MarktverordeningDe raad van de gemeente Oldebroek; gelezen het voorstel van het college van 6 november 2007; gelet op artikel 147, eerste lid, en artikel 149 van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de Marktverordening Paragraaf1Algemene bepalingen Artikel1- Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: markt: de door het college ingestelde warenmarkt; college: het college van burgemeester en wethouders; standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel; vaste standplaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder; dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghou-der, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen; standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een arti-kel. standwerkersplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken; vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats; anciënniteitslijst: de lijst van vergunninghouders van een vaste standplaats; marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het college. Artikel2- Inrichting van de markt; branche-indeling Het college bepaalt ten aanzien van de markt: het aantal standplaatsen; de afmetingen van de standplaatsen;c. de opstelling en indeling van de markt;d. welke standplaatsen worden toegewezen als vaste standplaats en als standwerkers-plaats. Het college kan voor de markt vaststellen: een lijst met artikelengroepen of branches; een maximum aantal vierkante meters (m2) per branche. Artikel3- De marktcommissie Er is een marktcommissie, ter behartiging van de belangen betreffende de markt, die inzake marktaangelegenheden van algemene aard door het college wordt geraadpleegd. Het college kan nadere regels stellen bij welke besluiten en handelingen de markt-commissie wordt betrokken. Artikel4- Nadere regels Het college is bevoegd regels te stellen betreffende het bepaalde in deze verordening. Artikel5- Voorschriften en beperkingen Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een op basis van deze verordening verleende vergunning of ontheffing, ter bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen in acht te nemen. Paragraaf2Vergunningen Artikel6- Standplaatsvergunning Het is verboden een standplaats op een markt in te nemen zonder vergunning van het college. Een standplaatsvergunning is persoonsgebonden en als zodanig niet overdraagbaar aan derden. Artikel7- Vereisten Voor toewijzing van een standplaats komt uitsluitend in aanmerking een handelingsbekwaam natuurlijk persoon die een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend bij het college en die daarbij aantoont dat hij persoonlijk voldoet aan alle publiekrechtelijke verplichtingen op het gebied van bedrijfsuitoefening en bedrijfsorganisatie. Artikel8- Inhoud vaste standplaatsvergunning Een vaste standplaatsvergunning vermeldt in ieder geval: de naam en voornamen, de geboortedatum en -plaats, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder; een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste standplaats met vermelding van het nummer en de afmetingen daarvan; de kraam of andere verkoopmaterialen die de vergunninghouder bij het innemen van de standplaats mag gebruiken; het soort artikelen dat de vergunninghouder mag verhandelen of de branche waartoe de vergunninghouder behoort; de datum waarop aan de vergunninghouder voor het eerst vergunning is verleend en zijn volgnummer op de anciënniteitslijst; dat de vergunninghouder zelf zorg draagt voor de inzameling en afvoer van zijn afval en dat hij zijn standplaats schoon oplevert; de wijze waarop de vergunninghouder zijn elektriciteit betrekt; welke geluidsapparatuur op de standplaats is toegestaan; welke kook-, bak- en verwarmingsapparatuur zijn toegestaan. . Aan de vergunning wordt een middel ter identificatie gehecht. Artikel9- Inschrijving op de anciënniteitslijst Vergunninghouders van vaste standplaatsen worden ingeschreven op een doorlopend genummerde lijst met vermelding van en in volgorde van de datum waarop aan hen voor het eerst een vaste standplaats is toegewezen. Bij deze inschrijving wordt tevens ver-meld de soort artikelen die de vergunninghouder mag verhandelen of de branche waar-toe hij behoort. Artikel10-Toewijzing vaste standplaatsen Met inachtneming van de branche-indeling bepaalt het college, aan wie de standplaats wordt toegewezen. Indien voor de toewijzing van een beschikbare vaste standplaats meer aanvragers in aanmerking komen, wordt de standplaats bij voorkeur achtereenvolgens toegewezen aan: de vergunninghouder van een vaste standplaats die aan het college schriftelijk de wens te kennen heeft gegeven van standplaats te willen veranderen, in volgorde van plaatsing op de anciënniteitslijst; degene die zich bij de marktmeester of diens plaatsvervanger heeft aangemeld, naar aanleiding van een in " De Koopman" of een ander door het college aangewezen blad, geplaatste mededeling . Artikel11- Overschrijving vaste standplaatsvergunning In geval van overlijden of blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder kan de vaste standplaatsvergunning worden overgeschreven op de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde partner, de persoon met wie hij duurzaam samenwoonde of op een kind. Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan een medewerker van de vergunninghouder de vergunning voor een vaste standplaats krijgen indien hij ten minste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd. Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder of nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld. Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel. Artikel12- Intrekking vaste standplaatsvergunning Het college trekt een vaste standplaatsvergunning in: op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder; bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van artikel 11 de vergunning wordt overgeschreven. Het college kan een vaste standplaatsvergunning intrekken: indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; indien de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in artikel 7 genoemde vereisten, indien de vergunninghouder niet voldoet aan het innemen van zijn vaste standplaats als bedoeld in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.