1Uitgangspunten Integer handelen is niet alleen te vatten in regels, voorschriften en deze Gedragscode. Het gaat ook om de uitgangspunten die voor dat handelen worden gehanteerd. Daarom worden eerst de waarden genoemd die een politiek ambtsdrager als toetssteen moet gebruiken om zijn handelen aan te meten.
2Bepalingen De uitgangspunten die zijn genoemd in
I worden nu uitgewerkt in een algemeen toetsingskader voor bestuurlijk handelen.
Onder bestuurder wordt verstaan: burgemeester of wethouder.
Een politiek ambtsdrager doet opgave van zijn financiële belangen in ondernemingen en organisaties waarmee de gemeente zakelijke betrekkingen onderhoudt. De opgave is openbaar en door derden te raadplegen.
Een politiek ambtsdrager vervult geen nevenfuncties die strijdig kunnen zijn met het belang van de gemeente.
Een politiek ambtsdrager gaat zorgvuldig en correct om met de informatie waar hij uit hoofde van zijn functie over beschikt. Hij maakt daarbij aan derden duidelijk wat zijn functie is.
Een politiek ambtsdrager is zich voortdurend bewust van zijn positie ten opzichte van zijn omgeving. Als hij (met inachtneming van lid 2 en 3) geschenken aanneemt, aanbiedingen of uitnodigingen aanvaardt, zal hij te allen tijde voorkomen dat zijn onafhankelijke positie daardoor wordt beïnvloed of de schijn daarvan wordt gewekt.
Een politiek ambtsdrager declareert geen kosten die al op een andere wijze worden vergoed.
Een bestuurder die het voornemen heeft om uit hoofde van zijn functie een verre reis (is meer dan 250 kilometer vanaf Woerden) te maken, heeft toestemming nodig van het college.
Gebruik van gemeentelijke eigendommen voor privédoeleinden is niet toegestaan.
Wanneer een politiek ambtsdrager klachten heeft over de integriteit van een bestuurder, raadslid, fractieassistent of ambtenaar, bespreekt hij deze met de burgemeester.
In gevallen waarin de Gedragscode niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het presidium dan wel het college. 2. Deze verordening treedt in werking de dag nadat deze is bekend gemaakt en kan worden aangehaald als ”Gedragscode politiek ambtdragers”. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 29 maart 2012, de griffier, de voorzitter, E.M. Geldorp mr. H.W. SchmidtNota-toelichting Artikelsgewijze toelichtingArtikel 2 BelangenverstrengelingDit artikel is de uitwerking van het uitgangspunt onafhankelijkheid.Om te voorkomen dat belangenverstrengeling ontstaat of de schijn daarvan gewekt wordt, is in dit artikel een aantal concrete normen vastgelegd.In het eerste lid is vastgelegd dat een politiek ambtsdrager zijn financiële belangen in ondernemingen en organisaties meldt. Bij een financieel belang moet gedacht worden aan het zijn van eigenaar, aandeelhouder, of stille vennoot van een bedrijf. Niet alle financiële belangen hoeven te worden gemeld. Het gaat alleen om die bedrijven waarmee de gemeente zakelijke betrekkingen onderhoudt.De gemelde financiële belangen worden openbaar gemaakt, op dezelfde wijze als nevenfuncties openbaar worden gemaakt.Het tweede lid schrijft voor dat een bestuurder de gemeente niet mag vertegenwoordigen in onderhandelingen en zakelijke gesprekken zonder een ambtenaar aan zijn zijde. Zou een bestuurder dergelijke gesprekken alleen voeren dan is hij kwetsbaar voor suggesties van bevoordeling. Dat voorgesteld wordt een ambtenaar aanwezig te laten zijn, is daarom ter bescherming van de bestuurder.Het derde en vierde lid lijken vanzelfsprekend, maar worden toch nadrukkelijk vastgelegd. Normen en waarden die verband houden met integriteit zijn er immers niet alleen voor een politiek ambtsdrager om de grenzen aan te geven, maar ook voor de burger. Het derde lid is streng geformuleerd: ook wanneer een politiek ambtsdrager van mening is dat hij zijn persoonlijke betrekkingen goed kan scheiden van zijn verantwoordelijkheid als lid van het gemeentebestuur, moet hij zich toch onthouden van stemming. De schijn van belangenverstrengeling kan ook schadelijk zijn voor de gemeente, maar ook voor de politiek ambtsdrager zelf.Artikel 3 NevenfunctiesIn artikelen 12, 41b en 67 van de Gemeentewet worden regels gesteld over nevenfuncties. Deze bepaling is een aanvulling op de wet. Transparantie over nevenfuncties is belangrijk in het kader van de uitgangspunten onafhankelijkheid en dienstbaarheid. Het dienen van het gemeentelijk belang wordt zo belangrijk geacht, dat dit de eerste prioriteit moet zijn van al diegenen die deel uitmaken van het gemeentelijk bestuur. Daarom bevat lid 1 de regel dat een nevenfunctie van een politiek ambtsdrager niet strijdig mag zijn met het belang van de gemeente. Nevenfuncties die een politiek ambtsdrager al vervult op het moment dat hij aantreedt moeten worden gemeld middels de geloofsbrieven. Wil een bestuurder of raadslid gedurende zijn termijn een nevenfunctie aanvaarden, die niet uit hoofde van zijn ambt vervuld moeten worden, dan dient hij dit eerst te bespreken in het college respectievelijk de raad. Er kan dan collectief een afweging worden gemaakt of de nevenfunctie verenigbaar is met het dienen van het gemeentelijk belang.In aanvulling op de Gemeentewet wordt niet alleen gevraagd dat alle nevenfuncties gemeld worden, maar ook dat daarbij wordt aangegeven of deze bezoldigd zijn. Hiermee wordt aangesloten op de landelijke discussie over bijverdiensten van bestuurders. Er wordt overigens niet gevraagd aan te geven hoeveel er verdiend wordt, maar alleen of de nevenfunctie bezoldigd is.De Gemeentewet schrijft voor dat nevenfuncties openbaar gemaakt worden. Naast de ter inzage legging op het gemeentehuis zal er tevens op internet een pagina worden ingericht waar dit te raadplegen is.Lid 3 bevat een aanvulling op de Gemeentewet die wel aangeeft wat er met de verdiensten van zogenaamde qualitate qua functie moet gebeuren, maar niets regelt over de kosten die in dat verband gemaakt worden.Artikel 4 InformatieIn dit artikel worden de uitgangspunten openheid en betrouwbaarheid uitgewerkt. Een politiek ambtsdrager beschikt uit hoofde van zijn functie over veel informatie. De overheid dient transparant en open te werken, daarom schrijft de Wet openbaarheid van bestuur voor dat in beginsel alle bestuurlijke informatie openbaar is. Tegelijkertijd geeft die wet ook ruimte informatie vertrouwelijk te behandelen als de privacy daardoor geschonden wordt of in die wet genoemde belangen zich tegen openbaarmaking verzetten. Op dit snijvlak moet een politiek ambtsdrager zich bewegen en dat is niet altijd gemakkelijk. Daar geeft de gedragscode een handvat.Voorop staat dat bestuurlijke informatie in principe openbaar is. Informatie die een burger of bedrijf verstrekt, in bijvoorbeeld een zakelijk gesprek of onderhandeling, valt niet onder bestuurlijke informatie en moet daarom vertrouwelijk behandeld worden. In ieder geval is het niet de bedoeling dat een politiek ambtsdrager informatie, die hij uit hoofde van zijn functie heeft, gebruikt buiten zijn functie.Artikel 5 Geschenken en uitnodigingenDoor een geschenk of uitnodiging te aanvaarden kan een politiek ambtsdrager zijn onafhankelijkheid verliezen. Een bedrijf dat bijvoorbeeld een uitnodiging voor een golfclinic verstuurt of een kistje wijn laat bezorgen doet dat om de relatie met de gemeente of die bestuurder of dat raadslid te versterken.Zo bezien moet ieder geschenk en elke uitnodiging met de nodige zorgvuldigheid beoordeeld worden. Of die politiek ambtsdrager zich daardoor daadwerkelijk laat beïnvloeden doet dan minder ter zake; voor de buitenwereld kan al snel het beeld ontstaan dat van beïnvloeding sprake is. Dat beeld is op zichzelf al schadelijk, zowel voor de gemeente als voor de betrokken politiek ambtsdrager.In het eerste lid staat de hoofdregel: de onafhankelijke positie van een politiek ambtsdrager moet worden gewaarborgd. Beïnvloeding en zelfs de schijn daarvan moet worden vermeden. Als een politiek ambtsdrager het aannemen van een geschenk of uitnodiging in dit licht onverstandig acht, zou hij moeten weigeren.Een aanbieding of uitnodiging kan worden gemeld, dit wordt aan de verantwoordelijkheid van de politiek ambtsdrager overgelaten. Bestuurders melden dit bij het college en raadsleden bij het presidium. Een geschenk wordt gemeld wanneer een politiek ambtsdrager twijfelt over het aanvaarden daarvan. De beslissing of het geschenk aanvaard kan worden, wordt dan in het college of het presidium genomen.Artikel 6 DeclaratiesEen raadslid declareert geen kosten bij de gemeente tenzij er vooraf besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. Declaraties worden afgewikkeld volgens een daartoe vast te stellen administratieve procedure. Een declaratie wordt ingediend inclusief een betalingsbewijs en waarbij aangegeven wordt wat de functionaliteit van de uitgave is. De gemeentesecretaris respectievelijk de griffier is verantwoordelijk voor een deugdelijke administratieve afhandeling en registratie van declaraties. Declaraties van bestuurders worden administratief afgehandeld door een daartoe aangewezen ambtenaar.Artikel 7 ReizenEen bestuurder zal uit hoofde van zijn functie geregeld reizen maken. Dat voor dienstreizen gemaakte kosten worden vergoed is terecht, maar er zijn situaties waar gemaakte kosten vragen kunnen oproepen in het kader van integriteit. Daarbij kan gedacht worden aan meereizende partners, of het plakken van vakantie aan een dienstreis. Om deze vragen te voorkomen, worden in dit artikel regels gesteld ten aanzien van het vergoeden van kosten voor reizen. Dit artikel is grotendeels overgenomen van het VNG-model, met uitzondering van het eerste lid. In deze gedragscode staat te lezen dat een bestuurder die het voornemen heeft om uit hoofde van zijn functie een verre reis te maken, toestemming van het college nodig heeft. Een verre reis is daarbij gedefinieerd als verder dan 250 km vanaf Woerden. Het VNG-model spreekt alleen over buitenlandse reizen, daarmee wordt echter miskent dat vanaf Woerden bepaalde bestemmingen in het buitenland dichterbij zijn dan Nederlandse bestemmingen. Met het noemen van een bepaalde afstand wordt deze discussie vermeden.Een verre reis vereist toestemming van het college. Een reis dichtbij, hoeft dus niet aan het college voorgelegd te worden, tenzij deze reis door derden wordt betaald. Om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen, moeten reizen die door derden worden betaald altijd worden gemeld. Een bestuurder laat zich in principe alleen vergezellen door ambtenaren. Reist een derde mee, dan vergoedt de gemeente niet de kosten van die derde. Daarnaast is toestemming van het college daarvoor vereist. Ook voor het verlengen van een dienstreis met vakantie vereist de toestemming van het college. De kosten daarvan worden evenmin vergoed.Artikel 8 Gebruik gemeentelijke eigendommenDe hoofdregel is dat privégebruik van gemeentelijke eigendommen is verboden. Met deze regel wordt een duidelijk signaal afgegeven, niet alleen naar de burger, maar ook naar de ambtelijke organisatie.De reden voor deze strikte regeling is het bewustzijn van de bijzondere positie als politiek ambtsdrager en ambtenaar dat de gemeente het belastinggeld van de burger uitgeeft. Het vertrouwen van de burger mag niet geschaad worden dat deze middelen voor andere doeleinden aangewend worden.Alleen bij nadere voorschriften kunnen uitzonderingen op deze hoofdregel worden vastgelegd.Artikel 9 KlachtenEen politiek ambtsdrager kan klachten die hij heeft over het niet-integer handelen van een andere bestuurder, raadslid of ambtenaar bij de burgemeester onder de aandacht brengen. Als de klacht daar aanleiding toe geeft kan een ambtenaar disciplinaire maatregelen worden opgelegd.De burgemeester is echter niet bij machte maatregelen te treffen tegen niet-integere bestuurders of raadsleden, daarom is in het vijfde lid bepaald dat de burgemeester klachten kan bespreken in het college, als het gaat om een bestuurder, of in de raad, als het gaat om een raadslid.Klachten over de burgemeester zelf kunnen worden besproken met de plaatsvervangend voorzitter van de raad.Een burger die klachten heeft over het niet integer handelen van een ambtenaar, kan zijn klacht via de reguliere klachtenregeling indienen bij de klachtencoördinator van de gemeente. Besluitvorming vindt dan plaats in het college.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.