Havenverordening Vlissingen 2009Paragraaf1Algemene bepalingen HAVENVERORDENING VLISSINGEN 2009 GEMEENTEBLAD VLISSINGEN nr. VI.03 Artikel1.1Begripsomschrijvingen In deze verordening en de daarop rustende besluiten wordt verstaan onder: schip: elk vaartuig, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als middel van vervoer te water, met inbegrip van een watervliegtuig, een draagvleugelboot, een luchtkussenvoertuig, een drijvende boorinstallatie, een baggermolen, een drijvende kraan, een elevator, een ponton en elk ander drijvend werktuig, drijvend voorwerp of drijvende inrichting van soortgelijke aard; zeeschip: een schip dat gebruikt wordt voor de vaart ter zee of dat blijkens zijn constructie voor de vaart ter zee is bestemd en elk schip dat voorzien is van een document - afgegeven door het bevoegde gezag van het land waar het schip is ingeschreven - waaruit blijkt dat het geschikt is voor de vaart ter zee; binnenschip: een schip, niet zijnde een zeeschip; tankschip: een schip, gebouwd voor of aangepast aan het vervoer van onverpakte vloeibare lading in zijn laadruimten; combinatietankschip: een schip, ingericht om afwisselend onverpakte vloeibare lading of droge lading te kunnen vervoeren; bi/bu schip: schip dat afwisselend gebruikt of afwisselend zal worden gebruikt op de binnenwateren en op een beperkt vaargebied op zee, in het bijzonder de kustwateren; schipper: degene die een binnenschip voert; kapitein: degene die een zeeschip voert; registerloods: de registerloods, bedoeld in de Loodsenwet (Wet van 7 juli 1988, houdende regels betreffende loodsen); havenmeester: diegene die door het college als zodanig is aangesteld op basis van deze verordening; havens: de wateren binnen het beheersgebied die voor de scheepvaart openstaan; beheersgebied: het gebied, zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart; petroleumhavens: de daartoe door het college aangewezen gedeelten van de havens; gevaarlijke stoffen: stoffen, die gevaar voor explosie, brand, corrosie, vergiftiging, bedwelming of straling kunnen opleveren, zoals vermeld in de International Maritime Dangerous Goods Code, de (International) Code for the Construction and Equipment of Ships Carrying Dangerous Chemicals in Bulk, de (International) Code for the Construction and Equipment of Ships Carrying Liquefied Gases in Bulk van de Internationale Maritieme Organisatie, de Code for the Safe Carriage of Irradiated Nuclear Fuel, Plutonium and High Level Radioactive Wastes in Flasks on board ships (INF-Code) , dan wel in het Reglement voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Rijn (ADNR), alsmede elke andere stof die door het college als gevaarlijke stof is aangewezen en bekend gemaakt; schadelijke stoffen: stoffen, die indien zij in zee terecht komen, gevaar kunnen opleveren voor de gezondheid van de mens, schade kunnen toebrengen aan het mariene milieu, de recreatiemogelijkheden die de zee biedt kunnen schaden of storend kunnen werken op enig ander rechtmatig gebruik van de zee en die krachtens de Wet voorkoming verontreiniging door schepen zijn aangewezen en bekend gemaakt; brandbare vloeistoffen: vloeistoffen met een vlampunt dat lager ligt dan of gelijk is aan 100°C; vlampunt: het vlampunt, bepaald met het toestel van Pensky-Martens; schoonmaken: elke handeling die gericht is op of verband houdt met het gasvrij, schoon- of droogmaken van ruimten van een schip, die ladingresten van een onverpakte vloeibare gevaarlijke stof bevatten of laatstelijk hebben bevat; schoonmaakcertificaat: een door een deskundige - aangewezen door het college - afgegeven certificaat volgens een door de havenmeester te verstrekken model, waaruit blijkt dat het schip voldoende is schoongemaakt; een schip dat niet is schoongemaakt: een schip dat resten van een onverpakte vloeibare gevaarlijke stof bevat of laatstelijk heeft bevat, waarvoor nog geen schoonmaakcertificaat is afgegeven; afvalstoffen: stoffen, afkomstig van het schoonmaken van een schip, alsmede olierestanten, oliehoudende mengsels, resten van onverpakte vloeibare gevaarlijke stoffen en van elke andere stof die door het college is aangewezen en bekend gemaakt; het college: het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen; vervoermiddelen: voertuigen of vaartuigen; toezichthouders: een toezichthouder als bedoeld in artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht; opsporingsambtenaren: ambtenaren aan wie ingevolge artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering opsporingsbevoegdheid toekomt; vissen: het te water brengen, te water hebben, lichten of ophalen van vistuigen alsmede het op enigerlei andere wijze pogen om vis, schaal- en schelpdieren uit het water te bemachtigen. Artikel1.2Toepassingsgebied Deze verordening is van toepassing in de havens en andere bevaarbare wateren, de haven- en industrieterreinen en de tot genoemde gebieden behorende oevers, grond- en kunstwerken, wegen, beplantingen, gebouwen, alsmede op de scheepshellingen, dokken, scheepsreparatiewerven, los- en laadplaatsen, kaden, aanlegsteigers, meerboeien, meerpalen of andere voorzieningen in het beheersgebied en alle tot de havens behorende kunstwerken. Artikel1.3Vergunningen, toestemmingen en aanwijzingen Het college kan vergunningen en toestemmingen verlenen alsmede aanwijzingen doen en/of geven en aan deze vergunningen, toestemmingen of aanwijzingen in de zin van artikel 9.1 beperkingen en voorschriften verbinden. De beperkingen en voorschriften mogen slechts strekken tot bescherming van het belang in verband waarmede de vergunning, toestemming of aanwijzing is vereist. Toestemmingen worden verleend voor een eenmalige gedraging of handeling. Vergunningen worden verleend voor een geldigheidsduur van ten hoogste 24 maanden; het college kan de geldigheidsduur telkens verlengen met ten hoogste 24 maanden. De aanvraag en gegevens ter verkrijging van een vergunning of een toestemming of ter verkrijging van een verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning of toestemming worden bij het college ingediend, tenzij anders staat aangegeven. De verlening van een vergunning of toestemming en de verlenging van een geldigheidsduur geschieden schriftelijk of in voorkomend geval elektronisch; de verlening van een toestemming kan in spoedeisende gevallen voor een eenmalige gedraging of handeling van korte duur mondeling geschieden. Indien een vergunning of toestemming wordt verleend ter vervanging van een voorgaande vergunning of toestemming en indien de geldigheidsduur van een vergunning of toestemming wordt verlengd, kunnen de beperkingen en voorschriften worden gewijzigd. Een vergunning of toestemming wordt niet verleend en een geldigheidsduur wordt niet verlengd indien redenen van orde of veiligheid in de havens zich daartegen verzetten. Een vergunning of toestemming ter vervanging van een voorgaande vergunning of toestemming wordt niet verleend en een geldigheidsduur wordt niet verlengd, indien gebleken is dat gedurende het laatste tijdvak van geldigheid geen gebruik werd gemaakt van de betrokken vergunning of toestemming binnen het beheersgebied. Toepassing van het zevende lid, vindt plaats gedurende een tijdvak dat ten hoogste gelijk is aan en dat aansluit op het laatste tijdvak van geldigheid van de vergunning of toestemming. De toepassing kan achterwege blijven indien op genoegzame wijze is aangetoond dat om gegronde reden geen gebruik kon worden gemaakt van de toestemming of vergunning. Het college kan een vergunning, een toestemming of een verlenging voor de resterende geldigheidsduur intrekken c.q. weigeren indien: een reden waarom zij werd verleend of verlengd is vervallen; een daaraan verbonden beperking of voorschrift niet wordt nageleefd; zich na de verlening of verlenging een zodanig feit of omstandigheid voordoet dat, indien het feit of de omstandigheid ten tijde van de verlening of verlenging bekend was geweest, de vergunning, de toestemming of de verlenging van de geldigheidsduur niet of niet in die vorm zou zijn verleend. Artikel1.4Verplichtingen van houders van vergunningen of toestemmingen 1.De houder van een vergunning, toestemming of aanwijzing is verplicht op eerste aanvraag van een toezichthouder of een opsporingsambtenaar het bezit van de vergunning, toestemming of aanwijzing aan te tonen. 2.De houder van een vergunning of een schriftelijke aanwijzing is verplicht de vergunning of een kopie hiervan, die op een schip betrekking heeft, te allen tijde aan boord van het schip te houden en op eerste aanvraag van een ambtenaar, als hiervoor genoemd, inzage van de vergunning te geven. 3.De houder van een vergunning, toestemming, of aanwijzing is verplicht om bij het gebruik van de vergunning, toestemming of aanwijzing de aan de vergunning, toestemming of aanwijzing verbonden beperkingen en voorschriften in acht te nemen. Paragraaf2Orde in de havens Artikel2.1Verkeerstekens 1.Het college kan in het belang van de orde en veiligheid in de havens en andere bevaarbare wateren tekens doen plaatsen welke vermeld zijn in het Binnenvaartpolitiereglement en de tekens doen voorzien van nadere aanduidingen. 2.Het is verboden zonder toestemming van het college te handelen in strijd met het teken en de daarbij behorende nadere aanduidingen, bedoeld in het eerste lid. Artikel2.2Verbod tot nemen van ligplaats 1.Het is verboden met een schip ligplaats te nemen of zich met het schip op een ligplaats te bevinden, tenzij dit geschiedt in een geval als hierna bedoeld in overeenstemming met ter plaatse aangebrachte, in artikel 2.1 bedoelde, tekens en nadere aanduidingen; met uitdrukkelijke instemming van de eigenaar, huurder of erfpachter van een aan de ligplaats gelegen terrein; met toestemming van het college. 2.Het college kan bij de in het eerste lid, onder c, bedoelde toestemming aanvullende voorwaarden verbinden. 3.Het college kan in afwijking van het eerste lid, onder b, het nemen of houden van ligplaats verbieden uit het oogpunt van orde, ordening, veiligheid of milieubelangen. Artikel2.3Onvoldoende bemande schepen 1.Onverminderd het bepaalde in het derde lid is het verboden een schip op een ligplaats te laten liggen dat niet deelneemt aan het economisch verkeer of dat niet is bemand of dat onvoldoende is bemand om het te kunnen verhalen. 2.Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien het een schip zonder bemanningsverblijf betreft of indien wordt gehandeld met toestemming van het college. 3.Het college kan voor bepaalde categorieën schepen ligplaatsen en gedeelten van de havens aanwijzen, waar het in het eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. Aan de aanwijzing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Artikel2.4Stilliggende schepen zonder bemanningsverblijf 1.De schipper van een schip zonder bemanningsverblijf is verplicht er voor te zorgen dat het schip dat stilligt zodanig is verankerd of gemeerd en van zonsondergang tot zonsopgang zodanig is verlicht dat geen gevaar, schade of hinder ontstaat of kan ontstaan. De verplichting met betrekking tot het voeren van verlichting geldt eveneens wanneer tussen zonsopgang en zonsondergang het zicht dit vereist. 2.Een gelijke verplichting als bedoeld in het eerste lid rust op de eigenaar, de beheerder en de gebruiker van het schip, ieder afzonderlijk. 3.Zolang een van de in het eerste en tweede lid bedoelde personen aan zijn verplichting voldoet, vervalt deze verplichting voor de anderen. 4.De in het eerste lid gestelde verplichting met betrekking tot het voeren van verlichting geldt niet op ligplaatsen en in gedeelten van de havens, die op grond van artikel 3.20, vijfde lid, onder a en e, van het Binnenvaartpolitiereglement zijn aangewezen of aangeduid. Artikel2.5Voorzieningen in de havens 1.Het is verboden voorzieningen of voorwerpen in, onder of boven het water te hebben, aan te brengen of te doen aanbrengen, tenzij het betreft: schepen; trossen, draden, kettingen of andere soortgelijke voorzieningen die dienen om een schip te meren, te ankeren, te slepen of te assisteren en die als zodanig in gebruik zijn; planken en andere soortgelijke voorwerpen, niet zijnde vaste voorzieningen, die dienen om de toegang van of aan boord mogelijk te maken en die als zodanig in gebruik zijn; laadbruggen, trijsbalken, hijskranen, hangende of drijvende plateaus of andere soortgelijke voorwerpen, voor zover deze in bedrijf zijn of zodanig gemarkeerd dat geen gevaar, schade of hinder ontstaat. 2.Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien gehandeld wordt met toestemming van het college. Artikel2.6Verhalen van schepen 1.Het college is bevoegd om een schip te verhalen of te doen verhalen naar een andere ligplaats indien de orde of veiligheid dit naar zijn oordeel noodzakelijk maakt. 2.Van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid wordt, behoudens in een spoedeisend geval en in het geval van een onbekende eigenaar, beheerder of gebruiker, geen gebruik gemaakt dan nadat het college de eigenaar, beheerder of gebruiker van het schip schriftelijk heeft opgedragen om het schip voor een in de opdracht vermeld tijdstip te verhalen naar een andere ligplaats en nadat gebleken is dat geen gevolg is gegeven aan de opdracht. Artikel2.7Verplichting reinigen openbare kaden, terreinen en wegen 1.Gebruikers van de openbare kaden, terreinen en wegen zijn verplicht, indien tengevolge van door hen of op hun last verrichte werkzaamheden, waaronder transporten mede zijn begrepen, restanten lading, emballage, garnering, vuilnis of ander daarmee gelijk te stellen stoffen op de kaden, terreinen of havenwegen zijn achtergebleven, er voor te zorgen dat deze kaden, terreinen en havenwegen na afloop van de werkzaamheden te reinigen, indien vorenbedoelde werkzaamheden langer dan één dag duren dienen de kaden, terreinen en wegen, tenminste éénmaal per dag behoorlijk te worden gereinigd. 2.Zou aan de in lid 1 bedoelde verplichting niet binnen een door het college redelijk gestelde termijn worden voldaan, dan kan het college op kosten van degene, die het reinigen heeft nagelaten, de nodige daartoe strekkende werkzaamheden laten verrichten. Het college is bevoegd deze kosten bij dwangbevel in te vorderen. Artikel2.8Gebruik wegen, bermen en terreinen Het is, onverminderd het bepaalde in de wegenverkeerswetgeving, verboden zonder vergunning van het college, op de bermen en op de terreinen in beheer van de gemeente Vlissingen, voorwerpen of goederen neer te leggen of te laten staan, bouwmaterialen op te slaan, alsmede wegen en bermen te gebruiken voor andere doeleinden dan voor het verkeer. Artikel2.9Gevaarlijke en/of andere stoffen op openbare kaden, terreinen en wegen 1.Het is de eigenaar, houder of hun vertegenwoordiger van gevaarlijke en/of andere stoffen, al dan niet in verpakking, verboden deze op openbare kaden, terreinen en wegen gelegen in het beheersgebied, te plaatsen zonder toestemming van het college. 2.Het college kan delen van openbare kaden, terreinen en wegen aanwijzen, waarop gevaarlijke en/of andere stoffen, al dan niet in verpakking, geplaatst kunnen worden. Artikel2.10Voertuigen op kaden 1.Het is verboden op openbare kaden, terreinen en wegen alsmede op vaartuigen, gelegen in het beheersgebied, als zodanig gebouwde motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en/of alle voertuigen welke kennelijk bestemd zijn om door een motor te worden voortbewogen- vervolgens tezamen aan te duiden als: voertuigen- en onderdelen van zodanige voertuigen, ten verkoop aan te bieden of ten titel van koop aan te nemen. 2.Het is de eigenaar, houder of bestuurder van voertuigen en de eigenaar of houder van onderdelen daarvan verboden deze op openbare kaden, terreinen en wegen, gelegen in het beheersgebied, te parkeren of te plaatsen c.q. deze te doen parkeren of te doen plaatsen, indien redelijkerwijs is aan te nemen dat de betreffende voertuigen en onderdelen daarvan, als bedoeld in het eerste lid aldaar zijn geparkeerd c.q. geplaatst met het kennelijke doel deze vervolgens aan boord van schepen te brengen. Onder parkeren wordt ten deze verstaan het doen of laten staan van voertuigen als hiervoor bedoeld, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijke in- en uitstappen van personen danwel het onmiddellijke laden of lossen van goederen. Dit verbod geldt niet voor stuwadoorsbedrijven op voorwaarde dat deze bedrijven voorafgaand aan het parkeren of plaatsen hun voornemen daartoe melden aan het college en dat men zich houdt aan de aanwijzingen van het college. 3.Het in het vorige lid geformuleerde verbod geldt niet voor terreinen, zoals ter plekke aangeduid en begrensd door borden met het opschrift “parkeren van voertuigen bestemd voor schepen toegestaan”. Eigenaren, houders en bestuurders van voertuigen zijn verplicht bij het parkeren en het plaatsen de aanwijzingen op te volgen van het college. 4.Indien het kennelijke doel van de verwijdering is de vervoermiddelen en onderdelen daarvan aan boord van een schip te brengen, mogen deze slechts op aanwijzing van een stuwadoor worden verwijderd van het in het voorafgaande lid bedoelde terrein. 5.Voertuigen en onderdelen van zodanige voertuigen die in strijd met het bepaalde in het eerste lid ten verkoop worden aangeboden of ten titel van koop worden aangenomen alsmede die, welke in strijd met het bepaalde in het tweede lid worden geparkeerd of geplaatst, kunnen door het college worden weggenomen. Aanwezigheid van zodanige voertuigen en onderdelen daarvan kan door het college worden belet. Van deze bevoegdheid tot wegnemen of beletten, wordt behoudens in een spoedeisend geval en in het geval van een onbekende eigenaar, houder of bestuurder, geen gebruik gemaakt dan nadat het college de eigenaar of overtreder schriftelijk heeft opgedragen om de bedoelde voertuigen en onderdelen daarvan te verwijderen of op het in het derde lid bedoelde terrein te plaatsen en nadat gebleken is dat geen gevolg gegeven is aan de opdracht. Het college is bevoegd de met dit wegnemen of beletten gemoeide kosten bij de overtreders in rekening te brengen. Het college is bevoegd deze kosten bij wege van dwangbevel in te vorderen. Artikel2.11Vissen in de havens 1.Het is verboden te rapen of te vissen op vis, schaal- en schelpdieren met hengel(s), spieringtuig(en), peur(en) en schepen in het havengebied dat onder invloed staat van de getijdebeweging. 2.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet, indien gehandeld wordt na verkregen toestemming van het college. Paragraaf3Gebruik van de havens Artikel3.1Gebruik van ankers 1.Het is de schipper of kapitein van een schip verboden: een anker te gebruiken om een schip te stoppen; met een krabbend anker te varen; ten anker te gaan of ten anker te liggen 2.Het in het eerste lid bedoelde verbod is niet van toepassing indien gehandeld wordt in een geval als hierna bedoeld: ter voorkoming van aanvaring of aandrijving; op advies van een registerloods; op een ligplaats ten behoeve van het meren van een binnenschip; ten behoeve van het gemeerd liggen uitsluitend op een meerstoel of boei; in overeenstemming met ter plaatse, onder artikel 2.1, eerste lid, bedoelde tekens en nadere aanduidingen; met toestemming van het college. Artikel3.2Gebruik van voortstuwers en zijstuwers 1.Het is de schipper of kapitein van een schip verboden de voortstuwers en zijstuwers te gebruiken: indien het schip aan de grond zit; indien het schip gemeerd of ten anker ligt, tenzij dit geschiedt terstond na aankomst en bij vertrek. 2.Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien gehandeld wordt met toestemming van het college. Artikel3.3Duwvaart in de havens 1.Het is verboden te varen met een duwstel of een gekoppeld samenstel met een lengte van meer dan 110 meter over alles, tenzij het wordt geassisteerd door een voldoende krachtig schip dat door zijn constructie en inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is om te assisteren. Onder een duwstel wordt verstaan een hecht samenstel van één of meer duwboten en één of meer andersoortige schepen, waarvan er tenminste één is geplaatst voor één der duwboten; onder gekoppeld samenstel wordt verstaan een samenstel van langszij van elkaar vastgemaakte schepen, waarvan er geen is geplaatst voor het schip dat dient voor het voortbewegen en besturen van het samenstel. 2.Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing: in de door het college aangewezen en bekend gemaakte gedeelten van de havens; ten aanzien van duwstellen met ten hoogste vier duwbakken, waarvan de duwboot is voorzien van een bewijs van deugdelijkheid dat afgegeven is door een bevoegde autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie of van een Rijnoeverstaat, of van een andere staat, waarvan het bewijs van deugdelijkheid door het college is erkend, mits tevens wordt voldaan aan de in het bewijs van deugdelijkheid opgenomen voorschriften en beperkingen omtrent de samenstelling en de hoeveelheid lading van het duwstel; indien gehandeld wordt met vergunning van het college. Artikel3.4Recreatievaart in de havens 1.Het is verboden met een schip de recreatievaart - al dan niet bedrijfsmatig - te beoefenen in de havens met uitzondering van de 1e- en 2e Binnenhaven. 2.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien de betrokken schipper of kapitein handelt na verkregen toestemming van het college. Artikel3.5Dienstverlenende schepen Het college kan voor door hem aan te wijzen categorieën schepen, waarmede in de havens dienstverlenende werkzaamheden worden uitgeoefend, regels stellen voor de inrichting en uitrusting van het schip in relatie tot orde, veiligheid en milieu in de havens. Paragraaf4Veiligheid in de havens Artikel4.1Verontreiniging van lucht; stank of hinder veroorzakende stoffen 1.Het is verboden rook, roet, dampen, gassen, stof of stoom op een zodanige wijze uit een schip te laten ontsnappen dat daardoor gevaar, schade of hinder in of buiten de havens ontstaat of kan ontstaan. 2.Het college wijst stoffen aan die in onverpakte toestand bij het laden of lossen in of uit een schip ontoelaatbare stank of hinder kunnen veroorzaken. Hij maakt de aangewezen stoffen alsmede eventuele wijzigingen van bedoeld reglement bekend. 3.Het is verboden de krachtens het tweede lid aangewezen stoffen in onverpakte toestand in of uit een schip te laden of te lossen. 4.Het in het eerste en derde lid bedoelde verbod is niet van toepassing indien, en voor zover gehandeld wordt met een vergunning afgegeven krachtens de Wet milieubeheer, dan wel met toestemming van het college in gevallen waarin die wetten niet voorzien. Artikel4.2Melding en verwijdering van in het water van de havens geraakte stoffen of voorwerpen Degene door wiens toedoen een voorwerp of stof in het water van de havens terecht komt of vrijkomt, waardoor gevaar, schade of hinder in of buiten de havens wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt, is verplicht er voor te zorgen dat: daarvan onmiddellijk kennis wordt gegeven aan de havenmeester; de stof of het voorwerp onmiddellijk uit het water wordt verwijderd, tenzij dit redelijkerwijs niet uitvoerbaar is. Het college kan nadere regels stellen ter voorkoming van het in de havens terecht komen of vrijkomen van voorwerpen of stoffen zoals bedoeld in het eerste lid. Artikel4.3Verrichten van werkzaamheden 1.Het aan een schip of aan een voorwerp aan boord van een schip verrichten of doen verrichten van werkzaamheden, die verband houden met de aanpassing, het herstel of de verbetering van het schip of het voorwerp, is in de volgende gevallen verboden: indien het schip zich in een haven bevindt en bij de werkzaamheden vuur wordt gebruikt of vuur dan wel vonkvorming kan ontstaan; indien het een schip betreft dat gevaarlijke stoffen aan boord heeft of - indien het een tankschip betreft - daarvan niet is schoongemaakt en bij de werkzaamheden vuur wordt gebruikt of vuur dan wel vonkvorming kan ontstaan; indien als gevolg van werkzaamheden de bedrijfsgereedheid van het schip wordt belemmerd; indien door de werkzaamheden gevaar, schade of hinder ontstaat. 2.Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing in de volgende gevallen: indien het schip zich op een scheepswerf bevindt dan wel op of aan het terrein van een herstellingsinrichting waarvoor een vergunning krachtens de Wet milieubeheer is verleend; indien voor het verrichten van de werkzaamheden toestemming is verleend door het college. Artikel4.4Ontsmetten van schepen 1.Het is de schipper of kapitein verboden zijn schip met gassen te behandelen of te doen behandelen met het doel het schip te ontsmetten, tenzij dit geschiedt met toestemming van het college. 2.Het is de kapitein van een zeeschip, dat is behandeld met gassen of met stoffen die gassen afstaan met het doel het schip dan wel de lading te ontsmetten en dat nog niet vrij is van die gassen of stoffen, verboden ligplaats te nemen of zich met zijn schip op een ligplaats te bevinden tenzij: voor het schip een verklaring is afgegeven door een deskundige, erkend of aangewezen bij of krachtens de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden dat het schip voldoende vrij is van die gassen, of stoffen, of toestemming is gegeven door het college. Artikel4.5Ernstig gevaar, schade of hinder opleverende schepen 1.Het college kan de schipper of kapitein een verbod opleggen om met zijn schip de havens binnen te komen, een ligplaats in te nemen, of in de havens of op een ligplaats te verblijven, indien hij van oordeel is dat het schip ernstig gevaar, ernstige schade of ernstige hinder - hieronder mede begrepen ordeverstoring - met zich meebrengt of met zich mee kan brengen. 2.Het verbod wordt pas opgelegd nadat gebleken is dat geen uitvoering is gegeven aan maatregelen die in het onderhavige geval door het college kunnen worden opgelegd, of indien naar zijn oordeel geen maatregelen mogelijk zijn ter voorkoming of beëindiging van ernstig gevaar, ernstige schade of ernstige hinder. 3.Het verbod wordt schriftelijk meegedeeld. Artikel4.6Vaarverbod bij slecht zicht Het is de schipper of kapitein verboden met zijn schip in de havens, met uitzondering van de kanaalhavens, te varen indien het zicht minder dan 250 meter bedraagt, tenzij wordt gehandeld met toestemming van het college. Artikel4.7Betreden van terreinen en openbare kaden Het is verboden openbare kaden en terreinen te betreden of zich daarop te bevinden, tenzij dit geschiedt in een geval als hierna bedoeld: met instemming van de eigenaar, huurder of erfpachter van een aan de openbare kade gelegen terrein; het opvarenden betreft van een aan de openbare kade afgemeerd schip met als doel zich te begeven naar de dichtstbijzijnde toegangspoort tot de openbare kade; met toestemming van het college. Paragraaf5Meldingen; loodsplicht; vast- en losmaken van zeeschepen Artikel5.1Meldingen bij komst en vertrek van zeeschepen 1.De kapitein van een zeeschip is verplicht er voor te zorgen dat aan de havenmeester worden gemeld: het vermoedelijke tijdstip van aankomst van het schip in de havens en wel ten minste vierentwintig uren voor de aankomst; de wisseling van ligplaats van het schip en wel ten minste drie uren voor de aanvang van de wisseling; het vertrek van het schip uit de havens en wel ten minste drie uren voor het ontmeren; schade aan schip, uitrusting of zaken dan wel enige andere omstandigheid aan boord die de bestuurbaarheid van het schip kan verminderen of de veiligheid of gezondheid in of buiten de havens in gevaar kan brengen, onverwijld nadat die omstandigheid zich heeft geopenbaard; andere gegevens die de havenmeester verlangt in verband met de aanwezigheid van het schip in de havens. 2.De meldingen, genoemd in het eerste lid, dienen te geschieden op elektronische wijze. De meldingen dienen te geschieden aan een door het college vast te stellen elektronisch adres en met gebruikmaking van een door het college vast te stellen berichtdefinitie en protocol. 3.Het college kan in bijzondere omstandigheden, vergunning verlenen om in afwijking van het tweede lid de melding schriftelijk te verrichten op een door de havenmeester vast te stellen formulier. Het college kan in bijzondere omstandigheden toestemming verlenen om in een eenmalig geval een melding bedoeld in het eerste lid schriftelijk te verrichten. 4.Een gelijke verplichting als bedoeld in het eerste lid rust op de reder en de bevrachter van het zeeschip en hun vertegenwoordiger, ieder afzonderlijk. 5.Zodra één van de in het eerste en vierde lid bedoelde personen aan zijn verplichting heeft voldaan, vervalt deze verplichting voor de anderen. Artikel5.2Melding van gevaarlijke stoffen 1.Het college kan bepalen dat met betrekking tot de lading van schepen die geladen zijn of geladen worden met een gevaarlijke dan wel schadelijke stof, of die nog niet van die stof zijn schoongemaakt, door hem te bepalen gegevens worden gemeld. 2.Het bepaalt tevens op welk tijdstip en op welke wijze de gegevens moeten worden gemeld. Artikel5.3Meldingen schepen met ontsmettingsgas 1.Het college kan bepalen dat met betrekking tot schepen als bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, door hen te bepalen gegevens worden gemeld. 2.Het bepaalt tevens op welk tijdstip en op welke wijze de gegevens moeten worden gemeld. Artikel5.4Loodsplicht voor binnenschepen in bijzondere omstandigheden 1.Indien naar hun oordeel bijzondere weersomstandigheden of bijzondere omstandigheden in het betrokken deel van de havens of aan boord van het schip, de bijstand van een loods noodzakelijk maken, kan het college de schipper van een binnenschip opdragen een registerloods aan te vragen en zich door deze te doen bijstaan: indien het binnenschip is geladen met een gevaarlijke stof waarvan melding dient te geschieden ingevolge het Besluit Vervoer Gevaarlijke Stoffen, Besluit van 5 juni 1995; indien het binnenschip een bijzonder transport is of indien het een bijzonder transport sleept of daaraan assistentie verleent. Onder een bijzonder transport wordt verstaan een schip of een samenstel van schepen, waarvan de lengte, de breedte, de hoogte boven water, de diepgang, de manoeuvreerbaarheid of de snelheid niet verenigbaar is met de karakteristiek of de afmetingen van de havens. 2.De schipper aan wie een in het eerste lid bedoelde opdracht is gegeven, is verplicht die opdracht te volgen. 3.De schipper is verplicht de registerloods tot de uitoefening van diens taak toe te laten. Artikel5.5Assistentie aan zeeschepen 1.Het college stelt nadere regels met betrekking tot de assistentie door havensleepboten aan zeeschepen tijdens de vaart door de havens. 2.De regels bedoeld in het eerste lid betreffen onder meer de mate en soort van assistentie die noodzakelijk is voor zeeschepen teneinde de havens veilig te kunnen bevaren en de wijze waarop assistentie tijdig zal worden aangevraagd. 3.Het college kan in het belang van de vlotte en veilige afwikkeling van het scheepvaartverkeer in de havens en de tijdige beschikbaarheid alsmede continuïteit van dienstverlening, met begrip van de waarborging van een adequaat technologisch niveau, nadere regels stellen voor het aanbieden en verlenen van assistentie aan zeeschepen in de havens. Artikel5.6Schepen onder beslag 1.Indien een beslag rust op een schip, lading of bunkers daarvan, draagt degene namens wie het beslag is gelegd c.q. de aangewezen bewaarder er zorg voor dat: de uitrusting van het schip steeds in goede staat verkeert, waartoe in ieder geval behoort het meer- en ankergerei, de navigatieverlichting en de meertrossen van het schip; het schip te allen tijde goed is gemeerd; het schip steeds volgens de geldende voorschriften is verlicht; het schip te allen tijde bedrijfsgereed is. 2.Degene namens wie een beslag is gelegd op een schip, lading of bunkers van dat schip, dat ligplaats houdt in de havens c.q. de aangewezen bewaarder, draagt zorg voor de nakoming van de artikelen 2.3 en 2.4 van deze verordening. 3.Indien een beslag rust op een schip, lading of bunkers daarvan, wordt voor de toepassing van de artikelen 2.6, tweede lid, en 4.5 van deze verordening degene namens wie het beslag is gelegd c.q. de aangewezen bewaarder beschouwd als de beheerder, respectievelijk houder van het schip. Artikel5.7Vast- en losmaken van zeeschepen 1.De kapitein van een tot de volgende categorieën behorend zeeschip is verplicht er zorg voor te dragen dat het vast- en losmaken van zijn schip uitsluitend geschiedt door personen met een vergunning op grond van artikel 7.4 van deze verordening: zeeschepen, met uitzondering van bi/bu schepen, met een lengte van meer dan 60 meter, varend naar of van een ligplaats in de havens. zeeschepen, met uitzondering van bi/bu schepen, gebouwd of geschikt gemaakt en gebezigd voor het vervoer van olie, gas of chemicaliën in bulk, en geheel of gedeeltelijk daarmee geladen, dan wel leeg maar nog niet schoongemaakt van die stof. 2.De in het eerste lid gestelde verplichting is niet van toepassing op het verhalen van een zeeschip langs eenzelfde kade, zonder daarvan los te komen. 3.Onder lengte wordt verstaan de lengte zoals bepaald in artikel 1, onderdeel n, van de Meetbrievenwet 1981 en vermeld in de Internationale Meetbrief
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.