Reïntegratieverordening WWB, IOAW EN IOAZ 2012De raad van de gemeente Beek; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 14-08-2012; gelet op de “Wijziging van de Wet werk en bijstand in verband met de herziening van de definities van gezin en middelen” (Wet afschaffing huishoudinkomenstoets). gelet op artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet en de artikelen 7, 8, 9, 10, 18 van de WWB, de artikelen 20, 34, 35, 36 van de IOAW en IOAZ Besluit: Vast te stellen de volgende verordeningen: Langdurigheidstoeslagverordening 2012 Reintegratieverordening 2012 Maatregelenverordening 2012 Toeslagenverordening 2012 en deze met terugwerkende kracht in werking te laten treden op 1 januari 2012, onder gelijktijdige intrekking van de bestaande verordeningen, Paragraaf1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen 1.Alle begrippen die in deze verordening gebruikt worden en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen werknemers (IOAZ), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet. 2.In deze verordening wordt verstaan onder: uitkeringsgerechtigden: personen met een uitkering ingevolge de WWB, de IOAW of de IOAZ; Anw-ers: personen met een uitkering volgens de Algemene nabestaandenwet Nuggers: personen als bedoeld in artikel 6, onder a van de wet. voorziening: een voorziening bedoeld in artikel 7 eerste lid onder a van de wet, deze verordening en het beleidsplan als bedoeld in artikel 2 eerste lid; de wet: de WWB; respectievelijk de IOAW of de IOAZ; het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beek; de raad: de gemeenteraad van de gemeente Beek; Paragraaf 2 Beleid en financiën Artikel2Beleidsplan 1.De gemeenteraad stelt ter nadere uitvoering van deze verordening jaarlijks een beleidsplan vast, waarin beleidsprioriteiten worden aangegeven, alsmede de hoogte en wijze van financiering. 2.Dit plan omvat in elk geval: een omschrijving van het beleid ten aanzien van de verschillende doelgroepen en de prioritering binnen en tussen die groepen, waarbij een evenwichtige aanpak als uitgangspunt wordt genomen; een verdeling van de beschikbare middelen over de verschillende voorzieningen; de criteria voor het ontheffingenbeleid ten aanzien van de arbeidsverplichting, waarbij in het bijzonder aandacht wordt besteed aan de combinatie van arbeid en zorg; de voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden; de weigeringsgronden bij het aanbieden van voorzieningen; de aanvraag van en de besluitvorming over subsidies en premies; overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verstrekken van subsidies. 3.Het college zendt eenmaal per jaar aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het beleid. Dit verslag wordt vormgegeven conform het verslag als bedoeld in artikel 77 van de wet. 4.Het beleidsplan als bedoeld in het eerste lid alsmede het verslag als bedoeld in het derde lid bevat het oordeel van de cliëntenraad. Paragraaf3Voorzieningen Artikel3Algemene bepalingen over voorzieningen 1.Het college doet een aanbod dat past binnen de criteria die gesteld zijn in deze verordening, het in artikel 2 genoemde beleidsplan en dat is afgestemd op de in de persoon gelegen factoren en/of omstandigheden. Hiertoe kan het college een onderzoek (laten) doen. 2.Geen aanspraak op ondersteuning bij arbeidsinschakeling hebben bovenbedoelde personen indien hun gezinsinkomen hoger is dan een jaarlijks vast te stellen bedrag. Dit bedrag wordt vastgelegd in het ‘Besluit nadere regels reïntegratievoorzieningen’. 3.Geen aanspraak op ondersteuning bestaat indien sprake is van een voorliggende voorziening welke naar de mening van het college in voldoende mate bijdraagt aan de reïntegratie van de aanvrager. 4.Het college kan een voorziening beëindigen: indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in artikelen 9 en 17 WWB, 13 en 37 IOAW, 13 en 37 IOAZ dan wel de aan de voorziening zelf verbonden verplichtingen niet nakomt; indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet; indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening; indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling. Artikel4Scholing en opleiding Als een persoon additionele werkzaamheden verricht als bedoeld in artikel 10a WWB en niet beschikt over een startkwalificatie, bekijkt het college na een periode van zes maanden na aanvang van die werkzaamheden in hoeverre scholing of opleiding de toegang tot de arbeidsmarkt kan bevorderen. Geen scholing of opleiding wordt aangeboden als dit naar het oordeel van het college de krachten of bekwaamheden van belanghebbende te boven gaat of niet bijdraagt aan vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. Artikel5Premie als bedoeld in artikel 10a lid 6 WWB Het college verstrekt aan belanghebbende, telkens nadat hij gedurende zes maanden op grond van dit artikel 10a lid 6 WWB additionele werkzaamheden heeft verricht, een premie als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel j, ter hoogte van € 250,- indien hij naar het oordeel van het college in die zes maanden voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van zijn kans op inschakeling in het arbeidsproces. Paragraaf4Slotbepalingen Artikel6Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel7Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als “Reïntegratieverordening WWB, IOAW en IOAZ” Artikel8Inwerkingtreding Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2012, onder gelijktijdige intrekking van de Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Beek. Beek, 06-09-2012 GEMEENTERAAD, Guliël Erven Ralf Krewinkel Raadsgriffier Burgemeester Algemene toelichting De WWB geeft het college de opdracht te zorgen voor de re-integratie van bijstandsgerechtigden, niet-uitkeringsgerechtigden en personen met een Anw-uitkering. Het college bepaalt welke voorzieningen in de gemeente worden aangeboden en stelt tevens vast wie voor welke voorziening in aanmerking komt. De WWB draagt aan de gemeenteraad op om een verordening op te stellen waarin het beleid van de gemeente ten aanzien van haar re-integratietaak wordt neergelegd. In de WWB is vastgelegd dat in de verordening regels moeten worden opgenomen waaruit onder andere aandacht blijkt voor de in de WWB onderscheiden doelgroepen en de daarbinnen te onderscheiden subgroepen. De gemeenteraad heeft gekozen voor een algemene, globale verordening. Dit heeft te maken met de aard van de opdracht die de raad heeft gekregen. Die leent zich niet tot het formuleren van gedetailleerde regels die op iedere situatie van toepassing zijn. Immers, re-integratie is maatwerk. Het is helemaal afhankelijk van iemands mogelijkheden en beperkingen wat in het concrete geval een passend re-integratietraject is. Daarom wordt aan het college de bevoegdheid gegeven om op een aantal punten eigen afwegingen te maken. Artikel 10 WWB bepaalt dat personen uit de doelgroep aanspraak hebben op ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en de door het college noodzakelijk geachte voorziening binnen de kaders van de re-integratieverordening. Kern van deze verordening vormt in dat verband artikel 2 van de verordening, die bepaalt dat de gemeenteraad de kaders nader uitwerkt in een tweejaarlijks vast te stellen beleidsplan. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.