Notitie Maatschappelijke stages in Heemstede per 2009 Notitie Maatschappelijke stages in Heemstede per 2009 Een onderdeel van het beleidsprogramma van het kabinet Balkenende IV is het voornemen om met ingang van het schooljaar 2011/2012 een maatschappelijke stage als een verplicht onderdeel van het lesprogramma van het voortgezet onderwijs (VO) in te voeren. Elke middelbare scholier die vanaf 2011 in het VO instroomt, zal gedurende zijn middelbare schoolloopbaan een maatschappelijke stage van minimaal 72 uur moeten volgen. Doel van de maatschappelijke stage is dat alle jongeren tijdens hun schooltijd kennis maken met én een onbetaalde bijdrage leveren aan de samenleving. Tot het schooljaar 2011/2012 kunnen scholen zich voorbereiden op en experimenteren met de maatschappelijke stage. Er zijn diverse partijen betrokken bij maatschappelijke stages: leerlingen, scholen, stagebieders (organisaties en verenigingen), gemeenten en bemiddelaars. In deze notitie wordt allereerst een algemene toelichting op de rol van alle betrokkenen gegeven. Vervolgens wordt deze rol voor Heemstede beschreven. Na een paragraaf over de financiën en conclusies sluit de notitie af met een voorstel voor de invulling van de rol van de gemeente. 1. Algemene toelichting: rollen en verantwoordelijkheden Leerlingen In de eerste plaats is het aan de leerling zelf om een stageplek te zoeken. De ideale stageplek sluit aan bij de interesses en de capaciteiten van de leerling. Het is niet de bedoeling dat de stageplek in het verlengde ligt van de eventuele beroepskeuze van de scholier. Het gaat er juist om dat jongeren ervaren hoe het is om een onbetaalde bijdrage te leveren aan de samenleving. Vanuit deze ervaring is de stap richting vrijwilligerswerk in de toekomst kleiner. Scholen De school begeleidt de leerling tijdens de stage en zorgt ervoor dat leerlingen die zelf geen stageplek vinden toch geplaatst worden. Daarnaast draagt de school de eindverantwoordelijkheid voor de stage als het gaat om het borgen van het leerrendement en de begeleiding. Dat kan bijvoorbeeld door met de leerling een stageplan op te stellen. Daarin staat wat de leerling gaat doen op de stageplek, hoe de begeleiding op de stageplek eruit ziet en welke afspraken er rond de veiligheid van de leerling zijn gemaakt. Scholen krijgen van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen geld voor de organisatie (inclusief bemiddeling) van maatschappelijke stages. Dit bedrag loopt op van € 48 per leerling in 2009, tot € 105 per 2011. Stageaanbieder Stages kunnen op diverse plekken gevonden worden. Ook in sectoren die niet direct op het netvlies staan. Denk bijvoorbeeld niet alleen aan het eten rondbrengen in het verzorgingshuis, maar ook aan het organiseren van buurtactiviteiten, wijksportdagen en begeleiding van de avondvierdaagse. Of het trainen van de F-jes van een voetbalteam. Wel zal de stageaanbieder moeten investeren in de begeleiding van de leerlingen, terwijl hiervoor geen specifieke middelen beschikbaar worden gesteld. Gemeenten De rol van gemeenten is vastgelegd in een convenant dat op landelijk niveau is afgesloten tussen het rijk en de VNG. Op basis van dit convenant ontvangen gemeenten extra middelen in het gemeentefonds. Aan gemeenten wordt er geld beschikbaar gesteld om de lokale ondersteuning- structuur voor vrijwilligerswerk te versterken. Gemeenten met VO-scholen ontvangen daarnaast middelen voor een effectieve bemiddelings- en ondersteuningsinfrastructuur voor maatschappelijke stages en vrijwilligerswerk. Gemeenten hebben naast een faciliterende en stimulerende rol ook de rol van stagebieders. Bemiddelaars Als een scholier zelf zijn stageplek vindt, is er geen rol weggelegd voor een bemiddelaar. In veel gevallen zal er echter wel behoefte zijn aan iets of iemand waar vraag en aanbod bij elkaar komen. Deze rol is niet per definitie aan een bepaalde instelling gekoppeld. Scholen zouden zelf als bemiddelaar kunnen optreden maar het is ook denkbaar dat de gemeente of een vrijwilligerscentrale deze functie vervult. Tot het schooljaar 2011/2012 kunnen scholen zich voorbereiden op en experimenteren met de maatschappelijke stage. Tevens zijn er landelijke pilots. De evaluatie van de pilots moet antwoord geven op de vragen: lukt het scholen om al hun leerlingen stage te laten lopen? Zijn er voldoende stageplaatsen? Waar lopen scholen, bemiddelaars, begeleiders en stagebieders in de praktijk tegen aan? 2. Heemsteedse situatie Scholen De Heemsteedse scholen voor voortgezet onderwijs zijn twee jaar geleden beide op eigen wijze gestart met de maatschappelijke stage. Haemstede Barger Deze school maakt gebruik van Codename Future. Dit is een organisatie die onder andere jongerenprojecten uitvoert voor de overheid, maatschappelijke organisaties en bedrijven. Codename Future heeft de maatschappelijke stages voor de Haemstede Barger de afgelopen twee schooljaren ingevuld via een themaweek. Vorig schooljaar was het thema “armoede dicht bij huis”. 115 leerlingen van de derde klas liepen stage bij de Voedselbank Haarlem. Ze werden ingeschakeld bij het samenstellen van de voedselpakketten en organiseerden activiteiten om geld in te zamelen. De school is zeer tevreden over de samenwerking met Codename Future, maar is zich er wel van bewust dat de maatschappelijke stage vanaf 2011 op een andere wijze ingevuld zal moeten worden. Zo is er in de huidige vorm geen ruimte voor keuzevrijheid voor de leerlingen: alle leerlingen van de derde klas doen verplicht mee aan de themaweek. Daarnaast is het onmogelijk om de stage van 72 uur gedurende één week te lopen. De school signaleert in de voorbereiding op de wettelijke stage de volgende knelpunten/uitdagingen: Hoe combineren we de stage van 72 uur met het lesrooster? Hoe zorgen we voor een goede begeleiding van leerlingen op het stageadres? Dit tweede punt speelt vooral op VMBO-scholen omdat de stagiaires van deze scholen relatief jong zijn. De stage zal over het algemeen niet in het examenjaar plaatsvinden waardoor er “slechts” drie schooljaren overblijven. Naast de leeftijd vraagt het onderwijsniveau ook om meer begeleiding. College Hageveld Ook Hageveld heeft de afgelopen twee schooljaren geëxperimenteerd met de maatschappelijke stages. Hageveld heeft hiervoor samenwerking gezocht met het Steunpunt Vrijwilligerswerk Heemstede (SVH), zijnde een door de gemeente gesubsidieerd project van de Stichting CASCA, en de Vrijwilligerscentrale in Haarlem. Men is tevreden over deze samenwerking. Vorig schooljaar hebben 90 leerlingen van de vierde klas stage gelopen bij diverse instellingen. SVH heeft hiervoor 40 stageplekken geregeld. Net als de Haemstede Barger heeft ook Hageveld ervoor gekozen om de maatschappelijke stages gedurende een bepaalde week in te vullen. Dit was ook mogelijk omdat de stages “slechts” 24 uur duurden. In de toekomst ziet de school mogelijkheden om de leerlingen hierin meer vrijheid te bieden. Dit schooljaar doet Hageveld mee aan een van de - gesubsidieerde - landelijke pilots op het gebied van maatschappelijke stages.,op grond waarvan 120 leerlingen van de vierde klas in maart/april een maatschappelijke stage (MAS) van 30 uur volgen. De school verwacht dat 40% van de leerlingen zelf een stageplek zal vinden. Voor de overige leerlingen maakt de school gebruik van de inzet van het SVH. Heemsteedse stagebieders Op basis van de Heemsteedse leerlingaantallen zullen jaarlijks ongeveer 300 leerlingen stage volgen. Het aantal benodigde stageplekken komt niet overeen met dit aantal omdat een stageplek door meerdere leerlingen benut kan worden. Het aantal Heemsteedse organisaties dat de maatschappelijke stages aanbiedt neemt jaarlijks toe. Op dit moment bieden onder andere de Stichting Jacob, de Hartekamp Groep, de Stichting CASCA, de Wereldwinkel, Scouting Wabo, de Volkstuinvereniging, Radio de Branding, Stichting Sportservice en de Roeivereniging Het Spaarne deel aan de stages. Gelet op het aantal benodigde stageplekken lijkt een verdere toename van het aantal stagebieders echter noodzakelijk. Met name de organisaties die hoofdzakelijk met vrijwilligers werken, wijzen op het knelpunt van het ontbreken van mogelijkheden, c.q. financiën, om de leerlingen op de stageplek te begeleiden. Stichting CASCA: Steunpunt Vrijwilligerswerk Heemstede Sinds 2003 subsidieert de gemeente de Stichting CASCA voor het uitvoeren van (Steunpunt vrijwilligerswerk (SVH), vrijwilligersbijeenkomst - incl. uitreiking vrijwilligersprijs - en vrijwilligerwerk voor jongeren). De subsidie bedraagt in 2009 ruim € 37.000. De totale personele inzet voor de projecten bedraagt 16 uur per week. De Stichting CASCA (via het SVH) is hiernaast gestart met de bemiddeling voor de maatschappelijke stages voor College Hageveld. De kosten van deze bemiddelingsinzet komen voor rekening van College Hageveld. De Stichting CASCA participeert via het Steunpunt Vrijwilligerswerk Heemstede in een provinciaal overleg van vrijwilligerscentrales. Deze hebben gezamenlijk van de provincie een incidentele subsidie ontvangen om een goede structuur voor maatschappelijke stages neer te zetten. Deze structuur bestaat uit het opzetten van een breed vacature-aanbod voor de scholieren en een goede relatie met de scholen en de stagebieders. De Stichting CASCA heeft ervoor gekozen deze incidentele middelen in te zetten voor tijdelijke personele inzet op dit vlak (18 uur per week gedurende een jaar). In het najaar van 2008 heeft SVH het initiatief genomen een lokaal platform maatschappelijke stages bijeen te roepen. In dit platform participeren scholen en stagebieders. 3. Financiën: scholen en gemeente Vanuit het rijk worden aan scholen en gemeenten gelden beschikbaar gesteld voor maatschappelijke stages. Overigens ontvangen de scholen de middelen per schooljaar en de gemeente per kalenderjaar. Voor Heemstede is sprake van de volgende bedragen. 2009 2010 2011 College Hageveld (1300
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.