Vadere regels met betrekking tot het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op gedeelten van openbaar water in de gemeente Zeewolde, alsmede het beperken van het soort en aantal vaartuigenBurgemeester en wethouders van de gemeente Zeewolde, overwegende dat het wenselijk is om aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op gedeelten van openbaar water nadere regels te stellen, alsmede beperkingen te stellen naar soort en aantal vaartuigen; gelet op het bepaalde in de artikelen 1.1 en 5.3.2, lid 2, van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV.); Besluiten vast te stellen de navolgende nadere regels met betrekking tot het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op gedeelten van openbaar water in de gemeente Zeewolde, alsmede het beperken van het soort en aantal vaartuigen. Artikel I. Definities 1.Naast de in artikel 1.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening genoemde definities wordt in deze regeling verstaan onder: ligplaats: plaats ingericht of gebruikt om er met een vaartuig ligplaats te hebben; ligplaats hebben: het voor anker liggen, het gemeerd hebben of op enigerlei andere wijze met de vaste grond verbonden hebben van een vaartuig; aanlegplaats: ligplaats of combinatie van ligplaatsen voor algemeen gebruik, waar een vaartuig niet onbeheerd mag worden achtergelaten (deze worden op de in artikel III bedoelde kaart aangegeven); jachthaven: combinatie van ligplaatsen; woonschip: elk vaartuig, dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie en/of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd tot, dag- en/of nachtverblijf van één of meer personen; bedrijfsvaartuig: elk vaartuig met inbegrip van drijvende werktuigen, dat is ingericht of bestemd voor de uitoefening van een bedrijf, met uitzondering van een vaartuig, waarop -al dan niet tegen betaling- aan groepen van personen de mogelijkheid wordt geboden ter ontspanning daarop te vertoeven en daarmee boottochten te maken; recreatievaartuig: elk vaartuig, niet zijnde een woonschip, een bedrijfsvaartuig of een vaartuig behorende tot de "bruine vloot", met dien verstande, dat onder een recreatievaartuig ook wordt verstaan een vaartuig, waarop -al dan niet tegen betaling- aan groepen van personen de mogelijkheid wordt geboden ter ontspanning daarop te vertoeven en daarmee boottochten te maken; vaartuigen behorende tot de "bruine vloot": schepen die als zodanig in het daartoe bestemde register ingeschreven zijn als schepen behorende tot de "bruine vloot"; ligplaatsenkaart: kaart als bedoeld in artikel III; dag: kalenderdag. 2.Onder een vaartuig als bedoeld in artikel 1.1, sub F, van de Algemene Plaatselijke Verordening, wordt in deze regeling mede verstaan: een vaartuig dat tijdelijk of blijvend de mogelijkheid en/of geschiktheid om te varen of te drijven heeft verloren; wrakken van vaartuigen; een vaartuig, dat in aanbouw is, een casco, dat kan worden af- en opgebouwd tot vaartuig. Artikel II. Ligplaatsen* 1.Het is verboden om met een vaartuig ligplaats te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op die locaties die als zodanig zijn aangegeven op de ligplaatsenkaart. 2.Op de ligplaatsenkaart zijn die locaties aangegeven waar het toegestaan is om uitsluitend onder de volgende voorwaarden ligplaats te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen: de maximale verblijfsduur voor een ligplaats bedraagt maximaal een aaneengesloten periode van 3 keer 24 uur; het is verboden om met een vaartuig, nadat het is verplaatst, binnen drie dagen wederom ligplaats in te nemen op de in dit lid, sub a, bedoelde plaats; wanneer een vaartuig wordt verplaatst naar een plaats liggende op minder dan 500 meter hemelsbreed gemeten van de oude ligplaats, wordt het geacht op dezelfde plaats te zijn blijven liggen; een vaartuig wordt geacht voor maximaal een aanééngesloten periode van 3 keer 24 uur eenzelfde ligplaats te hebben ingenomen, indien dat vaartuig op enig tijdstip van deze periode op dezelfde ligplaats wordt aangetroffen. 3.Op de ligplaatsenkaart zijn aangeduid de zones waarvoor burgemeester en wethouders ontheffing kunnen verlenen van het gestelde in lid 1 en lid 2, sub a. van dit artikel. 4.Op de ligplaatsenkaart zijn aangeduid de jachthavens, waar het toegestaan is om ligplaats in te nemen, waarbij de in artikel II, lid 2, gestelde beperking naar tijdsduur niet van toepassing is. 5.Op de ligplaatsenkaart is een gebied aangegeven waar schepen van de "bruine vloot" ligplaats mogen hebben, evenwel uitsluitend gedurende de periode gelegen tussen 1 oktober en 1 april. Het aantal dagen waarbinnen voornoemde schepen binnen deze periode in bedoeld gebied ligplaats mogen hebben, is niet aan een maximum gebonden. 6.Het is behoudens op de locatie, die op de ligplaatskaart is aangegeven als zone bestemd voor het hebben van ligplaats met een woonschip, verboden met een woonschip ligplaats te hebben dan wel een ligplaats beschikbaar te stellen voor een woonschip. 7.Op de ligplaatsenkaart is een zone aangegeven waar uitsluitend vaartuigen ten behoeve van de scheepsmakelaardij aan mogen leggen. Het is verboden in deze zone met een vaartuig ligplaats in te nemen dan wel een ligplaats beschikbaar te stellen voor een vaartuig indien deze niet bestemd is voor verkoop c.q. reparatie in het kader van de scheepsmakelaardij. Artikel III. Ligplaatsenkaart Op de bij deze regeling behorende ligplaatsenkaart(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.