FINANCIËLE VERORDENING De raad van de gemeente Oldebroek besluit, gelet op artikel 212 van de Gemeentewet, vast te stellen: de financiële verordening. 1.Inleidende bepalingen Artikel1.Definities administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Oldebroek en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen, raadsbesluiten en enkele collegebesluiten. doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen. doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde maatschappelijk effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald. product: een samenhangend geheel van goederen, diensten, activiteiten en voorzie-ningen, dat bijdraagt aan het realiseren van een programma, zo mogelijk meetbaar gemaakt in tijd, geld, kwantiteit en kwaliteit. 2.Begroting en verantwoording Artikel2.Programma's De raad stelt de programma-indeling vast. De raad stelt per programma vast: de beoogde maatschappelijke effecten: wat willen we bereiken ? de te leveren producten: wat gaan we daarvoor doen ? de baten en lasten: wat mag het kosten ? Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde producten ter uitvoering van de programma's en de maatschappelijke effecten daarvan, zodat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid kan worden getoetst. Artikel3.Paragrafen De raad kan, aanvullend op wat in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten verplicht is gesteld, beheersmatige onderwerpen vaststellen die in de paragrafen worden behandeld. De raad kan het college verzoeken het beleid met betrekking tot een paragraaf of onderdeel daarvan uiteen te zetten in een afzonderlijke beleidsnota. Artikel4.Financiële begroting Het college draagt er zorg voor dat de baten en lasten van al het beleid waartoe het gemeentebestuur heeft besloten in de financiële begroting zijn opgenomen. De programma’s, het onderdeel algemene dekkingsmiddelen en de financiële begroting geven inzicht in de financiële gevolgen van het beleid voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar. Het college geeft in de productenraming en productenrealisatie uitvoeringsinformatie op productniveau met betrekking tot de onderwerpen waarvoor de raad in de programma's het beleid op hoofdlijnen heeft vastgesteld. De productenraming wordt meerjarig opgezet en dient aan te sluiten op de programma’s. De raad autoriseert met het vaststellen van de financiële begroting de daarin opgenomen investeringskredieten. Artikel5.Planning en controlcyclus Het college stelt jaarlijks na overleg met de griffie in de maand oktober de planning van de volgende aan de raad aan te bieden stukken vast: de programmabegroting en de financiële (meerjaren)raming, de tussentijdse rapportages, het jaarverslag en de jaarrekening, de voorjaarsnota en de najaarsnota. In de voorjaarsnota worden de kaders voor het volgende begrotingsjaar en de drie opeenvolgende jaren opgenomen en worden de bevindingen uit tussentijdse rapportages en de jaarrekening van het vorige begrotingsjaar meegenomen. Artikel6.Autorisatie begroting en begrotingswijzigingen De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale lasten en de totale baten per programma en het overzicht algemene dekkingsmiddelen. Naar aanleiding van tussentijdse rapportages over de uitvoering van de begroting en nieuwe onderwerpen doet het college voorstellen voor wijziging van de geautoriseerde budgetten. Op begrotingswijzigingen is de door de raad vastgestelde regeling 'procedure begrotingswijzigingen' van toepassing. Artikel7.Tussentijdse rapportage Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting. De rapportages geven een uiteenzetting over de uitvoering en gewenste bijstelling van het beleid en een overzicht van het verloop van baten en lasten per programma en de algemene dekkingsmiddelen. De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de indeling van de programmabegroting. In de tussentijdse rapportage worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van programma's en investeringskredieten in de begroting groter dan 10% met een minimum van € 2.500 toegelicht. Artikel8.Jaarstukken Het college legt verantwoording af over de realisering van de begroting. In de verantwoording geeft het college per programma aan: wat is bereikt; welke producten zijn geleverd: wat is gedaan wat de kosten zijn. De raad bepaalt aan de hand van de jaarstukken of de beleidsdoelen van de programma’s bijstelling behoeven en of de inhoud van de paragrafen moet worden aangepast. 3.Financieel beleid Artikel9.Waardering & afschrijving vaste activa Activeren Het minimumbedrag voor het activeren van een investering is € 20.000,--. De kosten van het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio worden direct ten gunste of ten laste van het resultaat gebracht in het jaar van het afsluiten van de geldlening. Waarderen Bijdragen van derden worden direct in mindering gebracht op zowel investeringen met economisch nut als op investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. Op investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut worden de ten behoeve van deze investeringen gereserveerde bedragen in mindering gebracht. Dit dient te gebeuren door de uitgave voor de investering als exploitatielast op te nemen in het programma waar deze last thuis hoort. Ter dekking van de last vindt bij resultaatbestemming de onttrekking aan de reserve plaats. Als voor investeringen met een economisch nut een reserve is opgebouwd, kunnen onttrekkingen aan deze reserve via resultaatbestemming plaats hebben ter dekking van de jaarlijkse kapitaallasten. Afschrijven Met het afschrijven wordt begonnen in het jaar waarin het kapitaalgoed gereed is gekomen of is verworven. Op de waarde van gronden wordt niet afgeschreven, met uitzondering van de waarde van gronden van begraafplaatsen. Indien de boekwaarde van een investering op 1 januari van het dienstjaar € 20.000,-- of lager is, vindt een extra afschrijving plaats zodat de boekwaarde op € 0,00 komt. Bij het bepalen van de hoogte van de afschrijvingen wordt geen rekening gehouden met een eventuele restwaarde van het nieuwe actief. Geactiveerde kosten worden lineair afgeschreven. Bij investeringen met economisch nut wordt de componentenbenadering toegepast; dat houdt in dat verschillende samenstellende delen van een actief afzonderlijk worden afgeschreven op basis van het individuele waardeverloop van de delen. Afschrijvingstermijnen: Van toepassing zijn de termijnen zoals deze zijn opgenomen in de volgende beheerplannen: Beheer openbare ruimte wegen bewegwijzering rioleringsplan waterplan openbare verlichting groenplan begraafplaatsen speelvoorzieningen Gebouwen Onderwijshuisvesting Welzijnsgebouwen Zwembad Brandweerkazernes Gemeentewerf Gemeentehuis Aula's begraafplaatsen Buitensportaccommodaties Materieel Materieel buitendienst Meubilair / inventaris gemeentehuis Automatisering Gemeente I&A-plan Voor het overige zijn de volgende afschrijvingstermijnen van toepassing: Abri's 15 jaar Afrasteringen 10 jaar Fietspaden 25 jaar Gebouwen 40 jaar Hekwerken 15 jaar Kosten van onderzoek en ontwikkeling 5 jaar Stemmachines 10 jaar Stroomkasten (markten) 10 jaar Wegreconstructies (eenvoudige) 5 jaar Wegreconstructies / Verkeersmaatregelen (ingrijpende) 25 jaar Artikel10.Reserves en voorzieningen Het college biedt op eigen initiatief of op verzoek van de raad, een nota reserves en voorzieningen aan de raad aan. Het instellen, opheffen en herschikken van reserves en voorzieningen vindt alleen plaats met expliciete toestemming van de raad. De raad besluit tot toevoegingen en onttrekkingen aan reserves / voorzieningen via vaststelling van de programmabegroting of op voorstel van het college via apart raadsbesluit. Het aantal reserves en voorzieningen wordt zoveel mogelijk beperkt. Bij het instellen van een reserve of voorziening wordt tenminste de ontstaansreden, de gewenste omvang (boven- en ondergrens), de reden van toevoegingen en onttrekkingen aan de reserve of voorziening en de reden van opheffing aangegeven. Na realisatie van de bestemming wordt de reserve / voorziening opgeheven. Restant saldi worden verrekend met de algemene reserve. Reserves en voorzieningen mogen geen negatief saldo hebben. Bij het opstellen van de jaarrekening worden negatieve saldi aangevuld vanuit de algemene reserve. Bij de volgende jaarrekening(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.