Verordening bezwaarschriften functiewaarderingHOOFDSTUKI– Begripsbepalingen Artikel1 In deze verordening wordt verstaan onder: verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen; commissie: commissie van advies voor de bezwaarschriften functiewaardering; wet: wet van 4 juni 1992 (Stbl. 1992, 315) houdende algemene regels van bestuursrecht (Algemene wet bestuursrecht). HOOFDSTUKII- Behandeling van de bezwaarschriften Paragraaf1- De commissie Artikel2- Inleidende bepaling 1.Er is een commissie ex. artikel 7:13 van de wet ter voorbereiding van de beslissing op gemaakte bezwaren met betrekking tot functiewaardering als bedoeld in artikel 1:5 van de wet. 2.De commissie adviseert tevens over de verzoeken om kostenvergoeding als bedoeld in artikel 7:15 van de wet in verband met de in lid 1 genoemde bezwaren. Artikel3- Samenstelling van de commissie 1.De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden, die worden benoemd,geschorst en ontslagen door burgemeester en wethouders. Eén lid van de onder a bedoelde leden wordt voorgedragen door de Commissie voor het Georganiseerd Overleg. Het bepaalde in lid 1a vindt ter zake overeenkomstige toepassing. 2.Burgemeester en wethouders benoemen overeenkomstig het eerste lid de plaatsvervangendevoorzitter en een genoegzaam aantal plaatsvervangende leden. 3.De voorzitter en de leden van de commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een gemeentelijk bestuursorgaan. 4.De commissie regelt de vervanging van de voorzitter in geval van afwezigheid van de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter. Artikel4- Secretaris 1.De secretaris van de commissie wordt door burgemeester en wethouders benoemd. 2.Burgemeester en wethouders kunnen tevens een plaatsvervanger van de secretaris aanwijzen. Artikel5- Zittingsduur 1.De voorzitter en de (plaatsvervangende) leden worden benoemd voor een periode van vier jaar en kunnen daarna nog eenmalig worden benoemd voor vier jaar. 2.De voorzitter en de (plaatsvervangende) leden van de commissie treden af op de dag van het aftreden van de gemeenteraad. 3.De voorzitter en de (plaatsvervangende) leden van de commissie kunnen op ieder moment ontslag nemen. 4.De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien. Paragraaf2– Procedure Artikel6- Ingediend bezwaarschrift 1.Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend. 2.Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld. 3.Bij het bericht van ontvangst als bedoeld in artikel 6:14 van de wet wordt vermeld dat een commissie over het bezwaar zal adviseren. Artikel7- Overdracht bevoegdheden De bevoegdheden ingevolge de artikelen 2:1, tweede lid, 6:6, voor wat betreft het aan de indiener stellen van een termijn waarbinnen het verzuim in de zin van niet voldoen aan de vereisten als gesteld in artikel 6:5 van de wet, kan worden hersteld, 6:17, voor zover het betreft de verzending van stukken tijdens de behandeling door de commissie; 7:4, tweede lid, 7:6, vierde lid, van de wet worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie. Artikel8- Vooronderzoek 1.De voorzitter van de commissie is in verband met de voorbereiding van de behandeling van het bezwaarschrift bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te doen inwinnen. 2.De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en dezen zo nodig uitnodigen daartoe in de zitting te verschijnen. Indien een deskundige wordt uitgenodigd dan zal dit tijdig worden medegedeeld aan betrokkenen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van burgemeester en wethouders vereist. Artikel9- Hoorzitting 1.De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen horen. 2.De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de wet. 3.Indien de voorzitter op grond van de in het tweede lid genoemd artikel besluit van het horen af te zien doet hij daarvan mededeling aan: de belanghebbenden en het verwerend orgaan. Artikel10- Uitnodiging zitting 1.De voorzitter deelt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste drie weken voor de zitting schriftelijk mee, dat zij in de gelegenheid worden gesteld zich te doen horen tijdens de zitting. 2.Binnen drie dagen na de in het eerste lid bedoelde mededeling kunnen de belanghebbenden of het verwerend orgaan, onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen. 3.De beslissing van de voorzitter op een verzoek als bedoeld in het tweede lid wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval twee weken voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan meegedeeld. 4.De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen als genoemd in het eerste, tweede en derde lid. Artikel11- Quorum Voor het houden van een zitting is vereist, dat de meerderheid van het aantal leden, waaronder in ieder geval de voorzitter dan wel zijn plaatsvervanger, aanwezig is. Artikel12- Niet deelneming aan de behandeling De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift, indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. Artikel13- Openbaarheid zitting 1.De zitting van de commissie is openbaar. 2.De deuren worden gesloten indien de voorzitter van de commissie of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet. 3.Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting plaats met gesloten deuren. Artikel14- Schriftelijke verslaglegging 1.Het verslag als bedoeld in de artikel 7:7 van de wet vermeldt de namen van de aanwezigen, met daarbij een vermelding van hun hoedanigheid. 2.Het verslag houdt een korte vermelding in van hetgeen over en weer is gezegd en overigens ter zitting is voorgevallen. 3.Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvond, of indien belanghebbenden respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding. 4.Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag worden gehecht. 5.Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie. Artikel15- Nader onderzoek 1.Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de commissie dit onderzoek houden. 2.De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden. 3.De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de in het eerste lid bedoelde nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. 4.Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het derde lid, zijn de bepalingen in deze verordening, die betrekking hebben op de hoorzitting zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Artikel16- Raadkamer en advies 1.De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies. 2.De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies. Indien bij een stemming de stemmen staken dan beslist de stem van de voorzitter. Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt, indien die minderheid dat verlangt. 3.Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift. 4.Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend. Artikel17- Uitbrengen advies 1.Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in artikel 14 en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen. 2.Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn van tien weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid, van de wet, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies door de commissie en het nemen van een beslissing verzoekt hij het in het eerste lid bedoelde bestuursorgaan tijdig de beslissing te verdagen. 3.Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de belanghebbenden een afschrift. HOOFDSTUKIII– Slotbepalingen Artikel18- Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na vaststelling. Artikel19- Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening bezwaarschriften functiewaardering. Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders d.d. 18 november 2003 ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING Artikel 1In dit artikel zijn slechts die begripsbepalingen opgenomen die niet in de Algemene wet bestuursrechtvoorkomen. Zo ontbreekt een omschrijving van het begrip bestuursorgaan hoewel dat op meerdere plaatsen in de verordening voorkomt. De verwijzing naar de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is zo uitgebreid geformuleerd om een zo eenduidig mogelijke vertrekpunt te hebben, nl. de tekst zoals deze in het Staatsblad 1992, nr. 315 was opgenomen. In dit verband zij ook verwezen naar aanwijzing 92 van de op 1 januari 1993 in werkinggetreden Aanwijzingen voor de regelgeving waarin wordt bepaald dat "indien een regeling verwijst naar normen die zijn vervat in een andere Nederlandse publiekrechtelijke regeling, die verwijzing mede nadien inwerking getreden wijzigingen van die regeling omvat, tenzij uitdrukkelijk anders is vermeld. Wijziging 2002: Anders dan voorheen wordt er in de verordening niet meer gesproken van de mogelijkheid van (administratief) beroep. Administratief beroep komt in de praktijk niet voor in Hengelo. Bovendien ontwikkelt de landelijke wetgeving zich in een richting dat van administratief beroep in de toekomst geen sprake meer zal zijn. Om die reden is in de verordening daar waar sprake was van administratief beroep (direct dan wel indirect) dit weggelaten. Dit betekent o.m. dat de benaming van de verordening en dus ook de commissie is gewijzigd. Artikel 2De commissie wordt via deze inleidende bepaling als zodanig geïntroduceerd. Het eerste lid van dit artikel verwijst naar artikel 1:5 van de Awb waarin is omschreven wat onder het maken van bezwaar dient te worden verstaan. In 2002 is de Algemene wet bestuursrecht gewijzigd als gevolg van de vaststelling Wet kosten bestuurlijke voorprocedures. Doel van deze wetsaanpassing is om (bepaalde) kosten die een belanghebbende in het kader van een bezwaarschriftenprocedure maakt, voor vergoeding in aanmerking te laten komen. In de wet is vastgelegd dat een verzoek om vergoeding van de kosten moet worden gedaan voordat het bestuursorgaan op het bezwaar heeft beslist. Vervolgens is alleen de bestuursrechter bevoegd om een oordeel te geven over de beslissing van het bestuursorgaan met betrekking tot het verzoek om vergoeding van de kosten. Artikel 3Indien daaraan - bijvoorbeeld gelet op het grote aantal te behandelen geschriften of in verband met een wenselijke splitsing naar onderwerp - behoefte bestaat kan de commissie worden opgesplitst in kamers volgens de volgende bepaling Artikel 5Deze bepaling kan eventueel worden aangevuld met een lid waarin tot uitdrukking wordt gebracht dat leden van een commissie die daarin zijn benoemd in verband met een bepaalde hoedanigheid, aftreden indien zij deze hoedanigheid verliezen. Dit hangt ook af van het bepaalde in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.