← Nederland

Bouwverordening Gemeente Barendrecht (Barendrecht)

Bouwverordening Gemeente BarendrechtDe Gemeenteraad stelt de volgende regeling vast. Hoofdstuk1Inleidende bepalingen Artikel1.1begripsomschrijvingen 1. In deze verordening wordt verstaan onder: bestuu

. Artikel1.3Indeling van het gebied van de gemeente 1.Voor de toepassing van deze verordening geldt als indeling van de gemeente: het gebied binnen de bebouwde kom; het gebied buiten de bebouwde kom. 2.Als gebied binnen de bebouwde kom geldt het gebied, dat op de bij deze verordening behorende kaart als zodanig is aangegeven. Hoofdstuk2De aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen Paragraaf1Gegevens en bescheiden Artikel2.1.1Aanvraag bouwvergunning

. Artikel2.1.2In de aanvraag op te nemen gegevens

. Artikel2.1.3Aanvraag bouwvergunning

. Artikel2.1.4Gegevens met betrekking tot het coördineren van vergunningaanvragen

. Artikel2.1.5Bodemonderzoek 1.Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Woningwet bestaat uit: de resultaten van een recent milieuhygiënisch bodemonderzoek verricht volgens NEN 5740, uitgave 2009, in overeenstemming met het onderzoeksprotocol dat volgt uit figuur 1. (

) Indien op basis van het vooronderzoek aanleiding bestaat te veronderstellen dat asbest, daaronder mede begrepen asbestvezels, -deeltjes of –stof, in de bodem aanwezig is, vindt het onderzoek mede plaats op de wijze als voorzien in NEN 5707, uitgave 2003. 2.De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 2.4, onder d van de Regeling omgevingsrecht geldt niet indien het bouwen betrekking heeft op een bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is aan een bouwwerk als genoemd in het Besluit omgevingsrecht artikelen 2 en 3 van bijlage II. Deze verwijzing geldt niet voor de hoogtebepalingen in het Besluit omgevingsrecht artikelen 2 en 3 van bijlage II. 3.Het bevoegd gezag staat een geheel of gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport bedoeld in artikel 2.4, onder d, van de Regeling omgevingsrecht toe, indien voor toepassing van artikel 2.4.1 bij het bevoegd gezag reeds bruibare recente onderzoeksresultaten beschikbaar zijn. 4.Het bevoegd gezag kan een gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 2.5, onder d van de Regeling omgevingsrecht toestaan voor een bouwwerk met een beperkte instandhoudingstermijn, als bedoeld in artikel 2.23 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.16 van het Besluit omgevingsrecht, indien uit het in NEN 5725, uitgave 2009, bedoelde vooronderzoek naar het historisch gebruik en naar de bodemgesteldheid blijkt, dat de locatie onverdacht is dan wel de gerezen verdenkingen een volledig veldonderzoek volgens NEN 5740, uitgave 2009 niet rechtvaardigen. 5.Indien het bouwen pas kan plaatsvinden nadat de aanwezige bouwwerken zijn gesloopt, dient het bodemonderzoek plaats te vinden nadat is gesloopt en voordat met de bouw wordt begonnen. Artikel2.1.6Overige gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag om bouwvergunning

. Artikel2.1.7Bouwregistratie

. Artikel2.1.8Bijzondere bepalingen omtrent de aanvraag om bouwvergunning woonwagens en standplaatsen

. Paragraaf2Behandeling van de aanvraag om bouwvergunning Artikel2.2.1Ontvangst van de aanvraag

. Artikel2.2.2Samenloop met vrijstelling ruimtelijke ordening

. Artikel2.2.3Bekendmaking van termijnen

. Artikel2.2.4In behandeling nemen en fasering bouwvergunningverlening

. Artikel2.2.5In behandeling nemen en bodemonderzoek

. Artikel2.2.6Kennisgeving van rechtswege verleende bouwvergunning (

) Paragraaf3Welstandstoetsing Artikel2.3.1Welstandscriteria

. Paragraaf4Het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem Artikel2.4.1Verbod tot bouwen op verontreinigde bodem Op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers, mag niet worden gebouwd voorzover dat bouwen betrekking heeft op een bouwwerk: waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven; voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist; en dat de grond raakt, of waarvan het bestaande, niet-wederrechtelijke gebruik niet wordt gehandhaafd. Artikel2.4.2Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen In afwijking van het bepaalde in artikel 2.4.1 en onverminderd het bepaalde in artikel 2.4, onder d, van de Regeling omgevingsrecht, kan het bevoegd gezag voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen, in het geval zij op grond van het in de Regeling omgevingsrecht bedoelde onderzoeksrapport en/of andere bij hen bekende onderzoeksresultaten dan wel op grond van het overeenkomstig het tweede lid van artikel 39 van de Wet bodembescherming goedgekeurde saneringsplan bedoeld in artikel 39, eerste lid, van die Wet van oordeel zijn, dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel maar door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt. Paragraaf5Voorschriften van stedenbouwkundige aard en bereikbaarheidseisen (

) Paragraaf6Voorschriften inzake brandveiligheidinstallaties en vluchtrouteaanduidingen Artikel2.6.1Beginsel inzake brandmeldinstallaties 1.

Artikel2

.6.2Aanwezigheid van brandmeldinstallaties

Artikel2

.6.3Omvang van de bewaking door brandmeldinstallaties 1.

Artikel2

.6.4Kwaliteit van brandmeldinstallaties 1.

Artikel2

.6.5Beginsel inzake ontruimings-alarminstallaties

Artikel2

.6.6Aanwezigheid van ontruimings-alarminstallaties

Artikel2

.6.7Kwaliteit van ontruimingsalarminstallaties

Artikel2

.6.8Beginsel inzake vluchtrouteaanduidingen

Artikel2

.6.9Aanwezigheid van vluchtrouteaanduidingen

Artikel2

.6.10Kwaliteit van vluchtrouteaanduidingen

Artikel2

.6.11Gelijkwaardigheid

Artikel2

.6.12Communicatiesysteem voor publieke hulpverleningsdiensten

Paragraaf7Aansluitplicht op de nutsvoorzieningen Artikel2.7.1Eis tot aansluiting aan de waterleiding (

) Artikel2.7.2Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet (

) Artikel2.7.3Eis tot aansluiting aan het aardgasnet (

) Artikel2.7.3AEis tot aansluiting aan de publieke voorziening voor verwarming (

) Artikel2.7.4Eis tot aansluiting aan de openbare riolering (

) Artikel2.7.5Aansluiting anders dan aan de openbare riolering (

) Artikel2.7.6Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en terreinen (

) Artikel2.7.7Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net van de nutsvoorzieningen (

) Hoofdstuk3De melding Artikel3.1De wijze van melden Artikel3.2Welstandscriteria Hoofdstuk4Plichten tijdens en bij voltooiing van de bouw en bij ingebruikneming van een bouwwerk Artikel4.1Intrekking bouwvergunning bij niet-tijdige start of tussentijdse staking van bouwwerkzaamheden

Artikel4

.2Op het bouwterrein verplicht aanwezige bescheiden (

) Artikel4.3Wijzigingen in gegevens bouwregistratie (

) (

) Artikel4.4Het uitzetten van de bouw (

) Artikel4.5Kennisgeving aan het bouwtoezicht van start van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden (

) Artikel4.6Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen (

) Artikel4.7Bemalen van bouwputten (

) Artikel4.8Veiligheid op het bouwterrein (

) Artikel4.9Afscheiding van het bouwterrein (

) Artikel4.10Veiligheid van hulpmiddelen en het voorkomen van hinder (

) Artikel4.11Bouwafval (

) Artikel4.12Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden (

) Artikel4.13Melden van werken bij lage temperaturen (

) Artikel4.14Verbod tot ingebruikneming (

) Hoofdstuk5Staat van open erven en terreinen, aansluiting op de nutsvoorzieningen en het weren van schadelijk en hinderlijk gedierte Paragraaf1Staat van open erven en terreinen Artikel5.1.1Staat van onderhoud van open erven en terreinen (

) Artikel5.1.2Bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer. Brandblusvoorzieningen (

) Artikel5.1.3Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten (

) Paragraaf2Staat van brandveiligheidinstallaties en vluchtrouteaanduidingen Artikel5.2.1Voorschriften inzake brandveiligheids-installaties en vluchtrouteaanduidingen

. Artikel5.2.2Aanwezigheid van brandveiligheids-installaties in gebouwen, niet zijnde woningen, woongebouwen, logiesverblijven, logiesgebouwen of kantoorgebouwen

. Artikel5.2.3Aanwezigheid van brandveiligheid-installaties in woongebouwen van bijzondere aard

. Artikel5.2.4Aanwezigheid van brandveiligheid-installaties in logiesverblijven en logiesgebouwen

. Artikel5.2.5Aanwezigheid van brandveiligheid-installaties in kantoorgebouwen

. Paragraaf3Aansluiting op de nutsvoorzieningen Artikel5.3.1Eis tot aansluiting aan de waterleiding (

) Artikel5.3.2Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet (

) Artikel5.3.3Eis tot aansluiting aan het aardgasnet (

) Artikel5.3.4Eis tot aansluiting aan de openbare riolering (

) Artikel5.3.5Aansluiting anders dan aan de openbare riolering (

) Artikel5.3.6Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en terreinen (

) Artikel5.3.7Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net van de nutsvoorzieningen (

) Paragraaf4Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid Artikel5.4.1Preventie (

) Hoofdstuk6Brandveilig gebruik (

) Hoofdstuk7Overige gebruiksbepalingen Paragraaf1Overbevolking Artikel7.1.1Overbevolking van woningen (

) Artikel7.1.2Overbevolking van woonwagens (

) Paragraaf2Staken van het gebruik Artikel7.2.1Verbod tot gebruik bij bouwvalligheid (

) Artikel7.2.2Staken van gebruik wegens gebrek aan veiligheid en gebrek aan hygiëne (

) Artikel7.2.3Staken van het gebruik van een woonwagen (

) Paragraaf3Gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen Artikel7.3.1Bepaling aantal personen nachtverblijf In afwijking van het bepaalde in artikel 2.2, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht, wordt het aantal personen bepaald op … (N.B. Hier invullen bij welk gewenst aantal personen de vergunningsplicht geldt). Artikel7.3.2Hinder (

) Paragraaf4Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid Artikel7.4.1Preventie (

) Paragraaf5Watergebruik Artikel7.5.1Verboden gebruik van water (

) Paragraaf6Installaties Artikel7.6.1Gebruiksgereed houden van installaties (

) Hoofdstuk8Slopen Paragraaf1Omgevingsvergunning voor het slopen Artikel8.1.1Omgevingsvergunning voor het slopen (

) Artikel8.1.2Aanvraag sloopvergunning

Artikel8

.1.3In behandeling nemen

Artikel8

.1.4Termijn van beslissing

Artikel8

.1.5Samenloop van slopen en bouwen

Artikel8

.1.6Weigeren omgevingsvergunning voor het slopen (

) Artikel8.1.7Intrekken omgevingsvergunning voor het slopen (

) Paragraaf2Uitzonderingen op het vereiste van een omgevingsvergunning voor het slopen Artikel8.2.1Sloopmelding (

) Artikel8.2.2Overige uitzonderingen op het vereiste van een omgevingsvergunning voor het slopen (

) Paragraaf3Verplichtingen tijdens het slopen Artikel8.3.1Veiligheid op sloopterrein (

) Artikel8.3.2Op het sloopterrein verplicht aanwezige bescheiden (

) Artikel8.3.3Plichten van de houder van de (

) Artikel8.3.4Plichten van degene die sloopt (

) Artikel8.3.5Wijze van slopen, verpakken en opslaan van asbest (

) Artikel8.3.6Plichten ten aanzien van de sloop van tuinbouwkassen

. Paragraaf4Vrij slopen Artikel8.4.1Sloopafval algemeen (

) Hoofdstuk9Welstand Artikel9.1De advisering door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit 1.De advisering over redelijke eisen van welstand is opgedragen aan de Stichting Dorp, Stad & Land, Adviseurs Ruimtelijke Kwaliteit (hierna te noemen Dorp, Stad & Land), die uit haar midden personen voordraagt als lid van de welstandscommissie, hierna te noemen: Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. 2.De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit adviseert over de welstandsaspecten van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het bouwen. 3.De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit baseert haar advies op de in de gemeentelijke welstandsnota genoemde welstandscriteria. Artikel9.2Samenstelling van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit 1.De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit bestaat ten minste uit drie leden, waaronder een voorzitter en een secretaris, die deskundig zijn op het gebied van architectuur, ruimtelijke kwaliteit dan wel cultuurhistorie. Aanvullend kan ten hoogste één lid benoemd worden dat niet verbonden is aan Dorp, Stad & Land. 2.Indien een lid van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit verhinderd is, draagt Dorp, Stad & Land zorg voor een plaatsvervanger met vergelijkbare deskundigheid op het gebied van architectuur, ruimtelijke kwaliteit of cultuurhistorie. Indien een lid benoemd is dat niet verbonden is aan Dorp, Stad & Land, dragen burgemeester en wethouders zelf zorg voor plaatsvervanging. 3.De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit kan slechts adviezen uitbrengen indien ten minste twee leden aanwezig zijn, welke beschikken over deskundigheid op het gebied van welstand. 4.De leden van de commissie zijn onafhankelijk van het gemeentebestuur. Artikel9.3Benoeming en zittingsduur (

) Artikel9.4Jaarlijkse verantwoording De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit stelt jaarlijks een verslag op van haar werkzaamheden voor de gemeenteraad, waarin ten minste aan de orde komt: op welke wijze toepassing is gegeven aan de welstandscriteria uit de welstandsnota; de werkwijze van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit; op welke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen; de aard van de beoordeelde plannen; de bijzondere projecten. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit kan in haar jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien van het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het algemeen en de aanpassing van de gemeentelijke welstandsnota in het bijzonder. Artikel9.5Termijn van advisering 1.De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit brengt het advies over de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen uit binnen vier weken nadat door of namens burgemeester en wethouders daarom is verzocht. 2.De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit brengt het advies over de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, indien deze vergunning betrekking heeft op een deel van een project of wanneer het een gefaseerde aanvraag betreft, uit binnen drie weken nadat door of namens burgmeester en wethouders daarom is verzocht. 3.Burgemeester en wethouders kunnen in hun verzoek om advies de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit een langere termijn dan genoemd in de bovengenoemde leden van dit artikel geven voor het uitbrengen van het welstandsadvies. Een langere termijn kan door burgemeester en wethouders worden gegeven indien de termijn van afdoening van de aanvraag is verlengd met toepassing van artikel 3.9, tweede lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Artikel9.6Openbaarheid van vergaderen en mondelinge toelichting 1.De behandeling van bouwplannen door of onder verantwoordelijkheid van’ de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit is openbaar. Tijdstip en plaats van de vergadering van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit worden tijdig bekendgemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad, een dagblad, nieuwsblad of huis-aan-huisblad, de gemeentelijke internetsite of op een andere geschikte wijze. De agenda voor de vergadering kan op het gemeentehuis worden ingezien. Indien het bevoegd gezag – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doet tot niet-openbare behandeling, dan dient het bevoegd gezag daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. 2.Indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen hierom bij het indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen heeft verzocht, wordt deze door of namens de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit in staat gesteld tot het geven van een toelichting op het bouwplan. 3.In het geval dat het bouwplan in de vergadering van de commissie wordt behandeld en een verzoek tot het geven van een toelichting is gedaan, dient de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een uitnodiging te ontvangen voor de vergadering van de commissie, waarin de aanvraag wordt behandeld. 4.Belanghebbenden hebben in toelichtende zin spreekrecht. Het reglement van orde van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit dat als bijlage 9 bij deze verordening is vastgesteld, voorziet in een procedurele opzet, waarbij er een onderscheid wordt aangebracht in de toelichtende fase en de beraadslagingen. Artikel9.7Afdoening onder verantwoordelijkheid 1. De welstandscommissie kan de advisering over een aanvraag om advies, in afwijking van artikel 9.2, onder verantwoordelijkheid van de commissie overlaten aan een of meerdere daartoe aangewezen leden. Het aangewezen lid of de aangewezen leden adviseren over bouwplannen waarvan volgens hen het oordeel van de welstandscommissie als bekend mag worden verondersteld. 2.In geval van twijfel wordt het bouwplan alsnog voorgelegd aan de welstandscommissie.' Artikel9.8Vorm waarin het advies wordt uitgebracht 1.De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit adviseert schriftelijk. Negatieve adviezen worden gemotiveerd; positieve adviezen alleen als daarom verzocht wordt 2.Zodra het advies wordt uitgebracht, wordt het door of namens burgemeester en wethouders gevoegd bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen. Artikel9.9Uitsluiting van gebieden en categorieën bouwwerken (

) Hoofdstuk10Overige administratieve bepalingen Artikel10.1De aanvraag om woonvergunning (

) Artikel10.2De aanvraag om vergunning tot hergebruik van een ontruimde onbewoonbaar verklaarde woning of woonwagen (

) Artikel10.3Overdragen vergunningen (

) Artikel10.4Overdragen mededeling (

) Artikel10.5Het kenteken voor onbewoonbaar verklaarde woningen en woonwagens alsmede onbruikbaar verklaarde standplaatsen

. Artikel10.6Herziening en vervanging van aangewezen normen en andere voorschriften Het bevoegd gezag is zijn bevoegd om rekening te houden met de herziening en vervanging van de NEN-normen, voornormen, praktijkrichtlijnen en andere voorschriften waarnaar in deze verordening - of in de bij deze verordening behorende bijlagen - wordt verwezen, indien de bevoegde instantie de betrokken norm, voornorm, praktijkrichtlijn of het voorschrift heeft herzien of vervangen en die herziening of vervanging heeft gepubliceerd. Hoofdstuk11Handhaving Artikel11.1Stilleggen van de bouw (

) Artikel11.2Overtreding van het verbod tot ingebruikneming (

) Artikel11.3Stilleggen van het slopen (

) Artikel11.4Onderzoek naar een gebrek (

) Hoofdstuk12Straf-, overgangs- en slotbepalingen Artikel12.1Strafbare feiten (

) Artikel12.2Overgangsbepaling bodemonderzoek (

) Artikel12.3Overgangsbepaling met betrekking tot de staat van open erven en terreinen (

) Artikel12.4Overgangsbepaling (aanvragen om) gebruiksvergunning (

) Artikel12.5Overgangsbepaling sloopmelding (

) Artikel12.6Slotbepaling 1.Deze verordening treedt in werking op de 3de dag na die waarop zij is afgekondigd. 2.Bij de inwerkingtreding van deze verordening

: de bouwverordening, vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 28 juni 1968 en alle daarin aangebrachte wijzigingen; de brandbeveiligingsverordening, vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 29 november 1974 en alle daarin aangebrachte wijzigingen, voor zover deze brandbeveiligingsverordening eisen aan het brandveilig gebruik van bouwwerken stelt. 3.Deze verordening kan worden aangehaald als 'bouwverordening'. ArtikelBOvergangsbepalingen Op een aanvraag om bouwvergunning, ontheffing of toestemming anderszins, die is ingediend vóór het tijdstip waarop deze wijzigingsverordening van kracht wordt en waarop op genoemd tijdstip nog niet is beschikt, zijn de bepalingen van de bouwverordening van toepassing, zoals die luidden vóór de onderhavige wijziging, tenzij de aanvrager de wens te kennen geeft dat de gewijzigde bepalingen worden toegepast. Aldus vastgesteld in de vergadering bijlage bouwverordening

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.