Onderwerp: Verordening precariobelasting gemeente Overbetuwe 2013 Ons kenmerk: 12RB000162 Nr. 10g De raad van de gemeente Overbetuwe; gelezen het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders van 23 oktober 2012; gelezen het advies van de voorbereidende vergadering van 27 november 2012; gelet op artikel(en) 216 e.v. en 228 van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de Verordening precariobelasting gemeente Overbetuwe 2013 Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: dagdeel: de ochtend of de middag zoals deze nader is omschreven in de Beleidsregel vaste standplaatsen gemeente Overbetuwe 2011; jaar: een kalenderjaar. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam precariobelasting wordt een belasting geheven ter zake van het hebben van één of meer voorwerpen op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel3Belastingplicht De precariobelasting wordt geheven van degene die één of meer voorwerpen op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, waarvoor vergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Overbetuwe is verleend. Artikel4Vrijstellingen De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van: voorwerpen die op grond van een wettelijk voorschrift moeten worden gedoogd; voorwerpen, gebruikt voor activiteiten met een politiek, godsdienstig, geestelijk, wereldbeschouwelijk, sociaal, weldadig doel dan wel, voor zover geen sprake is van een directe of indirecte commerciële (neven)activiteit, voor activiteiten met een sportief, cultureel, recreatief of mediadoel. Artikel5Heffingsmaatstaf en belastingtarief De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel6Bepalen oppervlakte Bij het hebben van voorwerpen op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond wordt de oppervlakte bepaald door de lengte en breedte te nemen van de denkbeeldige rechthoek die de ingenomen ruimte omsluit. Artikel7Belastingtijdvak In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van één of meer voorwerpen op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaar overschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar. Artikel8Wijze van heffing De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel9Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang bij een belastingtijdvak van een kalenderjaar De precariobelasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Als de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Als de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat op verzoek aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel10Betalingstermijn De aanslag moet worden betaald in één termijn, welke vervalt op de laatste dag van de maand, volgende op die, waarin het aanslagbiljet is gedagtekend. Artikel11Ingangsdatum heffing De ingangsdatum van de heffing is 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.