Verordening burgerparticipatie WmoDe raad van de gemeente Veere gelezen het voorstel d.d. 10 april 2007 van het college van burgemeester en wethouders gelet op artikel 11 van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning b e s l u i t vast te stellen de Verordening Burgerparticipatie Wmo. Artikel1Begrippen In deze verordening wordt verstaan onder: a. Integraal Wmo-beleid: Het beleid dat betrekking heeft op de negen prestatievelden van de Wmo, alsmede het beleid dat met die deelgebieden direct raakvlakken heeft. b. Wmo-prestatievelden: Het geheel van maatschappelijke terreinen waarop de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders aan het begrip "maatschappelijke ondersteuning" vorm moeten geven. c. Burgerparticipatie: De wijze waarop de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders uitvoering geven aan de inspraak- en medezeggenschapsintentie van de Wmo. d. Wmo-adviesraad: Het door de gemeenteraad ingesteld orgaan dat vorm geeft aan de door de gemeenteraad vastgestelde wijze van uitvoering van inspraak- en medezeggenschap binnen het kader van de Wmo. e. De wet: De Wet maatschappelijke ondersteuning. Artikel2Doel van de verordening Deze verordening heeft als doel te bewerkstelligen dat burgers, die nu dan wel in de toekomst in het kader van de Wmo een beroep doen op de gemeente, de kans hebben optimaal betrokken te worden bij voorbereiding, vaststelling, uitvoering en evaluatie van het beleid krachtens genoemde wet. Een beleid dat ertoe moet leiden dat burgers zo lang mogelijk de regie over hun leven behouden en blijven meedoen aan het maatschappelijk verkeer. Artikel3Instellen Wmo-adviesraad 1Het uitvoering geven aan de lokale medezeggenschap-Wmo wordt in handen gelegd van een Wmo-adviesraad, bestaande uit maximaal 12 personen die worden benoemd voor een periode van maximaal 4 jaar. Aftreden vindt plaats volgens een door de Wmo-adviesraad op te stellen rooster. Herbenoeming voor nog één periode van 4 jaar is mogelijk. Benoeming en herbenoeming van de leden vindt plaats door het college van burgemeester en wethouders. 2De leden zijn aantoonbaar betrokken bij één of meer van de volgende doelgroepen: * jongeren; ouderen; * mensen met een lichamelijke, verstandelijke, psychische beperking; * mantelzorgers; * vrijwilligers. 3De kandidaten worden geworven via de publieksinformatie (internet en lokale kranten). 4Selectie en benoeming gebeuren op basis van een daartoe vastgesteld functieprofiel, door een op advies van de Wmo-adviesraad samengestelde selectiecommissie. 5Bij tussentijdse vacatures geschiedt de benoeming voor de duur van de resterende zittingsperiode. 6De Wmo-adviesraad kiest uit zijn midden een bestuur van drie personen te weten een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. Zij vormen tevens het dagelijks bestuur. 7De leden van de Wmo-adviesraad hebben daarin zitting zonder last of ruggespraak. Zij dienen bij hun adviseringstaak het geheel van de onder het negende lid van dit artikel aangeduide en in artikel 6 nader ingevulde werkterrein voor ogen te houden 8Een lid van de Wmo-adviesraad dat ontslag neemt, blijft zo mogelijk in functie totdat in zijn of haar vacature is voorzien. Het dagelijks bestuur zorgt op basis van het vigerende functieprofiel voor het voorzien in de vacature. 9De Wmo-adviesraad heeft als werkterrein beleid, uitvoering en evaluatie van de Wmo. Artikel4Overgangsartikel In afwijking van het bepaalde in artikel 3 geschiedt de benoeming voor de eerste keer op voordracht van de Voorbereidingsgroep Cliëntenparticipatie Wmo in Veere na selectiegesprekken gehouden door een op advies van de Voorbereidings-groep Cliëntenparticipatie Wmo in Veere samengestelde selectiecommissie. De leden van de voorbereidingsgroep worden zonder sollicitatiegesprek benoemd in de Wmo-raad. Artikel5Lidmaatschapsbeëindiging 1Het lidmaatschap van de Wmo-raad eindigt: a. door het aflopen van de zittingsperiode; b. door overlijden; c. door het nemen van ontslag; d. door verlies van de hoedanigheid waarin werd benoemd. 2In tussentijdse vacatures wordt zo mogelijk binnen drie maanden voorzien. Artikel6Nadere invulling werkterrein van de Wmo-adviesraad 1Het in artikel 3 negende lid aangeduide werkterrein betreft de negen prestatievelden van de Wmo zoals deze zijn neergelegd in: * de Kadernota Wmo; * de beleidsnota Wmo gemeente Veere; * de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Veere 2007; * het Besluit maatschappelijke ondersteuning Gemeente Veere; * het verstrekkingenboek Gemeente Veere en * de beleidsregels. 2De Wmo-adviesraad brengt tevens advies uit over onderdelen van het overige gemeentelijke beleid, voor zover dat direct raakvlakken heeft met het Wmo-beleid. 3Daarnaast wijst de Wmo-adviesraad belanghebbenden op het bestaan van inspraakmogelijkheden. Artikel7Taken Wmo-adviesraad 1Het gevraagd en ongevraagd geven van advies over onderwerpen van het in artikel 3, negende lid en artikel 6 genoemde werkterrein. 2Het opstellen van een huishoudelijk reglement dat de interne werkwijze van de raad regelt. 3Het verantwoording afleggen aan de achterban over het gevoerde beleid en het bieden van gelegenheid voorstellen te doen ten aanzien van het te voeren beleid. 4Het op een actieve wijze verzamelen van zoveel mogelijk relevantie informatie omtrent maatschappelijke ondersteuning en de vragers naar maatschappelijke ondersteuning om genoemde adviesfunctie zo goed mogelijk uit te kunnen voeren 5Het bevorderen van overleg en samenwerking tussen organisaties, instellingen, groeperingen en personen die in of door de gemeente te maken krijgen of willen krijgen met maatschappelijke ondersteuning. Artikel8De relatie college van burgemeester en wethouders en Wmo-adviesraad 1De Wmo-adviesraad adviseert het college van burgemeester en wethouders inzake beleidsvoornemens in de ruimste zin van het woord. De Wmo-adviesraad kan aan de gemeenteraad rechtstreeks advies uitbrengen. 2Het dagelijks bestuur van de Wmo-adviesraad ziet erop toe dat het college van burgemeester en wethouders tijdig advies vraagt over zaken die aan de gemeenteraad worden voorgelegd. De Wmo-adviesraad wordt vier weken in de gelegenheid gesteld om een advies uit te brengen. 3Zonodig vindt bij de aanbieding van een advies overleg plaats tussen het dagelijks bestuur van de Wmo-adviesraad en het college van burgemeester en wethouders. 4Wijkt het college van burgemeester en wethouders af van een door de Wmo-adviesraad gegeven advies, dan wordt deze afwijking beargumenteerd 5de Wmo-adviesraad en het college van burgemeester en wethouders maken jaarlijks afspraken over: a. De onderwerpen waarover de Wmo-adviesraad in ieder geval geconsulteerd wordt; b. De wijze en het moment waarop de Wmo-adviesraad betrokken wordt in het beleidsvormingsproces; c. De door de Wmo-adviesraad op basis van zijn werkplan opgestelde begroting 6Het college van burgemeester en wethouders wijst een vaste contactambtenaar aan als aanspreekpunt voor de Wmo-adviesraad. Tussen deze contactambtenaar en (het dagelijks bestuur van) de Wmo-adviesraad vindt overleg plaats wanneer dit door beide partijen wenselijk wordt geacht. 7Tussen de eerst aanspreekbare wethouder en (het dagelijks bestuur van) de Wmo-adviesraad vindt, over de door beide partijen aan te dragen onderwerpen en onder voorzitterschap van de Wmo-adviesraad, overleg plaats zo vaak als nodig is. 8Van het overleg en gemaakte afspraken tussen de Wmo-adviesraad en het college van burgemeester en wethouders of de eerst aanspreekbare wethouders wordt binnen 14 dagen een schriftelijk verslag gemaakt. 9Het college van burgemeester en wethouders verstrekt aan de Wmo-adviesraad informatie over voornemens, beleid of activiteiten op de terreinen genoemd in artikel 6. Het betreft hier alle informatie die noodzakelijk is om beleid van de gemeente en uitvoering te begrijpen en ontwikkelingen en wijzigingen te kunnen volgen. De informatie wordt desgevraagd in speciale leesvorm aangeleverd, tenzij het verstrekken van de informatie in die vorm redelijkerwijs niet gevergd kan worden of de informatie reeds in een andere, voor de Wmo-adviesraad gemakkelijk toegankelijke vorm beschikbaar is. 10Het functioneren van de samenwerking tussen de Wmo-adviesraad en het college van burgemeester en wethouders wordt jaarlijks geëvalueerd, mede aan de hand van het door de Wmo-adviesraad opgestelde jaarverslag. Artikel9Facilitering van de Wmo-adviesraad 1De gemeenteraad stelt aan de Wmo-adviesraad zodanige middelen ter beschikking dat hij redelijkerwijze in staat kan worden geacht namens de achterban gemeenschappelijke belangen te behartigen. 2De faciliteiten worden jaarlijks toegekend op basis van een door de Wmo-adviesraad in te dienen begroting. Artikel10Slotbepalingen 1Deze verordening wordt aangehaald als: "Verordening burgerparticipatie Wmo". 2Deze verordening treedt per 1 december 2012 in werking. Aldus vastgesteld door de raad in zijn openbare vergadering van 15 november 2012. Toelichting1Toelichting Verordening Burgerparticipatie Wmo Artikel 7, lid 3 Taken Wmo-adviesraad Toelichting begrippen “verantwoording afleggen” en “achterban” Verantwoording afleggen: Het onderhouden van gestructureerde contacten met de achterban. De Wmo-adviesraad inventariseert de wensen en ideeën en adviseert aan de gemeente op basis van de verkregen kennis uit het werkveld. Achterban: instellingen en organisaties die zich bewegen op één of meer terreinen van de Wmo-prestatievelden, groeperingen en personen (doelgroepen) die in de gemeente te maken krijgen of willen krijgen met maatschappelijke ondersteuning. Artikel 7, lid 5 Taken Wmo-adviesraad Toelichting begrip “bevorderen van overleg” Bevorderen van overleg: Inzicht hebben (en/of verkrijgen) in de overleg- en samenwerkingsrelaties, bestaande tussen de onder de in lid 3 bedoelde organisaties, groeperingen en personen(doelgroepen) en het zonodig adviseren daarover indien daartoe aanleiding is. Artikel 8, lid 1 De relatie belangenorganisaties en Wmo-adviesraad Toelichting begrip “afleggen van verantwoording en instemming over het te voeren beleid” De Wmo-raad stelt instellingen en organisaties die zich bewegen op één of meer terreinen van de Wmo-prestatievelden in kennis van het jaarverslag van de Wmo-adviesraad en geeft daarbij aan welke inspanningen de Wmo-adviesraad het komende jaar gaat verrichten. Artikel 8, lid 2 De relatie belangenorganisaties en Wmo-adviesraad Toelichting begrip achterban: zie toelichting artikel 7 lid 3. Artikel 9, lid 2 De relatie burgemeester en wethouders en Wmo adviesraad Nadere toelichting artikel: Dit artikel is als een bescherming voor de Wmo-adviesraad opgenomen. Het is bedoeld om de Wmo-adviesraad zekerheid gegeven dat het college advies vraagt over zaken die aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Praktisch wordt hier vorm aan gegeven door de agendastukken van de Commissie MO aan de Wmo-adviesraad te zenden. Artikel 10 Facilitering van de Wmo-adviesraad Toelichting begrip “achterban”: zie toelichting artikel 7 lid 3.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.