← Nederland

Verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongeren (Oldebroek)

Verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongeren Nr. De raad van de gemeente Oldebroek; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 29 september 2009; gelet op artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet en artikel 12, eerste lid, onderdeel a van de Wet Investeren in Jongeren; overwegende dat het noodzakelijk is bij verordening regels te stellen aangaande de inhoud van het werkleeraanbod in het kader van de Wet Investeren in Jongeren; B E S L U I T: vast te stellen de Verordening werkleeraanbod Wet Investeren in Jongeren. HOOFDSTUK1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1.Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: wet: de Wet investeren in jongeren; algemeen geaccepteerde arbeid: alle arbeid, niet zijnde arbeid in het kader van de Wet sociale werkvoorziening, die algemeen maatschappelijk aanvaard is en niet indruist tegen de openba-re orde of goede zeden; startkwalificatie: een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder-delen b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk 8 van de Wet op het voortgezet onderwijs; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldebroek. HOOFDSTUK2BELEID EN FINANCIEN Artikel2.Opdracht college Het college biedt jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod, algemeen geaccepteerde arbeid, ondersteuning bij de arbeidsinschakeling of een voorziening gericht op arbeidsinscha-keling aan. Het college kan het werkleeraanbod ook invullen met een combinatie van algemeen geaccep-teerde arbeid, ondersteuning bij de arbeidsinschakeling dan wel één of meerdere voorzienin-gen. In afwijking van het tweede lid kan een werkleeraanbod ook bestaan uit een voorbereidings-periode op een zelfstandig beroep of bedrijf, als bedoeld in artikel 17, zesde lid van de wet. Het college stemt het werkleeraanbod af op de omstandigheden, krachten en bekwaamheden van de jongere, wiens recht op een werkleeraanbod is vastgesteld. Bij de invulling van het werkleeraanbod onderzoekt het college de mogelijkheden en omstandigheden van de jongere. Zij beziet daarbij tevens in hoeverre de wensen van de jongere bij de invulling van het werk-leeraanbod kunnen worden betrokken. Artikel3.Aanspraak op ondersteuning Jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod komen in aanmerking voor ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van het college noodzakelijk geachte en beschikbare voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling. Het college doet een werkleeraanbod dat past binnen de criteria die gesteld zijn in deze veror-dening. Artikel4.Arbeidsinschakeling Het college biedt jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod en naar het oordeel van het college direct inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt in beginsel algemeen geaccepteerde arbeid of ondersteuning bij de arbeidsinschakeling aan. Artikel5.De voorzieningen Onverminderd artikel 4, kan het college jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod, één of meer van de volgende voorzieningen aanbieden: ondersteuning bij een beroep op maatschappelijke opvang of medische zorg; ondersteuning bij maatschappelijke participatie; arbeidsactivering en –toeleiding; sociale activering; stages bij bedrijven of instellingen; opleidingen die de toegang tot de arbeidsmarkt bevorderen; gesubsidieerd werk; nazorg bij arbeidsinschakeling; voorbereidingstrajecten voor zelfstandige arbeid; diagnose-instrumenten; ondersteunende instrumenten, waaronder kinderopvang, schuldhulpverlening, onderzoeken door deskundigen en taal- en beroepsgerichte scholing. Artikel6.Inzet van de voorzieningen Bij de inzet van voorzieningen kiest het college voor voorzieningen die beschikbaar, adequaat en toereikend zijn voor het doel dat wordt beoogd. Het doel van de inzet van voorzieningen is het bevorderen van duurzame arbeidsparticipatie van jongeren door het opdoen van werkervaring, het aanleren van vaardigheden en kennis, het opdoen van werkritme, maatschappelijke participatie dan wel op andere wijze vergroten van persoonlijke en maatschappelijke zelfredzaamheid. Het college vult de voorziening bedoeld in het eerste lid voor de jongere die niet beschikt over een startkwalificatie in met scholing of opleiding die de toegang tot de arbeidsmarkt bevor-dert, tenzij naar het oordeel van het college een dergelijke scholing of opleiding de krachten of bekwaamheden van de jongere te boven gaat of onvoldoende bijdraagt aan vergroting van de kans op arbeidsinschakeling van de jongere. Artikel7.Combinatie arbeid en zorg Onverminderd artikel 17, vierde lid, van de wet, betrekt het college bij de invulling van het werk-leeraanbod de beschikbaarheid van passende kinderopvang, het belang van voldoende scholing en de belastbaarheid van de jongere. Artikel8.Gehandicapten Onverminderd artikel 17, tweede lid, van de wet, stemt het college het werkleeraanbod af op de medische beperkingen van de jongere en draagt zorg voor passende voorzieningen ter ondersteu-ning bij de arbeidsinschakeling. Artikel9.Uitvoering door derden Het college kan in verband met de invulling en uitvoering van het werkleeraanbod afspraken ma-ken met derden, waaronder werkgevers en re-integratiebedrijven, alsmede subsidies verstrekken. Artikel10.Verplichtingen van de jongere Een jongere die gebruik maakt van een voorziening is gehouden te voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Wet structuur uitvoering werk en inkomen, deze verordening, als-mede aan de verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft verbonden. Artikel11.Intrekking werkleeraanbod Het college kan het werkleeraanbod intrekken of herzien, indien wijziging optreedt in de omstan-digheden, krachten of bekwaamheden van de jongere dan wel indien de jongere niet voldoet aan een of meer op hem rustende verplichtingen als bedoeld in hoofdstuk 5 van de wet en hem dit te verwijten valt. Artikel12.Budgetplafond Het college kan een of meer budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen. Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening. HOOFDSTUK3SUBSIDIE EN VERGOEDINGEN Artikel13.Subsidies Het college kan subsidie verlenen aan werkgevers die met een jongere een arbeidsovereen-komst sluiten, als tegemoetkoming in de loonkosten en in de kosten van voorbereiding op een beoogd dienstverband met de jongere. Het college kan nadere regels stellen over de duur van de subsidie, de hoogte, en de verplich-tingen die aan de subsidie worden verbonden. Het college kan een subsidieplafond vaststellen. Op de subsidies bedoeld in dit artikel is de Algemene subsidieverordening van toepassing. Artikel 14 van de Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2008 is van overeenkomsti-ge toepassing. Artikel14.Vergoedingen Het college kan aan een jongere die ten behoeve van de uitvoering van een werkleeraanbod nood-zakelijke kosten maakt, een vergoeding voor die kosten verstrekken. HOOFDSTUK4SLOTBEPALINGEN Artikel15.Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel16.Inwerkingtreding Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 oktober 2009 Artikel17.Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening werkleeraanbod WIJ gemeente Oldebroek Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Oldebroek op 3 november 2009 , voorzitter , griffier

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.