VERORDENING ONDERZOEKEN DOELMATIGHEID EN DOELTREFFENDHEID VAN DE GEMEENTE OMMENArtikel1.Definities In deze verordening wordt verstaan onder a.Doelmatigheid De mate waarin de gewenste prestaties en beoogde maatschappelijke effecten worden gerealiseerd met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen. b.Doeltreffendheid De mate waarin de gemeente erin slaagtmet de geleverdeprestaties de gestelde doelen ofde beoogde maatschappelijke effecten te bereiken. Artikel2.Onderzoeksfrequentie 1.Het college onderzoekt jaarlijks de doelmatigheid van de in het onderzoeksplan, genoemd in artikel 3, opgenomen(onderdelen van) de organisatie-eenheden van de gemeente en de uitvoering van taken door de gemeente. 2.Het college toetst jaarlijks de doeltreffendheid van het in het onderzoeksplan, genoemd in artikel 3, opgenomen (deel van) programma en/of paragraaf. Artikel3.Onderzoeksplan 1.Het college zendt ieder jaar uiterlijk voor 31 december een onderzoeksplan naar de raad voor de in het erop volgende jaa 2.In het onderzoeksplan wordt per intern onderzoek globaal aangegeven: het object van onderzoek; de reikwijdte van het onderzoek; de onderzoeksmethode; doorlooptijd van het onderzoek; de wijze van uitvoering. Artikel4.Voortgang onderzoeken Het college rapporteert in de bedrijfsvoeringparagraaf van de begroting en jaarstukken over de voortgang van de onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid en de uitputting van bijbehorende budgetten. Artikel5.Rapportage en gevolgtrekking 1.De uitkomsten van een onderzoek worden vastgelegd in een rapportage. Elke rapportage bevat tenminste een analyse van de onderzoeksresultaten en indiennodig aanbevelingen voor verbeteringen. 2.Op basis van de resultaten van ieder onderzoek stelt het college indien nodig een plan van verbetering op. De rapportage en het plan van verbetering worden ter kennisgeving aan de raad aangeboden. Het college neemt op basis van het plan van verbetering organisatorische maatregelen. Artikel6.Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 7 maart 2004. Artikel7.Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Ommen”. Artikelsgewijze toelichting Verordening 213a Gemeentewet Artikel 2. Onderzoeksfrequentie In artikel 2 wordt het college opgedragen onderzoek te doen naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur. Er worden door de raad een aantal uit te voeren interne onderzoeken per jaar van het college geëist. Hierbij wordt een scheiding aangebracht tussen onderzoeken naar de doelmatigheid en onderzoeken naar de doeltreffendheid. De onderzoeken naar de doelmatigheid betreffen onderzoeken naar de uitvoering van het beleid en het beheer van middelen. De uitvoering wordt gedaan door ten eerste de gemeentelijke organisatie, zodat deze onderzoeken zich ten eerste richten op de organisatie-eenheden van de gemeente. Een tweede ingang voor de doelmatigheidsonderzoeken is de procesgang. Hiervoor kan men kijken naar de gemeentelijke taken. Het voordeel hiervan is dat ook de doelmatigheid wordt onderzocht van de uitvoering van gemeentelijk beleid en het beheer van middelen door derden. De onderzoeken naar de doeltreffendheid vinden plaats op basis van het in de programma’s of paragrafen van de begroting geformuleerde beleid. Dit beleid kan gehele begrotingsprogramma’s omvatten of delen daarvan. Ook kunnen dergelijke onderzoeken paragrafen van de begroting en jaarstukken of delen daarvan omvatten. Om te verzekeren dat alle onderdelen van de gemeente op doelmatigheid worden onderzocht had in het artikel kunnen worden opgenomen dat ieder onderdeel van de gemeente en elke gemeentelijke taak minimaal eens in de zoveel jaar worden onderzocht. Door de VNG wordt aanbevolen eenmaal in de twee raadsperioden. In de verordening is er voor gekozen de verplichting, zoals hiervoor genoemd, niet op te nemen. De consequenties met betrekking tot werkdruk, prioriteitsstelling, financiële aspecten etc. van voornoemde verplichting zijn op dit moment moeilijk in te schatten. Vandaar dat in eerste instantie is gekozen voor een ruimere toepassing. Wel dient het college jaarlijks een onderzoeksplan ter kennisname aan de raad te brengen van de in het komende jaar uit te voeren onderzoeken. Artikel 3. Onderzoeksplan De beslissing wat te onderzoeken is aan het college. Vanzelfsprekend zal de raad willen weten wat de plannen zijn, en ook gelegenheid willen hebben om deze te bespreken en als de raad dat nodig acht, invloed uit te oefenen. Hierin voorziet het onderzoeksplan. Het onderzoeksplan moet een volledig beeld geven van de voorgenomen onderzoeken, zij het uiteraard nog globaal. De onderzoeken in het onderzoeksplan worden per onderzoek uitgewerkt. Het onderzoeksplan wordt aangeboden aan de raad en de raad kan het ter bespreking agenderen, maar het wordt door het college vastgesteld. In de verordening kan worden aangegeven, wat in een onderzoeksplan in ieder geval moet worden opgenomen. De onderwerpen genoemd in het tweede lid kunnen als volgt worden toegelicht:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.