Algemeen delegatiebesluitDe raad van de gemeente Kampen; gelezen het voorstel van het college van 29 mei 2012, kenmerk 12INT01750; gelet op de artikelen 83 en 156 van de Gemeentewet, artikel 6.12, derde lid van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 10:15 en verder van de Algemene wet bestuursrecht; gelet op het besluit van 20 oktober 2011 tot instelling van een werkgeverscommissie en het vaststellen van de Verordening werkgeverscommissie, gelet op de delegatiebesluiten vastgesteld op 4 januari 2001, 27 maart 2003, 13 november 2008, 20 oktober 2011 en 29 maart 2012; overwegende dat het wenselijk is om genoemde delegatiebesluiten te actualiseren en te komen tot één integraal, algemeen delegatiebesluit; besluit vast te stellen het Algemeen delegatiebesluit Artikel1Delegatie aan de werkgeverscommissie De raad delegeert de bevoegdheden die rechtstreeks voortvloeien uit de Ambtenarenwet, de op deze wet gebaseerde en door de raad vastgestelde rechtspositionele voorschriften en de artikelen 107 tot en met 107e Gemeentewet, met uitzondering van de bevoegdheden als bedoeld in artikel 107 (benoemen, schorsen als disciplinaire maatregel en ontslaan van de griffier), 107a, tweede lid (instructie van de griffier), 107d, eerste lid (vervanging van de griffier) en 107e, eerste lid (vaststelling en wijziging van de organisatie van de griffie) van de Gemeentewet, aan de werkgeverscommissie. Artikel2Delegatie aan het college van burgemeester en wethouders De raad delegeert de onderstaande bevoegdheden aan het college van burgemeester en wethouders: Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb) Het weigeren van bijstand of vertegenwoordiging door een persoon tegen wie ernstige bezwaren bestaan (art. 2:2 Awb); Het doorzenden van geschriften tot behandeling waarvan kennelijk een ander bestuursorgaan bevoegd is, aan dat bestuursorgaan (artikel 2:3, eerste lid Awb); Het terugzenden aan de afzender van geschriften die niet voor het bestuursorgaan bestemd zijn en die ook niet worden doorgezonden (artikel 2:3, tweede lid Awb); Het kenbaar maken dat een bericht elektronisch kan worden verzonden en het stellen van nadere eisen aan het gebruik van de elektronische weg (2:15, eerste lid Awb); Het weigeren van elektronisch verschafte gegevens en bescheiden en elektronisch verzonden berichten op grond van artikel 2:15, tweede en derde lid Awb; Het aan een aanvrager bieden van gelegenheid de aanvraag aan te vullen binnen een gestelde termijn en het besluiten een aanvraag niet in behandeling te nemen (artikel 4:5 Awb); Het doen van mededeling aan de aanvrager dat een beschikking niet binnen de beslistermijn kan worden gegeven en het daarbij noemen van de termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien (artikel 4:14 Awb); Het vaststellen van de verschuldigdheid van de hoogte van een dwangsom op grond van 4:18 Awb; Het besluiten om onverschuldigd betaalde dwangsommen terug te vorderen op grond van artikel 4:20 Awb; Het doorzenden van een bezwaar- of beroepschrift tot behandeling waarvan een ander orgaan bevoegd is, aan dat orgaan (artikel 6:15 Awb); Het beslissen op een in een bezwaarschrift gedaan verzoek om in te stemmen met rechtstreeks beroep bij de administratieve rechter (artikel 7:1a Awb), tenzij sprake is van een of meer andere bezwaarschriften tegen hetzelfde besluit, waarin een dergelijk verzoek ontbreekt; Het nemen en verzenden van verdagingsbesluiten met betrekking tot ingediende bezwaarschriften (art. 7:10 Awb). Burgerlijk wetboek en Gemeentewet Het besluiten over het aanwijzen van permanente en eenmalige trouwlocaties (artikel 63 van Boek I van het Burgerlijke wetboek in samenhang met artikelen 108 en 147 Gemeentewet) met inachtneming van de volgende beleidsregel: Beleidsregel aanwijzen permanente trouwlocaties: Als permanente trouwlocaties worden slechts locaties in gemeentelijke eigendom aangewezen. Wegenverkeerswet 1994 Het besluiten over het vaststellen van de bebouwde kommen als bedoeld in artikel 20a van de Wegenverkeerswet. Mandatering van deze bevoegdheid is niet toegestaan. Wegenwet Het besluiten over het onttrekken van een weg (of deel daarvan), niet behorende tot de in artikel 8 van de Wegenwet bedoelde, aan het openbaar verkeer op grond van de artikelen 9 en 11 van de Wegenwet. Mandatering van deze bevoegdheid is niet toegestaan. Wet vervoer gevaarlijke stoffen Het besluiten over het aanwijzen van wegen of weggedeelten waarover de krachtens artikel 12 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen aangewezen gevaarlijke stoffen bij uitsluiting mogen worden vervoerd (artikel 18 Wet vervoer gevaarlijke stoffen). Mandatering van deze bevoegdheid is niet toegestaan. Wet openbaarheid van bestuur (hierna Wob) Het besluiten op aan de raad gerichte verzoeken om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (art. 5 Wob); Het nemen en verzenden van verdagingsbesluiten met betrekking tot ingediende verzoeken om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (art. 6 Wob). Wet ruimtelijke ordening Het besluiten over het vaststellen van een exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste en tweede lid van de Wet ruimtelijke ordening, voor zover dit exploitatieplan betrekking heeft op een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid onder a van de Wet ruimtelijke ordening; Het besluiten over het vaststellen van een exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste en tweede lid van de Wet ruimtelijke ordening, voor zover dit exploitatieplan betrekking heeft op een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken. Mandatering van beide bevoegdheden is niet toegestaan. Artikel3Ondertekening Een besluit dat op grond van een in artikel 1 gedelegeerde bevoegdheid wordt genomen, wordt als volgt ondertekend: “De werkgeverscommissie, op grond van het Algemeen delegatiebesluit (Gemeenteblad < jaartal >, < uitgavenummer >), < handtekening > de voorzitter, < naam voorzitter >” Een besluit dat op grond van een in artikel 2 gedelegeerde bevoegdheid wordt genomen, wordt als volgt ondertekend: “Burgemeester en wethouders van Kampen, op grond van het Algemeen delegatiebesluit (Gemeenteblad < jaartal >, < uitgavenummer >), < handtekening > < handtekening > de secretaris, de burgemeester, < naam secretaris > < naam burgemeester >” Artikel4Intrekking bestaande delegatiebesluiten Op het moment van inwerkingtreding van dit besluit worden de delegatiebesluiten van 4 januari 2001, 27 maart 2003, 13 november 2008, 20 oktober 2011 en 29 maart 2012 ingetrokken. Artikel5Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking. Artikel6Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Algemeen delegatiebesluit. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 12 juli 2012, De raad van de gemeente Kampen, drs. H.A. van der Meulen, griffier drs. mr. B. Koelewijn, voorzitterToelichting op Algemeen delegatiebesluit Algemeen Onder ‘delegatie’ wordt verstaan: “het overdragen door een bestuursorgaan van zijn bevoegdheid tot het nemen van besluiten aan een ander die deze onder eigen verantwoordelijkheid uitoefent” (artikel 10:13 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna Awb). Het delegeren van bevoegdheden heeft tot gevolg, dat degene die delegeert de gedelegeerde bevoegdheid niet meer zelf kan uitoefenen (artikel 10:17 Awb). Wel kunnen in het delegatiebesluit of op later moment beleidsregels worden vastgesteld ter uitoefening van de gedelegeerde bevoegdheid (artikel 10:16, eerste lid Awb). De kernbepaling over de toelaatbaarheid van delegatie is artikel 10:15 Awb: “Delegatie geschiedt slechts indien in de bevoegdheid daartoe bij wettelijk voorschrift is voorzien.” Dit kan een algemeen geformuleerde bevoegdheidsgrondslag zijn – zoals artikel 156 van de Gemeentewet – of een specifieke bevoegdheidsgrondslag (bijvoorbeeld artikel 6.12, derde lid van de Wet ruimtelijke ordening). Uitgezonderd de in artikel 2 onder G genoemde bevoegdheden, zijn alle in dit besluit opgenomen delegaties gebaseerd op de algemene bevoegdheidsgrondslag in artikel 156 van de Gemeentewet. Deze algemene bevoegdheidsgrondslag luidt als volgt: “De raad kan aan het college, een door hem ingestelde bestuurscommissie en een deelraad bevoegdheden overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet.” (artikel 156, eerste lid) Het artikel vervolgt (onder meer) met het benoemen van bevoegdheden die in ieder geval niet kunnen worden overgedragen. Van de in dit delegatiebesluit aangegeven bevoegdheden wordt op grond van literatuur en jurisprudentie en gezien delegatiebesluiten van andere gemeenteraden aangenomen, dat de aard van de bevoegdheden zich niet verzet tegen delegatie van die bevoegdheden. In beginsel is mandaatverlening van de gedelegeerde bevoegdheid door het college mogelijk. Hiervoor is geen toestemming van de raad vereist. Mandaatverlening is echter niet mogelijk indien een wettelijk voorschrift dat bepaalt of de aard van de bevoegdheid zich tegen de mandaatverlening verzet (artikel 10:3 van de Awb). In onderhavig besluit is bij een aantal specifieke bevoegdheden vastgelegd, dat mandatering door het college niet is toegestaan. De raad spreekt hiermee uit, dat de betreffende bevoegdheden van zodanige aard zijn dat mandatering niet wenselijk wordt geacht. Artikelsgewijs Voor zover relevant wordt hieronder een toelichting gegeven op in het besluit opgenomen artikelen en onderdelen daarvan. Artikel 1 De raad besloot op 20 oktober 2011 een werkgeverscommissie in te stellen. Tevens werd op genoemde datum de Verordening werkgeverscommissie vastgesteld. De werkgeverscommissie is een bestuurscommissie als bedoeld in artikel 83, eerste lid van de Gemeentewet. Op grond van artikel 156, eerste lid van de Gemeentewet is delegatie aan de werkgeverscommissie mogelijk. De in artikel 1 genoemde bevoegdheden werden reeds in een raadsbesluit van 20 oktober 2011 aan de werkgeverscommissie gedelegeerd. Om te komen tot één integraal delegatiebesluit wordt dit raadsbesluit ingetrokken (zie artikel 4) en worden deze bevoegdheden in onderhavig delegatiebesluit ongewijzigd overgenomen. Artikel 2 Delegatie van raadsbevoegdheden aan het college is mogelijk op grond van artikel 156, eerste lid van de Gemeentewet. A.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.