Referendumverordening gemeente Weesp 2012Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder Referendum : een raadplegende volksstemming waarbij de kiesgerechtigden zich uitspreken over een door de raad te nemen of genomen besluit; Kiesgerechtigden : de ingezetenen van Weesp die kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad Toepassingsgebied : een referendum wordt gehouden onder de kiezers van het hele grondgebied van de gemeente Artikel2Uitzonderingen Een referendum kan niet worden gehouden over besluiten: over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen, schenkingen; over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de rekening; over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten; in het kader van deze verordening; waarvan de raad van mening is dat er andere dan bovengenoemde dringende redenen zijn om geen referendum te houden; inhoudende een algemeen verbindend voorschrift dan wel de intrekking daarvan; als bedoeld in artikel 158, eerste lid, van de Gemeentewet; als bedoeld in artikel 1, eerste en derde lid, 51, eerste en derde lid, 61, eerste en derde lid, 73, eerste en derde lid en 96 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a., van de Wet algemene regels herindeling. een besluit van de raad, als bedoeld in artikel 1, eerste en derde lid, 51, eerste en derde lid, 61, eerste en derde lid, 73, eerste en derde lid en 96 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; besluiten waarbij het belang van het referendum niet opweegt tegen de verantwoordelijkheid van de raad voor kwetsbare groepen en hun plaats in de samenleving; besluiten die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen beslissing waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden; besluiten ter uitvoering van een besluit van het rijk of de provincie waarbij de raad geen beleidsvrijheid heeft; besluiten waarvan de inwerkingtreding of uitvoering niet kan worden uitgesteld vanwege de daarmee gemoeide spoedeisende gemeentelijke belangen. Artikel3Initiatief van de raad 1De raad kan besluiten tot het houden van een referendum. 2De beslissing over de kwestie waarover het referendum wordt gehouden, heeft tenminste betrekking op: De aard en inhoud van de beleidskwestie; Een analyse van de achtergronden van de beleidskwestie; De vraagstelling die aan de kiesgerechtigde burgers kan worden voorgelegd; De gevolgen, ook de financiële, van een positief antwoord en van een negatief antwoord op de vraagstelling, dan wel van een keuze voor een bepaalde optie. Artikel4Initiatief van kiesgerechtigden 1Kiesgerechtigden kunnen schriftelijk bij de raad een verzoek indienen om een raadplegend referendum te houden. Dit verzoek dient gedateerd te zijn en te vermelden om welk voorgenomen besluit van de raad of welke beleidskwestie het gaat. 2Het verzoek moet worden ondersteund door een aantal kiezers dat ten minste gelijk is aan de kiesdeler van de laatstgehouden verkiezingen voor de leden van de raad. 3Bij het verzoek wordt gebruik gemaakt van door de raad verstrekte lijsten, waarop worden geplaatst: naam, adres, woonplaats en geboortedatum, nummer van legitimatiebewijs, alsmede de handtekening van elke verzoeker. 4Deze kennisgeving moet ten minste twee dagen vóór de raadsvergadering, waarvoor het besluit is geagendeerd, bij de voorzitter van de raad worden ingediend. 5Indien het verzoek ontvankelijk wordt verklaard, beslist de raad binnen twee maanden na ontvangst van het verzoek of een raadplegend referendum wordt gehouden, alsmede in het bevestigende geval over het onderwerp, de vraagstelling en de datum van het referendum. Artikel5Aanhouden beslissing 1Wanneer de raad na een besluit als genoemd in artikel 4 van mening is, dat over het voorgenomen besluit een referendum kan worden gehouden, dan wordt het betreffende raadsvoorstel op de gangbare wijze behandeld. 2De stemming over het door de raad te nemen besluit zoals dat luidt na verwerking van de aanvaarde amendementen, wordt echter aangehouden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop het referendum wordt gehouden, tenzij eerder negatief over de ontvankelijkheid van het verzoek wordt beslist. Artikel6Datum 1De raad stelt de dag vast waarop het referendum wordt gehouden, met dien verstande dat het referendum niet later plaatsvindt dan uiterlijk drie maanden na de dag waarop het definitieve verzoek is ingewilligd of nadat de raad besloten heeft tot het houden van een referendum op basis van artikel
- Bij de bepaling van die drie maanden wordt de zes weken van de schoolvakantie in de zomerperiode in Weesp niet meegerekend. 2Er kunnen meer referenda op dezelfde dag worden gehouden. Artikel7Vraagstelling 1De raad stelt de vraagstelling en de antwoordcategorieën van het referendum vast. 2De vraagstelling dient helder en eenduidig beantwoordbaar te zijn met: ja of neen een voorkeur voor één van twee alternatieven, dan wel zo nodig voor geen van beide. 3De vraagstelling bij een referendum op initiatief van de raad gaat vergezeld van de in artikel 3, tweede lid, genoemde: Toelichting op de aard en inhoud van de beleidskwestie; Analyse van de achtergronden van de beleidskwestie; Beschrijving van de gevolgen, ook de financiële, van een positief antwoord en van een negatief antwoord op de vraagstelling, dan wel van een keuze voor een bepaalde optie; Een overzicht van de argumenten voor en tegen van de in de vraagstelling opgenomen keuzemogelijkheden. Het in het vorige lid, sub d, bedoelde overzicht van argumenten wordt vastgesteld nadat een ieder in de gelegenheid is gesteld argumenten in te dienen en met gebruikmaking van de resultaten hiervan. 4De vraagstelling wordt weergegeven op de oproepingskaart. Artikel8Advies en toezicht 1Wanneer besloten is tot het houden van een referendum, stelt de raad een commissie van onafhankelijke deskundigen in, genaamd de referendumcommissie. 2Deze commissie bestaat uit minimaal drie leden. 3De raad benoemt en ontslaat de leden. 4De commissie kiest uit haar midden een voorzitter en bepaalt haar eigen werkwijze. De commissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris. 5Het lidmaatschap van de commissie is onverenigbaar met het lidmaatschap van de raad, van het college of met een dienstverband bij de gemeente Weesp. Evenmin kan een persoon lid van de referendumcommissie zijn, die een contractuele relatie met de gemeente heeft. 6De burgemeester en/of de wethouder(s) wonen op verzoek van de commissie, de vergaderingen van de commissie bij. 7De commissie heeft tot taak: Te adviseren over de vraagstelling en de antwoordcategorieën; Te adviseren over het verloop en de zorgvuldige organisatie van het referendum; Toezicht op de objectiviteit van de door de gemeente te verstrekken voorlichting; Bij een referendum over een beleidskwestie: er in het bijzonder op toezien dat het overzicht van argumenten, als bedoeld in artikel 6, vierde lid, een objectieve weergave is; Te adviseren over binnengekomen klachten. 8De commissie brengt van haar werkzaamheden verslag uit aan de raad. Artikel9Uitvoering 1Het college is belast met de voorbereiding en de uitvoering van het referendum. 2Het college draagt zorg voor voldoende en evenwichtige voorlichting aan de burgers. 3De raad stelt, nadat is besloten tot het houden van een referendum, een budget beschikbaar voor voorlichting en organisatie. Artikel10Dekking De kosten voor het organiseren van een referendum komen ten laste van de post onvoorzien c.q. de algemene reserve. Artikel11De stemming 1Stemgerechtigd zijn de ingezetenen van Weesp die kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad 2De bepalingen van de Kieswet zijn voor wat betreft de raadsverkiezingen voor zover nodig van overeenkomstige toepassing. Artikel12Geldigheid van de uitslag 1Het referendum wordt als geldig beschouwd, indien meer dan 50% van de kiesgerechtigden een stem heeft uitgebracht. 2De uitslag van het referendum wordt berekend op basis van de gewone meerderheid van het totaal aantal uitgebrachte stemmen. Artikel13De beslissing van de raad In de eerstvolgende vergadering van de raad na de dag waarop het referendum wordt gehouden, vindt besluitvorming plaats over het aangehouden raadsbesluit dat aan het referendum is onderworpen. Artikel14Strafsanctie Met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie wordt gestraft degene die: stembiljetten, volmachtbewijzen of referendumkaarten namaakt of vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; stembiljetten, volmachtbewijzen of referendumkaarten die hij zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken, danwel deze met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, in voorraad heeft; stembiljetten, volmachtbewijzen of referendumkaarten voorhanden heeft met het oogmerk deze wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is overleden. Artikel15 Deze verordening kan worden aangehaald als: Referendumverordening Weesp
- Artikel16Nieuw Artikel Deze verordening treedt in werking acht dagen na publicatie. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 10 mei 2012De raad voornoemd,Mw. M. Walrave, B. Horseling,griffier voorzitter