← Nederland

Verordening Langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand Weesp 2012 (Weesp)

Verordening Langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand Weesp 2012ParagraafIAlgemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen 1In deze verordening wordt verstaan onder: college: het college van burgemeester en wethouders; wet: de Wet werk en bijstand; bijstandsnorm: de norm als bedoeld in artikel 5 onder c van de wet; gezinsnorm: de norm van artikel 21 lid 1 van de wet; inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede “een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan” moet worden gelezen “de referteperiode”. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet, voor de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag als inkomen gezien. De in artikel 31, tweede lid van de wet genoemde vrijgelaten middelen worden voor het recht op langdurigheidstoeslag ook vrijgelaten. laag inkomen: een inkomen niet hoger dan de bijstandsnorm; referteperiode: een aaneengesloten periode van 60 maanden voorafgaand aan de peildatum; peildatum: de datum waarop in enig jaar het recht op de langdurigheidtoeslag ontstaat; WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; WSF 2000: Wet Studiefinanciering 2000; vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet. 2Begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de wet. ParagraafIIRecht op langdurigheidstoeslag Artikel2Doelgroep langdurigheidstoeslag 1Onverlet het bepaalde in artikel 36 van de wet komt voor de langdurigheidstoeslag in aanmerking de persoon van 23 jaar of ouder maar jonger dan 65 jaar die: gedurende de referteperiode aangewezen is geweest op een laag inkomen; op de peildatum een niet meer dan bescheiden vermogen heeft; geen uitzicht heeft op inkomensverbetering. De persoon dient op de peildatum woonachtig te zijn in Weesp.Bij een gezin geldt het leeftijdscriterium van 23 jaar of ouder voor minstens één gezinslid en de voorwaarden van het voldoen aan de referteperiode en geen uitzicht op inkomensverbetering voor alle gezinsleden die voldoen aan het leeftijdscriterium. De overige voorwaarden, inclusief het leeftijdscriterium jonger dan 65 jaar, gelden voor alle gezinsleden. 2Het inkomen dat gedurende de referteperiode gemiddeld hoger is dan de bijstandsnorm, maar waarvan dat meerdere is aangewend ter aflossing van een schuldenlast in het kader van een minnelijke schuldregeling of een opgelegde schuldregeling op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen, wordt toch als laag inkomen aangemerkt. 3Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de persoon die: op de peildatum een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000; naar het oordeel van het college gedurende de referteperiode onvoldoende heeft getracht algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en aanvaarden. deel uitmaakt van een gezin waarvan één of meer gezinsleden 65 jaar of ouder is of zijn. Artikel3Hoogte van de langdurigheidstoeslag 1De hoogte van de langdurigheidstoeslag is afhankelijk van de gezinssituatie op de peildatum. 2De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar: voor een gezin : € 519,- voor alleenstaande ouders : € 467,- voor alleenstaanden : € 366,- 3Indien één van de gezinsleden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag op grond van artikel 13, eerste lid WWB, of geen rechthebbende is op grond van artikel 11 WWB, waardoor slechts één van de gezinsleden recht op langdurigheidstoeslag heeft, komt dit gezinslid in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. 4Bij een gezin waarvan slechts één gezinslid aan het leeftijdscriterium als bedoeld in artikel 2, lid 1, van deze verordening voldoet en dit gezinslid op de peildatum uitgesloten is van het recht op grond van artikel 13 WWB of geen rechthebbende is op grond van artikel 11 WWB bestaat er voor het hele gezin geen recht op langdurigheidstoeslag. 5De in het tweede lid genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari aangepast met een percentage dat overeenkomt met het procentuele verschil tussen de gezinsnorm per 1 januari van dat jaar en de gezinsnorm van het daaraan voorafgaande jaar. Artikel4Overgangsrecht Voor degenen die op 31 december 2011 algemene bijstand ontvingen en voor wie de huishoudinkomenstoets pas per 1 juli 2012 gaat gelden, geldt ook voor de langdurigheidstoeslag een overgangsperiode tot 1 juli 2012, waarbij de inkomenstoets van vóór 1 januari 2012 wordt gehandhaafd. Artikel5Uitvoering Het college kan ten behoeve van de uitvoering van deze regeling nadere beleidsregels vaststellen. Artikel6Onvoorziene gevallen Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. ParagraafIIISlotbepalingen Artikel7Citeertitel Deze verordening kan aangehaald worden als: Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand Weesp 2012. Artikel8Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na publicatie en werkt terug tot 1 januari 2012. De Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand gemeente Weesp 2009, zoals vastgesteld op 9 december 2010, wordt op deze datum ingetrokken. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 mei 2012.De voorzitter, De griffier,B. Horseling M. Walrave Toelichting1Verordening Langdurigheidstoeslag WWB 2012

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.