Toelichting mandaatregeling Landerd 2012Artikel0Dit artikel moet nog worden gesplitst Toelichting Mandaatregeling Landerd 2012 met mandaatregister 2012 Inleiding Het is voor bestuursorganen ondoenlijk en inefficiënt om alle bevoegdheden zelf uit te oefenen. Daarom biedt de wet onder andere de mogelijkheid om bevoegdheden te mandateren. Vanwege het grote aantal beslissingen is mandaat voor de bestuurspraktijk een onmisbaar instrument geworden. Van mandaatverlening kan worden gesproken wanneer, voor zover hier van belang, bevoegdheden door het college van burgemeester en wethouders dan wel de burgemeester worden overgedragen aan functionarissen in de ambtelijke organisatie dan wel aan een functionaris buiten de ambtelijke organisatie. Deze bestuurlijke bevoegdheden zijn opgenomen in diverse wetten dan wel gemeentelijke regelgeving. Bij mandatering worden bevoegdheden opgedragen om in naam van het college van burgemeester en wethouders respectievelijk de burgemeester besluiten te nemen. Mandaatregeling In deze mandaatregeling zijn begrippen, spelregels en randvoorwaarden opgenomen die duidelijkheid en uniformiteit moeten bieden bij de uitoefening van gemandateerde bevoegdheden. Mandaatregister Het mandaatregister maakt onderdeel uit van de mandaatregeling. In het mandaatregister is een integraal overzicht opgenomen van alle bevoegdheden die door mandaat, volmacht of machtiging afgedaan kunnen worden. Per bevoegdheid is aangegeven welke functionaris binnen de organisatie gemandateerd is en welke voorwaarden hiervoor gelden. 1. Doel mandaatregeling Landerd 2012 De “huidige” mandaatregeling Landerd is vastgesteld op 1 maart 1994. Het mandaatregister van Landerd behorend bij de mandaatregeling is voor het laatst gewijzigd in 1998. Het is dan ook noodzakelijk dat de bestaande regeling met betrekking tot mandaat worden herzien. In de nieuwe regeling wordt aangesloten bij het Visiedocument Doorontwikkeling organisatie van oktober 2011, waarbij wordt uitgegaan van integraal management en als uitgangspunt heeft te gelden dat taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden zo laag mogelijk in de organisatie worden gelegd. 2. Definities Aansluiting is gezocht bij Hoofdstuk 10 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb). Besluit: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling; Mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen; Mandaatgever: het bestuursorgaan dat het mandaat geeft; Gemandateerde: degene die het mandaat ontvangt; Afdoeningsmandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen in combinatie met ondertekeningsbevoegdheid; Ondertekeningsmandaat: de bevoegdheid een besluit, genomen door het bevoegde orgaan, te ondertekenen. Afdeling 10.1.1. van de Awb bevat de algemene bepalingen met betrekking tot mandaat. Hierin is bepaald dat een bestuursorgaan mandaat kan verlenen, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich tegen mandaatverlening verzet. Bij mandaatverlening geeft het college of de burgemeester aan een ambtenaar de bevoegdheid om namens het college een bepaalde bevoegdheid uit te oefenen. Mandaat kan ook aan derden, niet ondergeschikte functionarissen worden verleend. Anders dan bij delegatie wordt bij mandaat de verantwoordelijkheid voor de gemandateerde bevoegdheid niet overgedragen. De gemandateerde medewerker neemt het besluit en handelt in naam en onder verantwoordelijkheid van het college of de burgemeester. De besluiten die krachtens mandaat worden genomen, worden aan het college of de burgemeester formeel toegerekend. Daarom kan het college of de burgemeester ook ingrijpen waar zij dit nodig acht. Het college of de burgemeester kan altijd een verleend mandaat weer intrekken. Het college of de burgemeester kan ook voorwaarden aan de mandaatverlening stellen en daarmee het mandaat begrenzen. Het college of de burgemeester is steeds bevoegd deze voorwaarden aan te vullen of te wijzigen. Onderscheid moet worden gemaakt tussen afdoeningsmandaat en ondertekeningsmandaat. Afdoeningsmandaat verleent aan de gemandateerde de gehele bevoegdheid om te beslissen en af te doen zonder tussenkomst van het college (dit uiteraard binnen de grenzen van het verleende mandaat). Bij afdoeningsmandaat gebeurt ook de ondertekening van uitgaande stukken (brieven, besluiten) door degene die de beslissing heeft genomen. Afdoeningsmandaat houdt dus impliciet tevens het ondertekeningsmandaat in. De mandaten als opgenomen in het mandaatregister zijn alle afdoeningsmandaten. Ondertekeningsmandaat is een mandaat waarbij de gemandateerde slechts tot ondertekening bevoegd is van een door het college zelf genomen besluit. Het besluit wordt dus niet ambtelijk (in naam van het college) genomen, maar door het college zelf. Algemene regel is dat degene die het besluit neemt, het besluit ook ondertekent; de afdoening en ondertekening gaan hand in hand. In Landerd worden alle besluiten die door het college zelf worden genomen, ook door het college ondertekend (door de burgemeester en de secretaris). Hiervoor worden geen ondertekeningsmandaten verleend. Hiermee wordt in de externe uitstraling het passende gewicht gegeven aan een door het college zelf genomen besluit. 3. Mandaatregister Bij de mandaatregeling hoort een mandaatregister. Het mandaatregister is onderverdeeld in zeven kolommen. Hierbij bevat de eerste kolom het volgnummer, de tweede kolom de bevoegdheid, de derde kolom de wettelijke/juridische grondslag, de vierde kolom de mandaatgever, de vijfde kolom de gemandateerde (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.