← Nederland

Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen Oldebroek (Oldebroek)

Nr. 194978 Het college van burgemeester en wethouders van Oldebroek; besluit vast te stellen de volgende regeling: Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen Oldebroek

  1. Artikel1Begripsbepalingen Onder heffingsambtenaar wordt verstaan: de gemeenteambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet. Onder invorderingsambtenaar wordt verstaan: de gemeenteambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel c, van de Gemeentewet. Artikel2Algemene bepalingen
  2. Deze regeling geeft uitvoering aan: de Algemene wet inzake rijksbelastingen: de artikelen 6, 7, 8, 13 en 14; de Invorderingswet 1990: artikel 31; de Gemeentewet: de artikelen 160, eerste lid, onderdeel b, 231, tweede lid, onderdeel a en derde lid, en artikel 237; de Algemene wet bestuursrecht: artikel 4:81; het artikel in de belastingverordeningen van de gemeente Oldebroek, waarin aan het college de bevoegdheid is toegekend nadere regels te geven over de heffing en de invordering van de verschillende gemeentelijke belastingen.
  3. Voor de toepassing van deze regeling worden rechten aangemerkt als gemeentelijke belastingen.
  4. De op andere wijze geheven gemeentelijke belastingen zoals bedoeld in artikel 233 van de Gemeentewet, worden voor de toepassing van deze regeling aangemerkt als via aanslag geheven belastingen. Artikel 3 is niet van toepassing voor deze gemeentelijke belastingen. Artikel3Aangifte De belastingplichtige voor: de toeristenbelasting; de hondenbelasting; de rioolheffing; de forensenbelasting; de precariobelasting voor buizen, kabels, draden of leidingen; aan wie niet binnen zes maanden na het belasting- of kalenderjaar een aangiftebiljet is uitgereikt of een aanslag is opgelegd, moet binnen een maand na die zes maanden bij de heffingsambtenaar schriftelijk om een aangiftebiljet verzoeken.
  5. Een door de heffingsambtenaar aan de belastingplichtige toegestuurd aangiftebiljet of afmeldingsformulier moet de belastingplichtige binnen twee weken na de verzenddatum hiervan volledig ingevuld en met de gevraagde stukken terugsturen naar de heffingsambtenaar, tenzij de heffingsambtenaar hiervoor een andere termijn stelt.
  6. Als de belastingplicht voor de hondenbelasting in de loop van het belastingjaar begint of het aantal honden dat door de belastingplichtige wordt gehouden wijzigt, moet de belastingplichtige hiervan binnen twee weken nadat de belastingplicht is ontstaan of gewijzigd, aan de heffingsambtenaar mededeling doen via een aangiftebiljet of afmeldingsformulier.
  7. Als formulier voor het aangiftebiljet toeristenbelasting worden de volgende modellen vastgesteld: a. voor opgave van een schatting van het aantal overnachtingen: bijlage TB1; b. voor opgave van het werkelijk aantal overnachtingen: bijlage TB
  8. Aangifte of afmelding voor de hondenbelasting kan digitaal of schriftelijk gebeuren. Als formulier voor schriftelijke aangifte of afmelding voor de hondenbelasting worden de volgende modellen vastgesteld: a. voor aangifte: bijlage HB1; b. voor afmelding: bijlage HB
  9. Als formulier voor het aangiftebiljet rioolheffing wordt het model volgens bijlage RIO vastgesteld.
  10. Als formulier voor het aangiftebiljet forensenbelasting wordt het model volgens bijlage FOR vastgesteld.
  11. Als formulier voor het aangiftebiljet precariobelasting voor buizen, kabels, draden of leidingen wordt het model volgens bijlage PREC vastgesteld.
  12. Volgens het bepaalde in artikel 8 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen moeten de in het aangiftebiljet gevraagde gegevens duidelijk, stellig en zonder voorbehoud worden ingevuld. Het aangiftebiljet wordt ondertekend en met de daarbij gevraagde stukken ingeleverd of toegezonden. Artikel4Gebruik nachtverblijfregister voor de heffing van toeristenbelasting Bij de vaststelling van de juistheid van de gegevens voor de heffing van toeristenbelasting kan de heffingsambtenaar het door belastingplichtige bijgehouden nachtverblijfregister raadplegen. Artikel5Voorlopige aanslag De heffingsambtenaar legt een voorlopige aanslag op, als het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld dat naar zijn mening rechtvaardigt. De bepaling van het bedrag van een voorlopige aanslag die wordt vastgesteld in het tijdvak waarover de belasting wordt geheven, of na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan kan: voor de precariobelasting voor buizen, kabels, draden of leidingen en de rioolheffing gebeuren op grond van de gegevens die zijn gebruikt voor de vaststelling van de meest recente belastingaanslag over, of met betrekking tot het meest recente tijdvak of kalenderjaar; voor de toeristenbelasting gebeuren op grond van het gemiddelde van de gegevens die zijn gebruikt voor de vaststelling van de meest recente belastingaanslag over elk van de twee voorafgaande jaren.
  13. Ten aanzien van lid 2 geldt dat op benaderende wijze rekening kan worden gehouden met wijzigingen in de wettelijke bepalingen over de heffing van de gemeentelijke belasting en met andere wijzigingen die voor de heffing van de gemeentelijke belasting van belang kunnen zijn. Als de belastingplichtige kan aantonen dat het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld lager is dan het volgens lid 2 berekende bedrag, wordt de voorlopige aanslag gesteld op dit lagere bedrag. Artikel6Betaling Als girale betaling bezwaarlijk is, als bedoeld in artikel 4:90, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, bepaalt de invorderingsambtenaar plaats, tijdstip en wijze waarop contante betaling kan plaatsvinden. Artikel7Rente Bij de invordering van de gemeentelijke belastingen is de ministeriële regeling met betrekking tot betalingskorting en invorderingsrente van toepassing (artikel 31 van de Invorderingswet 1990). In afwijking van de in het eerste lid bedoelde regeling wordt geen invorderingsrente in rekening gebracht als deze in totaal een bedrag van € 23,00 niet te boven gaat. Artikel8Inwerkingtreding en citeertitel
  14. De 'Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen Oldebroek 2014' en de modellen voor het aangiftebiljet toeristenbelasting, hondenbelasting, rioolheffing, forensenbelasting en precariobelasting, vastgesteld op 10 december 2013 worden ingetrokken met ingang van 1 januari
  15. Die regeling en de bijbehorende modellen blijven echter wel van toepassing op de periode voor die datum. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari
  16. Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 16 december
  17. , burgemeester mr. A. Hoogendoorn , secretaris drs. B. Brand MCM

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.