Onderwerp: Verordening rioolheffing gemeente Overbetuwe 2013 Ons kenmerk: 12RB000159 Nr. 10d De raad van de gemeente Overbetuwe; gelezen het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders van 23 oktober 2012; gelezen het advies van de voorbereidende vergadering van 27 november 2012; gelet op artikel(en) 216 e.v. en 228a van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de Verordening rioolheffing gemeente Overbetuwe 2013 Artikel1Begripsomschrijvingen Bij de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of grondwater; bedrijfsverzamelgebouw: een gebouw dat dient om verschillende bedrijven in te huisvesten en waarbij sprake is van een gezamenlijk en/ of gemeenschappelijk gebruik van één of meer (nuts)voorzieningen in het gebouw. Artikel2Aard van de belasting Onder de naam “rioolheffing” wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3Belastbaar feit en belastingplicht De belasting wordt geheven voor het gebruik maken van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. Voor toepassing van het eerste lid, wordt gebruikmaken van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruikmaken door het door de in artikel 231, tweede lid, onder b. van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; gebruikmaken door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld. Artikel4Zelfstandige gedeelten Als gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat als twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel worden gebruikt, deze als één eigendom worden aangemerkt. Het eerste lid is niet van toepassing als het perceel een bedrijfsverzamelgebouw is. Als twee of meer bedrijfsunits in een bedrijfsverzamelgebouw als een geheel worden gebruikt, worden deze als één bedrijfsunit worden aangemerkt. Artikel5Heffingsmaatstaf De belasting als bedoeld in artikel 2 wordt geheven naar het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit het eigendom wordt afgevoerd. Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het eigendom is toegevoerd of is opgepompt. Als de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. Als gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing als vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. De op de voet van het tweede en derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of gepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater is afgevoerd. Voor toepassing van dit artikel geldt voor de categorie agrarische bedrijven, zoals deze als zodanig in de WOZ-administratie zijn opgenomen, dat er voor agrarische objecten wordt uitgegaan dat de hoeveelheid water dat niet als afvalwater is afgevoerd een zodanige omvang heeft, dat de hoeveelheid afvalwater dat direct of indirect op de riolering wordt afgevoerd gelijk is aan 500 m3 of minder. Voor een bedrijfsverzamelgebouw wordt de belasting als bedoeld in artikel 2 geheven per bedrijfsunit van waaruit afvalwater direct of indirect op de riolering wordt afgevoerd. Artikel6Belastingtarieven
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.