(2010)binnen de perken gehouden. Standpunt/ actie: Toezichthouders worden geïnformeerd over de voor paarden en andere weidedieren noodzakelijke omstandigheden, zodat zij eventuele misstanden kunnen signaleren en doorgeven aan de dierenbescherming. De verplichting tot het dragen van een “poepzak” kan uit de APV worden gehaald na bespreking van het evaluatierapport welke nog aan de raad wordt aangeboden. Honden In de gemeente zijn ongeveer 3.900 geregistreerde honden aanwezig (peiljaar 2011). Zij maken samen met de inwoners van Velsen gebruik van de openbare ruimte. Om dit gebruik in goede banen te leiden beschikt de gemeente over een losloop- en uitlaatbeleid. In de APV zijn de volgende vier regels vastgelegd: Een hond moet aangelijnd zijn Het aanlijngebod geldt niet op de plm. 100 losloopplekken Kinderspeelplaatsen zijn voor honden verboden terrein ie zijn hond uitlaat is verplicht een opruimmiddel bij zich te dragen (en te gebruiken) Op de losloopplaatsen (veldjes en groenstroken tussen de bebouwing) geldt geen opruimplicht. Hierdoor krijgen kleine losloopplaatsen soms meer het karakter van hondentoilet, met alle overlast van dien. De afdeling Wijkbeheer reinigt regelmatig daarom overbelaste losloopplaatsen. Handhaving van de hondenpoepregels is één van de speerpunten van de handhaving in de openbare ruimte en krijgt dus extra aandacht. Niet alleen door feitelijke handhaving maar ook door waarschuwingscampagnes. Katten In het havengebied maar ook daarbuiten is sprake van een zwerfkattenprobleem. Elders komt het ook wel voor dat overlast van huiskatten wordt ervaren. Sproeien, poepen en krabben zijn voor katten manieren om te communiceren, het betreft dus normaal (territoriaal) gedrag. Het is aan de eigenaar om te zorgen dat dit gedrag geen overlast aan derden bezorgt. Dit zal veelal goed mogelijk zijn, tenzij een eigenaar een (
- te)groot aantal katten houdt in een woning die hier niet geschikt voor is. Jaarlijks komen er in Nederland ca. 50.000 zwerf- en afstandskatten in het asiel terecht, twee maal zoveel als honden. Zo’n 38.000 katten zijn zwerfkatten zonder eigenaar. Hoeveel zwerfkatten Velsen e.o. precies telt is moeilijk aan te geven, er worden geen tellingen bijgehouden of stelselmatig vangacties georganiseerd. Pas bij overlast en klachten wordt ingegrepen maar dan is de situatie voor veel zwerfdieren al zeer betreurenswaardig. Naast voorlichting is vooral blijvende preventie nodig. Dit kan alleen door zwerfkatten te vangen, te neutraliseren en weer terug te zetten. Eénmaal terug in de groep is een geneutraliseerde kat veel rustiger. De paringsdrang, inclusief het krijsen, vechten en sproeien, is sterk verminderd. Omwonenden zullen dus veel minder last hebben. Ook groeit de populatie niet meer, omdat de dieren onvruchtbaar zijn gemaakt en nieuwe katten niet meer worden geaccepteerd. De ervaring leert dat de groep steeds kleiner wordt en op den duur uitsterft. Al sinds 1980 passen organisaties in binnen- en buitenland deze methode met succes toe. De Stichting Zwerfkatten Havengebied IJmuiden doet als particuliere organisatie al jaren goed werk door zwerfkatten te laten neutraliseren en zo de populatie terug te dringen. Uitvoering De noodzaak om iets te (laten) doen aan het kattenprobleem in het havengebied en het te onderzoeken met behulp van de Dierenbescherming met de TNR-methode (Trap (vangen)Neuter(castreren)en Return (terugzetten). Meeuwen, ganzen, duiven Overlast van meeuwen (maar ook van ganzen en duiven) is vrijwel altijd het gevolg van menselijk handelen. Op informatie hierover zal dan ook het gemeentelijk beleid gericht zijn bij het bestrijden hiervan (zie verder onder kopje Dierplagen). Dit richt zich vooral op het besef, dat wij, mensen, de oorzaak zijn. Actie: Informatie verstrekken over het voorkómen van vogeloverlast. Verwaarlozing en/of mishandeling van dieren Dierenmishandeling en -verwaarlozing komen helaas vaker voor dan men denkt. Daarbij is lang niet altijd sprake van kwade opzet. De gemeente heeft zelf geen eigen meldpunt voor dierenmishandeling en -verwaarlozing. Om het melden van dierenmishandeling en -verwaarlozing makkelijker te maken, is er één meldnummer voor heel Nederland gerealiseerd, nl. “144, Red een Dier”. Het is belangrijk dat de overheid kan optreden bij geconstateerde overtredingen en misstanden op dierenwelzijngebied. De gemeente zou in die gevallen bestuursdwang moeten kunnen uitoefenen om de rechtmatige toestand te herstellen. Op een goede manier bestuursdwang uitoefenen kan enkel indien de gemeente Velsen ten aanzien van dit thema nadere regelgeving kan en mag opnemen in de APV. Handhaving zal dan mogelijk zijn door de gemeentelijke handhavers en de (dieren)politie. Actie: Op de website van de gemeente specifiek aandacht aan het meldnummer 144 besteden en de burgers te attenderen hierop. De medewerkers van de gemeente moeten de politie attent maken op dierenmishandeling en verwaarlozing. Weidegang en schuilgelegenheden Weidegang met soortgenoten is voor het welzijn van het paard (maar ook van andere weidedieren!) van het grootste belang. In het Nederlandse klimaat is niet iedereen in de gelegenheid dieren bij slecht weer naar de stal te halen. Een schuilgelegenheid is daarbij noodzakelijk. Schuilgelegenheid kan worden geboden door een gebouwde voorziening of door natuurlijke beschutting. Het Landschapsbeleid gaat uit van natuurlijke beschutting, bijvoorbeeld door beplantingssingels. Eventuele gebouwde voorzieningen zullen bij de hoofdbebouwing gerealiseerd moeten worden. Deze bebouwmogelijkheden worden in het bestemmingsplan geregeld met een bouwvlak. Hierdoor wordt verrommeling van het landschap door diverse objecten (van partytenten tot voertuigen) tegengegaan en wordt het landschap aantrekkelijker gemaakt doordat meer dieren buiten kunnen lopen. Standpunt/ actie: . behoefte aan schuilgelegenheden inventariseren . randvoorwaarden vastleggen . eigenaren informeren Kinderboerderij Dierenwelzijn gaat over de kwaliteit van leven. Men kan dierenwelzijn enkel beoordelen wanneer er enige kennis is van het dierenrijk en hoe dieren horen te leven. Op spelender wijze komen kinderen op een kinderboerderij in aanraking met allerlei dieren. Ze zien oude en jonge dieren in een omgeving die als voorbeeld kan dienen. Het kennis maken met de dieren is niet alleen leuk, maar ook nog erg leerzaam. Het is een bewustwordingsproces, ontwikkelt empathie en mededogen. De kinderboerderij in Velserbeek is in eigendom bij de gemeente. Voor de exploitatie hiervan is jaarlijks een bedrag in de begroting opgenomen. Een kinderboerderij is een bedrijf dat, zoals zoveel Nederlandse bedrijven, aan één of meer (wettelijke en kwaliteits-) voorschriften moet voldoen. Om dit te kunnen toetsen heeft de Stichting Kinderboerderijen Nederland (SKBN) in samenwerking met de Vakgroep Medewerkers Kinderboerderijen (VMK) een certificeringtraject opgesteld. Men is op de kinderboerderij zich ook van bewust om te streven naar een goed fokbeleid. Actie: Kinderboerderij Velserbeek toetsen aan eisen SBKN, versie 2011. Visserij en hengelsport Er kunnen tegenstrijdige belangen een rol spelen wanneer het aankomt op dierenwelzijn. De visserij (bedrijfsmatig en als sport) is daar een voorbeeld van. Dierenwelzijnsorganisaties stellen dat sportvissen in strijd is met dierenwelzijn. Daar tegenover staat het belang van het verenigingsleven. De manier waarop gevist wordt en na de vangst met de dieren wordt omgegaan, is bepalend voor de mate waarin het welzijn van de vissen wordt aangetast. Hoewel de gemeente geen aanvullende eisen zal opstellen, zal zij wel de betrokken actoren vragen om op een verantwoordelijke manier met voorlichting, educatie en visserij om te gaan, zodat er zo diervriendelijk mogelijk omgegaan wordt met vissen. De beroepsvisserij is een ander (groot) belang in Velsen. Het is duidelijk dat dit belang zeer zwaar weegt. Toch moet het onderwerp duurzame visserij bespreekbaar zijn en blijven. Standpunt: Diervriendelijk(
- er)vissen en duurzamer vormen van visserij bespreekbaar maken en houden. Evenementen met dieren Bij evenementen met dieren bestaat een groot welzijnsrisico voor het dier, zeker als er sprake is van competitie. Daarnaast is de wijze van omgang met dieren vaak schokkend. Het dier wordt gedegradeerd tot een spelobject of decorstuk (zoals in het geval van levende kerststallen). Evenementen met dieren kunnen gelukkig niet zomaar gehouden worden. In de eerste plaats geldt landelijke wetgeving, namelijk de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en daarnaast is veelal een vergunning in het kader van de APV vereist. Standpunt: Velsen is in principe tegenstander van evenementen waarbij levende dieren worden ingezet, tenzij het welzijn van de dieren gewaarborgd is. Toetsingskader hierbij zijn de GWWD en het gezond verstand. Circussen Circussen met dierennummers dienen door de gemeente kritisch te worden bekeken qua dierenwelzijn. Te denken valt aan de huisvesting, het waarborgen van voldoende eigenwaarde van de dieren en het uitvoeren van kunstjes. Er is een groot verschil in het door dieren laten uitvoeren van kunstjes waarbij de dieren de kunstjes uitvoeren onder angst voor straf of waarbij de dieren de kunstjes uitvoeren met enthousiasme en plezier. De Dierenbescherming geeft aan te allen tijde tegen het gebruik van wilde dieren in een circus te zijn en kan een ander advies of alternatief voorstellen. Volgens de Raad van State, is het op dit moment niet mogelijk om in de APV een aparte weigeringgrond te formuleren aangaande dierenwelzijn voor het verstrekken van een evenementenvergunning aan circussen. Voor Velsen is dit punt niet actueel aangezien het enige circus dat Velsen regelmatig aandoet (Circus Bongo) een kleinschalig circus is zonder wilde dieren. Beleid: Velsen spreekt zich principieel uit tegen het gebruik van wilde dieren in een circus en zal hiernaar handelen. Dierplagen en overlastbestrijding Dierplagen in de stad komen vaak voort uit verkeerd menselijk gedrag, zoals het voeren van dieren en de aanwezigheid van zwerfvuil. In het wild levende dieren worden daardoor ongezond en afhankelijk. In Velsen is met name sprake van duiven-, meeuwen- en (in mindere mate) ganzenoverlast. Zomers kan er sprake zijn van overlast van wespen. Het niet steriliseren van katten levert een populatie van, veelal zieke, zwerfdieren op die moeilijk is te vangen. De gemeente Velsen zal bij dierplagen bij voorkeur eerst de meest diervriendelijke alternatieven inzetten eventueel in overleg met de Dierenbescherming. Velsen zal haar positie in het Recreatieschap Spaarnwoude en ten opzichte van de ReinUnie hiervoor ook kunnen inzetten. Beleid: De gemeente Velsen zal bij dierplagen bij voorkeur eerst de meest diervriendelijke alternatieven inzetten eventueel in overleg met de Dierenbescherming. Met actoren als Recreatieschap Spaarnwoude en de ReinUnie zal het gesprek over dit onderwerp worden aangegaan. Bescherming van in het wild levende dieren In Velsen vinden we een groot aantal dieren, ook binnen de bebouwde kom, die in het wild leven. Zij leven en planten zich voort als leefden ze in de vrije natuur. Zij dragen bij aan een levendige gemeente in ecologisch evenwicht, reden om hun aanwezigheid te bevorderen. Niet door het uitzetten van nieuwe dieren en per se niet door het geven van voedsel maar door indirecte maatregelen, zoals aanleg en onderhoud van een diervriendelijke omgeving. Dit speelt onder andere bij bestemmingsplannen, kapvergunningen (tegenwoordig onderdeel van de omgevingsvergunning) en verkeersmaatregelen. De gemeente moet bij het opstellen van een bestemmingsplan alle relevante belangen inventariseren en deze belangen tegen elkaar afwegen. In het kader van het dierenwelzijnbeleid zal ook onderzoek worden gedaan naar de (beschermde) diersoorten en de mate waarin het voorgenomen bestemmingsplan het leefgebied van de diersoort aantast. De Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is op 1 oktober 2010 in werking getreden. De wet vervangt een aantal bestaande vergunningenstelsels, waaronder de kapvergunning, maar dezelfde afwegingen zijn bij het verlenen van de omgevingsvergunning van toepassing en dus zal ook hier rekening gehouden worden met de belangen van in het wild levende dieren. Damherten Damherten in onze regio vormen tegenwoordig ook een probleem. Vanuit de Amsterdamse Waterleidingduinen trekken er meer naar het noorden toe. Er is overleg gevoerd met de provincie Noord-Holland, de gemeenten Amsterdam, Zandvoort en Bloemendaal om te bezien hoe hier mee om te gaan. In de toekomst worden er hekken geplaatst, vooralsnog is er afgesproken dat de boswachters de herten op afschot mogen doden in geval van gevaarlijke omstandigheden. Verkeer Het beschermen van dieren die door het verkeer worden bedreigd, vormt een belang dat valt onder de bredere omschrijving ‘het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast of schade ‘ Dit betekent dat de gemeente met het oog op het beschermen van in het wild levende dieren verkeersbesluiten kan nemen. In het wild levende dieren trekken zich niets aan van gemeentegrenzen. Beleid zal dan ook in een regionale context gevoerd moeten worden. Standpunt: De gemeente Velsen zal bij vergunningverlening en inrichting van openbare ruimte en wegen, waar redelijkerwijs mogelijk, rekening houden met dierenwelzijnbelangen zoals het broedseizoen. Dierenmishandeling als indicator van huiselijk geweld Er zijn verschillende kruisverbanden tussen dierenmishandeling en huiselijk geweld. Deze zogenaamde “cruelty link” kent twee categorieën. Ten eerste: het voorspellende karakter van dierenmishandeling. Uit onderzoek blijkt dat plegers van geweldsmisdrijven vaak in hun jeugd al bekend stonden om hun wreedheid jegens dieren. Ten tweede: het welzijn van dieren en dan vooral gezelschapshuisdieren Dit kan een belangrijke indicator zijn bij het signaleren van huiselijk geweld, armoede en ontwikkelingsstoornissen bij kinderen. Vanaf de jaren negentig geldt dierenmishandeling in verschillende landen als indicator van huiselijk geweld en andere geweldsdelicten en kent het een eigen meldcode. Ook in Nederland worden duidelijke verbanden tussen dierenmishandeling en huiselijk geweld waargenomen . Dierenartsen en dierenbeschermers blijken dus sleutelfiguren te zijn bij de melding en opsporing van huiselijk geweld. Andersom kunnen meldingen van huiselijk geweld gevallen van dierenmishandeling aan het licht brengen. Beleid: In gevallen van dierenmishandeling zal dit aan de unit huiselijk geweld van de politie worden gemeld, als indicator van mogelijk huiselijk geweld en andere sociaal-maatschappelijke problemen. Andersom zal bij zaken van huiselijk geweld aandacht zijn voor eventuele huisdieren en zal zonodig de dierenbescherming worden geïnformeerd. De landelijke tendens is dat er binnen 4 jaar 500 dierpolitieagenten werkzaam zijn. Per 15 november jl. is er een meldnummer 144 Red een Dier geopend. Dieren bij rampen en crises Als de hulpverlening na rampen op gang komt, worden dieren vaak vergeten, maar ook zij worden slachtoffer van branden of overstromingen. Met de gemeenten Uitgeest en Heemskerk heeft dierenambulance Kennemerland inmiddels overeenkomsten afgesloten dat de dierenambulance ingeschakeld wordt wanneer een ramp of calamiteit zich voordoet waarbij dieren zijn betrokken. Het blijkt dat mens en dier moeilijk te scheiden zijn en dat mensen over het algemeen rustiger zijn en blijven als ze merken dat er voor hun dieren goed wordt gezorgd. In het convenant is vastgelegd dat de gemeente zorgt voor een opvanglocatie voor mens en dier en dat dierenambulance Kennemerland het vervoeren en verzorgen van de dieren op zich neemt door materiaal (kooien en benches) te leveren en mensen te leveren die voor de dieren zullen zorgen gedurende de tijd dat dit nodig is. Wanneer er een ramp is die plaats of regio-overschrijdend is kan dierenambulance Kennemerland de hulp in roepen van collega’s die ook aangesloten zijn bij de Federatie Dierenambulances Nederland. In Velsen zou dit dus Dierenambulance Velsen zijn. De Federatie Dierenambulances Nederland is bezig om een aantal dierenambulances in Nederland aan te wijzen, die een leidende rol kunnen nemen bij calamiteiten en rampen. Deze dierenambulances hebben een rampenplan, hebben goed opgeleide mensen en zijn voorzien van goed en voldoende materieel. In Noord-Holland is daarvoor dierenambulance Kennemerland aangewezen. Actie: Afstemming tussen crisisorganisatie en dierenambulance. Educatie en bewustwording In samenwerking met het Pieter Vermeulen museum, via de gemeentelijke website en de gemeentelijke pagina’s in de pers zal gericht aandacht worden besteed aan onderwerpen die te maken hebben met het welzijn van dieren en het behoud van de natuur. De eigen verantwoordelijkheid van de burger zal hierin een prominente rol spelen. Het meldingsnummer voor dierenmishandeling 144 zal meer onder de aandacht van de burger worden gebracht. Voorbeeld van educatie bij PVM: Het Pieter Vermeulen Museum organiseert een aantal malen per jaar lezin-gen over uiteenlopende onderwerpen. De lezingen zijn gratis voor Vrienden en Vrijwilligers van het museum. Andere geïnteresseerden betalen voor het bijwonen van een lezing de entree van het museum. ‘Vogels rond het huis’ – door Hans Vader van de Vogelwerkgroep Zuid-Kennermerland Dit is een lezing over vogels van het stedelijk gebied. Men moet daarbij den-ken aan de echte binnenstad, maar ook aan groene buitenwijken, stadspar-ken met vijvers en begraafplaatsen met oude bomen. Er worden 36 vogel-soorten getoond gevarieerd, van bosuil tot ijsvogel en van pimpelmees tot sperwer maar ook voorjaarsplanten, enige amfibieën, libellen, vlinders en kevers. De lezing duurt ca 2x een half uur met korte pauze er tussen. De ge-schikte leeftijd is van 8 tot 80 jaar. Actie: Voorlichtingsacties ontwikkelen. Handhaving Velsen heeft toezichthouders/handhavers in dienst en een aantal hebben bevoegdheden als Buitengewoon Opsporings Ambtenaar (BOA). Lang niet al het dierenbeleid heeft een handhavingcomponent. Dat is vooral het geval bij het honden- en het paardenbeleid. Het dierenwelzijn gaat deel uit maken van de Integrale handhaving en de uitvoeringsprogramma’s. Uitgangspunt: Ook het dierenwelzijn (signaleren misstanden) zal onderdeel zijn van de taak van de toezichthouders, als ogen en oren van de gemeente. Waar handhaving door de gemeente niet mogelijk is, zullen de signalen worden doorgegeven aan de Inspectie Dierenbescherming en/of de politie. 9. Financiën In de begroting is een bedrag opgenomen voor Dierenbescherming Algemeen. Dit wordt vrijwel geheel besteed aan de “oude stijl” subsidies voor Dierenambulance Velsen, Dierenambulance Kennemerland en Kerbert Dierentehuis. Na vaststelling van deze nota kan de “oude stijl”vervangen worden door inkoop van de (wettelijke) taken zoals hierboven verwoord. De gemeenteraad heeft aangegeven vooralsnog geen extra middelen ter beschikking te stellen voor dierenwelzijnsbeleid. In bijlage 1 is een overzicht gemaakt met de financiële consequenties om de uitwerking van de nota inzichtelijk te maken. 10. Slotwoord De gemeente Velsen erkent het dierenwelzijn als een van de taken van de gemeente. Deze erkenning blijkt in de eerste plaats uit het goed doen uitvoeren van de wettelijke taken, te weten het vervoer en de opvang van zwerfdieren en het ophalen en afvoeren van kadavers. Daarnaast kan Velsen aandacht besteden aan dierenwelzijn bij het nemen van besluiten en het maken van keuzes. Op handhaving van regels op het gebied van dieren, zoals het opruimen van uitwerpselen en het aanlijngebod voor honden wordt toegezien. De uitvoering van de (wettelijke) taken zal in sommige gevallen in plaats van subsidiëring gestalte krijgen door het inkopen van diensten en verhoging van de gemeentelijke bijdrage voor dierenwelzijn lijkt onontkoombaar. De nota Dierenwelzijn gemeente Velsen is allereerst een opsomming van zaken het dierenwelzijn in Velsen betreffende, daarnaast is het een stuk dat kan worden gebruikt voor het vormen van een mening hoe verder moet worden omgegaan met dierenwelzijn. Dit zal een eerste stap zijn in de richting van een volwassen dierenwelzijnsbeleid. Het herschrijven van de Nota Dierenwelzijn is nodig geweest, voor met name het opnieuw bijeenbrengen van bijdragen aangeleverd door in- en externen. Uitvoeringsplan Dierenwelzijn Na vaststelling van de nota brengt het college de hieruit voortvloeiende actiepunten samen in een Uitvoeringsplan Dierenwelzijn. Tweejaarlijks vindt evaluatie en bijstelling van dit plan plaats en zal de begroting hiermee in overeenstemming worden gebracht. Over vier jaar, zullen wij bezien of het wenselijk is een nieuwe kadernota op te stellen. Bijlage 1 Op 7 september 2011 is er in een overleg tussen de gemeenten Uitgeest, Beverwijk en Velsen gesproken over de wijze van financiering van het Kerbert Dierentehuis en het Knaagdierencentrum. De vertegenwoordigers van de drie gemeenten kunnen zich vinden in de door de organisaties voorgestelde wijze van financiering. Dit wordt besproken met de verantwoordelijke wethouders. Kerbert Dierentehuis: - Aantal dagen x kosten per verpleeg-/verzorgingsdag (honden/katten uit Velsen) - Vastgesteld percentage (op basis van aantal inwoners) van de “restdie-ren” x kosten per dag. (Er worden soms honden en katten opgevangen waarbij niet is vast te stellen uit welke gemeente de dieren afkomstig zijn) - De kosten voor één verpleeg-/verzorgingsdag wordt berekend door de totale kosten van de zwerfdieren te delen door het totaal aantal ver-pleeg-/verzorgingsdagen van deze zwerfdieren. Knaagdierencentrum: - Aantal verpleegdagen x kosten per verpleeg-/verzorgingsdag (knaag-dieren uit Velsen) - De kosten voor één verpleeg-/verzorgingsdag wordt berekend door de totale kosten te delen door het totaal aantal verpleeg-/verzorgingsdagen van deze knaagdieren. Opmerking: Beide organisaties hebben een actief herplaatsingbeleid. Er wordt alles aan gedaan om de dieren, na de wettelijke opvangtermijn, te herplaatsen. De gemiddelde opvangtijd van de dieren staat op ca. 40 dagen. Bijlage 1 en 2