnen de door haar vastgestelde kaders, voor zover deze kaders niet in strijd zijn met de wettelijke regelgeving. Dit betekent concreet dat een strenger regime dan wat de Wet geluidhinder aangeeft wel mag, maar een minder streng regime (hogere waarden die boven de maximale grenswaarde uit de Wet geluidhinder (
bijlage 4) uitgaan), niet mag. Evaluatie beleidsregel Twee jaar nadat de beleidsregel is vastgesteld, zal de gemeente de werking en effectiviteit van het beleid onderzoeken. Daarbij zal gebruik worden gemaakt van de ervaring die tot dan toe is opgedaan bij het toepassen van de beleidsregel hogere waarden zoals in deze nota omschreven. Indien nodig kan het gemeentelijke beleid worden gewijzigd en opnieuw worden vastgesteld. Indeling beleidsregel In hoofdstuk 2 van deze beleidsregel is het wettelijke kader beschreven. Hoofdstuk 3 vormt de kern van deze beleidsregel. Hierin zijn de toetsingswaarden en randvoorwaarden voor het verlenen van hogere waarden beschreven. In hoofdstuk 4 worden de van belang zijnde aandachtspunten omschreven. In de bijlagen zijn begrippen, overzichten, kaarten en de procedure opgenomen. In deze beleidsregel wordt regelmatig verwezen naar wetsartikelen. Deze zijn via internet bij de overheid te downloaden op www.wetten.overheid.nl.
Hierbij wordt nog opgemerkt dat er onderzoek zal moeten worden gedaan naar de mogelijkheden om de geluidbelasting veroorzaakt door de stroom- en gebiedsontsluitingswegen, te reduceren. Wettelijke eisen en randvoorwaarden (ontheffingsgronden) In de Wet geluidhinder zijn ontheffingsgronden opgenomen op grond waarvan van de voorkeursgrenswaarde kan worden afgeweken en er een hogere waarde kan worden verleend. Deze ontheffingsgronden zijn gebaseerd op stedenbouwkundige, landschappelijke, verkeer/vervoerskundige en financiële aspecten. Alleen als blijkt dat geluidreducerende maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn dan wel in conflict zijn met één of meerdere van de genoemde ontheffingsgronden, kan worden overgegaan tot het verlenen van een hogere waarde. Ter verduidelijking hiervan volgt hier een korte toelichting op elk van deze ontheffingsgronden: Stedenbouwkundige aspecten De vraag wanneer er sprake is van stedenbouwkundige bezwaren is niet eenduidig te beantwoorden. Het realiseren van bijvoorbeeld een geluidsscherm langs een gemeentelijke weg of in een stadscentrum zal al snel als bezwaarlijk worden gezien. Vaak past een scherm niet in een stedelijke omgeving of bewoners willen geen scherm omdat hun uitzicht hierdoor wordt belemmerd. Als de initiatiefnemer kan aantonen dat woningbouw ter plaatse noodzakelijk is en dat deze bebouwing niet anders gesitueerd kan worden, kan op basis van stedenbouwkundige argumenten en locatiespecifieke omstandigheden een hogere waarde worden aangevraagd. Landschappelijke aspecten Overdrachtsmaatregelen buiten de bebouwde kom kunnen in verband met bijvoorbeeld doorsnijdingen in het landschap en esthetische aspecten bezwaarlijk zijn. In voorkomend geval kan het relevant zijn dat een deskundige de overdrachtsmaatregel op de onderdelen landschap, flora en fauna toetst. Verkeer- en vervoerskundige aspecten Deze aspecten hebben onder meer betrekking op maatregelen die het aantal verkeerbewegingen op een weg beïnvloeden zoals bijvoorbeeld verkeersbesluiten die voor vermindering van de verkeersintensiteit of verlaging van de rijsnelheid zorgen. Aangezien het niet uit te sluiten is dat zo’n maatregel een verslechtering voor een ander deel van de gemeente oplevert, is het vaak noodzakelijk de consequenties van een dergelijk besluit voor een groter aandachtsgebied door een verkeerskundige/ geluidsdeskundige te laten onderzoeken. Uiteraard dienen de genomen besluiten te passen binnen de systematiek van het Verkeers- en Vervoersplan (ZVVP) van de gemeente. Financiële aspecten Het betreft hier veelal de afweging tussen de kosten van bron- en overdrachtsmaatregelen en het accepteren (aanvragen) van een hogere waarde. Het realiseren van een geluidsscherm bij een groter aantal woningen is eerder financieel acceptabel dan bij een enkele woning. Hetzelfde geldt voor bronmaatregelen zoals stil asfalt: het is financieel niet doelmatig om stil asfalt aan te brengen voor één of enkele woningen. Elke situatie zal zo zijn eigen specifieke kenmerken hebben, zodat het moeilijk is om hier een algemeen criterium voor te ontwikkelen. Er zal van geval tot geval de afweging tussen de kosten van geluidmaatregelen en het verzoeken om een hogere waarde moeten worden gemaakt. Om hier toch enig richting aan te geven, zullen de kosten van geluidmaatregelen om te komen tot de voorkeursgrenswaarde worden getoetst aan het bedrag dat gelijk staat aan 5 % van de bouwsom van het (ruimtelijk) plan. Als de kosten van geluidmaatregelen aantoonbaar hoger zijn dan deze 5 %, kan ertoe worden overgegaan om een hogere waarde te verlenen. Zijn de kosten lager dan de genoemde 5 %, zal geen hogere waarde worden verleend en zal deze investering moeten worden gedaan in geluidreducerende maatregelen. Deze kosten komen voor rekening van de initiatiefnemer van het (bouw)plan. Het is in ieder geval belangrijk dat uit akoestische onderzoek blijkt wat de kosten van mogelijke geluidmaatregelen zijn en welke afweging er wordt gemaakt om deze wel of niet te (laten) treffen. Om te voorkomen dat een hogere waarde moet worden verleend, zal bij het indienen van een (ruimtelijk) plan allereerst moeten worden gekeken naar de mogelijkheden voor een goede ruimtelijke ordening. Dit betekent dat voldoende afstand tussen geluidsbron en ontvanger nodig is om geluidsknelpunten te voorkomen. Maar omdat ruimte vaak schaars is en we ook vaak met bestaande situaties te maken hebben, kan de oplossing in de ruimtelijke ordening niet altijd gevonden worden. Bij het (ruimtelijk) plan of bij de aanleg of reconstructie van een (spoor)weg wordt in de regel een akoestisch onderzoek bijgevoegd. Dit onderzoek geeft inzicht in de geluidbelasting in het maatgevende jaar (10 jaar vooruit geprognotiseerd). Er dient onderzocht te worden of er bron- of overdrachtmaatregelen mogelijk zijn om te kunnen voldoen aan de voorkeursgrenswaarde en als dit niet mogelijk is zal, op basis van de hierboven genoemde ontheffingsgronden, voldoende gemotiveerd moeten worden waarom niet. Cumulatie Indien het onderzoeksgebied binnen meerdere geluidszones van de Wgh ligt, dient de gemeente c.q. initiatiefnemer volgens artikel 110a lid 6 Wgh ook onderzoek te (laten) doen naar de effecten van de samenloop (cumulatie) van de verschillende geluidsbronnen. Cumulatie van geluidniveau’s moet plaatsvinden conform bijlage 1, hoofdstuk 2 van de Bijlage Reken en Meetvoorschrift Geluidhinder
2.2 Met de Wet geluidhinder verbonden regelgeving Wet milieubeheer De Wet milieubeheer (Wm) is de belangrijkste milieuwet voor bedrijfsmatige activiteiten. Met deze wet toetst de overheid, meestal de gemeente, de gevolgen van de activiteiten van een bedrijf voor het milieu. Afhankelijk van de aard van het bedrijf vindt de toetsing plaats aan algemene (geluids)voorschriften of aan maatwerkvoorschriften. Alleen wanneer een bedrijf is gevestigd op een gezoneerd industrieterrein (terrein met grote lawaaimakers), schrijft de Wet geluidhinder voor dat het geluid van alle bedrijven samen op de zonegrens, onder bepaalde geluidsnormen moet blijven. De beleidsregel hogere waarden Wgh gaat niet in op de toegestane geluidsproductie per bedrijf. Wet ruimtelijke ordening De Wet ruimtelijke ordening (Wro) schrijft een zorgvuldige voorbereiding van ruimtelijke plannen voor. Hieronder valt ook een zorgvuldige milieuhygiënische afweging. Het aspect geluid maakt deel uit van deze afweging. Ook situaties die niet onder de Wet geluidhinder vallen, zoals woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen langs wegen met een maximumsnelheid van 30 km per uur, dient de gemeente in het kader van een goede ruimtelijke ordening bij de milieuhygiënische afweging te betrekken.
verder § 4.4 (Weg met maximumsnelheid van 30 km/h). Bij situaties met woonboten (een geluidgevoelig object in de zin van de Wet milieubeheer) is eveneens een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk. Bouwbesluit In het Bouwbesluit zijn prestatie-eisen opgenomen voor geluidswering van gevels en tussen gebouwen onderling. Het Bouwbesluit maakt hierbij onderscheid tussen bestaande en nieuwe gebouwen. De eisen voor nieuwbouw zijn alleen van toepassing bij bouw of verbouw en gaan uit van een minimaal beschermingsniveau binnen geluidsgevoelige ruimten. In dit kader wordt, in afwijking van de Wet geluidhinder, een slaapvertrek van een kinderdagverblijf ook als een geluidgevoelige ruimte beschouwd, zodat ook hier de eisen uit het Bouwbesluit, voor wat betreft de geluidwering van de scheidingsconstructie tussen het verblijfsgebied (slaapvertrek) en de buitenlucht, van toepassing zijn. Dit om de gebruikers te beschermen tegen een te hoog geluidniveau en om een goed leefklimaat te garanderen. Een goede ruimtelijke ordening is daarbij van belang. Conform het Bouwbesluit moet voor nieuwbouw de geluidswering van door weg- en railverkeer geluidbelaste gevels het verschil bedragen tussen de heersende geluidbelasting (zonder aftrek art. 110g Wgh) en 33 dB, met een minimum van 20 dB. Aan deze eis zal het slaapvertrek van het kinderdagverblijf worden getoetst. Voor specifieke geluidgevoelige bestemmingen zoals scholen en gezondheidszorggebouwen wordt een ondergrens van 28 dB gehanteerd waarbij eveneens een minimale geluidwerendheid van 20 dB van toepassing is. Bij industrielawaai moet de geluidwering het verschil bedragen tussen de heersende geluidbelasting en 35 dB(A), met een minimum van 20 dB. Bij de vaststelling van de benodigde geluidwerendheid van de geluidbelaste gevel zal, indien van toepassing, rekening worden gehouden met de aan die gevel heersende cumulatieve geluidbelasting. 3. Normstelling De voorkeursgrenswaarde van wegverkeerslawaai bedraagt 48 dB, van spoorweglawaai 55 dB en van industrielawaai 50 dB(A). Wanneer de geluidbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en geluidsbeperkende maatregelen redelijkerwijs (en aantoonbaar) niet mogelijk zijn, kunnen hogere grenswaarden worden vastgesteld. Dit wordt ook wel ontheffing genoemd. De hogere grenswaarden zijn beperkt tot een bepaald maximum. Deze grenswaarden zijn in Zaanstad vertaald naar Basiskwaliteit- en Ambitiewaarden (
3.1 Zaans gebiedsgericht beleid In de door de gemeente vastgestelde Ruimtelijke Milieuvisie zijn voor diverse omgevingscategorieën (gebiedstyperingen), afkomstig uit “Dansen op het veen” (
bijlage 5), de zogenaamde basiskwaliteit en de ambitiewaarde vastgesteld. Deze waarden zijn dus gebiedsgericht waardoor een differentiatie ontstaat in het toestaan van maximale geluidniveau’s. Zo wordt in een woonomgeving minder geluid toegestaan dan in het centrumgebied. De omgevingscategorieën worden hiernavolgend kort toegelicht: Woongebied: Een woongebied is een gebied met als hoofdfunctie wonen. Slechts op enkele plaatsen in het gebied bevinden zich voorzieningen. Bedrijvigheid komt in deze gebieden nauwelijks voor. Woongebieden kunnen getypeerd worden als verblijfsgebieden: in een woongebied brengen mensen een groot deel van hun tijd door. In woongebieden verblijven bovendien kwetsbare groepen als kinderen en ouderen. Gemengd gebied Een gemengd gebied is een levendig gebied waar naast woningen ook bedrijven en voorzieningen aanwezig zijn, een voor Zaanstad typerende menging van wonen en werken. Over het algemeen heeft het wonen hier de overhand. Centrumgebied Het centrumgebied is een dynamisch gebied met veel voorzieningen. Het centrumgebied kenmerkt zich door een hoge dichtheid en een intensieve menging van diverse functies. Het geluidniveau mag hier wat hoger liggen dan in een woonwijk. Bedrijventerrein + gemengd werkgebied Op een bedrijventerreinen worden bedrijven tot en met milieucategorie 4 toegestaan. Deze terreinen zijn kleinschaliger dan de (gezoneerde) industrieterreinen. Een gemengd werkgebied kenmerkt zich door arbeidsintensieve werkgelegenheid. Dienstverlening en kantoren zijn beperkt toegestaan, mits dit geen afbreuk doet aan de ontwikkelingsmogelijkheden van de in dit profiel gewenste bedrijvigheid. In een gemengd werkgebied zijn bedrijven tot en met milieucategorie 3 toegestaan. Industrieterrein Op een industrieterrein bevinden zich bedrijven in de zwaardere milieucategorieën (tot en met 5). Er zijn alleen bedrijven aanwezig, waarbij de aanwezigheid van een bedrijfswoning niet uitgesloten is. In het algemeen zijn er op industrieterreinen relatief weinig mensen aanwezig. De combinatie van zwaardere bedrijvigheid en relatief weinig mensen maakt het mogelijk om hier hogere geluidniveau’s toe te staan dan in de andere gebiedstypen. Agrarisch gebied In dit gebied vindt agrarische bedrijvigheid plaats zoals melkveehouderij en akkerbouw met wat (bedrijfs)wonen. Het agrarisch gebied heeft als voornaamste functie landbouw en veeteelt. Vanwege het groene karakter zal het geluidsniveau overwegend laag zijn. 3.2 Basiskwaliteit- en Ambitiewaarden De Basiskwaliteit heeft betrekking op bestaande situaties + vervangende (nieuw)bouw (korte termijn), de ambitiewaarde op toekomstige situatie (langere termijn: tot 2020). De in beginsel maximaal te verlenen hogere waarden zijn vastgesteld op basis van deze Basiskwaliteit en Ambitiewaarde. In situaties waarbij de Basiskwaliteit dan wel de Ambitiewaarde wordt overschreden, kan slechts ontheffing worden verleend (tot de maximumgrenswaarde) op basis van een gemotiveerd besluit van het college. Bij geluidsbelastingen veroorzaakt door stroom- en gebiedsontsluitingswegen is ontheffing zonder een besluit van het college vooralsnog mogelijk tot de maximumgrenswaarden. De maximaal te verlenen waarden (Basiskwaliteit en Ambitiewaarde) staan per omgevingscategorie en per geluidsbron vermeld in onderstaand overzicht. Woongebied: BASISKWALITEIT AMBITIEWAARDE Geluid Bestaande bouw Nieuwbouw Geluidbelasting wegverkeerslawaai afgestemd op functie wonen maximaal 55 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh) = lager dan saneringsgrenswaarde (60 dB) maximaal 50 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh) = hoger dan voorkeursgrenswaarde (48 dB) en lager dan maximumgrenswaarde (63 dB) Geluidbelasting railverkeerlawaai afgestemd op functie wonen maximaal 60 dB = lager dan saneringsgrenswaarde (65 dB) maximaal 55 dB =voorkeursgrenswaarde (55 dB) en lager dan maximumgrenswaarde (68 dB) Geluidbelasting industrielawaai afgestemd op wonen maximaal 55 dB(A) =saneringsgrenswaarde (55 dB(A)) maximaal 50 dB(A) =voorkeursgrenswaarde (50 dB(A)) en lager dan maximumgrenswaarde (55 dB(A)) Gemengd gebied: BASISKWALITEIT AMBITIEWAARDE Geluid Bestaande bouw Nieuwbouw Geluidbelasting wegverkeerlawaai afgestemd op gemengd gebied maximaal 60 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh) = saneringsgrenswaarde (60 dB) maximaal 55 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh) =hoger dan voorkeursgrenswaarde (48 dB) en lager dan maximumgrenswaarde (63 dB) Geluidbelasting railverkeerlawaai afgestemd op gemengd gebied maximaal 60 dB =lager dan saneringsgrenswaarde (65 dB) maximaal 55 dB =voorkeursgrenswaarde (55 dB) en lager dan maximumgrenswaarde (68 dB) Geluidbelasting industrie-lawaai afgestemd op gemengd gebied maximaal 55 dB(A) =saneringsgrenswaarde (55 dB(A)) maximaal 50 dB(A) =voorkeurgrenswaarde (50 dB(A)) en lager dan maximumgrenswaarde (55 dB(A)) Centrumgebied: BASISKWALITEIT AMBITIEWAARDE Geluid Bestaande bouw Nieuwbouw Geluidbelasting wegverkeer afgestemd op functie centrum maximaal 63 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh) =hoger dan saneringsgrenswaarde (60 dB) maximaal 55 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh) =hoger dan voorkeursgrenswaarde (48 dB) en lager dan maximumgrenswaarde (63 dB) Geluidbelasting railverkeer afgestemd op functie centrum maximaal 65 dB = saneringsgrenswaarde (65 dB) maximaal 60 dB =hoger dan voorkeursgrenswaarde (55 dB) en lager dan maximumgrenswaarde (68 dB) Geluidbelasting industrielawaai afgestemd op centrum maximaal 55 dB(A) =saneringsgrenswaarde (55 dB(A)) maximaal 50 dB(A) =voorkeursgrenswaarde (50 dB(A)) en lager dan maximumgrenswaarde (55 dB(A)) Bedrijventerrein + gemengd werkgebied: BASISKWALITEIT AMBITIEWAARDE Geluid Bestaande bouw Nieuwbouw Geluidbelasting wegverkeer afgestemd op bedrijventerrein Op een bedrijventerrein worden in beginsel geen (bedrijfs)woningen toegestaan. Indien wel aanwezig dan maximaal 63 dB =hoger dan saneringsgrenswaarde (60 dB) Op een bedrijventerrein worden in beginsel geen (bedrijfs)woningen toegestaan. Indien wel noodzakelijk dan maximaal 60 dB =hoger dan voorkeursgrenswaarde (48 dB en lager dan maximumgrenswaarde (63 dB) Geluidbelasting railverkeer afgestemd op bedrijventerrein Op een bedrijventerrein worden in beginsel geen (bedrijfs)woningen toegestaan. Indien wel aanwezig dan maximaal 65 dB =saneringsgrenswaarde (65 dB) Op een bedrijventerrein worden in beginsel geen (bedrijfs)woningen toegestaan. Indien wel noodzakelijk dan maximaal 60 dB =hoger dan voorkeursgrenswaarde 55 dB en lager dan maximumgrenswaarde (68 dB) Geluidbelasting industrielawaai afgestemd op bedrijventerrein Op een bedrijventerrein worden in beginsel geen (bedrijfs)woningen toegestaan. Indien wel aanwezig dan maximaal 60 dB(A) =hoger dan saneringsgrenswaarde (55 dB(A)) Op een bedrijventerrein worden in beginsel geen (bedrijfs)woningen toegestaan. Indien wel noodzakelijk dan maximaal 55 dB(A) =hoger dan voorkeursgrenswaarde (50 dB(A)) en gelijk aan maximumgrenswaarde (55 dB(A)) (*) Industrieterrein: BASISKWALITEIT AMBITIEWAARDE Geluid Bestaande bouw Nieuwbouw Geluidbelasting wegverkeer afgestemd op industrieterrein Nvt, geen woningen/bedrijfswoningen toegestaan Nvt, geen woningen/bedrijfswoningen toegestaan Geluidbelasting railverkeer op industrieterrein Nvt, geen woningen/bedrijfswoningen toegestaan Nvt, geen woningen/bedrijfswoningen toegestaan Geluidbelasting industrie-lawaai op industrieterrein Nvt, geen woningen/bedrijfswoningen toegestaan Nvt, geen woningen/bedrijfswoningen toegestaan (*) Bestaande woningen en bedrijfswoningen op industrieterreinen mogen gehandhaafd blijven, nieuwe situaties zullen niet meer toegestaan worden. Agrarisch gebied BASISKWALITEIT AMBITIEWAARDE Geluid Bestaande bouw Nieuwbouw Geluidbelasting wegverkeer afgestemd op agrarisch gebied maximaal 50 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh) =lager dan saneringsgrenswaarde (60 dB) maximaal 48 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh) = voorkeursgrenswaarde (48 dB) en lager dan maximumgrenswaarde (58 dB) Geluidbelasting railverkeer afgestemd op agrarisch gebied maximaal 65 dB =saneringsgrenswaarde (65 dB) maximaal 55 dB =voorkeursgrenswaarde (55 dB) en lager dan maximumgrenswaarde (68 dB) Geluidbelasting industrie-lawaai afgestemd op agrarisch gebied maximaal 50 dB(A) =lager dan saneringsgrenswaarde (55 dB(A)) maximaal 50 dB(A) = voorkeursgrenswaarde (50 dB(A) en lager dan maximumgrenswaarde (55 dB(A)) Uitzonderingen: Voor woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen die zijn gelegen langs stroom- en gebiedsontsluitingswegen (
bijlage 5A en 5B) gelden vooralsnog de maximumgrenswaarden voor wegverkeerslawaai zoals vermeld in de Wgh. Deze verruiming van de normen geldt alleen bij de omgevings-categorieën “Woongebied”, “Gemengd gebied” en “Centrumgebied”. De maximumgrenswaarde mag hier niet worden overschreden en het geluidsniveau in de woning moet voldoen aan de binnenwaarde uit het bouwbesluit. In de toekomst moet echter ook in deze situaties de geluidbelasting teruggebracht worden tot de betreffende basiskwaliteit- en/of ambitiewaarden. Daarom zal onderzoek worden gedaan naar de technische en organisatorische beheersmaatregelen die op korte en lange termijn genomen kunnen worden om de gewenste geluidsniveaus te realiseren. Daarbij zal een analyse worden gemaakt van de haalbaarheid en betaalbaarheid van die maatregelen. In het geval er sprake is van vervangende (nieuw)bouw, zal getoetst worden aan de Basiskwaliteitswaarden. In het geval de in de Wet geluidhinder opgenomen maximale grenswaarden strenger zijn dan de vastgestelde basiskwaliteit- of ambitiewaarden, zijn de wettelijke (maximale) grenswaarden bepalend. Deze staan vermeld in bijlage
Het toepassen van een dove gevel in het traject van bestuurlijke besluitvorming wordt in beginsel niet toegestaan. 4.7 Registratieplicht Nadat het besluit definitief is, moet conform het gestelde in artikel 110i Wgh, de vastgestelde hogere waarden worden opgenomen in het Kadaster, als informatie behorende bij de betreffende woning. Bij de vaststelling van hogere waarden dient de gemeente ook rekening te houden met de in het verleden door de provincie en het rijk vastgestelde hogere waarden. De gemeente stuurt een afschrift van de verleende hogere waarden naar het Kadaster, zodat deze kan worden verwerkt. BIJLAGE 1: BEGRIPPEN UIT DE WET GELUIDHINDER Geluidsgevoelige bestemmingen (samengevat): de volgende geluidsgevoelige bestemmingen zijn beschermd binnen de Wet geluidhinder: woningen; onderwijsgebouwen;
kenhuizen en verpleeghuizen en ‘andere gezondheidszorggebouwen’ (zoals verzorgingshuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken en medische kleuterdagverblijven); woonwagenstandplaatsen; terreinen behorende bij ‘andere gezondheidszorggebouwen’. Reconstructie van een weg (samengevat): een of meer wijzigingen op of aan een aanwezige weg ten gevolge waarvan uit akoestisch onderzoek blijkt dat de berekende geluidbelasting vanwege de weg in het toekomstig maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen ten opzichte van de bestaande geluidbelasting (hoger dan de voorkeurswaarde) met 2 dB of meer wordt verhoogd. Gevel: bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak. Onder een gevel wordt niet verstaan: een bouwkundige constructie zonder te openen delen met een karakteristieke geluidwering (conform NEN 5077). In deze gevallen moet de geluidwering zodanig zijn dat de geluidsgevoelige objecten binnen voldoende beschermd worden tegen geluid van buiten; een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, tenzij deze direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Geluidsgevoelige ruimte: ruimte binnen een woning voor zover die kennelijk als slaap-, woon-, of eetkamer wordt gebruikt of voor een zodanig gebruik is bestemd, alsmede een keuken van ten minste 11 m²; Dove gevel (samengevat): dit is geen gevel in de zin van de Wet geluidhinder en de daarop berustende bepalingen gelden niet als er voldoende gevelisolatie is en er alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn. Deze bij uitzondering te openen delen, zoals een nooddeur, mogen niet grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Geluidsluwe gevel (gemeentelijk begrip): gevel met een lager (luw) geluidsniveau. Het geluidsniveau op deze gevel is niet hoger dan de voorkeurswaarde voor elk van de te onderscheiden geluidsbronnen, dan wel de vastgestelde hogere waarde minus 10 dB. Per weg geldt een voorkeurswaarde van meestal 48 dB, per spoorweg een voorkeurswaarde van meestal 55 dB en per industrieterrein geldt een voorkeurswaarde van 50 dB(A). Verblijfsruimte: (geluidsgevoelige) ruimte voor het verblijven van mensen, dan wel een ruimte waarin de voor een gebruiksfunctie kenmerkende activiteiten plaatsvinden: leslokalen en theorielokalen van onderwijsgebouwen; onderzoeks- en behandelingsruimten van
kenhuizen en verpleeghuizen; onderzoeks-, behandelings-, recreatie-, en conversatieruimten, alsmede woon- en slaapruimten van andere gezondheidszorggebouwen (
geluidsgevoelige bestemmingen); theorievaklokalen van onderwijsgebouwen; ruimten voor patiëntenhuisvesting, alsmede recreatie- en conversatieruimten van
kenhuizen en verpleeghuizen. BIJLAGE 2. SAMENLOOP RUIMTELIJK PLAN EN PROCEDURE VOOR VASTSTELLEN HOGERE WAARDEN. BIJLAGE 3: PROCEDURE HOGERE WAARDE Ter inzage legging van het ontwerpbesluit door bevoegd gezag. De stukken liggen gedurende een termijn van zes weken ter inzage (artikel 3:16 Awb) Het ontwerp van het hogere waarde besluit wordt gelijktijdig ter inzage gelegd met het ontwerp-bestemmingplan waarvoor het wordt genomen of met het ontwerpbesluit artikel 19 lid 1 WRO. Indienen van
nswijzen. Belanghebbenden kunnen bij de gemeente naar keuze schriftelijk of mondeling hun
nswijze over het ontwerp naar voren brengen (art 3:15 lid 1 Awb). Behandeling
nswijzen. De
nswijzen worden verwerkt in het definitieve besluit. Definitief Besluit Na behandeling van de
nswijzen neemt de gemeente een definitief besluit (het ontwerpbesluit wordt besluit). Indien er geen
nswijzen naar voren zijn gebracht wordt het besluit genomen binnen vier weken nadat de termijn voor het indienen van
nswijzen is verstreken (3:18 lid 4 Awb). Indien er wel
nswijzen zijn ingediend en het betreft een besluit op aanvraag dan neemt het bestuursorgaan het besluit binnen zes maanden na ontvangt van de aanvraag (3:18 lid 2 Awb). Bekendmaking besluit. Het besluit treedt niet eerder in werking dan dat het bekend is gemaakt (3:40 Awb) door kennisgeving van het besluit of van de zakelijk inhoud ervan in en van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws-, of huis-aan-huis-blad (3:42 Awb). In de bekendmaking wordt vermeld dat beroep mogelijk is tegen het besluit. Ter inzagelegging definitief besluit. Indien alleen van de zakelijke inhoud wordt kennisgegeven, wordt het besluit tegelijkertijd ter inzage gelegd (3:42 lid 3 Awb). Beroep. Tegen het besluit kan geen bezwaar worden gemaakt (art. 7.1 Awb). De gang van zaken rondom het beroep is geregeld in 6:8 van de Awb en in artikel 145 van de Wgh. De termijn gaat lopen op de dag nadat het besluit bekend is gemaakt. De termijn bedraagt zes weken (art. 6:7 Awb). Gelijktijdige bekendmaking, terinzagelegging en beroep In de Wgh is bepaald dat de beroepstermijn voor het hogere waardebesluit gelijk loopt met het besluit tot vaststelling, wijziging of herziening van het corresponderende bestemmingsplan, in tegenstelling tot het bepaalde in artikel 6:8 van de Awb. Indien m.b.t. het bestemmingsplan niet binnen de daarvoor geldende termijn (art 28 WRO) is beslist dan vangt de beroepstermijn voor het Hogere waarde besluit aan met ingang van de dag na die waarop de WRO termijn is verstreken. Inschrijving in de openbare registers van het Kadaster. Een bestuursorgaan moet een door hem genomen onherroepelijk geworden besluit, houdende een beslissing tot het vaststellen van een hogere waarde dan de bij of krachtens deze wet genoemde waarden, zo spoedig mogelijk inschrijven in de openbare registers (
Burgerlijk Wetboek afdeling 2, titel 1, boek 3) (artikel 110i Wgh). Procedure WRO Inzagetermijn ontwerp Beslistermijn na terinzage ontwerp Termijn waarbinnen plan terinzage moet Inzagetermijn besluit -Bestemmingsplanprocedure + -Projectplanprocedure 6 weken 12 weken 2 weken na vaststelling 6 weken BIJLAGE 4: WETTELIJKE NORMEN WET GELUIDHINDER Wegverkeerslawaai In de Wet geluidhinder is voor wegverkeerslawaai een voorkeursgrenswaarde van 48 dB opgenomen. Voor woningen gelden daarnaast de navolgende maximaal toelaatbare grenswaarden. Nieuwe woning / bestaande weg Maximale grenswaarde Nieuw te bouwen woningen Stedelijk 63 dB Buitenstedelijk 53 dB Nieuw te bouwen agrarische bedrijfswoning Stedelijk n.v.t. Buitenstedelijk 58 dB Vervangende nieuwbouw Stedelijk 68 dB Langs auto(snel)weg 63 dB Buiten de bebouwde kom 58 dB Bestaande woning / nieuwe weg Maximale grenswaarde Bestaande woningen Stedelijk 63 dB Buitenstedelijk 58 dB Gelijktijdig met wegaanleg te bouwen woning Stedelijk 58 dB Buitenstedelijk 53 dB Ingeval van reconstructie van een weg gelden voor woningen de navolgende voorkeursgrenswaarden en maximale grenswaarden. Situatie woning/weg Voorkeursgrenswaarde Maximale grenswaarde Heersende geluidbelasting < 48 dB 48 dB Verhoging tot maximaal 5 dB mogelijk; verhoging > 5 dB mogelijk mits: compensatie elders en beschikbaarheid financiële middelen Eerder is een hogere waarde vastgesteld en heersende geluidbelasting is > 48 dB Laagste van: Heersende waarde voor reconstructie of eerder vastgestelde hogere waarde Stedelijk 63 dB Buitenstedelijk 58 dB Niet eerder is een hogere waarde vastgesteld en heersende geluidbelasting > 48 dB De heersende waarde voor reconstructie Stedelijk 63 dB Buitenstedelijk 58 dB Voor andere geluidgevoelige gebouwen en terreinen gelden de navolgende voorkeursgrenswaarden en maximale grenswaarden. Situatie Voorkeursgrenswaarde Maximale grenswaarde Andere geluidgevoelige gebouwen en woonwagenstandplaatsen 48 dB Onderwijsgebouwen,
ken- of verpleeghuizen: Stedelijk gebied 63 dB Buitenstedelijk gebied 58 dB; Andere gezondheidszorggebouwen en woonwagenstandplaatsen 53 dB Andere geluidsgevoelige terreinen dan woonwagenstandplaatsen 53 dB 58 dB Voor andere geluidgevoelige gebouwen en terreinen gelden in geval van een reconstructie van een weg de navolgende waarden. Situatie Voorkeursgrenswaarde Maximale grenswaarde Geluidbelasting voor reconstructie is niet hoger dan 48 dB (andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen) en niet hoger dan 53 dB (andere geluidsgevoelige terreinen dan woonwagenstandplaatsen) 48 dB respectievelijk 53 dB Verhoging maximaal 5 dB Nog niet eerder een hogere waarde vastgesteld, maar heersende waarde is hoger dan voorkeursgrenswaarde De heersende waarde Verhoging maximaal 5 dB en, indien heersende waarde niet hoger is dan 53 dB: 58 dB dan wel 63 dB voor onderwijsgebouwen,
kenhuizen of verpleeghuizen in buitenstedelijk respectievelijk stedelijk gebied, 53 dB voor andere gezondheidszorggebouwen; Indien heersende waarde wel hoger dan 53 dB: 68 dB voor onderwijsgebouwen,
kenhuizen of verpleeghuizen en 58 dB voor andere gezondheidszorggebouwen Eerder is een hogere waarde vastgesteld en heersende geluidbelasting is hoger Laagste van de heersende waarde of de eerder vastgestelde hogere waarde Verhoging maximaal 5 dB en maximaal tot de hierboven genoemde waarden dan wel, indien eerdere hogere waarden dan die waarden zijn vastgesteld, die eerder vastgestelde waarden Railverkeerslawaai Voor railverkeerslawaai zijn in de Wet geluidhinder de navolgende voorkeursgrenswaarden en maximaal toelaatbare grenswaarden opgenomen. Situatie Voorkeursgrenswaarde Maximale grenswaarde Woningen 55 dB 68 dB Andere geluidsgevoelige gebouwen 53 dB 68 dB Geluidsgevoelige terreinen 55 dB 63 dB Industrielawaai Voor het aspect industrielawaai zijn in de Wet geluidhinder de navolgende voorkeursgrenswaarden en maximaal toelaatbare grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen aanwezige dan wel nieuw te bouwen woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen opgenomen. Situatie Voorkeursgrenswaarde Maximale grenswaarde Nieuw te bouwen woningen 50 dB(A) 55 dB(A) Andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen 50 dB(A) 55 dB(A) voor geluidsgevoelige terreinen en andere gezondheidszorggebouwen; 60 dB(A) voor onderwijsgebouwen,
kenhuizen of verpleeghuizen Vervangende nieuwbouw woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen 50 dB(A) 60 dB(A) voor zover niet eerder een hogere waarde is vastgesteld, anders 65 dB(A) Bij wijziging zone, in geval van reeds eerder vastgestelde hogere waarde De eerder vastgestelde hogere waarde Verhoging met maximaal 5 dB(A) tot maximaal 55 dB(A) voor geprojecteerde woningen en 60 dB(A) voor bestaande woningen Bij wijziging zone, in geval niet reeds eerder een hogere waarde is vastgesteld 50 dB(A) 55 dB(A) voor geprojecteerde woningen 60 dB(A) voor bestaande woningen Geprojecteerde woningen 50 dB(A) 55 dB(A) Woningen aanwezig of in aanbouw 50 dB(A) 60 dB(A) Andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen 50 dB(A) 55 dB(A) voor geluidsgevoelige terreinen en andere gezondheidszorggebouwen, 60 dB(A) voor onderwijsgebouwen,
kenhuizen of verpleeghuizen BIJLAGE 5A. OVERZICHT STROOM- EN GEBIEDSONTSLUITINGSWEGEN STROOMWEGEN WEG PLAATS Rijksweg A8 Diverse Rijksweg A7 Diverse N 246 / Kanaalweg Assendelft N 203 (Krommenie-Uitgeest) Krommenie Pr. Bernhardweg Zaandam Thorbeckeweg Zaandam Leeghwaterweg Zaandam GEBIEDSONTSLUITINGSWEGEN WEG PLAATS N 246 Assendelft Noorderveenweg Assendelft Dorpsstraat Assendelft Zaandammerweg Assendelft Saendelverlaan Assendelft WEG PLAATS Provincialeweg N 203 Koog a/d Zaan N 515 (Guisweg) Koog a/d Zaan Verzetstraat Koog a/d Zaan Pinkstraat Koog a/d Zaan Kaarsenmakerstraat Koog a/d Zaan Leliestraat Koog a/d Zaan WEG PLAATS Provincialeweg N 203 Krommenie Padlaan Krommenie Badhuislaan Krommenie Iepenstraat Krommenie Weverstraat Krommenie Eikenlaan Krommenie Rosariumlaan Krommenie Waterjuffer Krommenie Jupiterstraat Krommenie Neptunuslaan Krommenie Ruimtevaartlaan Krommenie Zilverschoonlaan Krommenie Noordervaartdijk Krommenie WEG PLAATS N 246 Westzaan N 515 (Guisweg) Westzaan J.J. Allanstraat Westzaan Zuideinde Westzaan WEG PLAATS N 246 Wormerveer Provincialeweg N 203 Wormerveer Prinses Irene Brigadeweg Wormerveer Zuideinde Wormerveer Zaanweg Wormerveer Noordeinde (Marktstraat- Kerkstraat) Wormerveer Kerkstraat Wormerveer Westerstraat Wormerveer Lindenlaan Wormerveer WEG PLAATS Dr. J.M. den Uylweg Zaandam Provincialeweg N 203 Zaandam Leeghwaterweg Zaandam Ramsbeek Zaandam Waal Zaandam Rijn Zaandam Dr. H.G. Scholtenstraat Zaandam Heijermansstraat Zaandam H.Gerhardstraat Zaandam Kepplerstraat Zaandam Wibautstraat Zaandam Vermiljoenweg Zaandam De Weer Zaandam P.J. Troelstralaan Zaandam Zuidervaart Zaandam Poelenburg Zaandam Weerpad Zaandam Watering Zaandam Twiskeweg Zaandam Koningin Julianaweg Zaandam Pr. Bernhardweg Zaandam Vincent van Goghweg Zaandam Albert Heijnweg Zaandam Houtveldweg Zaandam De Wildeman Zaandam De Glazenmaker Zaandam Noorder IJ en Zeedijk Zaandam Paltrokstraat Zaandam Veldbloemenweg Zaandam Westzijde Zaandam Peperstraat Zaandam Sav. Lohmanstraat Zaandam De Binding Zaandam WEG PLAATS Provincialeweg N 203 Zaandijk Guisweg Zaandijk Fortuinweg Zaandijk BIJLAGE5BKAART STROOM- EN GEBIEDSONTSLUITINGSWEGEN BIJLAGE6KAART GEBIEDSTYPERING 'DANSEN OP HET VEEN'
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.