← Nederland

Verordening reinigingsheffingen gemeente Overbetuwe 2012 (Overbetuwe)

Onderwerp: Verordening reinigingsheffingen gemeente Overbetuwe 2012 Ons kenmerk: 11RB000158 Nr. 11Bb De raad van de gemeente Overbetuwe; gelezen het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders van 8 november 2011; gelezen het advies van de commissie GFZ van 28 november 2011; gelet op artikel(en) 229, eerste lid, aanhef en sub a. en b. van de Gemeentewet en 15.33 van de Wet milieubeheer; b e s l u i t : vast te stellen de Verordening reinigingsheffingen gemeente Overbetuwe 2012 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Inleidende bepalingen Krachtens deze verordening worden geheven: een afvalstoffenheffing; reinigingsrechten. Artikel2Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: ‘gebruik maken’ in hoofdstuk 2 Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet Milieubeheer; grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld. Hoofdstuk2Afvalstoffenheffing Artikel3Aard van de belasting en belastbaar feit Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel4Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel waarvoor ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel5Heffingsmaatstaf en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in hoofdstuk 1, 2 en 5 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel6Belastingjaar Voor de belastingen die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Wijze van heffing De belasting genoemd onder hoofdstuk 1 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag. Na aanvang van het belastingjaar kan aan de belastingplichtige een voorlopige aanslag worden opgelegd tot het bedrag waarop de aanslag met betrekking tot hoofdstuk 1 van de tarieventabel over dat jaar vermoedelijk zal worden vastgesteld. De belasting, bedoeld in hoofdstukken 2 en 5 van de tarieventabel, worden geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop de verschuldigde rechten zijn aangegeven dan wel een mondelinge kennisgeving. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt is de belasting verschuldigd over het aantal volle kalendermaanden dat nog rest in het belastingjaar. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. Artikel9Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel10Betalingstermijnen

  1. De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
  2. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt één maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen een maand later.
  3. In aanvulling op het tweede lid geldt, in de situaties waarin er na de kalendermaand waarin de aanslag wordt opgelegd minder dan acht maanden in het kalenderjaar overblijven, het volgende: de aanslagen moeten worden betaald in zoveel termijnen als er nog kalendermaanden van het belastingjaar overblijven, met een minimum van drie.
  4. In afwijking van het tweede en derde lid geldt ingeval het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen minder bedraagt dan € 100,- of meer is dan € 3.000,- , dat de aanslagen moeten worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
  5. In afwijking van het eerste tot en met vierde lid geldt dat voor verschuldigde belasting, geheven op grond van artikel 7, derde lid, betaald dient te worden: - ingeval van een mondelinge kennisgeving, op het moment van het doen van de kennisgeving; - ingeval van een schriftelijke kennisgeving, op het moment van uitreiking van de kennisgeving; dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen acht dagen na dagtekening van de kennisgeving; - ingeval van een schriftelijk verzoek, op het moment dat het verzoek wordt ingediend dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen acht dagen na de ontvangst van het verzoek.
  6. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste tot en met vierde lid gestelde termijnen. Hoofdstuk3Reinigingsrechten Artikel11Belastbaar feit Onder de naam “reinigingsrechten” worden rechten geheven zowel voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel12Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel13Heffingsmaatstaf en belastingtarief De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in hoofdstuk 3, 4 en 5 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel14Belastingjaar Voor de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel15Wijze van heffing De rechten, bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel, worden geheven bij wege van aanslag. Na aanvang van het belastingjaar kan aan de belastingplichtige een voorlopige aanslag worden opgelegd tot het bedrag waarop de aanslag met betrekking tot hoofdstuk 3 van de tarieventabel over dat jaar vermoedelijk zal worden vastgesteld. De rechten, bedoeld in hoofdstuk 4 en 5 van de tarieventabel, worden geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop de verschuldigde rechten zijn aangegeven dan wel een mondelinge kennisgeving. Artikel16Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang De rechten, bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel, zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn de rechten verschuldigd over het aantal volle kalendermaanden dat nog rest in het belastingjaar. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt zijn de rechten niet verschuldigd over het aantal volle kalendermaanden dat nog rest in het belastingjaar. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. Artikel17Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten De rechten bedoeld in hoofdstuk 4 en 5 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel18Betalingstermijnen
  7. De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
  8. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt één maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen een maand later.
  9. In aanvulling op het tweede lid geldt, in de situaties waarin er na de kalendermaand waarin de aanslag wordt opgelegd minder dan acht maanden in het kalenderjaar overblijven, het volgende: de aanslagen moeten worden betaald in zoveel termijnen als er nog kalendermaanden van het belastingjaar overblijven, met een minimum van drie.
  10. In afwijking van het tweede en derde lid geldt ingeval het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen minder bedraagt dan € 100,- of meer is dan € 3.000,- , dat de aanslagen moeten worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
  11. In afwijking van het eerste tot en met vierde lid geldt dat voor verschuldigde belasting, geheven op grond van artikel 7, derde lid, betaald dient te worden: - ingeval van een mondelinge kennisgeving, op het moment van het doen van de kennisgeving; - ingeval van een schriftelijke kennisgeving, op het moment van uitreiking van de kennisgeving; dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen acht dagen na dagtekening van de kennisgeving; - ingeval van een schriftelijk verzoek, op het moment dat het verzoek wordt ingediend dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen acht dagen na de ontvangst van het verzoek.
  12. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste tot en met vierde lid gestelde termijnen. Hoofdstuk4Aanvullende bepalingen Artikel19Ingangsdatum heffing De ingangsdatum van de heffing is 1 januari
  13. Artikel20Nadere regels heffing en invordering door college Het college kan voor de heffing en de invordering van de reinigingsheffingen nadere regels vaststellen. Hoofdstuk5Slotbepalingen Artikel21Intrekking oude regeling De Verordening reinigingsheffingen gemeente Overbetuwe 2009, zoals vastgesteld bij besluit van 16 december 2008, en de daarbij behorende tarieventabellen worden ingetrokken. Artikel22Overgangsrecht De Verordening reinigingsheffingen gemeente Overbetuwe 2009 en de daarbij behorende tarieventabellen blijven van toepassing op belastbare feiten die zich voor 1 januari 2012 hebben voorgedaan. Artikel23Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari
  14. Artikel24Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening reinigingsheffingen gemeente Overbetuwe
  15. Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 20 december
  16. DE RAAD VOORNOEMD, de griffier, de voorzitter, drs. A.J. van den Brink E. Tuijnman.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.